zondag 18 augustus 2024
Over overvloedige oogst, bloemenpluk, AI, leefbaarheid, koffie, burn-out en agro-ecologie
zondag 11 augustus 2024
Over vakantie, moestuin, voeding, datacenters, ijstijd en klimaatactie
zondag 14 mei 2023
Over zelfoogst, drukte, nieuwsbrief en de opening van Weij
maandag 17 oktober 2022
Over bos, paddenstoelen, biodiversiteit, landbouw en filantropie
maandag 29 november 2021
Leestips week 47
Via Maatwerk Autisme kreeg ik de zadencatalogus van De Bolster in mijn handen gedrukt, en ook de zadenlijst van de samenaankoop van Velt heb ik inmiddels doorgebladerd. Als je op tijd bestelt, profiteer je van kortingen.
Ook afgelopen week oogstte ik weer allerlei artikeltjes. Een klein overzichtje hieronder.
Veel leesplezier.
--
Ja, denken in scenario’s lijkt me in veel meer gevallen een goed idee.
Zou het hiermee lukken?
Klinkt goed. Waarom heb ik dan toch het gevoel dat ik moet zoeken naar de adder?
Ik dacht dat de waterkwaliteit in Nederland best op orde was. Maar volgens dit artikel lopen we op Europees niveau achter op andere landen. Werk aan de winkel dus.
Wat je kunt doen voor de egel in je tuin. Ja, vooral zorgen dat ie een beetje rommelig is. Moet lukken.
Just like how humans recognise faces, bees are born with an innate ability to find and remember flowers
Men neme twee groepen bijen. Eén groep is 'flower-naïve' en één groep is 'experienced'. En dan zoek je de verschillen. Leuk onderzoek.
Toekomst van plastic
Afval verminderen is de eerste stap die we allemaal zouden moeten zetten. Ik vind dat nog best lastig.
Waarom ik geen fan ben van gerecycled plastic
Afval verminderen is de beste stap die we allemaal kunnen zetten. En toch vind ik dat gemakkelijker gezegd dan gedaan.
Verjaag het monster achter het gordijn: Het monopoly van Big Tech
Big Tech bepaalt inderdaad de technologie-agenda. Het pleidooi om dat democratischer te maken, ondersteun ik. Maar hoe dan?
Online cursussen geven natuur- en milieu-educatie een boost
Toch een leuk neveneffect van zo'n mondiale gezondheidscrisis.
zondag 31 oktober 2021
Leestips nieuw leven inblazen
In het verleden gaf ik iedere week leestips. Dat ging toen natuurlijk over onderwijs en technologie. Inmiddels is mijn focus verschoven naar interesses rondom duurzaamheid, groen en voedselproductie. De leestips die volgen hebben daar dus ook betrekking op.
Hoe vaak deze leestips gaan terugkeren moet de praktijk nog uitwijzen. In de winterperiode moet het lukken om dat vrij frequent te doen. Hierbij dus de eerste aflevering uit de hernieuwde rubriek.
Veel leesplezier.
--
Het begint allemaal bij de bodem.
Alles wat je wilde weten over pepers. Over de Scoville scale, gezondheid en tien veel gebruikte pepersoorten.
maandag 31 mei 2021
Andere opvolger voor Feedburner: Follow.it
In mijn vorige bericht liet ik weten dat ik Feedburner ging vervangen door Mailchimp. Maar na wat tests bleek dat het toch niet helemaal te zijn. Nu heb ik het ingericht met Follow.it. Dat lijkt beter bij de originele functionaliteit van Feedburner aan te sluiten.
Ik heb zojuist al mijn email-abonnees overgezet naar de nieuwe dienst bij Follow.it. Dat schijnt privacy-technisch oké te zijn. Voor jullie zou er dan niets spectaculairs moeten veranderen, maar helemaal zeker weten doe ik dat niet. Daar helpt dit berichtje dan natuurlijk wel weer bij. Want dit is meteen een berichtje om te testen of het werkt zoals verwacht.
Leuk zo'n blog. Houd je toch weer van de straat.
En excuus voor de overlast.
woensdag 5 mei 2021
Feedburner emailservice gaat verdwijnen
Je kunt dit blog op verschillende manieren volgen. RSS is daar de basis van. Dat is een techniek die ervoor zorgt dat informatie op het internet van de ene digitale plek naar de andere digitale plek kan komen. Ieder blog en veel websites hebben daarvoor een rss-feed. En je kunt je op zo'n feed dan abonneren door een rss-lezer te gebruiken. Denk aan bijvoorbeeld Inoreader.
Maar rss heeft ook een beetje het imago van nogal technisch te zijn. Het zijn vooral nerds die daar mee aan de gang gaan. 'Normale' mensen kijken liever naar een facebook-feed, een twitter-feed of een linkedin-feed. Maar het idee is hetzelfde. Ik heb de voorkeur voor rss omdat dat je veel meer mogelijkheden geeft om zelf je informatie-feed samen te stellen.
Maar goed, ik dwaal af. De rss-feed van mijn blog heb ik omgeleid via Feedburner. Want met Feedburner was het mogelijk om daar wat extra zaken aan toe te voegen. Zo kon ik met Feedburner de rss-feed omzetten naar een mogelijkheid om je via email op mijn blog te laten abonneren. Dan konden degenen die geen rss-reader gebruiken de berichten gewoon in hun mailbox krijgen.
Maar dat gaat dus veranderen. Die dienst van Feedburner wordt binnenkort geschrapt. Daarom ben ik op zoek gegaan naar een alternatief. Dat is voor dit blog (voorlopig) Mailchimp geworden. Ik heb dat vanmiddag opgezet en met dit bericht test ik of het werkt. Als dat allemaal goed gaat, zal ik daarna alle emailadressen van degenen die zich email geabonneerd hebben op dit blog verhuizen naar de nieuwe dienst. Mocht jij nou ook één van die mensen zijn, weet dan dat het uiterlijk van de mailtjes iets gaat veranderen. Die gaan dus lopen via Mailchimp.
zaterdag 2 januari 2021
Heldere uitleg over opdrachten en cijfers in Teams
Komende maandag gaat een nieuwe periode les op afstand beginnen. Veel scholen hebben de dagen voor de kerstvakantie gebruikt om afspraken te maken en dingen geregeld te krijgen om deze periode zo succesvol mogelijk te laten zijn. "Leuk is anders", zeggen sommigen. Maar tegelijk geldt ook: "Het wordt zo leuk als dat je het maakt." En er valt best wat van te maken, denk ik.
Bij SCOH maken we gebruik van Teams. Voor alle klassen die hebben aangegeven een Klassenteam te willen gaan gebruiken, hebben we die in Teams aangemaakt. Leerlingen hebben inloggegevens gekregen, en leraren hebben de Teams kunnen inrichten. De realiteit gebiedt te zeggen dat veel leraren (toch weer opnieuw) moeten uitzoeken hoe het in Teams allemaal werkt. Gelukkig is er veel materiaal beschikbaar waarmee je je dat relatief snel eigen kunt maken.
Een voorbeeld daarvan wil ik vandaag noemen: het Youtubekanaal van Kevin Stratvert. Hij is oud-medewerker van Microsoft en is vorig jaar voor zichzelf begonnen. Hij maakt heldere no-nonsense uitlegvideo's over allerlei software. Zo ook over Teams en het educatieve gebruik ervan. Zijn kanaal vind je hier.
Een voorbeeld van zo'n uitleg is die over Assignments & Grades in Teams die je bovenaan deze blogpost vindt. Dat is basis-functionaliteit in Teams die voor klassen zijn aangemaakt. In het Nederlands is dat vertaald als Opdrachten en Cijfers. Die tabbladen vind je dan ook bovenaan in je Team, als het Team is aangemaakt als klassenteam.
zondag 1 maart 2020
Wat geef je kinderen?
Joshua Becker beschrijft dit in een post die al zo'n tien jaar oud is: '35 gifts your children will never forget'. Als je kinderen hebt op te voeden, zeer de moeite waard om te lezen.
Ik denk dat wij - zonder dat ik nou per se wil opscheppen - thuis met onze kinderen een heel eind komen.
Om een paar voorbeelden te noemen:
- Bevestiging
- Hoop
- Optimisme
- Liefde
- Uitdaging
- Discipline
- Tijd
- Trouw
- Eerlijkheid
- Integriteit
- Verbeelding
- Humor
- Zelfvertrouwen
- Vastberadenheid
- Nieuwsgierigheid
Je kunt het allemaal niet kopen. Maar wel geven. Of helpen ontwikkelen.
Ik heb twee kinderen. Ze doen het op school goed. Ze zijn kritisch, bevlogen en eerlijk. Door andere kinderen en meesters en juffen worden ze gezien als fijne mensen om mee samen te werken. Ze hebben ook nog veel te leren. Maar dat doen ze dan ook. Volop.
In een eerdere post vertelde ik al over mijn dochter die op circusles zit en trucjes doet op een eenwieler en als acrobaat. Zij houdt van sporten en bewegen. En van tekenen en knutselen.
Maar ik heb ook een zoon. Hij heeft een grote interesse in computers. (Van wie zou hij dat nou hebben, vraag ik me wel eens af..) In groep 7 kwam hij in aanraking met het boek 'Coderdojo nano - bouw je eigen website. Aanrader! Vanaf dat moment heeft hij zich voorgenomen om programmeur te worden. Ik heb geprobeerd hem zo veel mogelijk uitdaging te geven. En aanmoediging. En verantwoordelijkheid. En realisme.
Hij zit inmiddels in de brugklas en kent html/css en javascript. Hij is bezig met websiteprojecten en bouwt eenvoudige inlogsystemen en webapps. Hij maakt gebruik van -in mijn ogen- professionele tools zoals brackets, github en youtube. Hij financiert zijn hobby zelf. Toen er een laptop moest komen, heeft hij zelf gespaard. En toen hij een domeinnaam wilde hebben, hebben we gekeken hoe hij dat kon gaan betalen.
Hij liet zijn windowslaptop eruit zien als een macbook. En hij bouwde van een oude laptop waar Windows7 nog net op wilde draaien een retro-spelcomputer.
De gedrevenheid waarmee hij aan het werk gaat is wonderbaarlijk. Maar ik ben dan ook niet helemaal onbevooroordeeld natuurlijk.
Hij heeft een website gemaakt (www.geheimesite.nl) waar hij zijn projecten een plekje geeft. Sinds kort heeft hij ook een blog over webdevelopment. Hij kan altijd ideeën en feedback gebruiken. Vandaar dat ik er hier ook melding van maak. Ik heb hem een tijdje vooruit kunnen helpen met de bronnen en ideeën die ik zelf kon aanboren. Maar misschien zijn er in mijn netwerk mensen die hem (nog) verder kunnen helpen. Wie weet. Zoja, laat van je horen.
Laat ik deze blogpost maar besluiten met trots. Want dat is wat ik ben op mijn kinderen. Ze zijn allebei hun unieke ik aan het vormen. En dat doen ze goed.
vrijdag 20 april 2018
DEIMP: Designing and Evaluating Innovative Mobile Pedagogies
Het onderzoek is er op gericht om er achter te komen wat leraren voor ondersteuning nodig hebben bij de succesvolle inzet van mobiele technologie in het onderwijs. Daartoe is er in het project onder andere een literatuurstudie opgezet. Er zal een professionaliseringstraject opgezet worden met als doel leraren beter te ondersteunen bij het beredeneerd inzetten van mobiele technologie. Bovendien zal er een app worden ontwikkeld die - als alles goed gaat - er uiteindelijk toe leidt dat leraren ook op die manier geholpen kunnen worden.
Gedurende het project worden leraren van de betreffende scholen bevraagd en zij dienen als een soort klankbord. Daarbij zullen er momenten ingebouwd worden waarop de opgedane kennis verspreid wordt. Die momenten zijn nu 'events' genoemd. Hoe die events er precies uit komen te zien, is nog niet helemaal bekend. In ieder geval zullen er vertegenwoordigers van de scholen en het lectoraat bij zijn en waarschijnlijk zoeken we verbinding met de pabo of andere belangstellenden. Als het er toe doet, zal ik dat hier op het blog ook nog wel melden.
Het project is een Europees project. En dat houdt in dat we niet alleen te maken hebben met InHolland. In een aantal andere landen lopen de verschillende onderdelen van het onderzoeksproject via de instellingen voor hoger onderwijs aldaar. Iedere instelling voor hoger onderwijs heeft ook in de andere landen een aantal werkveldpartners (zeg basisscholen) waar zij mee samenwerken. Die verbindingen gaan we tijdens het hele project proberen te benutten. Onze scholen gaan graag bij die andere scholen op bezoek en uiteraard treden we indien gewenst ook op als gastheer. Daartoe hebben onze twee SCOH-scholen ieder een aanvullende subsidie-aanvraag gedaan zodat dat scholenbezoek over een tijdje plaats kan gaan vinden. We zijn nog in afwachting van de toekenning, dus een beetje spannend óf dat onderdeel doorgaat is het nog wel.
In ieder geval zal er genoeg geleerd gaan worden door deelname aan dit project. Al met al een leuk en zinvol project om aan mee te doen dus.
Op het blog van Jeroen vind je meer achtergrond-informatie over het DEIMP-project.
zondag 25 februari 2018
Gamification en drones, een verslag van een mooie sessie
Gamification
Sem omschrijft gamification als "een didactische tool om leerlingen te motiveren en te laten leren in de klas, waarbij jij als docent aan het stuur staat."
Hij liep met ons een aantal spelconcepten langs, zoals Monopoly, Minecraft en Flipquiz. En daarnaast legde hij een aantal ontwerpprincipes uit. Gelukkig hebben we de presentatie na afloop opgestuurd gekregen, want daarin staan die ontwerpprincipes duidelijk benoemd. Verder verwees hij naar een overzicht op www.missionstart.nl dat een overvloed aan spelelementen en speeltechnieken benoemt die je kunt gebruiken om je lessen te verrijken. Dat overzicht vind je hier. De toelichting daarop vind je hier.
Drones
De sessie sloot af met een demonstratie van het vliegen met drones. Jelmer toonde zich een zeer goede drone-vlieger. Hij bestuurde een kleine drone met een camera erop gemonteerd. Zelf had hij een VR-bril op zijn hoofd waardoor hij zich ín de drone waande. Enorm leuk om te zien. Zeker omdat we even daarvoor zelf ervaren hadden hoe moeilijk het is om een drone van dat formaat een beetje recht te laten vliegen.
Meer informatie
Als je meer informatie rondom Gamification zoekt, zou ik de publicaties van Sem van Geffen erop naslaan. Hij heeft een Gids voor Gamification uitgebracht en een boek met de titel 'Gamification in de klas'. Beide te verkrijgen via: www.gamificationindeklas.nl/
maandag 10 oktober 2016
Goede voorbeelden van ict in het onderwijs zichtbaar maken
SCOH wil haar scholen ondersteuning gaan bieden op het beter (gaan) gebruiken van technologie in het primaire proces van onderwijs. Over het 'hoe' wordt op het moment nagedacht. In de voorbereidende stukken hebben we nu onder andere opgenomen dat we de goede voorbeelden op de scholen in de stichting zichtbaar willen maken.
We hebben echter (nog) geen concrete uitwerking in welke vorm we dat het beste kunnen doen.
En toen stuitte ik op de uitgave: 'Practitioner's Guide to Technology Pedagogy and Content Knowledge (TPACK), Rich Media Cases of Teacher Knowledge' (pdf). In die uitgave worden voorbeelden van technologiegebruik beschreven. Achtereenvolgens beschrijven ze van een casus de volgende onderdelen.
- Scenario
- Maak kennis met de leraar
- De activiteit
- De technologie
- Klas in actie
- Leerlingwerk
- Reflectie van de leraar
dinsdag 20 september 2016
Studiedag SCOH 2016: ict als middel
Gisteren vond de gezamenlijke SCOH-studiedag plaats. Alle medewerkers van SCOH en SPCP kwamen samen in het World Forum in Den Haag, dat voor de gelegenheid was afgehuurd voor onze studiedag. Het programma van de dag bestond uit een lezing van Steven Pont over het belang van hechting, twee workshoprondes en een afsluiting door Leo Blokhuis. Uiteraard waren er tussendoor de nodig pauzemomenten om elkaar te kunnen ontmoeten.Met de boeken 'Expliciete Directe Instructie', 'Kleppen Dicht!' en onderzoek van Marzano in de hand hadden we deze workshop voorbereid. Wat we grofweg gedaan hebben, is een les geven aan de hand van het directe instructiemodel. En bij iedere fase gaven we voorbeelden aan van ict-tools of -middelen die wat ons betreft pasten bij de betreffende fase van de les.
1. Terugblik - Plickers
2. Orientatie - Answergarden
3. Instructie - PowerPoint, Leraar24, Youtube
4. Begeleide inoefening - Cram, Padlet
5. Zelfstandige verwerking - Padlet
6. Evaluatie - Quickkey
7. Vooruitblik - TPACK-oefening
- Ken je het directe instructiemodel?
- Weet je wat TPACK is?
- Hoeveel apparaten heb je in je klas maximaal tot je beschikking?
Flitskaarten kun je ook op papier maken. En dan zijn ze (denk ik) net zo effectief als digitale kaartjes. Maar het versterkende effect van digitale flitskaarten zit hem in het feit dat je meer kinderen tegelijkertijd kunt bedienen met dezelfde set die je gemaakt hebt, en dat je er eventueel oefenmomenten mee kunt 'programmeren' die optimaal inspelen op kennis over de vergeetcurve.
Zoals gezegd: met een flapover en stickynotes had dit ook gekund. Waarom dan op deze manier met ict? De meerwaarde tijdens de les zit hem in het voorkomen van het lopen in het lokaal waardoor het een veel rustiger pedagogisch klimaat schept om overleg mogelijk te maken. Daarnaast kun je de Padlet eenvoudiger achteraf delen. Dat was nu voor ons niet zo zinvol, maar er kunnen situaties zijn waarbij je dat wel zou willen.
Het was zeker leuk om te doen. Wie weet voor herhaling vatbaar.
maandag 23 mei 2016
Ict en educatie in onze organisatie
Als je aan de slag gaat met ict in het onderwijs kom je erachter dat het een onderwerp is met heel veel facetten. Om het handen en voeten te geven, hebben we er bij SCOH voor gekozen om structuur in onze aanpak aan te brengen. Ons ICT programmamanagement heeft drie beleidsterreinen geformuleerd waarop we met ict aan de slag gaan. We noemen dit de pijlers waar onze aanpak op rust.Die pijlers zijn:
1. Ict en informatiebeveiliging
2. Ict en communicatie
3. Ict en educatie
We zijn ook in deze volgorde aan de slag gegaan om procedures te ontwikkelen en duidelijkheid te verschaffen naar onze scholen toe over wat er wel en niet gedaan gaat worden met ict binnen onze organisatie. Ik wil straks vooral even ingaan op de derde pijler: ict en educatie. Maar eerst is het misschien aardig om even kort te benoemen wat die andere twee pijlers inhouden.
Pijler 1: Ict en informatiebeveiliging
Ict en informatiebeveiliging gaat over de manier waarop wij er voor zorgen dat onze gegevens beschermd zijn. We hebben ons te houden aan de Wet bescherming Persoonsgegevens. En deze pijler beschrijft hoe wij dat zo goed mogelijk doen. Wij waren één van de eerste schoolbesturen in Nederland die hiermee gestructureerd aan de slag zijn gegaan.
Pijler 2: Ict en communicatie
Ict en communicatie gaat over de manier waarop we onze interne en externe communicatie faciliteren met ict. Dat heeft er bijvoorbeeld in geresulteerd dat we stichtingsbreed met Office365 zijn gaan werken en dat we nu bezig zijn met een traject om de websites te updaten en de nieuwsbrief van de stichting verder vorm te geven.
Pijler 3: Ict en educatie
Maar zoals gezegd gaat het in deze blogpost vooral om de derde pijler. Ict en educatie. Ongeveer een jaar geleden zijn we gestart om dit onderwerp daadwerkelijk 'beet te pakken'. Er werd een werkgroep geformeerd die zich ging buigen over ict-gebruik dat plaatsvindt in het primaire proces in de klas.
Al snel kwamen we erachter dat we een benadering zochten die de verschillende facetten van ict-gebruik beter in kaart bracht. De werkgroep werd onderverdeeld in vijf verschillende subgroepen die zich ieder zouden gaan buigen over een specifiek deel. Die vijf subgroepen gingen aan de slag met de volgende onderwerpen:
1. Ict en infrastructuur.
Wat is er in de voorwaardelijke sfeer nodig? Hoe zorgen we ervoor dat leerkrachten niet of zo min mogelijk tegen technische belemmeringen aanlopen? Kortom het moet gewoon werken. Deze subwerkgroep ging aan de slag met zaken als connectiviteit, wifi, netwerkbeheer.
2. Ict en leerkrachtvaardigheden.
Wat mogen we verwachten van leerkrachtvaardigheden op het gebied van ict? Welke zaken moeten alle leerkrachten binnen onze organisatie kennen en kunnen om optimaal te kunnen functioneren? En hoe verhoudt zich dat tot ons personeelsbeleid? Dat is waar deze subwerkgroep mee aan de slag ging.
3. Ict als leermiddel.
We willen dat leraren technologie inzetten in het onderwijsleerproces. De manier waarop ze dat doen, doet er toe. Het gaat er bij deze subwerkgroep om dat ict gebruikt wordt om leerdoelen te behalen op andere vakgebieden: rekenen, taal, woordenschat, topografie e.d. Leraren moeten dan in staat zijn om te beoordelen wanneer je ict wel en wanneer je ict niet gebruikt. En hoe je dat in de praktijk doet. Je krijgt dan te maken met zaken als learning analytics, aansluiten bij leertheorieën en het hanteren van effectieve werkvormen. Zowel digitaal als analoog. Waarom kies je voor het één, of waarom kies je voor het ander?
4. Ict als doel.
We willen ook dat leerlingen technologie leren hanteren. Zij moeten ict-vaardig(er) gemaakt worden. Het gaat er bij deze subwerkgroep om dat we aanbod in onze scholen hebben dat ervoor zorgt dat leerlingen leerdoelen behalen op het gebied van beheersing van technologie. Onderwerpen die op de agenda van deze subwerkgroep staan, zijn mediawijsheid, programmeerlessen en maakonderwijs. In onze optiek kunnen deze onderwerpen niet aangeboden worden zonder basis ict-vaardigheden. Dus ook daarin zou iedere school dan een aanbod moeten (gaan) formuleren.
5. Ict voor het jonge kind.
Behalve kinderen van de basisschoolleeftijd, bedienen we vanuit onze organisatie ook kinderen op peuterspeelzalen. Deze doelgroep (met hun ouders) verdienen wat ons betreft aparte aandacht. Deze subwerkgroep ging aan de slag met adviezen over technologiegebruik bij zeer jonge kinderen. Waar doe je verstandig aan zowel qua inhoud, als qua tijdsduur? En hoe ondersteun je ouders in deze keuzes? Dat is waar deze subwerkgroep zich over boog.
Belangrijk feit over de bovengenoemde subgroepen is dat we vanuit onze bovenschoolse organisatie met betrekking tot de eerste twee onderwerpen uitdrukkelijk de ambitie uitspreken om bepalend te zijn naar onze scholen toe. Dat betekent dat er een verplichtend karakter in de uitwerking en opvolging van de onderwerpen van die subgroepen is. Daarmee hopen we in de voorwaardelijke sfeer een soort minimumniveau van faciliteiten en vaardigheden te garanderen.
De andere drie subgroepen zijn veel meer bedoeld als ondersteunend. De school (of peuterspeelzaal) moet wat ons betreft zelf nadenken over hun beoogd ict-gebruik. De school ontwikkelt zelf een visie en vanuit die visie kan er een beroep gedaan worden op ondersteuning vanuit de bovenschoolse organisatie. Het zou dus ook zomaar kunnen zijn dat een school er (beredeneerd) voor kiest om minimaal ict te gebruiken in de lessen. Het beleid is er niet op gericht om onze scholen zo ver mogelijk te digitaliseren. Het gaat om visievorming en beredeneerde inzet van ict.
De derde pijler die ik hier beschreven heb, is volop in ontwikkeling. Binnenkort komen de subwerkgroepen weer bij elkaar om alle bevindingen bij elkaar te vegen. Daaruit moet uiteindelijk een plan voortkomen waarmee we de komende jaren aan de slag gaan. Wordt ongetwijfeld vervolgd...
maandag 16 mei 2016
7 technologische ontwikkelingen die het onderwijs (gaan) beïnvloeden
Stephen Downes reflecteerde op een publicatie van het Ontario's Distance Education and Training Network en geeft daarbij zijn eigen commentaar. De publicatie vind je hier (pdf). Het commentaar van Stephen Downes hier.
Het gaat om 7 technologische ontwikkelingen die worden beschreven. En die ontwikkelingen gaan hoe dan ook impact hebben op het onderwijs, is de stelling.
- Machinelearning en kunstmatige intelligentie zullen in toenemende mate gebruikt gaan worden om adaptief leren mogelijk te maken.
- Mobiele apparaten zullen zich blijven ontwikkelen en de standaard gereedschappen worden voor leren, communiceren en samenwerken met peers.
- Predictive analytics zullen toenemen in betekenis in termen van het vasthouden van studenten en hulp voor lerenden.
- Onderlinge connectiviteit tussen apparaten en systemen worden een betekenisvolle functionaliteit van het 'Internet of Things' en activiteiten.
- Gamification en virtual reality zullen betekenisvolle verbetering mogelijk maken voor het onderwijzen van bepaalde vakinhouden.
- Vertaalmachines zullen continu verbeteren en ingebed worden in een groot aantal applicaties.
- Technologieën die samenwerken en kennisdelen makkelijker maken zullen zich ontwikkelen als relevante beïnvloeders van alle vormen van leren.
zaterdag 16 april 2016
Tastbare interfaces
We zijn gewend met computers of apparaten te interacteren via knopjes (toetsenbord, muis, afstandsbediening) of via virtuele knopjes op een scherm zoals bij een touchscherm. Ik denk dat dat de komende tien jaar gaat veranderen. Signalen daarvan kun je zien als je oplet. Ook in educatieve materialen die worden ontwikkeld.
In deze blogpost wil ik wat voorbeelden noemen van producten die gebruik maken van een tastbare interface. Dat deed ik vorig jaar ook. En inmiddels zijn er weer nieuwe voorbeelden bijgekomen.
1. Osmo
Osmo is eigenlijk een toevoeging aan de iPad. Je zet de iPad in een speciale standaard en over de camera van de iPad schuif je een spiegeltje zodat het apparaat het vlak (de tafel) voor de iPad 'ziet'. In dat vlak leg je dan bepaald kaartjes of blokjes neer. Of je trekt een lijn met een vilstift op een leeg blad. De iPad 'ziet' dat dan en daarop reageren de apps die speciaal voor de Osmo gemaakt zijn. De toevoeging die Osmo hier doet, is dat het ervoor zorgt dat je niet meer (per se) in het platte vlak bezig bent, maar daadwerkelijke materialen kan manipuleren. Dat zorgt voor een andersoortige dynamiek als je samen wilt werken aan een bepaalde taak, bijvoorbeeld.
2. Goed Wijzer
Goed Wijzer biedt materialen voor een klokkijkles voor leerlingen uit groep 4 en 5. Het bestaat uit een app (op een iPad) die bestuurd wordt door een fysieke houten klok en de daarbij behorende hulpstukken. De leerling werkt gewoon met een houten oefenklok. Maar de app geeft feedback op wat de leerling doet. Ook hier haal je het manipuleren van de klok uit het platte virtuele vlak en kan de leerling fysieke objecten vasthouden en manipuleren.
3. Cubetto van Primo
Dit materiaal is bedoeld om jonge kinderen in aanraking te brengen met programmeren. Het bestaat uit een soort rijdend doosje dat je een route kunt laten rijden door op een houten bord blokjes te plaatsen.
Ook hier gaat het weer om tastbare blokjes die je in een bepaald volgorde legt om daarna elektronica aan te sturen. Je verbindt de tastbare wereld met de wat meer abstractere wereld van code en programmeren.
4. Bloxels
Wie mijn blog volgt, heeft ooit een keer het bericht voorbij zien komen van Pixel Press Floors. Dat was een app waarmee je een platform game kon maken door het gewoon op ruitjes papier te tekenen en dan in te scannen. De makers daarvan zijn met dat idee verder gegaan, en hebben het idee omgezet in een tastbare interface waarmee je de game met gekleurde blokjes in een soort raster 'bouwt'. Daarna kun je hem inscannen en als game spelen op je tablet. Daarmee krijg je een soort lego idee voor het bouwen van platformgames. Je kunt zelfs het poppetje waar je mee speelt op deze manier 'ministecken'.
5. Makerbloks
Behalve fysieke plastic of houten blokjes, kun je ook wat intelligentere stenen met elektronica koppelen aan apps op je tablet. Dat hebben de ontwikkelaars van Makerbloks gedaan. Zij hebben stenen ontworpen die mij een beetje doen denken aan Little Bits. Een soort elektronische schakelstenen die je aan elkaar kunt koppelen. Maar zij koppelen die stenen niet alleen aan elkaar maar ook aan een tablet (iPad in dit geval). Dat maakt dat er een nieuwe laag kan ontstaan waardoor de iPad feedback kan geven op wat je aan het bouwen bent. En dat je binnen de app ook opdrachten kunt gaan formuleren die spelers kunnen uitvoeren.
6. Bimii
De Bimii-book is een soort houten laptop waar geen toetsenbord bij hoort, maar een soort scanner (zoals bij de kassa van de supermarkt) die op bepaalde stenen reageert. De bimii-book is ontwikkeld in samenwerking met een school voor speciaal onderwijs. Ook hier geldt weer dat de interface van toetsenbord (letterlijk) vervangen is door een tastbare interface.
Met deze 6 voorbeelden van tastbare interfaces wil ik laten zien dat er duidelijk een ontwikkeling zichtbaar is naar een ander gebruik van interfaces van apparaten. Ik denk dat we niet alleen moeten denken aan 'knopjes en schermen' als we nadenken over 'intelligent' educatief materiaal. De tastbare interfaces zullen alleen maar in aantal en kwaliteit toenemen. En de ideeën waarvoor dat gebruikt gaat worden, zullen ook steeds beter worden.
Waarom maakt een tastbare interface eigenlijk verschil?
De leerontwikkeling van mensen doorloopt in een natuurlijk proces een aantal fases. Aan het begin heeft een kind vooral behoefte aan voelen, manipuleren van fysieke objecten om de wereld te leren kennen. Daarna is een kind langzamerhand steeds beter in staat om mentale representaties van die wereld te maken. Als ik aan jou vraag of je je kunt voorstellen hoe het kaakje aanvoelt dat op een ijsje zit, weet je dat alleen maar omdat je dat ooit gevoeld hebt. Je weet waarschijnlijk ook hoe dat kaakje aanvoelt als je hem eerst nat maakt voordat je hem in je mond stopt. Het feit dat jij dit in gedachten kunt ervaren heeft zijn grondslag in het feit dat je die ervaring een keer hebt opgedaan. Een kind dat die ervaring nog niet heeft opgedaan, weet niet waar we het over hebben. Totdat hij het zelf geproefd of geprobeerd heeft.
Zo vinden veel leerprocessen plaats. Veel van wat wij weten, vindt zijn grond in bepaalde fysieke en motorische ervaringen.
Als we het natuurlijk leerproces van kinderen willen ondersteunen, moeten we ervoor zorgen dat we niet te snel naar het virtuele en abstracte gaan. Een goed begrip van de wereld wordt opgebouwd als er voldoende fysieke en motorische ervaringen zijn om dat begrip op te baseren. Daarmee creëren we een grond waarop de rest van de ervaringen gebouwd kunnen worden. Daarom denk ik dat tastbare interfaces een goed 'ding' zijn. En als onderwijs doen we er verstandig aan om de mogelijkheden daarvan te overwegen en te onderzoeken.
maandag 11 april 2016
Scherm óf schrift?
zondag 3 april 2016
Selectiecriteria voor scholen om een netwerkbeheerder te kiezen
"Heeft iemand schema's / documentatie / planning etc voor de keuze van een netwerkbeheerder #dtv"
Het bleek dat hij op zoek was naar een soort lijstje met selectiecriteria die je kunt hanteren om een netwerkbeheerder te kiezen. Die handschoen pak ik graag op, omdat we binnen SCOH waarschijnlijk over ook niet al te lange tijd eenzelfde traject in gaan. En dan helpt zo'n lijstje enorm. Denk je mee?
Het lijstje waar ik aan denk, ziet er als volgt uit. De netwerkbeheerder:
- kan een diversiteit aan apparaten beheren. Minimaal Windows- en iOS-apparaten. Ik kan me voorstellen dat het een pré is als Android-apparaten ook beheerd kunnen worden.
- kan naast het beheren van clients ook de overige infrastructuur beheren. Te denken valt aan bekabeling, internetverbinding, routers, switches, firewall, wifi en mobile devices).
- biedt een gedegen backup-functionaliteit. De kwaliteit daarvan wordt beoordeeld op aantal backups per week, en waar, en hoe lang ze bewaard (kunnen) worden.
- heeft een korte responstijd op incidenten van maximaal een uur of twee.
- garandeert een oplostijd van incidenten binnen een werkdag. In overleg met de klant mag dat in sommige gevallen langer duren.
- garandeert dat de servicedesk bereikbaar is tussen 7.30 uur en 18.00 uur, zowel telefonisch als per email.
- beschrijft de procedure van het melden van storingen cq. incidenten. Dit punt wordt kwalitatief beoordeeld. Daarin staat minimaal beschreven wie meldingen kunnen doen, en via welk medium de meldingen binnen kunnen komen.
- kan indien nodig dezelfde werkdag een monteur op locatie leveren.
- levert, installeert en beheert ook wifi-diensten. De kwaliteit van de wifi wordt beschreven. Er wordt ook beschreven hoe problemen met de wifi worden opgelost.
- zorgt ervoor dat, indien gewenst, iedere locatie één vaste technische contactpersoon beschikbaar krijgt.
- zorgt ervoor dat er voor alle locaties overkoepelend één vaste accountmanager beschikbaar is.
- is toekomstgericht en flexibel, houdt ontwikkelingen bij en anticipeert daarop in de dienstverlening.
- wordt uiteraard ook beoordeeld op de tarieven die ze rekenen.
Bovenstaande lijst zou voor mij het minimum zijn waarop gelet zou moeten worden. Ik pretendeer allesbehalve volledig te zijn met deze lijst. Maar het geeft misschien een aardige denkrichting die verder aangevuld kan worden.
Additioneel op deze lijst zou ik nog kunnen toevoegen dat bij gelijke geschiktheid ook de volgende punten nog bekeken kunnen worden. De netwerkbeheerder:
- levert ook telefonie (via VOIP) over de ict-infrastructuur.
- geeft ook advies over aanschaf en gebruik van hardware. Dit punt wordt kwalitatief beoordeeld.
- biedt ELO-functionaliteit en beschrijft de kenmerken van de ELO kort en krachtig.
- biedt scholingsmogelijkheden voor medewerkers op het snijvlak van onderwijs en ict-toepassingen.
- kan een mail- en samenwerkingsomgeving zoals Office365of GAFE (helpen) beheren.
Ik hoop dat ik Michel hier in ieder geval mee heb geholpen. Voor aanvullingen op deze lijst houd ik me ook aanbevolen. Daar worden we allemaal wijzer van.
Oja, netwerkbeheerders hoeven naar aanleiding van deze blogpost geen contact met me op te nemen. Als de tijd rijp is, doe ik dat wel andersom. :-)
donderdag 31 maart 2016
Geen aandacht voor ondersteuning op werkvloer in plan van aanpak Doorbraakproject onderwijs en ict
Puntsgewijs, en zonder de versierende verhaaltjes van betrokkenen komt het hierop neer:
Ambitie 1: Schoolbesturen in PO en VO zijn in staat om gefundeerde keuzes te maken over de inzet van ict.
- Doel 1: Het project helpt schoolbesturen weloverwogen keuzes te maken op het gebied van de toepassing van ict, de implementatie van ict en de investeringen die daarvoor nodig zijn.
Ambitie 2: Het is voor schoolbesturen duidelijk hoe ze hun (ict-)keuzes kunnen implementeren.
- Doel 2: Het project stelt informatie beschikbaar om de juiste infrastructurele keuzes te maken.
- Doel 3: Het project helpt bij het professionaliseren, waardoor schoolbesturen, schoolleiders en leerkrachten vaardig zijn met ict.
- Doel 4: Het project stelt schoolbesturen in staat als professionele klant kwalitatief of kwantitatief inkoopvoordeel te behalen bij de aanschaf van ict(-gerelateerde) producten.
Ambitie 3: Er zijn geen belemmeringen in markt en systeem voor het uitvoeren van de gemaakte keuzes.
- Doel 5: Het project zorgt voor genoeg kwalitatief hoogwaardig aanbod van digitale leermiddelen dat geschikt is om leermiddel-overstijgend mee te variëren en arrangeren.
- Doel 6: Het project zorgt voor inzicht op individueel niveau in de voortgang van het leren. Dit betreft een overkoepelend inzicht over gekozen leermiddelen en aanbieders van lesmateriaal heen.
- Doel 7: Het project zorgt voor het wegnemen van technische belemmeringen, waardoor scholen op een gebruiksvriendelijke manier leermiddelen kunnen gebruiken in of vanuit een gangbaar (leer)platform naar keuze.
- Doel 8: Het project zorgt voor een probleemloze toegang tot en gebruik van digitale leermiddelen. Het uitwisselen van data bij het bestellen, leveren en gebruiken van leermiddelen is tot een minimum beperkt. Hierdoor blijft de privacy van leerlingen en leraren beter geborgd.
- Doel 9: Wet- en regelgeving belemmert schoolbesturen niet bij de keuze voor digitaal onderwijs op maat.
- Doel 10: Schoolbesturen, schoolleiders en leraren hebben steeds meer inzicht in wat werkt bij het toepassen van ict en onder welke voorwaarden. Dit inzicht is gebaseerd op onderzoek.
Verderop in het boekje worden per doelstelling vervolgens voorbeelden van acties genoemd die op stapel staan om de doelstellingen voor 2017 te halen. Het gaat te ver om die uitwerkingen hier op te noemen, maar je vindt ze terug in het de publicatie (pdf).
Als stafmedewerker onderwijs en ict bij een grote stichting, én ict-coördinator op een basisschool moet ik hier iets van vinden. Er is ongetwijfeld door heel veel betrokkenen goed nagedacht en hard gewerkt aan het uitwerken van al deze doelen en acties. Maar ik kan me niet aan het gevoel onttrekken dat we dit allemaal al eens gedaan hebben. Ik loop nu zelf al zo'n 15 jaar mee in deze wereld. En deze doelstellingen zijn stuk voor stuk niet nieuw.
Kennisnet is met deze materie en op deze manier al jaren bezig. Ik zie in het plan van aanpak geen aanknopingspunten waarom het nu ineens sneller zal gaan verlopen. Ik zou het aanmoedigen, dat wel, maar ik schat in dat de materie complexer is dan dit document doet vermoeden. En als ik een voorzichtige verwachting mag uitspreken, dan denk ik niet dat we in 2017 zullen constateren dat de doorbraak geforceerd is. Niet op basis van deze doelstellingen.
Ik zie in het plan van aanpak geen enkele aandacht voor praktische ondersteuning op de werkvloer. Naar wie kan een directeur met vragen over strategische keuzes met betrekking tot ict in zijn school als hij het zelf niet weet? Naar wie kan een leraar als zijn bord plots uitvalt? Naar wie kan de werkgroep die een nieuwe methode gaat kiezen als ze vragen hebben over de digitale systemen die daarbij passen?
Mijn ervaring is inmiddels dat scholen met een goede ict-coördinator, die voldoende (in tijd) wordt gefaciliteerd, grote slagen kunnen maken. Mijn ervaring is dat als er serieus werk gemaakt wordt van scholing en werkplekbegeleiding in het primaire proces de ontwikkelingen ineens heel hard kunnen gaan. Maar juist op dat punt voorziet het plan van aanpak helemaal niet.
De acties lijken vooral gericht op schoolbestuurders. Maar daar gaat het mijn inziens helemaal niet om. Het moet niet op de stafbureaus of in de directiekamers gebeuren. Maar in de klas. Daar is tijd, ruimte en praktische ondersteuning voor leraren voor nodig.
Verder wordt er ook gesproken over het zorgen voor goed digitaal leermateriaal. Maar daar gaat het ook niet om. Er is goed digitaal leermateriaal genoeg. En initiatieven voor gezamenlijke inkooptrajecten zijn er ook al. Maar dat is ook niet altijd wenselijk vanuit het perspectief van een school.
Om dan tenslotte toch nog maar in te gaan op één van de versierende verhaaltjes:
In één van de voorbeelden is een schoolleider aan het woord over een versnellingsvraag met betrekking tot een soort master-dashboard waarmee een leerling vanuit allerlei applicaties gevolgd zou kunnen worden door de leraar. Daar wordt volgens die schoolleider aan gewerkt. Alleen dat voorbeeld al doet mij huiveren. Wat een tijd en geld zal daar in gaan zitten. En wat een gedrocht gaat dat opleveren?
Doelstelling 8 zegt nota bene dat het uitwisselen van data tussen applicaties tot een minimum beperkt zou moeten worden. En dan doen we een versnellingsvraag naar het combineren van zoveel mogelijk gegevens in één applicatie.
Vreemder is het nog als je kijkt naar welke systemen ze willen vangen in het dashboard. Die school schijnt te werken met Muiswerk, Rekentuin, Taalzee en Smart rekenen. Dat zijn adaptieve systemen die prima dashboarden van zichzelf hebben (alleen Smart rekenen ken ik niet). Een kenmerk van adaptieve systemen is (zo leerde ik laatst) dat die adaptiviteit vooral binnen het systeem werkt. Je kunt dan leerpaden voor leerlingen door het systeem laten bepalen terwijl de leraar ervan op de hoogte blijft door goede rapportages.
Ik leerde dat van een blogpost van Wilfred Rubens die daar met de volgende zin op inging: "Het is immers ook alleen maar mogelijk om binnen één systeem gepersonaliseerde leerpaden via adaptieve technologie te realiseren (en niet over systemen heen)."
Misschien wil het doorbraakproject wel iets forceren wat niet te forceren valt. Misschien moet er gewoon geduldiger gewacht worden tot het vanzelf groeit. Want dat doet het wel.











