donderdag 27 september 2018

DEIMP mini-conferentie bij InHolland Den Haag

Op woensdagmiddag 3 oktober vindt er op Hogeschool InHolland in Den Haag een mini-conferentie plaats in het kader van het DEIMP-project. De conferentie is eigenlijk kleinschalig bedoeld en vooral gericht op de leraren van de partnerscholen. Maar inmiddels staat de inschrijving voor de mini-conferentie ook open voor andere belangstellende leraren en leidinggevenden in het primair onderwijs. Dus als je woensdagmiddag in de gelegenheid bent om het bij te wonen, voel je welkom. Aanmelden voor deze gratis conferentie is wel verplicht.

DEIMP is de afkorting voor Designing and Evaluating Innovative Mobile Pedagogies en is een transnationale samenwerking tussen 6 instellingen voor hoger onderwijs. Het lectoraat Teaching, Learning & Technology van InHolland werkt samen met partnerscholen in het PO. Naast een school van SCOH doet ook het bestuur Octant en de Duinoordschool in Den Haag mee. Eerder schreef ik er dit over.

SCOH start de dag met een ochtendprogramma voor ons leernetwerk ict op één van onze eigen scholen. En 's middags gaan we met zoveel mogelijk ict-coördinatoren naar deze mini-conferentie. Het programma omvat naast een uitleg over het DEIMP project ook twee workshops en een keynote van Fons van den Berg.

Meer informatie en aanmelden via deze pagina van InHolland.
 

zondag 13 mei 2018

Ontwikkeling van sciencelabs

Vier scholen van SCOH hebben de koppen bij elkaar gestoken om te komen tot de realisatie van één of meerdere sciencelabs binnen de stichting. Daarbij staan we open voor samenwerking.

Op 19 april zijn we met de directeuren en een aantal ict-coördinatoren van die scholen 'op excursie' geweest. De excursie ging langs andere locaties van scholen buiten SCOH die wat dit betreft al een eindje op ons vooruit lopen. Wij waren (en zijn) op zoek naar goede voorbeelden van lessen, organisatievormen en samenwerkingen om wetenschap- en techniekonderwijs vorm te geven. Hieronder een korte weergave van het excursieprogramma.

We begonnen de dag met een presentatie van Maakotheek. Maakotheek is een stichting uit Rotterdam die kant-en-klare leskisten ontwikkelt op het gebied van wetenschap en techniek. Zij noemen deze leskisten Maakboxen. Op hun website zie je een overzicht van de onderwerpen die de Maakboxen behandelen. De presentatie was bedoeld om ons een beeld te geven over de inhoud van de kisten en de robuustheid en de doordachtheid van het materiaal.

Na de uitgebreide presentatie zijn we op weg gegaan naar de Vlinderboom in Pijnacker. Dat is een basisschool van collega-bestuur Octant. In de Vlinderboom heeft Octant een XperiO gerealiseerd. Lian Gielisse zwaait daar de scepter. En zij liet ons meekijken met een les aan groep 3 over Stop Motion. Daarna hebben we, terwijl we een broodje aten, een gesprek gevoerd waarin we al onze vragen konden stellen over de les en de ruimte waarin we de les gezien hadden. Het XperiO is bedoeld voor alle scholen van Octant. Zij boeken daar lessen (die door Lian gegeven worden). Daarna is het de bedoeling dat de leerkracht met dat thema verder gaat in de eigen klas. Octant ziet de XperiO's (ze hebben er twee) als middel om alle leraren bekend(er) te maken met onderwijs op het gebied van programmeren, maakonderwijs, robotica en wetenschap en techniek.

Na het bezoek aan het XperiO van Octant reisden we af naar Zoetermeer. Daar gingen we op bezoek bij basisschool Oranjerie. We werden rondgeleid door Raymond van den Berg, directeur van deze locatie. In deze school is ook een plek gemaakt waar onderwijs in wetenschap en techniek vorm gegeven wordt. Maar deze ruimte is uitsluitend bedoeld voor de eigen school. De leerlijnen waar er in het lab aan gewerkt wordt, zijn door de leraren zelf ontwikkeld door zogenoemde vaksecties. Er was dan bijvoorbeeld een vaksectie 'programmeren', maar ook een vaksectie 'koken'. In eerste instantie waren het ook leden van zo'n vaksectie die de ontwikkelde lessen gaven. Dit schooljaar zijn ze daar voor het eerst vanaf gestapt en geven de leraren les aan hun eigen groep. Aan het eind van dit schooljaar wordt geëvalueerd welke van de twee werkwijzen het meest bevalt. 

We hebben veel gehad aan deze dag om ons een beeld te vormen van de mogelijkheden, kansen en bedreigingen waar tussen we zullen moeten kiezen. Aanstaande woensdag komen we bij elkaar om de uitkomsten van deze dag verder te bespreken.
Er zijn al wat mooie plannen in wording waarvan een samenwerking met Maakotheek er één van is. Maar daarover later meer.

Het Expertisecentrum Wetenschap en Techniek Zuid-Holland stelt op de website:
"In 2020 moeten alle basisscholen Wetenschap & Technologie in hun programma hebben opgenomen. Veel scholen zijn nu al actief op het gebied van technologieonderwijs. Op deze scholen ontwikkelen kinderen hun talenten met Ontdekkend, Onderzoekend, Ontwerpend en Ondernemend leren. Wetenschap & Technologie prikkelt de creativiteit en nieuwsgierigheid van kinderen."

Wij gaan daar met de ontwikkeling van onze sciencelabs in ieder geval een bijdrage aan leveren.


Verdere interessante links over dit onderwerp:
http://www.slo.nl/organisatie/recentepublicaties/wetenschapentechnologie/

vrijdag 20 april 2018

DEIMP: Designing and Evaluating Innovative Mobile Pedagogies

Twee scholen vanuit SCOH nemen deel aan een Europees onderzoeksproject met betrekking tot de inzet van mobiele technologie in de klas. Het project heet DEIMP en is de afkorting van Designing and Evaluating Innovative Mobile Pedagogies. Wij zijn er via InHolland bij betrokken geraakt. In april vorig jaar werd ik door Jeroen Bottema van het lectoraat Teaching, Learning and Technology benaderd of SCOH met een paar scholen als werkveldpartner wilde meedoen. Inmiddels is de samenwerking al een tijdje op dreef. Namens onze scholenstichting nemen de Prinses Ireneschool uit de Haagse Schilderswijk en de Waterlelie uit het Wateringseveld deel.

Het onderzoek is er op gericht om er achter te komen wat leraren voor ondersteuning nodig hebben bij de succesvolle inzet van mobiele technologie in het onderwijs. Daartoe is er in het project onder andere een literatuurstudie opgezet. Er zal een professionaliseringstraject opgezet worden met als doel leraren beter te ondersteunen bij het beredeneerd inzetten van mobiele technologie. Bovendien zal er een app worden ontwikkeld die - als alles goed gaat - er uiteindelijk toe leidt dat leraren ook op die manier geholpen kunnen worden.
Gedurende het project worden leraren van de betreffende scholen bevraagd en zij dienen als een soort klankbord. Daarbij zullen er momenten ingebouwd worden waarop de opgedane kennis verspreid wordt. Die momenten zijn nu 'events' genoemd. Hoe die events er precies uit komen te zien, is nog niet helemaal bekend. In ieder geval zullen er vertegenwoordigers van de scholen en het lectoraat bij zijn en waarschijnlijk zoeken we verbinding met de pabo of andere belangstellenden. Als het er toe doet, zal ik dat hier op het blog ook nog wel melden.

Het project is een Europees project. En dat houdt in dat we niet alleen te maken hebben met InHolland. In een aantal andere landen lopen de verschillende onderdelen van het onderzoeksproject via de instellingen voor hoger onderwijs aldaar. Iedere instelling voor hoger onderwijs heeft ook in de andere landen een aantal werkveldpartners (zeg basisscholen) waar zij mee samenwerken. Die verbindingen gaan we tijdens het hele project proberen te benutten. Onze scholen gaan graag bij die andere scholen op bezoek en uiteraard treden we indien gewenst ook op als gastheer. Daartoe hebben onze twee SCOH-scholen ieder een aanvullende subsidie-aanvraag gedaan zodat dat scholenbezoek over een tijdje plaats kan gaan vinden. We zijn nog in afwachting van de toekenning, dus een beetje spannend óf dat onderdeel doorgaat is het nog wel.

In ieder geval zal er genoeg geleerd gaan worden door deelname aan dit project. Al met al een leuk en zinvol project om aan mee te doen dus.
Op het blog van Jeroen vind je meer achtergrond-informatie over het DEIMP-project.

dinsdag 27 maart 2018

Studietweedaagse SCOH: Kennisnet over onderwijs en ict

Op 15 en 16 maart werd de jaarlijkse studietweedaagse van SCOH voor directies en stafmedewerkers gehouden. We kwamen hiervoor bij elkaar op het Forteiland in IJmuiden.
Ik kon zelf alleen op de donderdag aanwezig zijn. Er stonden drie workshops op het programma waarvan ik in deze blogpost de workshop van Kennisnet met als titel 'Onderwijs en ict' wil bespreken.

Namens Kennisnet verzorgde Alfons ten Brummelhuis deze sessie. Aan alle medewerkers van de scholen was voorafgaand aan de studietweedaagse gevraagd om een vragenlijst in te vullen over hun ict-gebruik in relatie tot hun onderwijs. Op basis van de resultaten van deze vragenlijsten ontving iedere directeur een 'schoolfoto' van het ict-gebruik van hun team. Die schoolfoto liet (bij voldoende respons) zien waar een team staat met betrekking tot hun ict-gebruik. In een overzichtelijk staafdiagram werd getoond op welke punten er veel ict-gebruik was en op welke punten minder. En de resultaten van de school werden afgezet tegen het landelijke gemiddelde. Een voorbeeld van zo'n item was 'ik gebruik het digibord tijdens mijn instructie'.
Helaas was bij veel scholen het aantal respondenten niet hoog genoeg om echte conclusies te kunnen verbinden aan de schoolfoto. Maar interessanter vond ik uiteindelijk het dilemma dat Alfons de aanwezigen voorlegde. (En dat kwam ook wel een beetje omdat ik daar niet als directeur zat, en om die reden geen eigen schoolfoto kon bekijken.)
Hij vertelde dat eigenlijk ieder schoolteam een zelfde soort opbouw heeft in ict-gebruik. Er is een kopgroep die openstaat voor nieuwe ontwikkelingen en veel uitprobeert. Zij integreren de zinvolle toepassingen in hun lessen en laten de minder zinvolle toepassingen links liggen. Dan is er het 'peloton'. Dat is de middengroep. Zij wachten eerst af, maar volgen uiteindelijk de kopgroep in het zinvolle gebruik van ict-toepassingen. En als laatste heb je de staartgroep. Dat zijn de mensen die eigenlijk maar heel moeizaam in beweging komen. Ze willen niet, vinden de dingen te moeilijk of zitten hun tijd uit.
Vervolgens plaatste hij die drie groepen in een metafoor van eilanden. Groei-eiland, kanseneiland en rusteiland. De mensen op de eilanden zijn op weg naar toekomstland, een metafoor voor de situatie waarin je als school terecht wil komen. Daar maken de leraren op een zinvolle, beredeneerde wijze gebruik van ict in hun lessen.
En toen kwam het dilemma voor de schooldirecteur. Want de grote vraag is nu hoe je de mensen op de verschillende eilanden naar toekomstland brengt. Van Alfons mochten we één brug bouwen tussen toekomstland en één van de eilanden. Welke brug zou je bouwen?
Toen we daar (ongeveer) een antwoord op geformuleerd hadden, kregen we de vraag welke brug we dan wilden bouwen. Wilden we een brug waar mensen te voet over konden gaan? Of een brug die geschikt was voor auto's? Of wilden we een brug waar een trein over kon rijden? Deze metafoor gebruikte hij om te benadrukken dat budgetten op school eindig zijn. En dat de directeur beslist welk budget hij voor welk doel inzet.
Eén van de aanwezige directeuren vroeg aan Alfons wat hij zou adviseren om te doen. Maar daar gaf hij wijselijk geen antwoord op. Dat was nou eenmaal het dilemma van de schooldirecteur...

Een andere zaak die ter sprake kwam was de relatie tussen de bekwaamheden van de leraar. Je hoopt dat iedere leraar even bekwaam is in zijn didactisch repertoire. Afwisselend, divers en afgestemd op de doelgroep. Maar in de praktijk zijn er grote verschillen tussen individuele leraren. Op het gebied van ict-vaardigheden en ict-gebruik in hun lessen bestaan ook zulke grote verschillen tussen leraren. Volgens Alfons heeft onderzoek inmiddels duidelijk gemaakt dat de leraren die meer ict gebruiken in hun lessen, ook de leraren zijn die een gevarieerder didactisch repertoire hebben. Kortweg: de betere leraren gebruiken meer ict. Interessante vaststelling vond ik dat.




LinkWithin

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...