Posts tonen met het label technologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label technologie. Alle posts tonen

zondag 18 augustus 2024

Over overvloedige oogst, bloemenpluk, AI, leefbaarheid, koffie, burn-out en agro-ecologie

We zijn half augustus al weer voorbij. "Ja, en?", zul je denken.

Voor het werk in de tuin hebben we daarmee het volgende omslagpunt bereikt. Voor de meeste gewassen betekent dit dat er vanaf nu niet meer gezaaid kan worden. Het licht neemt nu zo snel af, dat de groeikracht uit de planten gaat. Dat merk je ook direct aan het aangezicht van de tuin.

Want hoewel de oogst nog op zijn toppunt zit, zie je het eerste verval ook al invallen. De natuur is zich al duidelijk aan het opmaken om langzamerhand naar het einde van het seizoen toe te werken. Ik vind het heel mooi om op deze manier zo met de seizoenen te mogen werken. Het dwingt je in een bepaald ritme. En dat ritme voelt (hoe kan het ook anders) heel natuurlijk aan.

Maar nu kunnen we dus nog genieten van de overvloedige oogsten van de zomer. Daar horen dit jaar bij onze zelfoogsttuin ook tomaatjes bij. Dit mandje is nog maar het begin. En er komt nog veel meer aan. Niet alleen tomaatjes, maar ook nog paprika's, mais, pompoenen, allerlei wortel- en knolgewassen. En natuurlijk ook nog heel veel kolen en hopelijk ook nog wat bonen. Bovendien begonnen we deze week ook aan de tweede helft van de aardappeloogst. Vanaf nu ligt het zwaartepunt van de werkzaamheden dus op het binnenhalen en bewaren van de oogst in plaats van op zaaien, oppotten en planten.

Daarover gesproken: ook in de bloementuin kunnen we naar hartenlust oogsten. Kom gerust een boeketje plukken als je in de buurt bent. Je rekent maar een euro per steel af. En je krijgt korting als je een vaasje gebruikt om te oogsten. Kom maar eens kijken.

--

De leestips

Wat ik mis in deze hele discussie is de negatieve invloed die deze technologie heeft op hele ecosystemen. Het slurpt energie en water. En er zijn veel datacenters voor nodig. Ruimte die we ook zouden kunnen besteden om lokale  ecosystemen te herstellen. Maar daar hoor je niemand over in de techsector. Blind geloof in technologie hebben ze. Daar moeten we mee ophouden en een realistischer kijk op erop ontwikkelen.

Een deel van de oplossing van dit probleem is niet zo moeilijk: vliegen moet veel duurder worden. Een stedentrip naar Barcelona is dan voor grote groepen toeristen dan ineens niet zo aantrekkelijk meer.

Ben ik even blij dat het me gelukt is om te stoppen met koffie. Mijn simpele advies aan de komende generatie is om niet eens te beginnen met koffie drinken. Je hóeft het niet te leren drinken.

Helder betoog. Ik ben trouwens sinds kort ook lid van het CSA-netwerk.

--

De kijktip

Ik heb absoluut geen stress van al het werk in de tuin. Ik zie mezelf dan ook niet snel in een burn-out vallen. Maar wat ik wel heel erg herken in de zaken die de verschillende 'market gardeners' hier aangeven, is dat het heel erg helpt om gestructureerd te werk te gaan. Als je goed bent in timemanagement, dan helpt dat enorm om een helderheid van geest te behouden. Je moet focus houden en bijzaken van hoofdzaken kunnen scheiden. Er komt tijdens een seizoen namelijk ongekend veel werk op je af. En dat moet op gezette tijden ook wel gewoon gedaan zijn. Dat is echt heel anders dan de kantoorbaan waar ik uit kom. Als we daar deadlines niet (helemaal) haalden, werd er gewoon in de tijd geschoven. In je teeltseizoen kan dat niet. De natuur gaat gewoon door met alle cycli. En je loopt mee, of je mist de boot. En ik kan me voorstellen dat dat bij sommige market gardeners stress veroorzaakt. En daarom is het goed dat hier tips over gedeeld worden.

zondag 11 augustus 2024

Over vakantie, moestuin, voeding, datacenters, ijstijd en klimaatactie

Dat was ook lekker. We zijn er met het gezin een (mid)weekje tussenuit gegaan. 

We boekten een mooi appartementje in Kasteel Doorwerth. En van maandag tot en met vrijdag heb ik geprobeerd zo veel mogelijk afstand te nemen van de zelfoogsttuin. 
Maarja, ze hadden daar ook een kasteeltuin. Daar moest ik natuurlijk wel even een kijkje nemen. Het was zo'n moestuin die in vroeger tijden moest zorgen voor een deel van het voedsel voor de kasteelbewoners. Leuk om te zien, hoor. Maar ik ben toch ook wel heel blij met onze eigen tuinderij. 

De zelfoogsttuin was deze week tijdens de oogsttijden op woensdag en vrijdag trouwens gewoon open. Dat was mogelijk omdat een aantal trouwe vrijwilligers bereid was om als gastheer of gastvrouw op te treden. Heel fijn om mensen om je heen te hebben die een extra handje willen uitsteken.

En nu zijn we alweer begonnen aan het tweede deel van het seizoen. Over een paar dagen is het laatste mogelijke zaaimoment voor de meeste gewassen. En dan gaan we gek genoeg al weer richting de winter. Het licht loopt dagelijks terug. En je ziet dat ook aan de ontwikkeling van de gewassen in deze periode van het jaar. Mooi om zo met de seizoenen mee te leven.

Het is overigens nog mogelijk om een graantje mee te pikken van de overvloed aan oogst. Er zijn nog 2 of 3 plekjes vrij voor zomer-oogstgenoten. Dat betekent dat je 6x mee kan oogsten in de periode tot en met 28 september. En het mooie is: op 28 september houden we ons oogstfeest. En daar ben je dan ook van harte welkom. Een zomer-oogstaandeel kost 120 euro. Doe je mee?

--

De leestips

Je voedsel zonder verpakkingen kun je ook verkrijgen door lid te worden van een zelfoogsttuin.

Ongelooflijk dit.

Openbaar vervoer zou geen bedrijf moeten zijn waarbij het er toe doet of het winst of verlies maakt. Openbaar vervoer moet beoordeeld worden op het feit of de verbindingen van deur tot deur makkelijk genoeg zijn. Als ze meer reizigers willen hebben, dan zou het helpen om het goedkoper te maken. Niet duurder.

Goed zo. Dat zouden ze op veel meer plaatsen moeten doen.

Als we weten dat oneindige groei niet houdbaar is, en we op zoek moeten naar een andere manier van vooruitgang meten, waarom wordt deze berichtgeving dan gebracht alsof het een slechte ontwikkeling is? De genoemde bedrijven zijn niet per se voorbeelden van investeringen in een betere toekomst. Tech en olie brengen een hoop vervuiling, uitbuiting en onrechtvaardigheid met zich mee.

Is dit slecht nieuws voor wie teelt op substraat? Lijkt me wel.
Gezonde bodem, gezonde planten, gezonde mensen. In die volgorde.

Triest. Deze inwoners worden blij gemaakt met een dooie mus. Maar op het moment dat ze daar achter komen, is het te laat voor ze.
AI lijkt een goede ontwikkeling, maar de keerzijdes ervan zijn ook groot. Het trieste is dat er geen principiële keuzes gemaakt worden. We laten het gewoon gebeuren.

Goede heldere uitleg. Niet iets om vrolijk van te worden.

Mooie reflectie. Hoe zit dat bij jou?

--

De kijktip


zondag 14 mei 2023

Over zelfoogst, drukte, nieuwsbrief en de opening van Weij

En toen was daar de eerste oogst! Vorige week dacht ik nog dat de eerste echte oogst nog even op zich zou laten wachten. Maar die inschatting bleek niet helemaal juist.

We zijn dus begonnen met oogsten uit de zelfoogsttuin. Deze week stonden rucola, raapstelen, radijs en spinazie op de oogstlijst. Veel oogstgenoten zijn de afgelopen twee dagen al komen oogsten. En morgen is de laatste oogstdag van deze week alweer. En dan gaan we op naar de volgende oogst. 

Het is momenteel een erg drukke tijd. Zo rond half mei kunnen ook de laatste gewassen (die wat meer warmte nodig hebben) in de tuin geplant worden. Dus we zijn nu aan de slag om de bedden voor de courgettes, pompoenen en komkommers klaar te maken. En ook de stokbonen kunnen gezaaid worden. Bovendien begint nu ook overal het onkruid goed te groeien. Dus dat moet gewied worden. En omdat er best al veel in de tuin staat, moet dat op veel plaatsen. Daarnaast groeit het gras ook maar door, en dat moet gemaaid blijven worden. En met de onvoorspelbare regen gaat er ook continue aandacht naar het wel of niet beregenen van de jonge plantjes. Druk, druk, druk, dus.

Mij hoor je overigens niet klagen. Ik vind het werk fantastisch om te doen. En de mensen die we bij Weij om ons heen verzameld hebben, zijn stuk voor stuk mooie mensen. We krijgen zoveel hulp en gezelligheid... Dankbaarheid is het enige dat past.

Maar deze drukte leidt er wel toe dat ik keuzes moet maken. Dat betekent dat dit voorlopig weer het laatste blogbericht geweest is. Als je op de hoogte wil blijven van het wel en wee van zelfoogsttuin De Groentemeester dan kun je je abonneren op de nieuwsbrief die ik vanaf nu wekelijks ga versturen. Daarin staat in ieder geval de oogst van iedere week. Dat is vooral belangrijk voor de oogstgenoten, maar je blijft ook op de hoogte van allerlei ander nieuws rondom de tuin. Voor wie dat leuk vindt, uiteraard.

Abonneren op de nieuwsbrief kan via www.degroentemeester.nl

O, en wat ik nog bijna vergeet: op zaterdag 20 mei opent de Weij Bar officieel. Je bent tussen 12.00 en 16.00 uur van harte welkom! Er is koffie of thee met huisgemaakt lekkers en je kunt Weij en de verdere plannen daarvoor komen bekijken.

Tot ziens!

--

De leestips

Heeft de Aarde misschien toch een zelfreinigend vermogen en is dit de manier waarop de mensheid in aantallen gaat afnemen? Door hitte en verspreiding van ziekten via voedsel en water die gedijen in warme en vochtige omstandigheden. Griezelig toekomstbeeld.

En wanneer ging deze ‘sport’ ook alweer elektrisch worden? De laatste keer dat ik checkte was het nog steeds een fossiele race. En dat kan geen toekomst hebben. Ook niet in Amerika.

Heldere uitleg. Als ik op de snelweg om me heen kijk, zie ik vooral veel grote auto’s. Wij hebben bewust een klein autootje. En vanaf begin juni ga ik daar ook nog eens veel minder in rijden. Want ik gebruik hem nu vrijwel alleen nog maar om naar school en naar mijn stage te reizen. En daar ben ik na eind mei klaar mee!

Zou zoiets ook kunnen in Maassluis?

--

Geen kijktip deze keer. Sorry.

maandag 17 oktober 2022

Over bos, paddenstoelen, biodiversiteit, landbouw en filantropie

Gisteren was ik met mijn broer in het bos. In ons bos welteverstaan. Eind 2020 hebben we een stuk bos op de Veluwe gekocht, bij Oldebroek in de buurt. En sindsdien gaan we er ieder jaargetijde even een kijkje nemen. Deze keer was het herfstbezoekje. En dat was in het bos goed te merken, want de paddenstoelen stonden overal.

Het bos is er niet slecht aan toe, maar er is wel ruimte voor verbetering, denk ik. Er zitten wat kale plekken in het bos en de onderbegroeiing bestaat voor een groot deel uit amerikaanse vogelkers. Die wordt beschouwd als invasieve exoot en echte bosbeheerders zijn er druk mee om die soort uit de Nederlandse bossen te krijgen. Ik las ergens dat deze boomsoort er dan wel weer voor zorgt dat de strooisellaag in je bos verbetert. Dus wij hebben besloten om hem hier en daar gewoon toe te staan. Zolang hij inheemse soorten als lijsterbes en hulst maar niet verdringt. Uiteindelijk wil ik proberen het bos steeds biodiverser te maken. We hebben daarom onder andere een takkenrilletje aangelegd en we laten dood hout zoveel mogelijk in ons bos.

Tijdens het bezoekje gisteren hebben we daarom ook nog wat nieuwe aanplant gedaan. Ik wilde graag wat meer tamme kastanjes in het bos hebben. Bij de La Place die in de buurt van het bos is, staat op de hoek van de parkeerplaats een aantal tamme kastanjes. Het geluk wilde dat die net overvloedig hun kastanjes hadden laten vallen. Daar hebben we er dus een heel aantal van geraapt om in ons bos te zaaien. En we hebben van onder die bomen ook twee kleine zaailingen meegenomen. Ik hoop dat de groenbeheerder van de La Place dat niet erg vindt. Die staan nu op een leuk plekje in ons bos.

Kortom, we hebben ons wel vermaakt gisteren.

--

De leestips

Zo kan het ook.

Vanuit natuurbeschermingsperspectief gaat dit de goede kant op. In Nederland is de wolf weer terug. Maar wat doen we als onverhoopt een mens aangevallen wordt door de wolf? Is dat uit te sluiten? Of moeten we daar ook mee leren leven op den duur? Heeft iemand een antwoord op die vraag?

Vraag: welke vrijheid zou jij wel willen opgeven als je daarmee een groter goed kunt bereiken?

Kleurkeur. Ik weet eigenlijk niet hoe dat bij het maai- en bermbeheer in Maassluis zit. Er zijn wel steeds meer plekken in Maassluis waar ecologisch gewerkt wordt. Maar of kleurkeur daar ook een rol in speelt, weet ik eigenlijk niet.

Betere monitoring kan waarschijnlijk geen kwaad. Maar de wollige formuleringen maken mij wel een beetje sceptisch. Het klinkt allemaal een beetje hoogdravend. Wat gaan ze nou precies meten?

Wereldwijd gaat het verlies aan soorten in een schrikbarend tempo door. We weten dat natuur zich ook goed kan herstellen, maar dan moeten we dat wel mogelijk maken. Hier wordt gezegd dat dat kan door ondermeer op een duurzame manier voedsel te produceren. Goed idee, dat zouden meer mensen moeten doen.

Steeds meer mensen willen in de buurt meedoen met zulke initiatieven. Dat ervaar ik nu zelf ook bij het starten van een zelfoogsttuin. Er is zoveel support. Fijn.

--

De kijktip

Geefcirkels. Interessant idee dat best wel eens zou kunnen werken. Wat mij daarin aanspreekt, is dat het niet alleen een kwestie is van het geven van geld aan een goed doel, maar dat de deelnemers uit de geefcirkel het er eerst over eens moeten worden wat het doel wordt (nadat ze al een bedrag hebben toegezegd). En belangrijker nog: dat ze het doel niet alleen met geld ondersteunen, maar ook door andere hulp en support aan te bieden. 
We zouden iets meer in een geefeconomie terecht moeten komen. Dat heeft te maken met vertrouwen. En het resulteert uiteindelijk in overvloed, vermoed ik.

maandag 29 november 2021

Leestips week 47

Tuinseizoen 2021 komt nu toch echt aan zijn einde. De winterperiode is bij uitstek geschikt om terug te kijken op de successen en leerpunten van afgelopen jaar. En natuurlijk gaan we straks nieuwe plannen maken. 

Via Maatwerk Autisme kreeg ik de zadencatalogus van De Bolster in mijn handen gedrukt, en ook de zadenlijst van de samenaankoop van Velt heb ik inmiddels doorgebladerd. Als je op tijd bestelt, profiteer je van kortingen.

Ook afgelopen week oogstte ik weer allerlei artikeltjes. Een klein overzichtje hieronder.

Veel leesplezier.


--


Inzicht in digitale transformatie
Ja, denken in scenario’s lijkt me in veel meer gevallen een goed idee.


Werk je als boer aan verduurzaming, dan geeft verzekeraar ASR korting op pacht
Klinkt goed. Waarom heb ik dan toch het gevoel dat ik moet zoeken naar de adder?

Natuurorganisaties: zes oplossingen voor het verbeteren van de kwaliteit Nederlandse wateren
Ik dacht dat de waterkwaliteit in Nederland best op orde was. Maar volgens dit artikel lopen we op Europees niveau achter op andere landen. Werk aan de winkel dus.

Winterdekbed voor de egel
Wat je kunt doen voor de egel in je tuin. Ja, vooral zorgen dat ie een beetje rommelig is. Moet lukken.

Just like how humans recognise faces, bees are born with an innate ability to find and remember flowers
Men neme twee groepen bijen. Eén groep is 'flower-naïve' en één groep is 'experienced'. En dan zoek je de verschillen. Leuk onderzoek.

Toekomst van plastic
Afval verminderen is de eerste stap die we allemaal zouden moeten zetten. Ik vind dat nog best lastig.

Waarom ik geen fan ben van gerecycled plastic
Afval verminderen is de beste stap die we allemaal kunnen zetten. En toch vind ik dat gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Verjaag het monster achter het gordijn: Het monopoly van Big Tech
Big Tech bepaalt inderdaad de technologie-agenda. Het pleidooi om dat democratischer te maken, ondersteun ik. Maar hoe dan?

Online cursussen geven natuur- en milieu-educatie een boost
Toch een leuk neveneffect van zo'n mondiale gezondheidscrisis.


En als laatste weer een kijktipje. Deze video heb je misschien al rond zien gaan. Ik ben er rijkelijk laat mee. Maarja, ik zag hem afgelopen week pas voorbij komen. En ik vind het toch leuk om hem te delen. Mooi gemaakt, met een belangrijke boodschap.
"At least we had an asteroid. What's your excuse?" ... Tja...

zondag 31 oktober 2021

Leestips nieuw leven inblazen

In het verleden gaf ik iedere week leestips. Dat ging toen natuurlijk over onderwijs en technologie. Inmiddels is mijn focus verschoven naar interesses rondom duurzaamheid, groen en voedselproductie. De leestips die volgen hebben daar dus ook betrekking op. 

Hoe vaak deze leestips gaan terugkeren moet de praktijk nog uitwijzen. In de winterperiode moet het lukken om dat vrij frequent te doen. Hierbij dus de eerste aflevering uit de hernieuwde rubriek.

Veel leesplezier.

--


A Visual Guide To Peppers
Alles wat je wilde weten over pepers. Over de Scoville scale, gezondheid en tien veel gebruikte pepersoorten.

Opvallend bericht. Wat mij betreft mogen ze dit landelijk invoeren.

Over gedachtenkrachten en persoonlijke verandering.

Over onnodig verlichten van de duisternis. Opvallend detail: meer licht houdt inbrekers niet tegen. Je kunt beter werken met een lichtsensor. Regel dat, zou ik zeggen.

Investeringstip. Wel op eigen risico uiteraard. Ik heb een klein beetje geld dat ik kan missen in dit project gestoken omdat ik hoop dat ze het kunnen waarmaken. 

Fijn dat ze gehoor geven aan de oproep van vele deelnemers.

81 gemeenten deden mee. Den Haag deed het goed. Zou Maassluis ook een keer écht mee willen doen?

Je kunt nog solliciteren tot 3 november!

Die kende ik nog niet. Jij wel?

Alarmbel. Het WNF doet melding van de desastreuze gevolgen van het steeds verder verdwijnen van het amazonewoud.

Het webinar vindt plaats op 4 november tussen 16.00 en 17.00 uur. Aanmelden en info bovenstaande link.

Nieuw ontdekt blog. Zeer interessant (en ook informatiedicht). Deze post gaat over het belang van zaadsoevereiniteit. Belangrijk.

En dan nog een kijktip. Michael Shellenberger vertelt in deze TED-talk waarom hernieuwbare energiebronnen de wereld niet gaan redden. Verhelderend.

maandag 31 mei 2021

Andere opvolger voor Feedburner: Follow.it

En dan gaat het toch weer anders...

In mijn vorige bericht liet ik weten dat ik Feedburner ging vervangen door Mailchimp. Maar na wat tests bleek dat het toch niet helemaal te zijn. Nu heb ik het ingericht met Follow.it. Dat lijkt beter bij de originele functionaliteit van Feedburner aan te sluiten.

Ik heb zojuist al mijn email-abonnees overgezet naar de nieuwe dienst bij Follow.it. Dat schijnt privacy-technisch oké te zijn. Voor jullie zou er dan niets spectaculairs moeten veranderen, maar helemaal zeker weten doe ik dat niet. Daar helpt dit berichtje dan natuurlijk wel weer bij. Want dit is meteen een berichtje om te testen of het werkt zoals verwacht.

Leuk zo'n blog. Houd je toch weer van de straat.

En excuus voor de overlast.

woensdag 5 mei 2021

Feedburner emailservice gaat verdwijnen

Feedburner gaat stoppen met de dienst 'email subscriptions'.

Je kunt dit blog op verschillende manieren volgen. RSS is daar de basis van. Dat is een techniek die ervoor zorgt dat informatie op het internet van de ene digitale plek naar de andere digitale plek kan komen. Ieder blog en veel websites hebben daarvoor een rss-feed. En je kunt je op zo'n feed dan abonneren door een rss-lezer te gebruiken. Denk aan bijvoorbeeld Inoreader

Maar rss heeft ook een beetje het imago van nogal technisch te zijn. Het zijn vooral nerds die daar mee aan de gang gaan. 'Normale' mensen kijken liever naar een facebook-feed, een twitter-feed of een linkedin-feed. Maar het idee is hetzelfde. Ik heb de voorkeur voor rss omdat dat je veel meer mogelijkheden geeft om zelf je informatie-feed samen te stellen. 

Maar goed, ik dwaal af. De rss-feed van mijn blog heb ik omgeleid via Feedburner. Want met Feedburner was het mogelijk om daar wat extra zaken aan toe te voegen. Zo kon ik met Feedburner de rss-feed omzetten naar een mogelijkheid om je via email op mijn blog te laten abonneren. Dan konden degenen die geen rss-reader gebruiken de berichten gewoon in hun mailbox krijgen.

Maar dat gaat dus veranderen. Die dienst van Feedburner wordt binnenkort geschrapt. Daarom ben ik op zoek gegaan naar een alternatief. Dat is voor dit blog (voorlopig) Mailchimp geworden. Ik heb dat vanmiddag opgezet en met dit bericht test ik of het werkt. Als dat allemaal goed gaat, zal ik daarna alle emailadressen van degenen die zich email geabonneerd hebben op dit blog verhuizen naar de nieuwe dienst. Mocht jij nou ook één van die mensen zijn, weet dan dat het uiterlijk van de mailtjes iets gaat veranderen. Die gaan dus lopen via Mailchimp.


zaterdag 2 januari 2021

Heldere uitleg over opdrachten en cijfers in Teams

 

Komende maandag gaat een nieuwe periode les op afstand beginnen. Veel scholen hebben de dagen voor de kerstvakantie gebruikt om afspraken te maken en dingen geregeld te krijgen om deze periode zo succesvol mogelijk te laten zijn. "Leuk is anders", zeggen sommigen. Maar tegelijk geldt ook: "Het wordt zo leuk als dat je het maakt." En er valt best wat van te maken, denk ik.

Bij SCOH maken we gebruik van Teams. Voor alle klassen die hebben aangegeven een Klassenteam te willen gaan gebruiken, hebben we die in Teams aangemaakt. Leerlingen hebben inloggegevens gekregen, en leraren hebben de Teams kunnen inrichten. De realiteit gebiedt te zeggen dat veel leraren (toch weer opnieuw) moeten uitzoeken hoe het in Teams allemaal werkt. Gelukkig is er veel materiaal beschikbaar waarmee je je dat relatief snel eigen kunt maken.

Een voorbeeld daarvan wil ik vandaag noemen: het Youtubekanaal van Kevin Stratvert. Hij is oud-medewerker van Microsoft en is vorig jaar voor zichzelf begonnen. Hij maakt heldere no-nonsense uitlegvideo's over allerlei software. Zo ook over Teams en het educatieve gebruik ervan. Zijn kanaal vind je hier.

Een voorbeeld van zo'n uitleg is die over Assignments & Grades in Teams die je bovenaan deze blogpost vindt. Dat is basis-functionaliteit in Teams die voor klassen zijn aangemaakt. In het Nederlands is dat vertaald als Opdrachten en Cijfers. Die tabbladen vind je dan ook bovenaan in je Team, als het Team is aangemaakt als klassenteam.



In zijn video laat hij ook kort de functionaliteit zien om rubrics te maken. Dat helpt je bij het beoordelen van het ingeleverde werk. Hij loopt daar met wat grote stappen doorheen, wat mij betreft. Maar hij is dan ook vooral een techneut en zijn insteek is wat minder onderwijskundig, denk ik. Als je rubrics goed opzet, helpt het de kwaliteit van het ingeleverde werk te verhogen. En het kan er ook voor zorgen dat je de ontwikkeling van een leerling zichtbaar maakt. Meer informatie over rubrics vind je in deze blogpost die ik in 2013 schreef.

Voor komende maandag wens ik iedereen veel succes met de mogelijkheden die technologie ons biedt. Het is echt de moeite waard om je daar een beetje in te verdiepen.





zondag 1 maart 2020

Wat geef je kinderen?

Als je terugdenkt aan je eigen jeugd. En de dingen die je kreeg. Dan zou het zomaar kunnen dat de belangrijkste dingen helemaal geen 'dingen' waren.
Joshua Becker beschrijft dit in een post die al zo'n tien jaar oud is: '35 gifts your children will never forget'. Als je kinderen hebt op te voeden, zeer de moeite waard om te lezen.
Ik denk dat wij - zonder dat ik nou per se wil opscheppen - thuis met onze kinderen een heel eind komen.

Om een paar voorbeelden te noemen:

  • Bevestiging
  • Hoop
  • Optimisme
  • Liefde
  • Uitdaging
  • Discipline
  • Tijd
  • Trouw
  • Eerlijkheid
  • Integriteit
  • Verbeelding
  • Humor
  • Zelfvertrouwen
  • Vastberadenheid
  • Nieuwsgierigheid


Je kunt het allemaal niet kopen. Maar wel geven. Of helpen ontwikkelen.

Ik heb twee kinderen. Ze doen het op school goed. Ze zijn kritisch, bevlogen en eerlijk. Door andere kinderen en meesters en juffen worden ze gezien als fijne mensen om mee samen te werken. Ze hebben ook nog veel te leren. Maar dat doen ze dan ook. Volop.

In een eerdere post vertelde ik al over mijn dochter die op circusles zit en trucjes doet op een eenwieler en als acrobaat. Zij houdt van sporten en bewegen. En van tekenen en knutselen.

Maar ik heb ook een zoon. Hij heeft een grote interesse in computers. (Van wie zou hij dat nou hebben, vraag ik me wel eens af..) In groep 7 kwam hij in aanraking met het boek 'Coderdojo nano - bouw je eigen website. Aanrader! Vanaf dat moment heeft hij zich voorgenomen om programmeur te worden. Ik heb geprobeerd hem zo veel mogelijk uitdaging te geven. En aanmoediging. En verantwoordelijkheid. En realisme.
Hij zit inmiddels in de brugklas en kent html/css en javascript. Hij is bezig met websiteprojecten en bouwt eenvoudige inlogsystemen en webapps. Hij maakt gebruik van -in mijn ogen- professionele tools zoals brackets, github en youtube. Hij financiert zijn hobby zelf. Toen er een laptop moest komen, heeft hij zelf gespaard. En toen hij een domeinnaam wilde hebben, hebben we gekeken hoe hij dat kon gaan betalen.
Hij liet zijn windowslaptop eruit zien als een macbook. En hij bouwde van een oude laptop waar Windows7 nog net op wilde draaien een retro-spelcomputer.
De gedrevenheid waarmee hij aan het werk gaat is wonderbaarlijk. Maar ik ben dan ook niet helemaal onbevooroordeeld natuurlijk.

Hij heeft een website gemaakt (www.geheimesite.nl) waar hij zijn projecten een plekje geeft. Sinds kort heeft hij ook een blog over webdevelopment. Hij kan altijd ideeën en feedback gebruiken. Vandaar dat ik er hier ook melding van maak. Ik heb hem een tijdje vooruit kunnen helpen met de bronnen en ideeën die ik zelf kon aanboren. Maar misschien zijn er in mijn netwerk mensen die hem (nog) verder kunnen helpen. Wie weet. Zoja, laat van je horen.

Laat ik deze blogpost maar besluiten met trots. Want dat is wat ik ben op mijn kinderen. Ze zijn allebei hun unieke ik aan het vormen. En dat doen ze goed.



vrijdag 20 april 2018

DEIMP: Designing and Evaluating Innovative Mobile Pedagogies

Twee scholen vanuit SCOH nemen deel aan een Europees onderzoeksproject met betrekking tot de inzet van mobiele technologie in de klas. Het project heet DEIMP en is de afkorting van Designing and Evaluating Innovative Mobile Pedagogies. Wij zijn er via InHolland bij betrokken geraakt. In april vorig jaar werd ik door Jeroen Bottema van het lectoraat Teaching, Learning and Technology benaderd of SCOH met een paar scholen als werkveldpartner wilde meedoen. Inmiddels is de samenwerking al een tijdje op dreef. Namens onze scholenstichting nemen de Prinses Ireneschool uit de Haagse Schilderswijk en de Waterlelie uit het Wateringseveld deel.

Het onderzoek is er op gericht om er achter te komen wat leraren voor ondersteuning nodig hebben bij de succesvolle inzet van mobiele technologie in het onderwijs. Daartoe is er in het project onder andere een literatuurstudie opgezet. Er zal een professionaliseringstraject opgezet worden met als doel leraren beter te ondersteunen bij het beredeneerd inzetten van mobiele technologie. Bovendien zal er een app worden ontwikkeld die - als alles goed gaat - er uiteindelijk toe leidt dat leraren ook op die manier geholpen kunnen worden.
Gedurende het project worden leraren van de betreffende scholen bevraagd en zij dienen als een soort klankbord. Daarbij zullen er momenten ingebouwd worden waarop de opgedane kennis verspreid wordt. Die momenten zijn nu 'events' genoemd. Hoe die events er precies uit komen te zien, is nog niet helemaal bekend. In ieder geval zullen er vertegenwoordigers van de scholen en het lectoraat bij zijn en waarschijnlijk zoeken we verbinding met de pabo of andere belangstellenden. Als het er toe doet, zal ik dat hier op het blog ook nog wel melden.

Het project is een Europees project. En dat houdt in dat we niet alleen te maken hebben met InHolland. In een aantal andere landen lopen de verschillende onderdelen van het onderzoeksproject via de instellingen voor hoger onderwijs aldaar. Iedere instelling voor hoger onderwijs heeft ook in de andere landen een aantal werkveldpartners (zeg basisscholen) waar zij mee samenwerken. Die verbindingen gaan we tijdens het hele project proberen te benutten. Onze scholen gaan graag bij die andere scholen op bezoek en uiteraard treden we indien gewenst ook op als gastheer. Daartoe hebben onze twee SCOH-scholen ieder een aanvullende subsidie-aanvraag gedaan zodat dat scholenbezoek over een tijdje plaats kan gaan vinden. We zijn nog in afwachting van de toekenning, dus een beetje spannend óf dat onderdeel doorgaat is het nog wel.

In ieder geval zal er genoeg geleerd gaan worden door deelname aan dit project. Al met al een leuk en zinvol project om aan mee te doen dus.
Op het blog van Jeroen vind je meer achtergrond-informatie over het DEIMP-project.

zondag 25 februari 2018

Gamification en drones, een verslag van een mooie sessie

Hoewel het al weer een tijdje geleden is, wil ik hier nog even verslag doen van de laatste bijeenkomst van ons leernetwerk ICT (voorheen ons ambassadeursnetwerk). Die dag vond plaats op donderdag 1 februari. Het middagprogramma bestond uit een inspirerende sessie onder leiding van Sem van Geffen. Hij maakte ons deelgenoot van een wereld die bestaat uit gamification en drones. Zelf noemt hij de sessie: de Drone Cup Special. Voor het Drone-deel had hij Jelmer Poelsma meegenomen. Hij kan zelf beschouwd worden als de Gamification-expert in Nederland.

Gamification
Sem omschrijft gamification als "een didactische tool om leerlingen te motiveren en te laten leren in de klas, waarbij jij als docent aan het stuur staat."
Hij liep met ons een aantal spelconcepten langs, zoals Monopoly, Minecraft en Flipquiz. En daarnaast legde hij een aantal ontwerpprincipes uit. Gelukkig hebben we de presentatie na afloop opgestuurd gekregen, want daarin staan die ontwerpprincipes duidelijk benoemd. Verder verwees hij naar een overzicht op www.missionstart.nl dat een overvloed aan spelelementen en speeltechnieken benoemt die je kunt gebruiken om je lessen te verrijken. Dat overzicht vind je hier. De toelichting daarop vind je hier.

Drones
Na het theoriedeel gingen we in groepjes uit een om de Drone Cup Special te spelen. Het was een circuitwerkvorm waarbij je in groepjes moest samenwerken om opdrachten te voltooien. Ondertussen werden we beloond voor ons harde werken, bleef er druk op de tijd staan die we voor de opdrachten mochten gebruiken en leerden we ons suf rondom gamification. Daarnaast was het ook gewoon leuk om te doen.

De sessie sloot af met een demonstratie van het vliegen met drones. Jelmer toonde zich een zeer goede drone-vlieger. Hij bestuurde een kleine drone met een camera erop gemonteerd. Zelf had hij een VR-bril op zijn hoofd waardoor hij zich ín de drone waande. Enorm leuk om te zien. Zeker omdat we even daarvoor zelf ervaren hadden hoe moeilijk het is om een drone van dat formaat een beetje recht te laten vliegen.

Meer informatie
Als je meer informatie rondom Gamification zoekt, zou ik de publicaties van Sem van Geffen erop naslaan. Hij heeft een Gids voor Gamification uitgebracht en een boek met de titel 'Gamification in de klas'. Beide te verkrijgen via: www.gamificationindeklas.nl/

maandag 10 oktober 2016

Goede voorbeelden van ict in het onderwijs zichtbaar maken


SCOH wil haar scholen ondersteuning gaan bieden op het beter (gaan) gebruiken van technologie in het primaire proces van onderwijs. Over het 'hoe' wordt op het moment nagedacht. In de voorbereidende stukken hebben we nu onder andere opgenomen dat we de goede voorbeelden op de scholen in de stichting zichtbaar willen maken.
We hebben echter (nog) geen concrete uitwerking in welke vorm we dat het beste kunnen doen.

En toen stuitte ik op de uitgave: 'Practitioner's Guide to Technology Pedagogy and Content Knowledge (TPACK), Rich Media Cases of Teacher Knowledge' (pdf). In die uitgave worden voorbeelden van technologiegebruik beschreven.  Achtereenvolgens beschrijven ze van een casus de volgende onderdelen.
  1. Scenario
  2. Maak kennis met de leraar
  3. De activiteit
  4. De technologie
  5. Klas in actie
  6. Leerlingwerk
  7. Reflectie van de leraar
En voor ons is dat format waarin ze iedere casus beschrijven volgens mij best wel bruikbaar. Eens even verder op broeden...



dinsdag 20 september 2016

Studiedag SCOH 2016: ict als middel

Gisteren vond de gezamenlijke SCOH-studiedag plaats. Alle medewerkers van SCOH en SPCP kwamen samen in het World Forum in Den Haag, dat voor de gelegenheid was afgehuurd voor onze studiedag. Het programma van de dag bestond uit een lezing van Steven Pont over het belang van hechting, twee workshoprondes en een afsluiting door Leo Blokhuis. Uiteraard waren er tussendoor de nodig pauzemomenten om elkaar te kunnen ontmoeten.
 
Tijdens deze studiedag was ik deze keer niet alleen deelnemer, maar ook workshopleider. Samen met mijn collega en vriend Ronald Akkerboom heb ik twee keer de workshop 'ict als middel' verzorgd. In onze workshop ging het ons erom om bij de deelnemers 'het knopje aan te zetten' waardoor ze gingen nadenken over het ict-gebruik in hun les(sen).
Met de boeken 'Expliciete Directe Instructie', 'Kleppen Dicht!' en onderzoek van Marzano in de hand hadden we deze workshop voorbereid. Wat we grofweg gedaan hebben, is een les geven aan de hand van het directe instructiemodel. En bij iedere fase gaven we voorbeelden aan van ict-tools of -middelen die wat ons betreft pasten bij de betreffende fase van de les.
 
Hoe zag dat er uit? In schema:
1. Terugblik - Plickers
2. Orientatie - Answergarden
3. Instructie - PowerPoint, Leraar24, Youtube
4. Begeleide inoefening - Cram, Padlet
5. Zelfstandige verwerking - Padlet
6. Evaluatie - Quickkey
7. Vooruitblik - TPACK-oefening
 
Tijdens de eerste twee fases van de les hebben we Plickers en Answergarden gebruikt. Plickers is een stemtool. Je stelt een meerkeuzevraag en de deelnemers antwoorden door een kaart met een QR-code in de lucht te steken. Je kunt de antwoorden dan scannen met de app 'Plickers' op je iPad of telefoon. Vervolgens kun je de resultaten daarvan op het scherm, dat voorin de klas hangt, tonen. Wij hebben ervoor gekozen om hiermee even 'in te tunen' op de groep. Vragen die we stelden waren bijvoorbeeld:
  • Ken je het directe instructiemodel?
  • Weet je wat TPACK is?
  • Hoeveel apparaten heb je in je klas maximaal tot je beschikking?
Vervolgens hebben we Answergarden ingezet om te inventariseren welke tools en middelen de aanwezigen kenden en gebruikten in hun lessen. Op de inventarisatie zouden we later terugkomen, in de fase van de zelfstandige verwerking. Het mooie van Answergarden is dat het heel snel duidelijk wordt als een antwoord vaker gegeven wordt, omdat dat antwoord dan groter in beeld komt te staan.
 
In fase 3 deed Ronald een instructie waarvoor hij een PowerPoint-presentatie had voorbereid. Hij liep het directe instructiemodel nog eens door en vertelde vervolgens het één en ander over het (ontstaan van het) TPACK-model. De stelling die we daarbij hebben aangehouden is dat je eerst moet zorgen voor een goede les in de zin van het koppelen van de juiste pedagogisch-didactische werkvorm en de vakinhoud. En pas daarna een technologisch component toevoegt. Onder het motto: ict maakt een goede les sterker, maar een slechte les zwakker.
 
Voor de begeleide inoefening (fase 4) hebben we ervoor gekozen om gewoon eens samen met de groep twee tools van dichterbij te bekijken. Ik had daarvoor als eerste de tool 'Cram' gekozen. Dat is een (willekeurige) tool waarmee je sets van flitskaarten kunt maken en (laten) oefenen. En als tweede tool heb ik Padlet besproken. Die twee tools heb ik gekozen omdat je van deze twee tools heel goed het versterkende effect kunt beargumenteren.
Flitskaarten kun je ook op papier maken. En dan zijn ze (denk ik) net zo effectief als digitale kaartjes. Maar het versterkende effect van digitale flitskaarten zit hem in het feit dat je meer kinderen tegelijkertijd kunt bedienen met dezelfde set die je gemaakt hebt, en dat je er eventueel oefenmomenten mee kunt 'programmeren' die optimaal inspelen op kennis over de vergeetcurve.
 
De manier waarop wij Padlet gingen inzetten, had ook op papier gekund. De opdracht (bij de fase van de zelfstandige verwerking) was dat ze de tools die ze genoemd hadden op de pagina van Answergarden moesten gaan indelen bij de fases uit het directe instructiemodel. Ik had een Padlet klaargezet waarop 7 kolommen gemaakt waren, met boven iedere kolom de titel van een fase. De deelnemers moesten in groepjes van vier steeds een tool uit de Answergarden bespreken. En als ze consensus hadden over in welke fase van het directe instructiemodel de tool paste, dan mochten ze hem op de Padlet neerzetten.
Zoals gezegd: met een flapover en stickynotes had dit ook gekund. Waarom dan op deze manier met ict? De meerwaarde tijdens de les zit hem in het voorkomen van het lopen in het lokaal waardoor het een veel rustiger pedagogisch klimaat schept om overleg mogelijk te maken. Daarnaast kun je de Padlet eenvoudiger achteraf delen. Dat was nu voor ons niet zo zinvol, maar er kunnen situaties zijn waarbij je dat wel zou willen.
 
Bij de fase van de evaluatie gebruikten we Quickkey. We hadden een toetsje voorbereid met hier en daar wat 'flauwe' meerkeuzevragen waarvan er steeds één antwoord goed was. Van te voren hadden we antwoordformulieren op naam uitgedeeld waarop de deelnemers hun antwoorden konden invullen. Met de app Quickkey op mijn iPad ging ik vervolgens bij de deelnemers langs om het formulier na te kijken. De app scant de antwoorden en geeft de uitslag direct op het scherm. Een overzicht kun je nadien weer tonen op het scherm voorin de klas.
 
In de eerste workshopronde was de tijd daarna helaas op omdat de opening van de dag was uitgelopen. Dus toen hebben we onze workshop afgerond na de zesde fase. In de tweede workshop konden we ons originele plan afmaken en ook de laatste fase van het DIM-model doen: de vooruitblik. Van tpack.nl hadden we kaartjes gehaald met werkvormen, vakken en tools. De deelnemers gingen met die kaartjes aan de slag om alvast een beetje vooruit te kijken op een les die ze konden gaan geven.
 
Tijdens iedere fase hebben we gepoogd de deelnemers te laten nadenken over het waarom van de inzet van een bepaald ict-middel. De reacties die we achteraf via collega's van sommige deelnemers hoorden, doet ons vermoeden dat we aardig in onze opzet zijn geslaagd.
Het was zeker leuk om te doen. Wie weet voor herhaling vatbaar.

 
 

maandag 23 mei 2016

Ict en educatie in onze organisatie

Als je aan de slag gaat met ict in het onderwijs kom je erachter dat het een onderwerp is met heel veel facetten. Om het handen en voeten te geven, hebben we er bij SCOH voor gekozen om structuur in onze aanpak aan te brengen. Ons ICT programmamanagement heeft drie beleidsterreinen geformuleerd waarop we met ict aan de slag gaan. We noemen dit de pijlers waar onze aanpak op rust.
Die pijlers zijn:
1. Ict en informatiebeveiliging
2. Ict en communicatie
3. Ict en educatie

We zijn ook in deze volgorde aan de slag gegaan om procedures te ontwikkelen en duidelijkheid te verschaffen naar onze scholen toe over wat er wel en niet gedaan gaat worden met ict binnen onze organisatie. Ik wil straks vooral even ingaan op de derde pijler: ict en educatie. Maar eerst is het misschien aardig om even kort te benoemen wat die andere twee pijlers inhouden.

Pijler 1: Ict en informatiebeveiliging
Ict en informatiebeveiliging gaat over de manier waarop wij er voor zorgen dat onze gegevens beschermd zijn. We hebben ons te houden aan de Wet bescherming Persoonsgegevens. En deze pijler beschrijft hoe wij dat zo goed mogelijk doen. Wij waren één van de eerste schoolbesturen in Nederland die hiermee gestructureerd aan de slag zijn gegaan.

Pijler 2: Ict en communicatie
Ict en communicatie gaat over de manier waarop we onze interne en externe communicatie faciliteren met ict. Dat heeft er bijvoorbeeld in geresulteerd dat we stichtingsbreed met Office365 zijn gaan werken en dat we nu bezig zijn met een traject om de websites te updaten en de nieuwsbrief van de stichting verder vorm te geven.

Pijler 3: Ict en educatie
Maar zoals gezegd gaat het in deze blogpost vooral om de derde pijler. Ict en educatie. Ongeveer een jaar geleden zijn we gestart om dit onderwerp daadwerkelijk 'beet te pakken'. Er werd een werkgroep geformeerd die zich ging buigen over ict-gebruik dat plaatsvindt in het primaire proces in de klas.
Al snel kwamen we erachter dat we een benadering zochten die de verschillende facetten van ict-gebruik beter in kaart bracht. De werkgroep werd onderverdeeld in vijf verschillende subgroepen die zich ieder zouden gaan buigen over een specifiek deel. Die vijf subgroepen gingen aan de slag met de volgende onderwerpen:

1. Ict en infrastructuur.
Wat is er in de voorwaardelijke sfeer nodig? Hoe zorgen we ervoor dat leerkrachten niet of zo min mogelijk tegen technische belemmeringen aanlopen? Kortom het moet gewoon werken. Deze subwerkgroep ging aan de slag met zaken als connectiviteit, wifi, netwerkbeheer.

2. Ict en leerkrachtvaardigheden.
Wat mogen we verwachten van leerkrachtvaardigheden op het gebied van ict? Welke zaken moeten alle leerkrachten binnen onze organisatie kennen en kunnen om optimaal te kunnen functioneren? En hoe verhoudt zich dat tot ons personeelsbeleid? Dat is waar deze subwerkgroep mee aan de slag ging.

3. Ict als leermiddel.
We willen dat leraren technologie inzetten in het onderwijsleerproces. De manier waarop ze dat doen, doet er toe. Het gaat er bij deze subwerkgroep om dat ict gebruikt wordt om leerdoelen te behalen op andere vakgebieden: rekenen, taal, woordenschat, topografie e.d. Leraren moeten dan in staat zijn om te beoordelen wanneer je ict wel en wanneer je ict niet gebruikt. En hoe je dat in de praktijk doet. Je krijgt dan te maken met zaken als learning analytics, aansluiten bij leertheorieën en het hanteren van effectieve werkvormen. Zowel digitaal als analoog. Waarom kies je voor het één, of waarom kies je voor het ander?

4. Ict als doel.
We willen ook dat leerlingen technologie leren hanteren. Zij moeten ict-vaardig(er) gemaakt worden. Het gaat er bij deze subwerkgroep om dat we aanbod in onze scholen hebben dat ervoor zorgt dat leerlingen leerdoelen behalen op het gebied van beheersing van technologie. Onderwerpen die op de agenda van deze subwerkgroep staan, zijn mediawijsheid, programmeerlessen en maakonderwijs. In onze optiek kunnen deze onderwerpen niet aangeboden worden zonder basis ict-vaardigheden. Dus ook daarin zou iedere school dan een aanbod moeten (gaan) formuleren.

5. Ict voor het jonge kind.
Behalve kinderen van de basisschoolleeftijd, bedienen we vanuit onze organisatie ook kinderen op peuterspeelzalen. Deze doelgroep (met hun ouders) verdienen wat ons betreft aparte aandacht. Deze subwerkgroep ging aan de slag met adviezen over technologiegebruik bij zeer jonge kinderen. Waar doe je verstandig aan zowel qua inhoud, als qua tijdsduur? En hoe ondersteun je ouders in deze keuzes? Dat is waar deze subwerkgroep zich over boog.

Belangrijk feit over de bovengenoemde subgroepen is dat we vanuit onze bovenschoolse organisatie met betrekking tot de eerste twee onderwerpen uitdrukkelijk de ambitie uitspreken om bepalend te zijn naar onze scholen toe. Dat betekent dat er een verplichtend karakter in de uitwerking en opvolging van de onderwerpen van die subgroepen is. Daarmee hopen we in de voorwaardelijke sfeer een soort minimumniveau van faciliteiten en vaardigheden te garanderen.
De andere drie subgroepen zijn veel meer bedoeld als ondersteunend. De school (of peuterspeelzaal) moet wat ons betreft zelf nadenken over hun beoogd ict-gebruik. De school ontwikkelt zelf een visie en vanuit die visie kan er een beroep gedaan worden op ondersteuning vanuit de bovenschoolse organisatie. Het zou dus ook zomaar kunnen zijn dat een school er (beredeneerd) voor kiest om minimaal ict te gebruiken in de lessen. Het beleid is er niet op gericht om onze scholen zo ver mogelijk te digitaliseren. Het gaat om visievorming en beredeneerde inzet van ict.

De derde pijler die ik hier beschreven heb, is volop in ontwikkeling. Binnenkort komen de subwerkgroepen weer bij elkaar om alle bevindingen bij elkaar te vegen. Daaruit moet uiteindelijk een plan voortkomen waarmee we de komende jaren aan de slag gaan. Wordt ongetwijfeld vervolgd...


maandag 16 mei 2016

7 technologische ontwikkelingen die het onderwijs (gaan) beïnvloeden




Stephen Downes reflecteerde op een publicatie van het Ontario's Distance Education and Training Network en geeft daarbij zijn eigen commentaar. De publicatie vind je hier (pdf). Het commentaar van Stephen Downes hier.
 


Het gaat om 7 technologische ontwikkelingen die worden beschreven. En die ontwikkelingen gaan hoe dan ook impact hebben op het onderwijs, is de stelling.

 
Op zichzelf vind ik de zeven genoemde ontwikkelingen interessant om in de gaten te houden. Of je daar in het onderwijs nu gebruik van wil (gaan) maken of niet. Stephen Downes heeft hier en daar zo zijn bedenkingen.

 
Mijn poging tot vertalen van die zeven punten zien er zo uit:

  1. Machinelearning en kunstmatige intelligentie zullen in toenemende mate gebruikt gaan worden om adaptief leren mogelijk te maken.
  2. Mobiele apparaten zullen zich blijven ontwikkelen en de standaard gereedschappen worden voor leren, communiceren en samenwerken met peers.
  3. Predictive analytics zullen toenemen in betekenis in termen van het vasthouden van studenten en hulp voor lerenden.
  4. Onderlinge connectiviteit tussen apparaten en systemen worden een betekenisvolle functionaliteit van het 'Internet of Things' en activiteiten.
  5. Gamification en virtual reality zullen betekenisvolle verbetering mogelijk maken voor het onderwijzen van bepaalde vakinhouden.
  6. Vertaalmachines zullen continu verbeteren en ingebed worden in een groot aantal applicaties.
  7. Technologieën die samenwerken en kennisdelen makkelijker maken zullen zich ontwikkelen als relevante beïnvloeders van alle vormen van leren.
Als je de ontwikkelingen interessant vindt, zou ik ook zeker het rapport en de commentaren even lezen.

zaterdag 16 april 2016

Tastbare interfaces

Tangible interfaces. Dat is de Engelse term die ik voor het gemak maar even vertaald heb in 'tastbare interfaces'.
We zijn gewend met computers of apparaten te interacteren via knopjes (toetsenbord, muis, afstandsbediening) of via virtuele knopjes op een scherm zoals bij een touchscherm. Ik denk dat dat de komende tien jaar gaat veranderen. Signalen daarvan kun je zien als je oplet. Ook in educatieve materialen die worden ontwikkeld.

In deze blogpost wil ik wat voorbeelden noemen van producten die gebruik maken van een tastbare interface. Dat deed ik vorig jaar ook. En inmiddels zijn er weer nieuwe voorbeelden bijgekomen.

1. Osmo
Osmo is eigenlijk een toevoeging aan de iPad. Je zet de iPad in een speciale standaard en over de camera van de iPad schuif je een spiegeltje zodat het apparaat het vlak (de tafel) voor de iPad 'ziet'. In dat vlak leg je dan bepaald kaartjes of blokjes neer. Of je trekt een lijn met een vilstift op een leeg blad. De iPad 'ziet' dat dan en daarop reageren de apps die speciaal voor de Osmo gemaakt zijn. De toevoeging die Osmo hier doet, is dat het ervoor zorgt dat je niet meer (per se) in het platte vlak bezig bent, maar daadwerkelijke materialen kan manipuleren. Dat zorgt voor een andersoortige dynamiek als je samen wilt werken aan een bepaalde taak, bijvoorbeeld.


2. Goed Wijzer
Goed Wijzer biedt materialen voor een klokkijkles voor leerlingen uit groep 4 en 5. Het bestaat uit een app (op een iPad) die bestuurd wordt door een fysieke houten klok en de daarbij behorende hulpstukken. De leerling werkt gewoon met een houten oefenklok. Maar de app geeft feedback op wat de leerling doet. Ook hier haal je het manipuleren van de klok uit het platte virtuele vlak en kan de leerling fysieke objecten vasthouden en manipuleren.


3. Cubetto van Primo
Dit materiaal is bedoeld om jonge kinderen in aanraking te brengen met programmeren. Het bestaat uit een soort rijdend doosje dat je een route kunt laten rijden door op een houten bord blokjes te plaatsen.
Ook hier gaat het weer om tastbare blokjes die je in een bepaald volgorde legt om daarna elektronica aan te sturen. Je verbindt de tastbare wereld met de wat meer abstractere wereld van code en programmeren.


4. Bloxels
Wie mijn blog volgt, heeft ooit een keer het bericht voorbij zien komen van Pixel Press Floors. Dat was een app waarmee je een platform game kon maken door het gewoon op ruitjes papier te tekenen en dan in te scannen. De makers daarvan zijn met dat idee verder gegaan, en hebben het idee omgezet in een tastbare interface waarmee je de game met gekleurde blokjes in een soort raster 'bouwt'. Daarna kun je hem inscannen en als game spelen op je tablet. Daarmee krijg je een soort lego idee voor het bouwen van platformgames. Je kunt zelfs het poppetje waar je mee speelt op deze manier 'ministecken'.


5. Makerbloks
Behalve fysieke plastic of houten blokjes, kun je ook wat intelligentere stenen met elektronica koppelen aan apps op je tablet. Dat hebben de ontwikkelaars van Makerbloks gedaan. Zij hebben stenen ontworpen die mij een beetje doen denken aan Little Bits. Een soort elektronische schakelstenen die je aan elkaar kunt koppelen. Maar zij koppelen die stenen niet alleen aan elkaar maar ook aan een tablet (iPad in dit geval). Dat maakt dat er een nieuwe laag kan ontstaan waardoor de iPad feedback kan geven op wat je aan het bouwen bent. En dat je binnen de app ook opdrachten kunt gaan formuleren die spelers kunnen uitvoeren.


6. Bimii
De Bimii-book is een soort houten laptop waar geen toetsenbord bij hoort, maar een soort scanner (zoals bij de kassa van de supermarkt) die op bepaalde stenen reageert. De bimii-book is ontwikkeld in samenwerking met een school voor speciaal onderwijs. Ook hier geldt weer dat de interface van toetsenbord (letterlijk) vervangen is door een tastbare interface.


Met deze 6 voorbeelden van tastbare interfaces wil ik laten zien dat er duidelijk een ontwikkeling zichtbaar is naar een ander gebruik van interfaces van apparaten. Ik denk dat we niet alleen moeten denken aan 'knopjes en schermen' als we nadenken over 'intelligent' educatief materiaal. De tastbare interfaces zullen alleen maar in aantal en kwaliteit toenemen. En de ideeën waarvoor dat gebruikt gaat worden, zullen ook steeds beter worden.

Waarom maakt een tastbare interface eigenlijk verschil?
De leerontwikkeling van mensen doorloopt in een natuurlijk proces een aantal fases. Aan het begin heeft een kind vooral behoefte aan voelen, manipuleren van fysieke objecten om de wereld te leren kennen. Daarna is een kind langzamerhand steeds beter in staat om mentale representaties van die wereld te maken. Als ik aan jou vraag of je je kunt voorstellen hoe het kaakje aanvoelt dat op een ijsje zit, weet je dat alleen maar omdat je dat ooit gevoeld hebt. Je weet waarschijnlijk ook hoe dat kaakje aanvoelt als je hem eerst nat maakt voordat je hem in je mond stopt. Het feit dat jij dit in gedachten kunt ervaren heeft zijn grondslag in het feit dat je die ervaring een keer hebt opgedaan. Een kind dat die ervaring nog niet heeft opgedaan, weet niet waar we het over hebben. Totdat hij het zelf geproefd of geprobeerd heeft.
Zo vinden veel leerprocessen plaats. Veel van wat wij weten, vindt zijn grond in bepaalde fysieke en motorische ervaringen.
Als we het natuurlijk leerproces van kinderen willen ondersteunen, moeten we ervoor zorgen dat we niet te snel naar het virtuele en abstracte gaan. Een goed begrip van de wereld wordt opgebouwd als er voldoende fysieke en motorische ervaringen zijn om dat begrip op te baseren. Daarmee creëren we een grond waarop de rest van de ervaringen gebouwd kunnen worden. Daarom denk ik dat tastbare interfaces een goed 'ding' zijn. En als onderwijs doen we er verstandig aan om de mogelijkheden daarvan te overwegen en te onderzoeken.

maandag 11 april 2016

Scherm óf schrift?

Veel van wat ik lees en schrijf doe ik digitaal. Ik heb een tijdje bewust geprobeerd zoveel mogelijk digitaal te doen. Dat doe ik inmiddels niet meer. Ik kies nu wat het best bij de taak past.

In een artikel van september 2015 in HP/De Tijd wordt wetenschappelijk onderzoek rondom het gebruik van scherm en schrift op een rij gezet. Zij stellen de vraag: hoe belangrijk is het om toch te blijven schrijven met pen en papier?

Om die vraag te beantwoorden gaan ze in op allerlei onderzoek waarbij lezen en schrijven als trefwoord worden genoemd. (Denk ik.) Dat onderzoek hebben ze in dat artikel bij elkaar geveegd.
Zo komt er een onderzoek voorbij dat vertelt dat het helpt om letters te schrijven als je ze wilt leren lezen, bijvoorbeeld. Of een onderzoeker die zegt dat blijven schrijven helpt om de fijne motoriek te trainen en te onderhouden. En er wordt een onderzoek aangehaald dat zegt dat het geheugen gebaat is bij woordjes overschrijven in plaats van typen. Je onthoudt ze dan makkelijker.
Uiteraard wordt ook het onderzoek genoemd over het verschil van aantekeningen maken met pen en papier tegenover het aantekeningen maken met een toetsenbord. Daaruit blijkt dat je beter aantekeningen kan maken met pen en papier omdat je dat minder gedachteloos kunt doen. En dan blijft het beter hangen. (Toch maak ik notulen het liefst met een toetsenbord...)
En in de laatste alinea wordt er ook nog melding gemaakt van de term 'embodied cognition', dat zegt dat leren beter gaat als er bewegingservaringen aan gekoppeld zijn. 

Al met al laat het artikel een gevoel achter dat je beter maar niet met een scherm kan leren. En beter ouderwets met pen en papier aan de slag moet gaan.

Ik vind dat een eenzijdig en een bangerig beeld. De wetenschap hobbelt noodzakelijkerwijs altijd een beetje achter de ontwikkelingen aan. De wetenschap kan namelijk alleen iets zeggen over dingen die al gedaan worden. En dat kan dan onderzocht worden. Of het effectief is. Of wenselijk. Langetermijneffecten van het gebruik van een scherm kunnen dus nog niet onderzocht worden. Ik denk dat het goed is dat er scholen en mensen zijn die het met het scherm toch gewoon gaan proberen. Als we kennis willen opbouwen, hebben we niet genoeg aan de wetenschap alleen. We hebben ontdekkers nodig. Probeerders. Pioniers, zo je wilt.

Ik heb namelijk uit mijn eigen ervaring wel een paar argumenten waarom je een scherm zou moeten verkiezen boven papier. 
1. Met een scherm heb je veel meer bronnen tot je beschikking. We zouden er verstandig aan doen veel meer aandacht te besteden aan het zinvol gebruik van die bronnen, dan energie stoppen in het tegenhouden van het scherm in onderwijssituaties.
2. Papier is geen garantie om goed en netjes te leren schrijven. Dat is van veel meer afhankelijk dan of je het op papier leert, of via een scherm. Ik ken genoeg mensen die traditioneel schrijfonderwijs (op papier) hebben gehad en die er toch beter aan doen om voortaan te typen wat ze schriftelijk willen overbrengen. Misschien zouden die mensen wel baat hebben gehad met schrijfonderwijs via een game op een scherm. Wie zal het zeggen?
3. Graag zou ik schrijven en typen willen vergelijken met schilderen en fotograferen. Het feit dat we nu foto's in plaats van schilderijen en tekeningen maken, wil niet zeggen dat we een oppervlakkiger beeld van de wereld krijgen. We kunnen een neerslag van de werkelijkheid alleen veel sneller maken. En dat opent weer nieuwe mogelijkheden.

Gelukkig zijn er pioniers.
 

zondag 3 april 2016

Selectiecriteria voor scholen om een netwerkbeheerder te kiezen

Michel Boer stelde afgelopen week de volgende vraag via Twitter:
"Heeft iemand schema's / documentatie / planning etc voor de keuze van een netwerkbeheerder #dtv"

Het bleek dat hij op zoek was naar een soort lijstje met selectiecriteria die je kunt hanteren om een netwerkbeheerder te kiezen. Die handschoen pak ik graag op, omdat we binnen SCOH waarschijnlijk over ook niet al te lange tijd eenzelfde traject in gaan. En dan helpt zo'n lijstje enorm. Denk je mee?

Het lijstje waar ik aan denk, ziet er als volgt uit. De netwerkbeheerder:

  • kan een diversiteit aan apparaten beheren. Minimaal Windows- en iOS-apparaten. Ik kan me voorstellen dat het een pré is als Android-apparaten ook beheerd kunnen worden.
  • kan naast het beheren van clients ook de overige infrastructuur beheren. Te denken valt aan bekabeling, internetverbinding, routers, switches, firewall, wifi en mobile devices).
  • biedt een gedegen backup-functionaliteit. De kwaliteit daarvan wordt beoordeeld op aantal backups per week, en waar, en hoe lang ze bewaard (kunnen) worden.
  • heeft een korte responstijd op incidenten van maximaal een uur of twee.
  • garandeert een oplostijd van incidenten binnen een werkdag. In overleg met de klant mag dat in sommige gevallen langer duren.
  • garandeert dat de servicedesk bereikbaar is tussen 7.30 uur en 18.00 uur, zowel telefonisch als per email.
  • beschrijft de procedure van het melden van storingen cq. incidenten. Dit punt wordt kwalitatief beoordeeld. Daarin staat minimaal beschreven wie meldingen kunnen doen, en via welk medium de meldingen binnen kunnen komen.
  • kan indien nodig dezelfde werkdag een monteur op locatie leveren.
  • levert, installeert en beheert ook wifi-diensten. De kwaliteit van de wifi wordt beschreven. Er wordt ook beschreven hoe problemen met de wifi worden opgelost.
  • zorgt ervoor dat, indien gewenst, iedere locatie één vaste technische contactpersoon beschikbaar krijgt.
  • zorgt ervoor dat er voor alle locaties overkoepelend één vaste accountmanager beschikbaar is.
  • is toekomstgericht en flexibel, houdt ontwikkelingen bij en anticipeert daarop in de dienstverlening.
  • wordt uiteraard ook beoordeeld op de tarieven die ze rekenen.


Bovenstaande lijst zou voor mij het minimum zijn waarop gelet zou moeten worden. Ik pretendeer allesbehalve volledig te zijn met deze lijst. Maar het geeft misschien een aardige denkrichting die verder aangevuld kan worden.
Additioneel op deze lijst zou ik nog kunnen toevoegen dat bij gelijke geschiktheid ook de volgende punten nog bekeken kunnen worden. De netwerkbeheerder:

  • levert ook telefonie (via VOIP) over de ict-infrastructuur.
  • geeft ook advies over aanschaf en gebruik van hardware. Dit punt wordt kwalitatief beoordeeld.
  • biedt ELO-functionaliteit en beschrijft de kenmerken van de ELO kort en krachtig.
  • biedt scholingsmogelijkheden voor medewerkers op het snijvlak van onderwijs en ict-toepassingen.
  • kan een mail- en samenwerkingsomgeving zoals Office365of GAFE (helpen) beheren.


Ik hoop dat ik Michel hier in ieder geval mee heb geholpen. Voor aanvullingen op deze lijst houd ik me ook aanbevolen. Daar worden we allemaal wijzer van.

Oja, netwerkbeheerders hoeven naar aanleiding van deze blogpost geen contact met me op te nemen. Als de tijd rijp is, doe ik dat wel andersom. :-)

donderdag 31 maart 2016

Geen aandacht voor ondersteuning op werkvloer in plan van aanpak Doorbraakproject onderwijs en ict

Het Doorbraakproject Onderwijs & ICT heeft afgelopen week een plan van aanpak gepubliceerd. Het is een handzaam boekje met een helder overzicht van ambities en doelen. Ze spreken drie ambities uit voor 2017 en die ambities worden ieder vertaald in één of meerdere doelen waaraan gewerkt gaat worden.

Puntsgewijs, en zonder de versierende verhaaltjes van betrokkenen komt het hierop neer:

Ambitie 1: Schoolbesturen in PO en VO zijn in staat om gefundeerde keuzes te maken over de inzet van ict.

  • Doel 1: Het project helpt schoolbesturen weloverwogen keuzes te maken op het gebied van de toepassing van ict, de implementatie van ict en de investeringen die daarvoor nodig zijn.


Ambitie 2: Het is voor schoolbesturen duidelijk hoe ze hun (ict-)keuzes kunnen implementeren.

  • Doel 2: Het project stelt informatie beschikbaar om de juiste infrastructurele keuzes te maken.
  • Doel 3: Het project helpt bij het professionaliseren, waardoor schoolbesturen, schoolleiders en leerkrachten vaardig zijn met ict.
  • Doel 4: Het project stelt schoolbesturen in staat als professionele klant kwalitatief of kwantitatief inkoopvoordeel te behalen bij de aanschaf van ict(-gerelateerde) producten.


Ambitie 3: Er zijn geen belemmeringen in markt en systeem voor het uitvoeren van de gemaakte keuzes.

  • Doel 5: Het project zorgt voor genoeg kwalitatief hoogwaardig aanbod van digitale leermiddelen dat geschikt is om leermiddel-overstijgend mee te variëren en arrangeren. 
  • Doel 6: Het project zorgt voor inzicht op individueel niveau in de voortgang van het leren. Dit betreft een overkoepelend inzicht over gekozen leermiddelen en aanbieders van lesmateriaal heen.
  • Doel 7: Het project zorgt voor het wegnemen van technische belemmeringen, waardoor scholen op een gebruiksvriendelijke manier leermiddelen kunnen gebruiken in of vanuit een gangbaar (leer)platform naar keuze.
  • Doel 8: Het project zorgt voor een probleemloze toegang tot en gebruik van digitale leermiddelen. Het uitwisselen van data bij het bestellen, leveren en gebruiken van leermiddelen is tot een minimum beperkt. Hierdoor blijft de privacy van leerlingen en leraren beter geborgd.
  • Doel 9: Wet- en regelgeving belemmert schoolbesturen niet bij de keuze voor digitaal onderwijs op maat.
  • Doel 10: Schoolbesturen, schoolleiders en leraren hebben steeds meer inzicht in wat werkt bij het toepassen van ict en onder welke voorwaarden. Dit inzicht is gebaseerd op onderzoek.

Verderop in het boekje worden per doelstelling vervolgens voorbeelden van acties genoemd die op stapel staan om de doelstellingen voor 2017 te halen. Het gaat te ver om die uitwerkingen hier op te noemen, maar je vindt ze terug in het de publicatie (pdf).

Als stafmedewerker onderwijs en ict bij een grote stichting, én ict-coördinator op een basisschool moet ik hier iets van vinden. Er is ongetwijfeld door heel veel betrokkenen goed nagedacht en hard gewerkt aan het uitwerken van al deze doelen en acties. Maar ik kan me niet aan het gevoel onttrekken dat we dit allemaal al eens gedaan hebben. Ik loop nu zelf al zo'n 15 jaar mee in deze wereld. En deze doelstellingen zijn stuk voor stuk niet nieuw.
Kennisnet is met deze materie en op deze manier al jaren bezig. Ik zie in het plan van aanpak geen aanknopingspunten waarom het nu ineens sneller zal gaan verlopen. Ik zou het aanmoedigen, dat wel, maar ik schat in dat de materie complexer is dan dit document doet vermoeden. En als ik een voorzichtige verwachting mag uitspreken, dan denk ik niet dat we in 2017 zullen constateren dat de doorbraak geforceerd is. Niet op basis van deze doelstellingen.

Ik zie in het plan van aanpak geen enkele aandacht voor praktische ondersteuning op de werkvloer. Naar wie kan een directeur met vragen over strategische keuzes met betrekking tot ict in zijn school als hij het zelf niet weet? Naar wie kan een leraar als zijn bord plots uitvalt? Naar wie kan de werkgroep die een nieuwe methode gaat kiezen als ze vragen hebben over de digitale systemen die daarbij passen?
Mijn ervaring is inmiddels dat scholen met een goede ict-coördinator, die voldoende (in tijd) wordt gefaciliteerd, grote slagen kunnen maken. Mijn ervaring is dat als er serieus werk gemaakt wordt van scholing en werkplekbegeleiding in het primaire proces de ontwikkelingen ineens heel hard kunnen gaan. Maar juist op dat punt voorziet het plan van aanpak helemaal niet.
De acties lijken vooral gericht op schoolbestuurders. Maar daar gaat het mijn inziens helemaal niet om. Het moet niet op de stafbureaus of in de directiekamers gebeuren. Maar in de klas. Daar is tijd, ruimte en praktische ondersteuning voor leraren voor nodig.
Verder wordt er ook gesproken over het zorgen voor goed digitaal leermateriaal. Maar daar gaat het ook niet om. Er is goed digitaal leermateriaal genoeg. En initiatieven voor gezamenlijke inkooptrajecten zijn er ook al. Maar dat is ook niet altijd wenselijk vanuit het perspectief van een school.

Om dan tenslotte toch nog maar in te gaan op één van de versierende verhaaltjes:
In één van de voorbeelden is een schoolleider aan het woord over een versnellingsvraag met betrekking tot een soort master-dashboard waarmee een leerling vanuit allerlei applicaties gevolgd zou kunnen worden door de leraar. Daar wordt volgens die schoolleider aan gewerkt. Alleen dat voorbeeld al doet mij huiveren. Wat een tijd en geld zal daar in gaan zitten. En wat een gedrocht gaat dat opleveren?
Doelstelling 8 zegt nota bene dat het uitwisselen van data tussen applicaties tot een minimum beperkt zou moeten worden. En dan doen we een versnellingsvraag naar het combineren van zoveel mogelijk gegevens in één applicatie.
Vreemder is het nog als je kijkt naar welke systemen ze willen vangen in het dashboard. Die school schijnt te werken met Muiswerk, Rekentuin, Taalzee en Smart rekenen. Dat zijn adaptieve systemen die prima dashboarden van zichzelf hebben (alleen Smart rekenen ken ik niet). Een kenmerk van adaptieve systemen is (zo leerde ik laatst) dat die adaptiviteit vooral binnen het systeem werkt. Je kunt dan leerpaden voor leerlingen door het systeem laten bepalen terwijl de leraar ervan op de hoogte blijft door goede rapportages.
Ik leerde dat van een blogpost van Wilfred Rubens die daar met de volgende zin op inging: "Het is immers ook alleen maar mogelijk om binnen één systeem gepersonaliseerde leerpaden via adaptieve technologie te realiseren (en niet over systemen heen)."

Misschien wil het doorbraakproject wel iets forceren wat niet te forceren valt. Misschien moet er gewoon geduldiger gewacht worden tot het vanzelf groeit. Want dat doet het wel.