maandag 19 januari 2026

Zaadvast of hybride?

Januari is de maand waarin de plannen voor het komend seizoen afgemaakt worden. En dat betekent ook dat het plantgoed en de zaden besteld worden. En daarbij is toch steeds weer de terugkerende vraag: gaan we voor zaadvaste rassen of hybride rassen?

Zaadvast
Als een ras zaadvast is, dan houdt dat in dat je van de zaden van die plant ook weer (ongeveer) dezelfde planten krijgt. Dus een zaadvast tomatenras dat een lekkere, kleine, rode kerstomaat geeft, blijft als je dat zaad uit zo'n tomaatje gebruikt, gewoon een lekkere, kleine, rode kerstomaat. Maar als een tomatenras niet zaadvast is, dan kan er uit zo'n zelfgewonnen zaadje een heel andere tomaat tevoorschijn komen. Zaadvaste rassen zijn dus bij uitstek geschikt voor (moes)tuinders die met hun zelfgewonnen zaad het volgende jaar weer nieuwe planten willen kweken.
Er zijn bronnen die zeggen dat zaadvaste rassen ook gezonder en voedzamer zouden zijn dat hybride rassen. Maar of die claim klopt, weet ik niet.

Hybride
Hybride rassen hebben die eigenschap niet. Bij hybride rassen gebruikt de zaadleverancier een specifieke moeder- en vaderplant om steeds nageslacht te maken met vrijwel dezelfde eigenschappen. Waar exemplaren van zaadvaste planten onderling allemaal een klein beetje verschillen, is dat bij hybride rassen veel homogener. Het voordeel daarvan is dat bij hybride rassen de kans veel groter is dat al je bloemkolen, of al je pompoenen op hetzelfde moment oogstklaar zijn. Ze hebben veel meer de neiging om allemaal vruchten van dezelfde grootte of hetzelfde gewicht te geven. Hybride rassen passen daarom heel goed bij een industriële oogst en verwerking. Want omdat de oogst veel homogener is, kun je de machines die je voor de oogst en verwerking gebruikt beter ontwerpen of instellen. En hetzelfde geldt voor smaak of houdbaarheid. Daarin lijken de planten veel meer op elkaar dan bij zaadvaste rassen. Als je een consistente kwaliteit van een bepaalde eigenschap belangrijk vindt, dan kies je dus eerder hybride zaad dat precies die consistentie heeft van die eigenschap.

Maar er is ook een belangrijk nadeel van hybride rassen. De zaadleverancier heeft veel tijd en energie gestopt in het 'ontdekken' van de juiste combinatie van vader- en moederplant. En dat kunnen ze alleen maar terugverdienen met het verkopen van het nageslacht van deze planten: het zaad. Om die verkopen te waarborgen, houden ze de vader- en moederplant angstvallig geheim. Dus daarmee blijft de (moes)tuinder afhankelijk van de zaadleverancier om goede zaden te verkrijgen. Je zult er dus altijd voor moeten betalen. Terwijl dat in de natuur natuurlijk niet zo werkt.
Er zijn zelfs veredelaars die patenten op de genetische code van zaad proberen vast te leggen om ervoor te zorgen dat niemand anders 'hun' ontdekking kan gebruiken. 

Overwegingen
De discussie tussen zaadvast en hybride gaat dus vaak over de toegang tot zaad en de afhankelijkheid van tuinders ten opzichte van (grote) veredelingsbedrijven.
Bij De Groentemeester maken we gebruik van zowel zaadvaste als hybride rassen. Maar ik neig de laatste tijd wel iets meer naar zaadvaste rassen. Het lijkt me leuk om met zelfgewonnen zaad verder te kweken. Misschien krijgen we daardoor dan wel soorten die steeds meer specifiek zijn ingesteld op ons plekje op de wereldbol. En wat ook belangrijk is, is dat het ons minder afhankelijk maakt van derde partijen. Dat vind ik qua toegang tot ons voedsel ook wel een belangrijk punt om op de lange termijn aan te werken. En daarbij kan het ook nog eens in de portemonnee schelen. Want van een zaadvast ras hoef je voor het volgende teeltseizoen geen nieuwe zaden te kopen als je dat niet wilt. Je kunt ze zelf winnen en weer gebruiken.

Vorig seizoen heb ik van onze lekkere kerstomaat een fors aantal zaden gewonnen. Die heb ik gedroogd en netjes bewaard. En komend seizoen gaan we dus voor het eerst tomaten zaaien van zaad dat we zelf gewonnen hebben. Bij tomaten schijnt dit vrij ongecompliceerd te zijn. Bij gewassen zoals courgettes of pompoenen is er iets meer aandacht nodig bij het proces van bestuiven. En zo heeft ieder gewas daarin zijn eigen aandachtspunten. Als je daar meer over wil weten, raad ik je aan om het boekje 'Zelf zaden telen' van Velt aan te schaffen. 

Rassenproeven
Afgelopen jaar deed ik mee met rassenproeven. Ooit is dit project geïnitieerd door stichting Zaadgoed. En toen ik van dit project hoorde, heb ik me meteen aangemeld. Binnen het project doen tuinders uit heel Nederland en België mee. En iedere tuinder kiest een handvol gewassen waarvan ze verschillende variëteiten willen proberen. Ik deed afgelopen jaar mee met bieten, snijbonen, aubergines en paprika's. Van ieder gewas kregen we uitgangsmateriaal van tot wel 9 verschillende variëteiten. En dat ging uitsluitend om zaadvaste rassen. Het idee was dat je je als tuinder veel bewuster werd van de verschillende eigenschappen die planten kunnen hebben door ze naast elkaar te telen. En voor de oogstgenoten (en andere belangstellenden) was er een smaakevenement waarbij de verschillende variëteiten van de gewassen blind geproefd konden worden. 
Mijn deelname aan het project heeft bij mij wel wat bewustwording opgeleverd over het werken met zaadvaste rassen. En vandaar dat ik nu ook meer neig naar het gebruik van zaadvaste rassen. 

zondag 11 januari 2026

Vruchtwisseling, monocultuur en polycultuur

Iedereen die een moestuin of een tuinderij heeft, zal herkennen dat vrijwel alle oogst in enige mate te lijden heeft onder aantastingen. Plagen en ziekten kunnen in je gewassen komen en je oogst (deels) bederven. Eén van de uitdagingen voor een tuinder is dan ook om die ziekten en plagen het hoofd te bieden.

‘Slimme’ wetenschappers hebben daarvoor allerlei middeltjes uitgevonden die je eenvoudig over je gewassen kunt sproeien. En die neutraliseren die beestjes en schimmels dan. Pesticiden noemen we die. Dat daar ook een hoop nadelen aan zitten, begint langzamerhand duidelijk te worden. En daarom zijn er gelukkig steeds meer mensen die geen pesticiden meer willen gebruiken.

Maarja, wat dan? Want die plagen en ziekten knabbelen wel gewoon verder aan je oogst als je niet op let. Gelukkig bestaan er veel methoden om die plagen en ziekten te minimaliseren. Voordat de pesticiden werden uitgevonden bedreven mensen namelijk al zo’n 10.000 jaar landbouw. En in die 10.000 jaar is best wat kennis opgebouwd en zijn vele mensen gevoed. Eén van de methoden die altijd al gebruikt werd, was het gebruik van een vruchtwisselingssysteem in kleinschalige tuinderijen. Om goed uit te leggen hoe dat werkt, wil ik eerst twee andere begrippen toelichten, namelijk: monocultuur en polycultuur.

Monocultuur

Bij een systeem van monocultuur verbouwt een boer of tuinder op zijn veld maar één gewas. Bijvoorbeeld alleen spruiten. Het voordeel daarvan is dat de boer zich kan specialiseren op dit gewas. Hij weet op welk moment hij moet zaaien, wieden en oogsten. Hij herkent aantastingen en kan daarop snel handelen. En zijn machines kunnen helemaal ingericht worden op de teelt van spruiten.

Maar vanuit het perspectief van het voorkomen van ziekten en plagen is dit het meest kwetsbare systeem dat je kunt bedenken. Want stel nou dat er een koolwitje landt in dit veld. Dat koolwitje kan zijn voelsprieten niet geloven. Want overal waar hij kijkt, waar hij ook heen vliegt, en waar hij ook landt, daar ziet ie zijn favoriete kostje: allemaal koolplanten. Nooit meer honger! Als goede ouder zal hij of zij denken: hier ga ik zorgen voor mijn nageslacht. En dan komen de rupsen. Zo’n heel leger rupsen doen de planten geen goed en zorgen voor een verminderde opbrengst en allerlei verontreiniging van rupsenpoepjes in de oogst.

Of stel nou dat er een schimmel in de bodem zit die zich alleen maar kan vermeerderen op koolplanten: knolvoet. Die slapende schimmel hangt daar tussen de voedingstoffen, de kleideeltjes en de zandkorrels in. En dan krijgt ie door dat er een wortel van zo’n koolplantje in de buurt komt. Daar wordt hij wakker van. En dan wordt hij actief. Hij zoekt de wortels op en komt er achter dat er heel veel wortels van koolplanten zijn. Hij is in de schimmelhemel beland! De schimmel dringt binnen in de planten, zorgt daar voor allerlei vergroeiingen in de wortelstelsels en het gevolg daarvan is dat de koolplanten zich niet goed ontwikkelen, makkelijk omvallen en een veel lagere opbrengst geven. De schimmel voltooit zijn cyclus door uiteindelijk uit rottende plantendelen sporen uit te stoten. Die sporen gaan weer slapend de bodem in. Wachtend op volgend jaar als de boer weer nieuwe kolen gaat zetten.

Als je jaar na jaar op dezelfde plek gewassen teelt uit dezelfde plantenfamilie, dan zorgen deze plagen ervoor dat je oogst steeds verder zal afnemen. En dan kun je eigenlijk alleen nog maar grijpen naar pesticiden die de plagen doden.

Polycultuur (of combinatieteelt)

De natuur werkt anders. Gezonde systemen in de natuur, zoals een gezond bos of een gezonde slootkant, kennen een hoge mate van diversiteit. Er staan altijd planten van allerlei verschillende plantenfamilies door elkaar in zo’n systeem. In de moestuin kunnen we dit ook doen. Dus niet alle kolen bij elkaar. En alle prei bij elkaar. En alle wortels bij elkaar. Nee, je zet ze expres door elkaar heen. Als zo’n koolwitje dan per toeval op zo’n koolplantje landt, ziet ie dat de plant ernaast iets is dat hij minder lekker vindt. Of misschien vindt hij het zelfs wel helemaal niet te eten. Hij moet dan weer op zoek naar de volgende plant die hij wel lekker vindt. Daar raakt hij van in de war. En hij zal liever naar een plek op zoek gaan waar het makkelijker is voor zijn nageslacht.

Hetzelfde geldt voor de knolvoetschimmel. Want die zal zich niet in de schimmelhemel wanen, omdat er ook allerlei andere planten (met bijbehorende schimmels) in die bodem actief zijn. Dat maakt dat het voor de schimmel veel moeilijker is om dominantie te vergaren. En dat is voor de gezondheid van de koolplanten in het systeem goed nieuws.

Dus polycultuur met alle diversiteit is een groot antwoord op allerlei plagen en ziekten. En als je een kleine moestuin hebt, zou ik adviseren om op deze manier je tuintje in te richten. Jij weet toch wel wat je waar neergezet hebt. Dus met oogsten moet dat ook goed gaan.

Maar als je een wat grotere tuinderij hebt (zoals De Groentemeester van een halve hectare) dan wordt een polycultuur wat onwerkbaar. We hebben ook enige mate van efficiency nodig. En bij een zelfoogsttuin als De Groentemeester telt ook nog mee dat het voor de oogstgenoten duidelijk moet zijn wat waar te oogsten is. Als alles door elkaar staat, maken we het ons zelf heel moeilijk om dat goed te kunnen aangeven. Dus daarom is een echte polycultuur niet echt een optie in zo’n systeem.

Wisselteelt

En daar komt het vruchtwisselingsysteem om de hoek kijken. Kortgezegd komt het er op neer dat je gewassen die tot dezelfde plantenfamilie behoren (of die last hebben van dezelfde plagen) toch gewoon  bij elkaar neerzet. Maar ieder groeiseizoen zorg je ervoor dat ze op een andere plek in je tuin staan. Zo profiteer je van een zekere efficiëntie, maar kun je er bij een slimme indeling ook voor zorgen dat je plagen net een stapje voor blijft. Want die knolvoet bijvoorbeeld, voltooit zijn cyclus in een jaar. Aan het eind van het jaar legt hij de slapende schimmel weer in de grond die gaat liggen wachten tot het jaar erna weer koolplanten komen. En in een wisselteeltsysteem komen er gedurende een aantal jaren dus geen koolplanten op die plek. Die knolvoetschimmel verpietert dan hopelijk grotendeels.

En hetzelfde geldt voor plagen als rupsen. Overblijvende eitjes en poppen worden het volgende jaar wakker in een bed met gewassen die ze helemaal niet lekker vinden.

Op kleinschalige tuinderijen combineren we de voordelen van monocultuur en polycultuur in één systeem van vruchtwisseling. We hebben de voordelen van de efficiëntie van monocultuur en de voordelen van de diversiteit van de polycultuur, want de plotjes met één gewas zijn relatief klein.

Andere voordelen van een vruchtwisselingsysteem zitten hem in beschikbaarheid van voeding. Koolplanten en vruchtgewassen vragen om veel voeding en putten de bodem dan ook meer uit dan bijvoorbeeld, uien of sla. Alle peulgewassen brengen zelfs ook voeding in de bodem in. Door deze plantenfamilies in een goede volgorde te laten rondgaan door ieder plekje van je tuin, kun je een systeem creëren dat steeds gezonder wordt. Dat vraagt iets meer van een boer of tuinder dan kennis van één bepaald gewas. Maar dan kun je dus wel voedsel telen zonder gebruik te maken van pesticiden. Zoals we al tienduizend jaar gewend waren om te doen.



maandag 17 november 2025

Nieuwe uitdaging voor volgend seizoen

Dit was vorig jaar mijn levering in week 13.
Dat zullen we nu anders moeten organiseren.
Velen zullen het bericht wel ergens hebben zien voorbij komen. Plantenkwekerij Jongerius heeft per 31 oktober 2025 alle activiteiten gestaakt. Dit bedrijf voorzag zo'n 700 tuinderijen van biologisch plantgoed. En onder die tuinderijen waren veel kleinschalige initiatieven. Zoals zelfoogsttuin De Groentemeester ook is.

Dit maakt het komende seizoen weer helemaal anders ten opzichte van de voorgaande seizoenen. Want er is niet zomaar een makkelijke oplossing voor het gat dat Jongerius ogenschijnlijk lijkt te gaan achterlaten. Wat wel bijzonder is, is dat het bedrijf helemaal niet aangeeft wat de reden is waarom de activiteiten gestaakt zijn. De medewerker van wie we het nieuws kregen op de 31e, schreef wel dat Jongerius gewoon een gezond bedrijf was. En dat de orders voor 2026 ook al goed gevuld waren. Dat maakt de speculatie dat het om een gewoon faillissement gaat in mijn ogen niet waarschijnlijk. Er is tot op heden ook nog geen faillissement aangevraagd. Maar duidelijkheid erover ontbreekt in alle toonaarden. En het is al helemaal gissen naar de werkelijke reden van het staken van de activiteiten.

Qua timing is dit overigens het beste moment in het jaar. Voor de meeste telers is het seizoen zo'n beetje net afgelopen. En je hebt nu dus de meeste tijd om je voor te bereiden op de situatie dat er geen (of veel minder) plantgoed geleverd kan worden. Dat is een uitdaging, maar ik zie dat niet somber in.

Bij De Groentemeester gaan we in eerste instantie maar eens werken aan een oplossing voor het worstcase-scenario. Dat betekent dat we er van uitgaan dat we helemaal geen plantgoed kunnen krijgen. En dat betekent dat we veel meer zelf moeten gaan opkweken. Veel deden we al zelf. Vruchtgewassen, snijbiet, NZ-spinazie en alle bloemen, bijvoorbeeld. En veel groenten zaaiden we gewoon direct in het veld, zoals wortelen, bieten, alle bonen, rucola, radijs en raapstelen. Verder hebben we ook best wel wat pootgoed zoals dat van aardappelen en uien. Ook die teelten lopen volgend jaar gewoon zoals altijd. Maar voor de kolen, de slaplantjes en gewassen zoals knolselderij en prei moet er een oplossing gevonden worden. En daarvoor gaan we eerst maar eens kijken of eigen opkweek van deze gewassen haalbaar is. Daar zijn in ons geval ook investeringen voor nodig in de mogelijkheden voor eigen opkweek. Meer zaaitrays, een perspottenpers, kweekbakken en mogelijkheden voor (enigszins) verwarmde opkweek. Daar werken we nu aan. Ruimte gaat de grootste uitdaging worden, zoals het er nu uit ziet. Maar: schouders eronder en kijken hoever we komen!

Tegelijk zijn we ook aan het kijken hoe we toch zoveel mogelijk plantgoed kunnen laten leveren. In Nederland zijn er twee biologische preileveranciers. Die zitten beiden in Noord-Limburg. In het Westland zit een kwekerij die vooral kruiden en zoete aardappels doet. En in Duitsland bestaat een plantenkwekerij zoals Jongerius: Wunderlich. En in België is er De Koster. Zij kunnen mogelijk iets betekenen om de Nederlandse markt van biologisch plantgoed te voorzien. Voor deze kwekerijen zijn de kleinschalige tuinderijen minder interessant dan de grotere biologische kwekers. En daarom zijn we regionaal aan het kijken waar we bestellingen kunnen clusteren, zodat we samen een wat 'grotere klant' worden.

Ik heb goed contact met een flink aantal kleinschalige tuinderijen in Zuid-Holland. En we trekken momenteel gezamenlijk op om te kijken hoe we onze vraag naar plantgoed kunnen bundelen. Op die manier hopen we dat we interessant genoeg blijven voor de plantenkwekers die overblijven.

Kortom het wordt een uitdagend seizoen. Maar ergens vind ik dat ook wel weer leuk. Gedwongen door de omstandigheden vinden er nu veranderingen plaats die best wel eens positief kunnen uitpakken. 

En daarbij: misschien maakt Jongerius wel een soort doorstart en blijkt het probleem uiteindelijk minder groot dan het nu lijkt. Hoe dan ook: de tijd zal het leren.

En wij? Wij leren mee.

dinsdag 4 november 2025

Viral op Instagram @DeGroentemeester

Het derde seizoen bij Zelfoogsttuin De Groentemeester loopt alweer (bijna) op zijn einde. Nog ongeveer drie weken oogsten en dan zit het er weer op. We kunnen terugkijken op een mooi seizoen waarin voor het eerst 100 oogstgenoten meededen. (En inmiddels begint de wachtlijst voor volgend jaar zich ook goed te vullen.)

Zo rond de 10e van de 10e maand beginnen we altijd alweer met de eerste aanplant voor het volgende seizoen. Dan gaat de knoflook namelijk de grond in. Deze keer gebeurde dat op 9 oktober. Lekker op schema. Als we gaan planten, dan wil ik dat altijd strak op lijnen doen. Dat maakt het straks makkelijker om het onkruidvrij te houden. En het ziet er ook gewoon mooier uit. 

Om die lijnen te trekken heb ik van mijn oude stageadres een idee voor een gereedschapje geleend: de lijnentrekker. Naar hun voorbeeld heb ik er bij het starten van de tuinderij zelf één geknutseld. En het gebruiken daarvan hebben we op 9 oktober jl. voor het eerst op film gezet. Eén van de vrijwilligers nam een mooi shot terwijl ik de strakke lijnen in het net gefreesde bed trok. Op 10 oktober zette ik dat online op Instagram. En wat schetste mijn verbazing: het bleek populaire content. Op het moment van schrijven is die post al meer dan 347.000 keer bekeken. En mijn volgers aantal is gestegen van 360 volgers naar ruim 2300. Door één post.

Het viral gaan van zo'n post is een leuk proces om te volgen. Ten eerste omdat het leuk is dat mensen van over de hele wereld het filmpje blijkbaar kunnen waarderen. Ten tweede omdat er dus eigenlijk niet zoveel nodig is om een groter bereik te krijgen. Je post hoeft alleen maar in een bepaalde groep geliked en gedeeld te worden en dan ontstaat er een soort sneeuwbaleffect. Het laat ook mooi zien hoe verbonden de wereld momenteel is. Want er zijn dus accounts uit allerlei landen en werelddelen die comments geven en de boel doorsturen naar anderen: uit Nederland, maar ook Japan, Afrika, Amerika, Frankrijk en Italië zijn ruimschoots vertegenwoordigd. En waar je er in het begin dus nog van opkijkt dat je van 300 naar 2000 weergaven gaat, kijk ik er inmiddels niet meer van op dat het binnen een dag weer 10 of 20 duizend keer vaker bekeken is. Je went heel snel aan die grotere getallen. Grappig.

Veel accounts die mij zijn gaan volgen zijn accounts die ook bij kleinschalige landbouwinitiatieven horen. En dat is op zichzelf ook heel fijn om te zien. Dat we met zoveel zijn. Over de hele wereld.

Het filmpje is trouwens hier te bekijken.

dinsdag 28 oktober 2025

Terugkijken op het VogelVerschrik-Maak-Spektakel

Eerlijk gezegd weet ik niet meer precies hoe dit idee nou tot stand gekomen is. Maar op zaterdag 25 oktober organiseerden we voor het eerst het VogelVerschrik-Maak-Spektakel bij zelfoogsttuin De Groentemeester. 

Het idee was simpel. Verschillende teams zouden het tegen elkaar opnemen om de mooiste, lelijkste of effectiefste vogelverschrikker te maken. En de beste vogelverschrikker kreeg een 'dienstverband' op de tuin. Het idee was simpel. We hoefden het alleen nog maar te organiseren.

Dus. We gingen met onze creativiteit aan de slag. We moedigden teams aan om zich in te schrijven, terwijl we eigenlijk nog niet wisten wat voor feestje het precies zou worden. We verzamelden alvast oude kleren, om eens te kijken wat je daar dan mee kon. We schreven stukjes in nieuwsbrieven en op socialmedia, terwijl we nog geen idee hadden hoe het spelverloop zou zijn. We richtten een voorbereidings-appgroepje op om dingen af te stemmen. We kochten een strobaal, want dat zou je minimaal toch wel nodig hebben voor een vogelverschrikker. We raapten allerlei oude en niet meer gebruikte materialen bij elkaar, zonder een idee te hebben hoe je daar een vogelverschrikker van maakt.  En we hadden bovenal veel voorpret.

Op de dag zelf aangekomen hadden we vier teams die mee wilden doen. En hoewel we een 'strenge en deskundige' jury hadden aangesteld, drukten we iedereen op het hart dat alles met een korreltje zout ging. Het ging immers om het plezier. En wat een plezier hebben we gehad! 

De teams hadden echt hun best gedaan om er wat van te maken. Er rolden dus ook vier geweldige vogelverschrikkers van de band, waartussen het moeilijk kiezen was. Ondanks de vele regen en wind die we moesten trotseren op deze ochtend, kregen we van alle kanten te horen dat we dit volgend jaar absoluut weer moeten organiseren. Zo leuk! Dus dat gaan we zeker doen.


Ik ben blij dat het VogelVerschrik-Maak-Spektakel het succes is geworden waarvan ik hoopte dat het zou worden. Want zo'n idee begint in je hoofd. En dat krijgt dan langzaam vorm. Je schuift wat puzzelstukjes in elkaar (het bij elkaar roepen van gezellige teams van oogstgenoten en vrijwilligers, het vragen van oud-collega's om als spelleider op te treden, het maken van spelregels en een draaiboek, het verzamelen van geschikte materialen). Maar als het dan zover is, dan moet nog maar blijken of het zo leuk wordt. En dat werd het. Gelukkig. Missie geslaagd.

Zo'n feestje is op zichzelf leuk om te organiseren. Gewoon een beetje pret maken. En voor de horeca op onze locatie zorgde het voor een kleine boost in de omzet. Maar uiteindelijk dient het ook een hoger doel. De tuinderij is bedoeld als een plek waar een gemeenschap vorm kan krijgen. Waar mensen met elkaar het contact aangaan. Waar vertrouwen in de medemens groeit. En waar men zich realiseert dat je er niet alleen voor staat. Een feestje als dit draagt heel erg bij aan het vormen van deze gemeenschap. Lol hebben met elkaar is belangrijk. Dus ik ben blij dat een geslaagde activiteit was die voor herhaling vatbaar is.


















maandag 17 februari 2025

30+ gereedschappen die een tuinderij nodig heeft

Ieder jaar maakt het Market Gardener Institute een overzicht van 'Must-Have Tools For Small Regenerative Farms & Market Gardens' (youtube). Dit jaar bevatte de lijst 30 gereedschappen die volgens Jean-Martin Fortier onmisbaar zijn op een tuinderij. Dat maakt bij elkaar een interessante lijst.

Maar tegelijk vind ik het ook een (iets te) flinke lijst. Als je een tuinderij wilt starten, en je wilt er ook nog iets aan overhouden, dan zul je kritisch moeten kijken naar de kosten die je maakt. En ieder gereedschapje kost nou eenmaal geld. Dus: wat koop je wel, wat koop je niet en wat koop je later? 

In deze blogpost loop ik de suggesties uit hun video langs en geef daarbij mijn ervaring. Mijn context is wel iets anders. Zij gaan uit van een Market Garden die levert pakketten levert of produceert voor verkoop op markten. Dat betekent dat ze ook spullen moeten hebben om (snel) te oogsten en faciliteiten om dingen te bewaren tot de verkoopdag. Op mijn tuinderij zijn veel vrijwilligers actief en we hanteren het model van zelfoogst. Dus dat betekent dat een deel van het werk dat op andere tuinderijen door de tuinders gedaan wordt, bij ons door de oogstgenoten opgelost wordt. Zij oogsten namelijk het grootste deel zelf.


Nou, komt-ie.


1. Broadfork 
De woelvork is een mooi gereedschap als je de bodem zo min mogelijk wil bewerken. Deze zou ik echter niet classificeren als must-have. Behalve als je met een systeem gaat werken waarbij je geen kerende grondbewerking wilt doen. Dan is dit absoluut een must-have. Je hebt ze in verschillende breedtes. Bij lichte gronden zou ik dan een woelvork aanschaffen die precies de bedbreedte heeft. Bij zwaardere gronden zou ik naar een kleinere variant gaan. Dat betekent wel dat je misschien twee keer door een bed moet om het hele bed te doen, maar anders wordt het heel zwaar werk. En je moet je lijf ook heel houden.

2. Push Seeder en 3. Pinpoint Seeder
Deze schaar ik voor het gemak maar even allebei onder de noemer handzaaimachines. Dit vind ik wel een must-have. Je hebt er veel verschillende varianten van die ook erg kunnen verschillen in prijs. De Jang Seeder is een mooi apparaat waarmee je heel precies kan zaaien. Maar die is door alle verschillende zaaischijven die je nodig hebt voor verschillende gewassen ook erg duur. Ik heb zelf gekozen voor een eenvoudige Thilot zaaimachine. Nadeel is dat je een bed soms erg moet uitdunnen omdat de afstanden in de rij niet goed instelbaar zijn. Maar hij is wel extreem eenvoudig in gebruik en doet het op zwaardere gronden ook goed.

4. Bed Prep Rake 
Feitelijk is dit een grote hark. En ik ben het met hen eens dat je niet zonder hark kunt, als je een tuin runt. Maar in mijn ervaring maakt de grootte ervan niet zo uit. Een gewone huis-tuin-en-keuken-hark voldoet ook. Zij gaan er vanuit dat ze de grote hark ook gebruiken om rijen te markeren. Daar gebruik ik geen hark voor, maar een zelfgeknutseld houten rekje dat ik door het bed trek. Dat werkt ook.

5. Blind Weeder
Dit gereedschap heb ik (nog) niet aangeschaft. In het Nederlands heet het volgens mij een tandeneg. Als je dit gereedschap op het juiste moment gebruikt, kun je heel snel een bed van kleine onkruidjes ontdoen. Maar dan moet je gewas wel groot genoeg zijn en het onkruid nog klein. Je kunt het je met dit gereedschap niet veroorloven om achter te lopen op onkruidverwijdering. Maar daarom werkt het misschien ook wel zo goed. Dit vind ik geen must-have, maar een nice-to-have.

6. Stirrup Hoe
Hier gaat het ook om onkruid verwijderen. Dit is geen klassieke schoffel, maar heeft een hoefijzervorm die je langs je gewassen trekt. De kans dat je met deze schoffel je gewas zelf ook raakt, is veel kleiner. Deze omegaschoffel wil ik nog wel een keer aanschaffen, maar tot nu toe hebben we vooral gewone schoffels van verschillende breedtes. Schoffels zijn een must-have. Maar of het een omegaschoffel moet zijn, laat ik aan degene die gaat schoffelen. Wat ik zelf wel een vereiste vind bij een gewone schoffel is dat op het uiteinde van de steel een handgreep zit die haaks staat op de steel. Daarmee kun je hem veel beter hanteren.

7. Wheel-Hoe 
Op één van mijn stages heb ik gewerkt met een wielschoffel. In theorie kun je snel door een bed heenrijden, maar ik vond dat wat tegenvallen. Als het bed iets te veel 'vergrast' is, werkt dit al niet meer lekker. Dan kun je maar beter een gewone schoffel gebruiken. Dit is een overbodig stuk gereedschap wat mij betreft.

8. Flame Weeder
Deze heb ik ook (nog) niet aangeschaft. Je hebt hier verschillende varianten van. Met een enkele kop waaruit de warmte komt, of met een verdeelsysteem zodat je de volledige bedbreedte in één keer kan verhitten. Als ik zoiets zou aanschaffen, zou ik voor dat laatste gaan.
Het idee is dat je met de warmte de kiemplantjes van het onkruid zodanig verhit dat ze in de kiem gesmoord worden. Letterlijk. Bij het gebruik van dit apparaat gaat het ook weer heel erg om de timing. Want als jouw gezaaide zaad ook net aan het opkomen is, draai je je gewenste gewas natuurlijk ook de nek om. En dat is dan weer net niet de bedoeling. De onkruidbrander is een nice-to-have.

9. Landscape Fabric 
Hier gaat het om worteldoek. Dit pas ik toe bij vruchtgewassen als pompoen, courgette en komkommer. Je dekt het bed af met worteldoek waar je op gezette afstanden gaten in brandt. In die gaten komen dan de plantjes. Het worteldoek zorgt ervoor dat er geen licht op de bodem komt en daardoor gaat er geen onkruid groeien. Omdat het bij worteldoek om een gewezen structuur gaat, loopt water er wel gewoon doorheen. Want anders zouden je gewassen natuurlijk niet goed groeien.
Het grote nadeel van worteldoek is meteen ook die geweven structuur. Het heeft de neiging om te rafelen en daardoor kan er potentieel plastic onbedoeld in het milieu terecht komen. Om dat te voorkomen, hebben we de randen van al het gebruikte worteldoek dicht gebrand. En we hergebruiken dit worteldoek ieder jaar.
Dit zit ergens tussen must-haven en nice-to-have in. Het scheelt een berg wiedwerk in ieder geval.

10. Bio-discs
Dit is ook een manier om onkruid te verwijderen. Het is een systeem waarbij er twee schijven door de aarde langs je plantjes snijden. Ik zou dit niet willen classificeren als een must-have.

11. 2-wheel-tractor
Bij het starten van een tuinderij vind ik dit een absolute must-have. Een tweewieltrekker is gewoon een motor met twee wielen en een stuur waar je achter (of naast) kan lopen. Aan de tweewieltrekker kun je allerlei gereedschappen koppelen: een rotorkopeg, een frees, een compostverspreider of een klepelmaaier bijvoorbeeld. Ik heb alleen gekozen voor een frees. Al zou ik een rotorkopeg op termijn ook nog wel interessant vinden omdat die de grond bewerkt zonder hem te keren. Maar de frees was in aanschaf veel goedkoper. En dat is ook een factor om rekening mee te houden.

12. Tilther
Ik weet niet zo goed hoe je dit in het Nederlands precies zou moeten vertalen. Het is een soort freesje dat heel oppervlakkig de grond bewerkt. En die hebben ze dan zo in elkaar geknutseld dat hij werkt op aandrijving van een accu-boormachine. Als je al een tweewieltrekker met frees hebt, zie ik niet in waarom je dit ook zou willen hebben.

13. Greenhouses and Tunnels
Dit een grote investering. Maar het is ook een investering die zichzelf kan terugverdienen omdat je hiermee je seizoen aanzienlijk kunt verlengen. We hebben het dan over een onverwarmde kas. Als je eigen opkweek wilt doen, heb je wel iets van een ruimte nodig waarin je dat kunt doen. En als die ruimte groot genoeg is, kun je hem ook gebruiken voor seizoensverlenging van je teelten. Dan kun je bijvoorbeeld in het voorseizoen al veel eerder bladgewassen zoals spinazie of sla klaar hebben. 
Ik heb twee kleine hobbykassen die eigenlijk alleen bedoeld zijn voor de opkweek die we doen in de periode van maart tot en met mei. Daarna gebruik ik ze nog om wat peperplanten te huisvesten en de uien en knoflook in te drogen. Ik ben het met hen eens dat een kas(je) een must-have is.

14. Seeding Trays 
Een absolute must-have. En hier moet je er voldoende van hebben. Ik heb gekozen voor kwalitatief goede zaaitrays van Quickpot. En die staan bij mij op Deense onderzetters zodat ik ze allemaal van onderaf water kan geven. Verder heb ik er ook een uitdrukplaat bij aangeschaft want dat zorgt ervoor dat je vrij eenvoudig en snel de plantjes ook weer uit de trays gedrukt krijgt. En dat versnelt het werk enorm bij het planten.

15. Dibber
Dit een leuk gereedschapje waarvan ik vind dat hij alleen bij het planten van prei ertoe doet. Wij gebruiken daar geen aparte plantstok voor, maar gewoon de steel van een hark. En op die steel heb ik dan een lijntje getekend dat de gewenste diepte aangeeft. De plantstok mag van mij van de lijst must-haves afgehaald worden.

16. Irrigation
Een vorm van irrigatie die verder gaat dan een gieter, is een absolute must. Dat betekent dat je een pomp moet hebben die sterk genoeg is. Ik haal water uit de sloot. Dus een goed aanzuigfilter is dan ook essentieel. En verder heb je genoeg slangen en sproeiers nodig om het water te verdelen naar de plekken waar het nodig is.
Vorig jaar heb ik samen met een adviseur gekeken naar mijn irrigatiesysteem. We hebben nu op het terrein tien kranen geïnstalleerd die via ondergrondse leidingen met de pomp verbonden zijn. Op die kranen kan ik naar behoefte sproeiers of druppelslangen aansluiten. En dit jaar ga ik nog investeren in een systeem met een frequentieverdeler. Daardoor slaat de pomp straks vanzelf aan als ik een kraan open zet. Dat scheelt een hoop heen-en-weer geloop.

17. Row Cover
Als je geen gebruik wilt maken van bestrijdingsmiddelen (en dat willen we), dan moet je je gewassen wel beschermen tegen allerlei vraat. Beschermdoeken zoals agrocover helpen daarbij. Daarnaast zorgen ze er ook voor dat de planten iets luwer staan. Ik gebruik doeken net na het zaaien om te voorkomen dat vogels de zaden meteen uit de grond pikken. En ik gebruik doeken die ik als tunneltjes over de gewassen heen zet om vraat van rupsen, duiven en hazen te voorkomen. 

18. Insect nets
Hier heb ik nog niet in geïnvesteerd. Mede omdat de beschermdoeken die ik hierboven noemde een deel al voor hun rekening neemt. Maar de echt kleine insecten, zoals de preimineervlieg of de wortelvlieg gaan gewoon door de mazen van de beschermdoeken heen. Daarvoor zijn insectennetten dan wel weer handig. Dus die zullen er op onze tuin ook nog wel komen. Vorig jaar hebben we relatief veel last gehad van die preimineervlieg en dat wil ik komend seizoen wel voorkomen.

19. Black silage tarps
In onkruidbestrijding is landbouwplastic onovertroffen. Je dekt een bed of een veld een paar weken af met landbouwplastic en daarna komt het grondje er vrijwel helemaal schoon onder vandaan. In het voorjaar helpt het ook om de bodem iets sneller te laten opwarmen omdat het zwarte plastic veel warmte opneemt. Als je hiervan gebruik wilt maken, dan heb je ook een voorraad aan grind- of zandzakken nodig. Bij harde wind ben je anders je doeken zo kwijt. Bij elkaar een flinke kostenpost, maar zeker de moeite waard om aan te schaffen.

20. Backpack sprayer
Dit apparaat is natuurlijk niet bedoeld om gif mee te verspreiden. Maar om de gewasgezondheid te bevorderen kun je zo nu en dan wel gebruik maken van bepaalde gieren. Zo heb ik vorig jaar gesproeid met een gier van boerenwormkruid en lavas tegen witte vlieg. En dan is zo'n sproeier wel handig. Verder gebruik ik hem ook om de zaaitrays tijdens het kiemingproces vochtig genoeg te houden. Dus dit is wat mij betreft ook een 'must-have'. 

21. Harvest Knife
Zoals Jean-Martin Fortier in het filmpje aangeeft, is een oogstmes van Opinel aan te raden. Ik heb zelf ook de nummer 10. Het is een fijn mes dat makkelijk is in onderhoud. Ik heb het altijd bij me als ik op de tuin ben. Zeker een must-have.

22. Pruning Shears
Eén of twee van deze scharen zijn inderdaad aan te bevelen. Wij hebben ze liggen om bloemen te laten plukken in de bloemenpluktuin.  Maar ik gebruik ze ook om paprika's en pepers te oogsten. Fijn om enkele van deze scharen te hebben.

23. Tool Sharpener
Logisch. Als je wilt dat je schoffels, messen en scharen scherp blijven, heb je een slijpsteen nodig. Hoe dat er verder uitziet, maakt in wezen niet zoveel uit. Het gaat erom dat je de mogelijkheid hebt om te slijpen. Hoe en waarmee dat is vooral een persoonlijke voorkeur volgens mij.

24. Quick Cut Greens Harvester
Dit apparaat zou ik een 'must-have' vinden in hun context. Zij oogsten babyleaf bladgroenten direct van het bed. Dat willen ze snel en schoon kunnen doen. En daar is dit het ideale apparaat voor. In een zelfoogstsysteem slaat het nergens op om dit apparaat aan te schaffen. Dus ik heb hem dus ook niet.

25. Harvest Cart
Je hebt een manier nodig om je oogst van het bed naar de voorraadkamer te brengen. Dat geldt voor ons bij gewassen die we vooroogsten. Bijvoorbeeld aardappels, pompoenen en uien. Wij hebben daarvoor geen aparte oogstkar. We gebruiken daarvoor een ramenwagen. Dat is een soort platte kruiwagen waarop je kisten kan stapelen. Zo'n soort wagen of kar vind ik ook inderdaad een must-have.

26. Harvest Bins
Dit kun je zo ingewikkeld maken als je zelf wilt. Met allerlei kleurtjes en maten voor bepaalde gewassen. Waar ik op zou letten bij de aanschaf zijn twee dingen: 1. Zijn ze makkelijk schoon te maken? En: 2. Zijn ze makkelijk op te bergen?
Ik heb gekozen voor klapkratten uit het europoolsysteem. Op marktplaats zijn soms oude ongebruikte partijen te vinden.

27. Cold Room
Eén of andere opslagruimte voor geoogste gewassen is wel nodig. Of die ook actief gekoeld moet zijn, hangt een beetje af van wat je hoe lang wilt bewaren. Ik kan me voorstellen dat in hun context een actief gekoelde ruimte nodig is. Ik gebruik een oude kleedkamer van het clubgebouw van de voormalige ijsbaan voor de opslag van aardappels, pompoenen en uien. En dat voldoet.

28. Rain Gear
Ja, regenkleding. Een absolute must-have. Als je de hele dag op het land bezig bent terwijl het regent dat het giet, is het zaak om zelf zo droog mogelijk te blijven. Een goede wind- en waterdichte regenjas en een een sterke regenbroek zijn vereist. Daarnaast moet je er ook voor zorgen dat je voeten droog blijven. Dus stevige waterdichte laarzen zijn ook aanbevelenswaardig.

29. Knee Pads
Ik heb werkbroeken waar ook kniestukken bij zitten. Ooit aangeschaft toen ik nog wat stratenmakerswerk ging doen. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik die kniestukken nooit gebruik. Ze zitten gewoon niet lekker. En ik heb ook niet zo'n moeite om een tijdje op mijn knieën te zitten. Als ik dat zat wordt, ga ik gewoon op mijn hurken zitten. Of een tijdje gebukt werken. Afwisselen van verschillende houdingen is sowieso aan te raden. Dus kniestukken hoeven van mij niet. Maar ik realiseer me ook dat dit ook met persoonlijke voorkeur te maken heeft. Want een aantal vrijwilligers bij mij op de tuin gebruikt graag van die knielmatjes voor in de tuin.

30. Crop Planning Software
Ik heb de indruk dat hun hele filmpje uiteindelijk ook een soort reclame is voor dit laatste puntje. Ze hebben een pakket ontwikkeld dat Heirloom heet. Het ziet er goed uit, maar ik betwijfel of dit echt een must-have is. Ik denk niet dat de software een must-have is. De must-have zit hem in het hebben van een teeltplan. En hoe je dat maakt, doet er niet écht toe. Dat kan in Heirloom, maar ook in een willekeurig spreadsheet programma of gewoon op papier. Als je maar zorgt dat je een plan hebt.


Dit was hun lijst, maar eerlijk gezegd mis ik daarop nog wel een paar gereedschappen die ik wel aangeschaft heb. Ik zou nog willen toevoegen:

1. Aardappelpoter
In onze vruchtwisseling hebben we ook een vak met aardappels. Om die met een beetje snelheid te kunnen poten is een aardappelpoter onontbeerlijk.

2. Spitvork
Wij oogsten de aardappels met de hand. Een goede spitvork is in mijn ogen dan nodig.

3. Gieters
We doen deels onze eigen opkweek. Om alle zaaitrays van water te voorzien is een gieter zo nu en dan ook gewoon heel handig.

4. Bamboestokken, palen en netten
Sommige gewassen hebben ondersteuning nodig waarlangs ze kunnen groeien. Een voldoende hoeveelheid aan bamboestokken, houten palen en netten is dan een echte must-have.

5. Oogstvlaggen
Waar mag wel en niet geoogst worden? Eén of andere markering daarvoor is in een zelfoogsttuin nodig. Ik heb oogstvlaggen gemaakt van bamboestokken en een stuk rood vrachtwagenzeil. 

6. Beschrijfbare informatiebordjes
In een zelfoogsttuin is communicatie belangrijk. Wat zijn aandachtspunten bij het oogsten? Ik gebruik daarvoor beschrijfbare informatiebordjes. Ik heb daarvoor witte A4-tjes gelamineerd die ik met een whitebordstift beschrijf. En die A4-tjes schuif ik dan bij het bed in een etikethouder van staal. 

7. Kruiwagens
Voor het verspreiden van compost over de bedden heb je kruiwagens nodig. En ze zijn ook handig voor allerlei andere klussen. Kruiwagens hoeven niet fonkelnieuw te zijn. Ik heb marktplaats afgestruind om ongeveer 7 kruiwagens te scoren. Handig als je veel vrijwilligers hebt.

8. Warmtemat
Voor de opkweek van bepaalde gewassen (denk aan tomaten, zoete aardappel, paprika en pepers, maar ook aan een aantal bloemen) heb je genoeg warmte nodig. Ik heb daarom twee warmtematjes onder mijn zolderraam geïnstalleerd. Daar kweek ik de kleine plantjes warm op totdat ze te groot worden. Dan verhuizen ze naar de koude kas. Een warmtemat is essentieel als je zelf opkweek doet.



Concluderend kunnen we vaststellen dat het al gauw een hele lijst wordt. Ik zou van de lijst van het Market Gardener Institute uiteindelijk ongeveer 19 items als must-have classificeren. En daar zou ik dan nog 8 zaken aan willen toevoegen. Dus aan de 30 verschillende gereedschappen die je moet hebben om een tuinderij te starten, kom je al gauw.

Hoe kijk jij hier tegen aan? Welke ben ik volgens jou vergeten?