Posts tonen met het label ict. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ict. Alle posts tonen

zondag 31 oktober 2021

Leestips nieuw leven inblazen

In het verleden gaf ik iedere week leestips. Dat ging toen natuurlijk over onderwijs en technologie. Inmiddels is mijn focus verschoven naar interesses rondom duurzaamheid, groen en voedselproductie. De leestips die volgen hebben daar dus ook betrekking op. 

Hoe vaak deze leestips gaan terugkeren moet de praktijk nog uitwijzen. In de winterperiode moet het lukken om dat vrij frequent te doen. Hierbij dus de eerste aflevering uit de hernieuwde rubriek.

Veel leesplezier.

--


A Visual Guide To Peppers
Alles wat je wilde weten over pepers. Over de Scoville scale, gezondheid en tien veel gebruikte pepersoorten.

Opvallend bericht. Wat mij betreft mogen ze dit landelijk invoeren.

Over gedachtenkrachten en persoonlijke verandering.

Over onnodig verlichten van de duisternis. Opvallend detail: meer licht houdt inbrekers niet tegen. Je kunt beter werken met een lichtsensor. Regel dat, zou ik zeggen.

Investeringstip. Wel op eigen risico uiteraard. Ik heb een klein beetje geld dat ik kan missen in dit project gestoken omdat ik hoop dat ze het kunnen waarmaken. 

Fijn dat ze gehoor geven aan de oproep van vele deelnemers.

81 gemeenten deden mee. Den Haag deed het goed. Zou Maassluis ook een keer écht mee willen doen?

Je kunt nog solliciteren tot 3 november!

Die kende ik nog niet. Jij wel?

Alarmbel. Het WNF doet melding van de desastreuze gevolgen van het steeds verder verdwijnen van het amazonewoud.

Het webinar vindt plaats op 4 november tussen 16.00 en 17.00 uur. Aanmelden en info bovenstaande link.

Nieuw ontdekt blog. Zeer interessant (en ook informatiedicht). Deze post gaat over het belang van zaadsoevereiniteit. Belangrijk.

En dan nog een kijktip. Michael Shellenberger vertelt in deze TED-talk waarom hernieuwbare energiebronnen de wereld niet gaan redden. Verhelderend.

zaterdag 22 februari 2020

Een afwisselende week

Dus jij werkt 'maar' twee dagen. Wat doe je dan de rest van de week?
Dat is een vraag die ik vrij regelmatig gesteld krijg als ik vertel 'wat ik ben'. Nou, om een beetje een beeld te geven, hierbij een overzichtje van de afgelopen week.
(Als je alleen geïnteresseerd bent in onderwijs en ict, lees dan alleen maandag, woensdag en donderdag. ;-) )

Interessant gesprek over W&T
Ik begin maar eens op maandagmiddag. SCOH heeft een kenniscentrum. Binnenkort wordt dat waarschijnlijk omgedoopt tot Academie. Whatever. Het gaat erom dat we intern cursussen, opleidingen en workshops aanbieden. Iemand die ergens 'goed' in is, mag een sessie geven. Of er wordt een externe ingehuurd. Anderen kunnen daarop inschrijven. Ik ben zo iemand die af en toe sessies verzorgt.
Deze keer in samenwerking met Suzanne Algra van Maakotheek. Onze praktijkschool, 6 scholen voor basisonderwijs en Maakotheek werken samen in een project waarin de Maakboxen door de 6 basisscholen gebruikt worden. Het idee van het project is dat de distributie en het ompakken van de boxen niet door Maakotheek zelf gedaan wordt, maar door leerlingen van onze praktijkschool. Voor hen dient dat dan als arbeidssimulatie en beroepsoriëntatie. Een mooi project dat we af en toe gedurende de looptijd ervan evalueren. Afgelopen maandag kwamen we met afgevaardigden van alle deelnemende scholen bij elkaar om ervaringen uit te wisselen over dit project en de vormgeving van het onderwijs in Wetenschap en Technologie. Het was wat mij betreft een interessante sessie. Juist ook omdat er een goed gesprek gevoerd werd over de verschillende aanpakken van de scholen. Sommigen werken met een vakleerkracht die de lessen verzorgt, bij anderen zijn het de groepsleerkrachten. In ieder geval zijn de Maakboxen een goede hulp in het concreet maken van deze lessen.

kas en windkering in de maak
Mijn dinsdagochtend zag er heel anders uit. Zoals (bijna) iedere week toog ik naar het Wilgenrijk in Maassluis. Daar werk ik mee in de Maatwerk Moestuin. De kas die we vorig jaar neergezet hebben, heeft te lijden gehad onder de sterke storm. Er zijn verschillende glazen panelen uitgewaaid. Om de kas wat meer in de luwte te krijgen, ben ik afgelopen dinsdag bezig geweest met het bouwen een kleine windkering. Een gestapeld muurtje met daarvoor bergen compost (in de maak) en daarachter een aantal kleine wilgjes. Het is nu de bedoeling dat ze snel gaan groeien in de hoop dat het glas niet meer zo snel uit de kas waait.
's Middags vertrok ik met mijn dochter in de metro naar Rotterdam. Zij doet daar al een aantal jaar circuslessen bij Circus Rotjeknor. Dit jaar doet ze twee lessen per week. Eén op zaterdagochtend, en één op dinsdagavond. Die van dinsdagavond is van een optreedgroep. Daar werken ze ook echt toe naar het maken van acts. Ik ben erg trots op haar. Ze kan vrij goed eenwieleren en is nu met acrobatiek bezig. Terwijl zij oefent, eet ik mijn meegebrachte salade en bereid ik altijd mijn werk voor woensdag voor.

voorbeeld van een dock dat we besproken hebben
En toen werd het zomaar woensdag. Woensdag en donderdag zijn mijn werkdagen voor SCOH. Ik maak dan een ritje op mijn elektrische fiets van Maassluis naar Den Haag. Deze woensdag waren de twee belangrijkste zaken een overleg met onze huidige netwerkbeheerder ITS-itservices en het geven van een workshop over OneDrive en Sharepoint. Het overleg met ITS ging over de aanschaf van nieuwe apparaten. Verouderde desktop-apparaten willen we gaan vervangen voor flexibelere plekken met waar een mobiel apparaat in een dock kan worden gestoken. Eerder hadden voor een bepaalde groep collega's al Surfaces uit Microsofts lijn aangeschaft, maar voortschrijdend inzicht leert ons dat die best duur zijn en dat we waarschijnlijk beter met USB-c aansluitingen kunnen gaan werken. We hebben met ITS naar dit vraagstuk gekregen.
De workshop over OneDrive en Sharepoint is ook een sessie die ik vanuit het kenniscentrum geef. Aan een klein klasje collega's van verschillende scholen leg ik dan elementaire zaken uit over het handig werken met OneDrive en Sharepoint. En tijdens die sessies is er ook altijd ruimte voor vragen van de deelnemers. Deze keer kwam ik om de één of andere reden niet goed in mijn verhaal. Dat was jammer.
's Middags natuurlijk weer naar huis gefietst. Daar stond het eten klaar en 's avonds na het eten vertrok ik naar de Polderij. Dat is een vergaderlocatie op 5 minuten fietsafstand van mijn huis. Ik verzorg daar de interieurbeplanting. Dat doe ik met veel plezier. Normaliter eigenlijk op maandagavond, maar dat kwam er deze maandag niet van door die sessie met Maakotheek.

Donderdagochtend deed mijn fiets weer dienst. Hij moet trouwens volgende week nodig voor een beurt naar de fietsenmaker. De kettingkast rammelt nogal.
's Ochtends was het op het stafbureau nogal rustig, omdat verschillende stafmedewerkers werden verwacht op het DO (directie-overleg). Ik heb deze tijd besteed om de stukken van de komende aanbesteding ICT door te nemen. Daar moest nog een laatste feedbackronde van de betrokkenen overheen. Begin maart wordt deze aanbesteding gepubliceerd op Tendernet. SCOH maakt nu gebruik van 5 verschillende netwerkbeheerders voor de 37 scholen. De bedoeling van deze aanbesteding is om te komen voor één beheerder voor alle locaties. Volgend schooljaar zal daardoor in het teken staan van migraties op de scholen naar de nieuwe beheerder. Tegelijk zullen ook inkoop van hardware en de verzorging van de wifi op de locaties bij deze beheerder ondergebracht worden. Nou goed, die stukken moesten dus nog een keer bekeken worden. En daar had ik donderdagochtend dus even goed de tijd voor.
Verder was het rustige werkdag en heb ik een groot aantal kleine vragen die nog in mijn mailbox zaten kunnen beantwoorden.

archief foto voedselbos vlaardingen
Vrijdag is normaal gesproken een vrijwilligerswerkdag in Voedselbos Vlaardingen voor mij. Maar ik
wilde voor de voorjaarsvakantie een aantal SCOH-dingetjes afronden. En daarbij ben ik morgen (zondag dus) ook al in het voedselbos omdat ik dan 's middags de maandelijkse rondleiding geef. Dus ik heb ik de app-groep van de vrijwilligers 's ochtends meteen maar laten weten dat ik er niet zou zijn.
's Middags werd mijn vrouw ineens gebeld door mijn dochter. Die had geprobeerd over een hekje te klimmen, maar haar voet was blijven hangen. Daardoor was ze met haar hoofd naar beneden op de stoep geland. Ik ben haar gaan halen. En toen ze thuis moest overgeven, hebben we de huisartsenpost maar even gebeld. Ze bleek een hersenschudding te hebben. Dat was even schrikken. We hebben meteen alle komende afspraken afgezegd. Voor ons dus een rustige voorjaarsvakantie. Haar herstel gaat nu voor. Soms roept het leven je tot de orde.

Vanmiddag was ik weer te vinden bij de Polderij. Op zaterdagmiddagen ben ik daar vrijwilliger in de tuin. Normaal zijn dat onderhoudswerkzaamheden zoals hagen scheren, onkruid verwijderen en de moestuin bijhouden, maar vandaag was bijzonder. Er was namelijk een snoeicursus gepland. Daarmee wilden we het tuinseizoen openen, aandacht vragen voor het initiatief Plukpolder en misschien zelfs nieuwe vrijwilligers werven (en dat is waarschijnlijk gelukt). In de tuin staan een aantal vrij oude fruitbomen die nodig onderhoud nodig hadden. Door één van de vrijwilligers werd deze snoeicursus gegeven. Dat was ook voor mij vrij leerzaam. En hoewel het hard waaide, heb ik weer genoten van het buiten zijn.

Zo zag mijn week er dus uit.

donderdag 27 september 2018

DEIMP mini-conferentie bij InHolland Den Haag

Op woensdagmiddag 3 oktober vindt er op Hogeschool InHolland in Den Haag een mini-conferentie plaats in het kader van het DEIMP-project. De conferentie is eigenlijk kleinschalig bedoeld en vooral gericht op de leraren van de partnerscholen. Maar inmiddels staat de inschrijving voor de mini-conferentie ook open voor andere belangstellende leraren en leidinggevenden in het primair onderwijs. Dus als je woensdagmiddag in de gelegenheid bent om het bij te wonen, voel je welkom. Aanmelden voor deze gratis conferentie is wel verplicht.

DEIMP is de afkorting voor Designing and Evaluating Innovative Mobile Pedagogies en is een transnationale samenwerking tussen 6 instellingen voor hoger onderwijs. Het lectoraat Teaching, Learning & Technology van InHolland werkt samen met partnerscholen in het PO. Naast een school van SCOH doet ook het bestuur Octant en de Duinoordschool in Den Haag mee. Eerder schreef ik er dit over.

SCOH start de dag met een ochtendprogramma voor ons leernetwerk ict op één van onze eigen scholen. En 's middags gaan we met zoveel mogelijk ict-coördinatoren naar deze mini-conferentie. Het programma omvat naast een uitleg over het DEIMP project ook twee workshops en een keynote van Fons van den Berg.

Meer informatie en aanmelden via deze pagina van InHolland.
 

zondag 25 februari 2018

Gamification en drones, een verslag van een mooie sessie

Hoewel het al weer een tijdje geleden is, wil ik hier nog even verslag doen van de laatste bijeenkomst van ons leernetwerk ICT (voorheen ons ambassadeursnetwerk). Die dag vond plaats op donderdag 1 februari. Het middagprogramma bestond uit een inspirerende sessie onder leiding van Sem van Geffen. Hij maakte ons deelgenoot van een wereld die bestaat uit gamification en drones. Zelf noemt hij de sessie: de Drone Cup Special. Voor het Drone-deel had hij Jelmer Poelsma meegenomen. Hij kan zelf beschouwd worden als de Gamification-expert in Nederland.

Gamification
Sem omschrijft gamification als "een didactische tool om leerlingen te motiveren en te laten leren in de klas, waarbij jij als docent aan het stuur staat."
Hij liep met ons een aantal spelconcepten langs, zoals Monopoly, Minecraft en Flipquiz. En daarnaast legde hij een aantal ontwerpprincipes uit. Gelukkig hebben we de presentatie na afloop opgestuurd gekregen, want daarin staan die ontwerpprincipes duidelijk benoemd. Verder verwees hij naar een overzicht op www.missionstart.nl dat een overvloed aan spelelementen en speeltechnieken benoemt die je kunt gebruiken om je lessen te verrijken. Dat overzicht vind je hier. De toelichting daarop vind je hier.

Drones
Na het theoriedeel gingen we in groepjes uit een om de Drone Cup Special te spelen. Het was een circuitwerkvorm waarbij je in groepjes moest samenwerken om opdrachten te voltooien. Ondertussen werden we beloond voor ons harde werken, bleef er druk op de tijd staan die we voor de opdrachten mochten gebruiken en leerden we ons suf rondom gamification. Daarnaast was het ook gewoon leuk om te doen.

De sessie sloot af met een demonstratie van het vliegen met drones. Jelmer toonde zich een zeer goede drone-vlieger. Hij bestuurde een kleine drone met een camera erop gemonteerd. Zelf had hij een VR-bril op zijn hoofd waardoor hij zich ín de drone waande. Enorm leuk om te zien. Zeker omdat we even daarvoor zelf ervaren hadden hoe moeilijk het is om een drone van dat formaat een beetje recht te laten vliegen.

Meer informatie
Als je meer informatie rondom Gamification zoekt, zou ik de publicaties van Sem van Geffen erop naslaan. Hij heeft een Gids voor Gamification uitgebracht en een boek met de titel 'Gamification in de klas'. Beide te verkrijgen via: www.gamificationindeklas.nl/

maandag 10 oktober 2016

Goede voorbeelden van ict in het onderwijs zichtbaar maken


SCOH wil haar scholen ondersteuning gaan bieden op het beter (gaan) gebruiken van technologie in het primaire proces van onderwijs. Over het 'hoe' wordt op het moment nagedacht. In de voorbereidende stukken hebben we nu onder andere opgenomen dat we de goede voorbeelden op de scholen in de stichting zichtbaar willen maken.
We hebben echter (nog) geen concrete uitwerking in welke vorm we dat het beste kunnen doen.

En toen stuitte ik op de uitgave: 'Practitioner's Guide to Technology Pedagogy and Content Knowledge (TPACK), Rich Media Cases of Teacher Knowledge' (pdf). In die uitgave worden voorbeelden van technologiegebruik beschreven.  Achtereenvolgens beschrijven ze van een casus de volgende onderdelen.
  1. Scenario
  2. Maak kennis met de leraar
  3. De activiteit
  4. De technologie
  5. Klas in actie
  6. Leerlingwerk
  7. Reflectie van de leraar
En voor ons is dat format waarin ze iedere casus beschrijven volgens mij best wel bruikbaar. Eens even verder op broeden...



vrijdag 23 september 2016

Werken op de P. Oosterleeschool?

Ik ga er hier toch ook maar even melding van maken.


Ik werk nu nog één dag in de week als ict-coördinator op een school in Moerwijk in Den Haag, de P. Oosterleeschool. De afgelopen jaren heb ik daar met veel plezier gewerkt. Het is een school waar op ict-gebied veel mogelijk is. Maar door omstandigheden in mijn thuissituatie stop ik per januari 2017 op de school met mijn werkzaamheden. Ik blijf wel gewoon stafmedewerker onderwijs en ict bij onze stichting.


Mocht je interesse hebben om mijn taken op de P. Oosterleeschool over te nemen, dan kun je (al een tijdje) solliciteren. De directie van de school heeft ervoor gekozen om ict te gaan onderbrengen bij een andere vacature. Er worden namelijk ook een leerkracht groep 7 en een IB-er voor de onderbouw gezocht. Hopelijk lukt het om iemand voor die functies te vinden die ict er ook bij wil doen. Bij deze verspreid ik de vacature(s) ook in mijn netwerk.


Je moet nu wel snel zijn, want de sluitingsdatum is 26 september voor beide vacatures. En dat is aanstaande maandag al. Meer informatie over de vacatures vind je hier.







dinsdag 20 september 2016

Studiedag SCOH 2016: ict als middel

Gisteren vond de gezamenlijke SCOH-studiedag plaats. Alle medewerkers van SCOH en SPCP kwamen samen in het World Forum in Den Haag, dat voor de gelegenheid was afgehuurd voor onze studiedag. Het programma van de dag bestond uit een lezing van Steven Pont over het belang van hechting, twee workshoprondes en een afsluiting door Leo Blokhuis. Uiteraard waren er tussendoor de nodig pauzemomenten om elkaar te kunnen ontmoeten.
 
Tijdens deze studiedag was ik deze keer niet alleen deelnemer, maar ook workshopleider. Samen met mijn collega en vriend Ronald Akkerboom heb ik twee keer de workshop 'ict als middel' verzorgd. In onze workshop ging het ons erom om bij de deelnemers 'het knopje aan te zetten' waardoor ze gingen nadenken over het ict-gebruik in hun les(sen).
Met de boeken 'Expliciete Directe Instructie', 'Kleppen Dicht!' en onderzoek van Marzano in de hand hadden we deze workshop voorbereid. Wat we grofweg gedaan hebben, is een les geven aan de hand van het directe instructiemodel. En bij iedere fase gaven we voorbeelden aan van ict-tools of -middelen die wat ons betreft pasten bij de betreffende fase van de les.
 
Hoe zag dat er uit? In schema:
1. Terugblik - Plickers
2. Orientatie - Answergarden
3. Instructie - PowerPoint, Leraar24, Youtube
4. Begeleide inoefening - Cram, Padlet
5. Zelfstandige verwerking - Padlet
6. Evaluatie - Quickkey
7. Vooruitblik - TPACK-oefening
 
Tijdens de eerste twee fases van de les hebben we Plickers en Answergarden gebruikt. Plickers is een stemtool. Je stelt een meerkeuzevraag en de deelnemers antwoorden door een kaart met een QR-code in de lucht te steken. Je kunt de antwoorden dan scannen met de app 'Plickers' op je iPad of telefoon. Vervolgens kun je de resultaten daarvan op het scherm, dat voorin de klas hangt, tonen. Wij hebben ervoor gekozen om hiermee even 'in te tunen' op de groep. Vragen die we stelden waren bijvoorbeeld:
  • Ken je het directe instructiemodel?
  • Weet je wat TPACK is?
  • Hoeveel apparaten heb je in je klas maximaal tot je beschikking?
Vervolgens hebben we Answergarden ingezet om te inventariseren welke tools en middelen de aanwezigen kenden en gebruikten in hun lessen. Op de inventarisatie zouden we later terugkomen, in de fase van de zelfstandige verwerking. Het mooie van Answergarden is dat het heel snel duidelijk wordt als een antwoord vaker gegeven wordt, omdat dat antwoord dan groter in beeld komt te staan.
 
In fase 3 deed Ronald een instructie waarvoor hij een PowerPoint-presentatie had voorbereid. Hij liep het directe instructiemodel nog eens door en vertelde vervolgens het één en ander over het (ontstaan van het) TPACK-model. De stelling die we daarbij hebben aangehouden is dat je eerst moet zorgen voor een goede les in de zin van het koppelen van de juiste pedagogisch-didactische werkvorm en de vakinhoud. En pas daarna een technologisch component toevoegt. Onder het motto: ict maakt een goede les sterker, maar een slechte les zwakker.
 
Voor de begeleide inoefening (fase 4) hebben we ervoor gekozen om gewoon eens samen met de groep twee tools van dichterbij te bekijken. Ik had daarvoor als eerste de tool 'Cram' gekozen. Dat is een (willekeurige) tool waarmee je sets van flitskaarten kunt maken en (laten) oefenen. En als tweede tool heb ik Padlet besproken. Die twee tools heb ik gekozen omdat je van deze twee tools heel goed het versterkende effect kunt beargumenteren.
Flitskaarten kun je ook op papier maken. En dan zijn ze (denk ik) net zo effectief als digitale kaartjes. Maar het versterkende effect van digitale flitskaarten zit hem in het feit dat je meer kinderen tegelijkertijd kunt bedienen met dezelfde set die je gemaakt hebt, en dat je er eventueel oefenmomenten mee kunt 'programmeren' die optimaal inspelen op kennis over de vergeetcurve.
 
De manier waarop wij Padlet gingen inzetten, had ook op papier gekund. De opdracht (bij de fase van de zelfstandige verwerking) was dat ze de tools die ze genoemd hadden op de pagina van Answergarden moesten gaan indelen bij de fases uit het directe instructiemodel. Ik had een Padlet klaargezet waarop 7 kolommen gemaakt waren, met boven iedere kolom de titel van een fase. De deelnemers moesten in groepjes van vier steeds een tool uit de Answergarden bespreken. En als ze consensus hadden over in welke fase van het directe instructiemodel de tool paste, dan mochten ze hem op de Padlet neerzetten.
Zoals gezegd: met een flapover en stickynotes had dit ook gekund. Waarom dan op deze manier met ict? De meerwaarde tijdens de les zit hem in het voorkomen van het lopen in het lokaal waardoor het een veel rustiger pedagogisch klimaat schept om overleg mogelijk te maken. Daarnaast kun je de Padlet eenvoudiger achteraf delen. Dat was nu voor ons niet zo zinvol, maar er kunnen situaties zijn waarbij je dat wel zou willen.
 
Bij de fase van de evaluatie gebruikten we Quickkey. We hadden een toetsje voorbereid met hier en daar wat 'flauwe' meerkeuzevragen waarvan er steeds één antwoord goed was. Van te voren hadden we antwoordformulieren op naam uitgedeeld waarop de deelnemers hun antwoorden konden invullen. Met de app Quickkey op mijn iPad ging ik vervolgens bij de deelnemers langs om het formulier na te kijken. De app scant de antwoorden en geeft de uitslag direct op het scherm. Een overzicht kun je nadien weer tonen op het scherm voorin de klas.
 
In de eerste workshopronde was de tijd daarna helaas op omdat de opening van de dag was uitgelopen. Dus toen hebben we onze workshop afgerond na de zesde fase. In de tweede workshop konden we ons originele plan afmaken en ook de laatste fase van het DIM-model doen: de vooruitblik. Van tpack.nl hadden we kaartjes gehaald met werkvormen, vakken en tools. De deelnemers gingen met die kaartjes aan de slag om alvast een beetje vooruit te kijken op een les die ze konden gaan geven.
 
Tijdens iedere fase hebben we gepoogd de deelnemers te laten nadenken over het waarom van de inzet van een bepaald ict-middel. De reacties die we achteraf via collega's van sommige deelnemers hoorden, doet ons vermoeden dat we aardig in onze opzet zijn geslaagd.
Het was zeker leuk om te doen. Wie weet voor herhaling vatbaar.

 
 

maandag 27 juni 2016

Een lijstje apps dat leidt tot een constatering

Voor degenen die zich zorgen gingen maken: ik ben er nog hoor.


Ik had een collega beloofd om een overzicht te posten van apps die wij momenteel in de onderbouw op onze iPads gebruiken.  Op ons interne netwerk in Office365 had ik al een lijstje gepost, maar daarin stonden alleen namen van apps die ik enigszins gehaast bij elkaar had gezet. En soms is het op basis van alleen een naam wat moeilijk zoeken voordat je de bedoelde app dan ook daadwerkelijk gevonden hebt.
Daarom hierbij het beloofde lijstje. Gewoon de kale namen, maar wel met de links naar de AppStore. Klik en klaar. Tenminste, in de meeste gevallen.


Alfabet
Bobo vormen
#Remix
Rompompom Ik leer letters (niet meer verkrijgbaar)
iMotion
Jop gaat eten
Jop gaat naar school
Jop gaat slapen
Jop zoekt dezelfde – Kerst cadeau
Kodable
LetterPrins
LetterSchool
Matrix Game 1, 2 en 3
Geheugenspel van Gynzy (Lijkt niet meer verkrijgbaar?)
Leer Klokkijken
Mozaïek van Gynzy (Lijkt niet meer verkrijgbaar?)
Pepi Tree
Engels voor kinderen van Mingoville
Slate Math K-1
My First Puzzles: Snake
Tellen (Fun4Kids) (Lijkt niet meer verkrijgbaar?)
Virtuoso


Wat mij opvalt bij het samenstellen van dit lijstje is dat er (tot mijn verbazing) een paar grotere uitgeverijen gestopt zijn met het aanbieden van losse apps in de Appstore. Daar kom je dus achter als je probeert de links op internet te delen zoals hierboven. Want onder de Apple-ID's waarbinnen we de aanschaf hebben gedaan, kun je ze nog gewoon downloaden. Dan merk je het helemaal niet op dat ze niet meer te verkrijgbaar zijn.
De aanbieders die gestopt zijn, zijn Zwijsen, Gynzy en Fun4Kids (gelieerd aan Sanoma).
Zwijsen  had naar mijn mening kwalitatief goede apps ontwikkeld op het gebied van technisch leren lezen. Ik had gehoopt dat ze de apps zouden doorontwikkelen en qua aantal zouden uitbreiden op termijn. Dat zij gestopt zijn vind ik wel een verlies voor het app-landschap, moet ik zeggen.
Gynzy heeft zijn apps waarschijnlijk teruggetrokken omdat ze nu Gynzy iPads aanbieden en daarin vooral hun aandacht en energie richten op Gynzy Kids in app-vorm. Maar dat is mijn interpretatie van wat ik de laatste tijd voorbij heb zien komen aan reclames van Gynzy. Ik heb geen navraag gedaan hierover.
Verder zie ik dat de app van Fun4Kids ook niet meer verkrijgbaar lijkt. Fun4Kids was/is van Sanoma. De betreffende app vond ik leuk gevonden en paste goed bij een tijdschriftenuitgever. Het was een app waarbij je een tekening kon maken door genummerde stippeltjes aan elkaar te verbinden. Bij het verbinden noemde de iPad die telrij dan op. Ik vond dat wel meerwaarde hebben. Ik weet eerlijk gezegd niet of zij ook andere apps teruggetrokken hebben.


Deze constatering kan een toevalligheid zijn of het is een ontwikkeling die betekenis heeft. Die betekenis kan dan gevonden worden in:
1. De app-markt wordt volwassener en je ziet dat er serieuzer aanbod ontwikkeld gaat worden. Apps worden niet meer als losse apps aangeboden, maar zijn een onderdeel van een ecosysteem van een uitgever waarbij (leer)resultaten  opgeslagen kunnen worden in een cloud-omgeving. De apps zullen verbonden gaan worden met de andere software en er komen additionele licentiekosten bij kijken.
2. De iPads zijn over de hype heen en de mogelijkheden van apps werd schromelijk overschat. De uitgevers trekken hun apps terug omdat er niets te verdienen valt.


Wie het weet, mag het zeggen.

maandag 23 mei 2016

Ict en educatie in onze organisatie

Als je aan de slag gaat met ict in het onderwijs kom je erachter dat het een onderwerp is met heel veel facetten. Om het handen en voeten te geven, hebben we er bij SCOH voor gekozen om structuur in onze aanpak aan te brengen. Ons ICT programmamanagement heeft drie beleidsterreinen geformuleerd waarop we met ict aan de slag gaan. We noemen dit de pijlers waar onze aanpak op rust.
Die pijlers zijn:
1. Ict en informatiebeveiliging
2. Ict en communicatie
3. Ict en educatie

We zijn ook in deze volgorde aan de slag gegaan om procedures te ontwikkelen en duidelijkheid te verschaffen naar onze scholen toe over wat er wel en niet gedaan gaat worden met ict binnen onze organisatie. Ik wil straks vooral even ingaan op de derde pijler: ict en educatie. Maar eerst is het misschien aardig om even kort te benoemen wat die andere twee pijlers inhouden.

Pijler 1: Ict en informatiebeveiliging
Ict en informatiebeveiliging gaat over de manier waarop wij er voor zorgen dat onze gegevens beschermd zijn. We hebben ons te houden aan de Wet bescherming Persoonsgegevens. En deze pijler beschrijft hoe wij dat zo goed mogelijk doen. Wij waren één van de eerste schoolbesturen in Nederland die hiermee gestructureerd aan de slag zijn gegaan.

Pijler 2: Ict en communicatie
Ict en communicatie gaat over de manier waarop we onze interne en externe communicatie faciliteren met ict. Dat heeft er bijvoorbeeld in geresulteerd dat we stichtingsbreed met Office365 zijn gaan werken en dat we nu bezig zijn met een traject om de websites te updaten en de nieuwsbrief van de stichting verder vorm te geven.

Pijler 3: Ict en educatie
Maar zoals gezegd gaat het in deze blogpost vooral om de derde pijler. Ict en educatie. Ongeveer een jaar geleden zijn we gestart om dit onderwerp daadwerkelijk 'beet te pakken'. Er werd een werkgroep geformeerd die zich ging buigen over ict-gebruik dat plaatsvindt in het primaire proces in de klas.
Al snel kwamen we erachter dat we een benadering zochten die de verschillende facetten van ict-gebruik beter in kaart bracht. De werkgroep werd onderverdeeld in vijf verschillende subgroepen die zich ieder zouden gaan buigen over een specifiek deel. Die vijf subgroepen gingen aan de slag met de volgende onderwerpen:

1. Ict en infrastructuur.
Wat is er in de voorwaardelijke sfeer nodig? Hoe zorgen we ervoor dat leerkrachten niet of zo min mogelijk tegen technische belemmeringen aanlopen? Kortom het moet gewoon werken. Deze subwerkgroep ging aan de slag met zaken als connectiviteit, wifi, netwerkbeheer.

2. Ict en leerkrachtvaardigheden.
Wat mogen we verwachten van leerkrachtvaardigheden op het gebied van ict? Welke zaken moeten alle leerkrachten binnen onze organisatie kennen en kunnen om optimaal te kunnen functioneren? En hoe verhoudt zich dat tot ons personeelsbeleid? Dat is waar deze subwerkgroep mee aan de slag ging.

3. Ict als leermiddel.
We willen dat leraren technologie inzetten in het onderwijsleerproces. De manier waarop ze dat doen, doet er toe. Het gaat er bij deze subwerkgroep om dat ict gebruikt wordt om leerdoelen te behalen op andere vakgebieden: rekenen, taal, woordenschat, topografie e.d. Leraren moeten dan in staat zijn om te beoordelen wanneer je ict wel en wanneer je ict niet gebruikt. En hoe je dat in de praktijk doet. Je krijgt dan te maken met zaken als learning analytics, aansluiten bij leertheorieën en het hanteren van effectieve werkvormen. Zowel digitaal als analoog. Waarom kies je voor het één, of waarom kies je voor het ander?

4. Ict als doel.
We willen ook dat leerlingen technologie leren hanteren. Zij moeten ict-vaardig(er) gemaakt worden. Het gaat er bij deze subwerkgroep om dat we aanbod in onze scholen hebben dat ervoor zorgt dat leerlingen leerdoelen behalen op het gebied van beheersing van technologie. Onderwerpen die op de agenda van deze subwerkgroep staan, zijn mediawijsheid, programmeerlessen en maakonderwijs. In onze optiek kunnen deze onderwerpen niet aangeboden worden zonder basis ict-vaardigheden. Dus ook daarin zou iedere school dan een aanbod moeten (gaan) formuleren.

5. Ict voor het jonge kind.
Behalve kinderen van de basisschoolleeftijd, bedienen we vanuit onze organisatie ook kinderen op peuterspeelzalen. Deze doelgroep (met hun ouders) verdienen wat ons betreft aparte aandacht. Deze subwerkgroep ging aan de slag met adviezen over technologiegebruik bij zeer jonge kinderen. Waar doe je verstandig aan zowel qua inhoud, als qua tijdsduur? En hoe ondersteun je ouders in deze keuzes? Dat is waar deze subwerkgroep zich over boog.

Belangrijk feit over de bovengenoemde subgroepen is dat we vanuit onze bovenschoolse organisatie met betrekking tot de eerste twee onderwerpen uitdrukkelijk de ambitie uitspreken om bepalend te zijn naar onze scholen toe. Dat betekent dat er een verplichtend karakter in de uitwerking en opvolging van de onderwerpen van die subgroepen is. Daarmee hopen we in de voorwaardelijke sfeer een soort minimumniveau van faciliteiten en vaardigheden te garanderen.
De andere drie subgroepen zijn veel meer bedoeld als ondersteunend. De school (of peuterspeelzaal) moet wat ons betreft zelf nadenken over hun beoogd ict-gebruik. De school ontwikkelt zelf een visie en vanuit die visie kan er een beroep gedaan worden op ondersteuning vanuit de bovenschoolse organisatie. Het zou dus ook zomaar kunnen zijn dat een school er (beredeneerd) voor kiest om minimaal ict te gebruiken in de lessen. Het beleid is er niet op gericht om onze scholen zo ver mogelijk te digitaliseren. Het gaat om visievorming en beredeneerde inzet van ict.

De derde pijler die ik hier beschreven heb, is volop in ontwikkeling. Binnenkort komen de subwerkgroepen weer bij elkaar om alle bevindingen bij elkaar te vegen. Daaruit moet uiteindelijk een plan voortkomen waarmee we de komende jaren aan de slag gaan. Wordt ongetwijfeld vervolgd...


zaterdag 16 april 2016

Tastbare interfaces

Tangible interfaces. Dat is de Engelse term die ik voor het gemak maar even vertaald heb in 'tastbare interfaces'.
We zijn gewend met computers of apparaten te interacteren via knopjes (toetsenbord, muis, afstandsbediening) of via virtuele knopjes op een scherm zoals bij een touchscherm. Ik denk dat dat de komende tien jaar gaat veranderen. Signalen daarvan kun je zien als je oplet. Ook in educatieve materialen die worden ontwikkeld.

In deze blogpost wil ik wat voorbeelden noemen van producten die gebruik maken van een tastbare interface. Dat deed ik vorig jaar ook. En inmiddels zijn er weer nieuwe voorbeelden bijgekomen.

1. Osmo
Osmo is eigenlijk een toevoeging aan de iPad. Je zet de iPad in een speciale standaard en over de camera van de iPad schuif je een spiegeltje zodat het apparaat het vlak (de tafel) voor de iPad 'ziet'. In dat vlak leg je dan bepaald kaartjes of blokjes neer. Of je trekt een lijn met een vilstift op een leeg blad. De iPad 'ziet' dat dan en daarop reageren de apps die speciaal voor de Osmo gemaakt zijn. De toevoeging die Osmo hier doet, is dat het ervoor zorgt dat je niet meer (per se) in het platte vlak bezig bent, maar daadwerkelijke materialen kan manipuleren. Dat zorgt voor een andersoortige dynamiek als je samen wilt werken aan een bepaalde taak, bijvoorbeeld.


2. Goed Wijzer
Goed Wijzer biedt materialen voor een klokkijkles voor leerlingen uit groep 4 en 5. Het bestaat uit een app (op een iPad) die bestuurd wordt door een fysieke houten klok en de daarbij behorende hulpstukken. De leerling werkt gewoon met een houten oefenklok. Maar de app geeft feedback op wat de leerling doet. Ook hier haal je het manipuleren van de klok uit het platte virtuele vlak en kan de leerling fysieke objecten vasthouden en manipuleren.


3. Cubetto van Primo
Dit materiaal is bedoeld om jonge kinderen in aanraking te brengen met programmeren. Het bestaat uit een soort rijdend doosje dat je een route kunt laten rijden door op een houten bord blokjes te plaatsen.
Ook hier gaat het weer om tastbare blokjes die je in een bepaald volgorde legt om daarna elektronica aan te sturen. Je verbindt de tastbare wereld met de wat meer abstractere wereld van code en programmeren.


4. Bloxels
Wie mijn blog volgt, heeft ooit een keer het bericht voorbij zien komen van Pixel Press Floors. Dat was een app waarmee je een platform game kon maken door het gewoon op ruitjes papier te tekenen en dan in te scannen. De makers daarvan zijn met dat idee verder gegaan, en hebben het idee omgezet in een tastbare interface waarmee je de game met gekleurde blokjes in een soort raster 'bouwt'. Daarna kun je hem inscannen en als game spelen op je tablet. Daarmee krijg je een soort lego idee voor het bouwen van platformgames. Je kunt zelfs het poppetje waar je mee speelt op deze manier 'ministecken'.


5. Makerbloks
Behalve fysieke plastic of houten blokjes, kun je ook wat intelligentere stenen met elektronica koppelen aan apps op je tablet. Dat hebben de ontwikkelaars van Makerbloks gedaan. Zij hebben stenen ontworpen die mij een beetje doen denken aan Little Bits. Een soort elektronische schakelstenen die je aan elkaar kunt koppelen. Maar zij koppelen die stenen niet alleen aan elkaar maar ook aan een tablet (iPad in dit geval). Dat maakt dat er een nieuwe laag kan ontstaan waardoor de iPad feedback kan geven op wat je aan het bouwen bent. En dat je binnen de app ook opdrachten kunt gaan formuleren die spelers kunnen uitvoeren.


6. Bimii
De Bimii-book is een soort houten laptop waar geen toetsenbord bij hoort, maar een soort scanner (zoals bij de kassa van de supermarkt) die op bepaalde stenen reageert. De bimii-book is ontwikkeld in samenwerking met een school voor speciaal onderwijs. Ook hier geldt weer dat de interface van toetsenbord (letterlijk) vervangen is door een tastbare interface.


Met deze 6 voorbeelden van tastbare interfaces wil ik laten zien dat er duidelijk een ontwikkeling zichtbaar is naar een ander gebruik van interfaces van apparaten. Ik denk dat we niet alleen moeten denken aan 'knopjes en schermen' als we nadenken over 'intelligent' educatief materiaal. De tastbare interfaces zullen alleen maar in aantal en kwaliteit toenemen. En de ideeën waarvoor dat gebruikt gaat worden, zullen ook steeds beter worden.

Waarom maakt een tastbare interface eigenlijk verschil?
De leerontwikkeling van mensen doorloopt in een natuurlijk proces een aantal fases. Aan het begin heeft een kind vooral behoefte aan voelen, manipuleren van fysieke objecten om de wereld te leren kennen. Daarna is een kind langzamerhand steeds beter in staat om mentale representaties van die wereld te maken. Als ik aan jou vraag of je je kunt voorstellen hoe het kaakje aanvoelt dat op een ijsje zit, weet je dat alleen maar omdat je dat ooit gevoeld hebt. Je weet waarschijnlijk ook hoe dat kaakje aanvoelt als je hem eerst nat maakt voordat je hem in je mond stopt. Het feit dat jij dit in gedachten kunt ervaren heeft zijn grondslag in het feit dat je die ervaring een keer hebt opgedaan. Een kind dat die ervaring nog niet heeft opgedaan, weet niet waar we het over hebben. Totdat hij het zelf geproefd of geprobeerd heeft.
Zo vinden veel leerprocessen plaats. Veel van wat wij weten, vindt zijn grond in bepaalde fysieke en motorische ervaringen.
Als we het natuurlijk leerproces van kinderen willen ondersteunen, moeten we ervoor zorgen dat we niet te snel naar het virtuele en abstracte gaan. Een goed begrip van de wereld wordt opgebouwd als er voldoende fysieke en motorische ervaringen zijn om dat begrip op te baseren. Daarmee creëren we een grond waarop de rest van de ervaringen gebouwd kunnen worden. Daarom denk ik dat tastbare interfaces een goed 'ding' zijn. En als onderwijs doen we er verstandig aan om de mogelijkheden daarvan te overwegen en te onderzoeken.

zondag 3 april 2016

Selectiecriteria voor scholen om een netwerkbeheerder te kiezen

Michel Boer stelde afgelopen week de volgende vraag via Twitter:
"Heeft iemand schema's / documentatie / planning etc voor de keuze van een netwerkbeheerder #dtv"

Het bleek dat hij op zoek was naar een soort lijstje met selectiecriteria die je kunt hanteren om een netwerkbeheerder te kiezen. Die handschoen pak ik graag op, omdat we binnen SCOH waarschijnlijk over ook niet al te lange tijd eenzelfde traject in gaan. En dan helpt zo'n lijstje enorm. Denk je mee?

Het lijstje waar ik aan denk, ziet er als volgt uit. De netwerkbeheerder:

  • kan een diversiteit aan apparaten beheren. Minimaal Windows- en iOS-apparaten. Ik kan me voorstellen dat het een pré is als Android-apparaten ook beheerd kunnen worden.
  • kan naast het beheren van clients ook de overige infrastructuur beheren. Te denken valt aan bekabeling, internetverbinding, routers, switches, firewall, wifi en mobile devices).
  • biedt een gedegen backup-functionaliteit. De kwaliteit daarvan wordt beoordeeld op aantal backups per week, en waar, en hoe lang ze bewaard (kunnen) worden.
  • heeft een korte responstijd op incidenten van maximaal een uur of twee.
  • garandeert een oplostijd van incidenten binnen een werkdag. In overleg met de klant mag dat in sommige gevallen langer duren.
  • garandeert dat de servicedesk bereikbaar is tussen 7.30 uur en 18.00 uur, zowel telefonisch als per email.
  • beschrijft de procedure van het melden van storingen cq. incidenten. Dit punt wordt kwalitatief beoordeeld. Daarin staat minimaal beschreven wie meldingen kunnen doen, en via welk medium de meldingen binnen kunnen komen.
  • kan indien nodig dezelfde werkdag een monteur op locatie leveren.
  • levert, installeert en beheert ook wifi-diensten. De kwaliteit van de wifi wordt beschreven. Er wordt ook beschreven hoe problemen met de wifi worden opgelost.
  • zorgt ervoor dat, indien gewenst, iedere locatie één vaste technische contactpersoon beschikbaar krijgt.
  • zorgt ervoor dat er voor alle locaties overkoepelend één vaste accountmanager beschikbaar is.
  • is toekomstgericht en flexibel, houdt ontwikkelingen bij en anticipeert daarop in de dienstverlening.
  • wordt uiteraard ook beoordeeld op de tarieven die ze rekenen.


Bovenstaande lijst zou voor mij het minimum zijn waarop gelet zou moeten worden. Ik pretendeer allesbehalve volledig te zijn met deze lijst. Maar het geeft misschien een aardige denkrichting die verder aangevuld kan worden.
Additioneel op deze lijst zou ik nog kunnen toevoegen dat bij gelijke geschiktheid ook de volgende punten nog bekeken kunnen worden. De netwerkbeheerder:

  • levert ook telefonie (via VOIP) over de ict-infrastructuur.
  • geeft ook advies over aanschaf en gebruik van hardware. Dit punt wordt kwalitatief beoordeeld.
  • biedt ELO-functionaliteit en beschrijft de kenmerken van de ELO kort en krachtig.
  • biedt scholingsmogelijkheden voor medewerkers op het snijvlak van onderwijs en ict-toepassingen.
  • kan een mail- en samenwerkingsomgeving zoals Office365of GAFE (helpen) beheren.


Ik hoop dat ik Michel hier in ieder geval mee heb geholpen. Voor aanvullingen op deze lijst houd ik me ook aanbevolen. Daar worden we allemaal wijzer van.

Oja, netwerkbeheerders hoeven naar aanleiding van deze blogpost geen contact met me op te nemen. Als de tijd rijp is, doe ik dat wel andersom. :-)

donderdag 31 maart 2016

Geen aandacht voor ondersteuning op werkvloer in plan van aanpak Doorbraakproject onderwijs en ict

Het Doorbraakproject Onderwijs & ICT heeft afgelopen week een plan van aanpak gepubliceerd. Het is een handzaam boekje met een helder overzicht van ambities en doelen. Ze spreken drie ambities uit voor 2017 en die ambities worden ieder vertaald in één of meerdere doelen waaraan gewerkt gaat worden.

Puntsgewijs, en zonder de versierende verhaaltjes van betrokkenen komt het hierop neer:

Ambitie 1: Schoolbesturen in PO en VO zijn in staat om gefundeerde keuzes te maken over de inzet van ict.

  • Doel 1: Het project helpt schoolbesturen weloverwogen keuzes te maken op het gebied van de toepassing van ict, de implementatie van ict en de investeringen die daarvoor nodig zijn.


Ambitie 2: Het is voor schoolbesturen duidelijk hoe ze hun (ict-)keuzes kunnen implementeren.

  • Doel 2: Het project stelt informatie beschikbaar om de juiste infrastructurele keuzes te maken.
  • Doel 3: Het project helpt bij het professionaliseren, waardoor schoolbesturen, schoolleiders en leerkrachten vaardig zijn met ict.
  • Doel 4: Het project stelt schoolbesturen in staat als professionele klant kwalitatief of kwantitatief inkoopvoordeel te behalen bij de aanschaf van ict(-gerelateerde) producten.


Ambitie 3: Er zijn geen belemmeringen in markt en systeem voor het uitvoeren van de gemaakte keuzes.

  • Doel 5: Het project zorgt voor genoeg kwalitatief hoogwaardig aanbod van digitale leermiddelen dat geschikt is om leermiddel-overstijgend mee te variëren en arrangeren. 
  • Doel 6: Het project zorgt voor inzicht op individueel niveau in de voortgang van het leren. Dit betreft een overkoepelend inzicht over gekozen leermiddelen en aanbieders van lesmateriaal heen.
  • Doel 7: Het project zorgt voor het wegnemen van technische belemmeringen, waardoor scholen op een gebruiksvriendelijke manier leermiddelen kunnen gebruiken in of vanuit een gangbaar (leer)platform naar keuze.
  • Doel 8: Het project zorgt voor een probleemloze toegang tot en gebruik van digitale leermiddelen. Het uitwisselen van data bij het bestellen, leveren en gebruiken van leermiddelen is tot een minimum beperkt. Hierdoor blijft de privacy van leerlingen en leraren beter geborgd.
  • Doel 9: Wet- en regelgeving belemmert schoolbesturen niet bij de keuze voor digitaal onderwijs op maat.
  • Doel 10: Schoolbesturen, schoolleiders en leraren hebben steeds meer inzicht in wat werkt bij het toepassen van ict en onder welke voorwaarden. Dit inzicht is gebaseerd op onderzoek.

Verderop in het boekje worden per doelstelling vervolgens voorbeelden van acties genoemd die op stapel staan om de doelstellingen voor 2017 te halen. Het gaat te ver om die uitwerkingen hier op te noemen, maar je vindt ze terug in het de publicatie (pdf).

Als stafmedewerker onderwijs en ict bij een grote stichting, én ict-coördinator op een basisschool moet ik hier iets van vinden. Er is ongetwijfeld door heel veel betrokkenen goed nagedacht en hard gewerkt aan het uitwerken van al deze doelen en acties. Maar ik kan me niet aan het gevoel onttrekken dat we dit allemaal al eens gedaan hebben. Ik loop nu zelf al zo'n 15 jaar mee in deze wereld. En deze doelstellingen zijn stuk voor stuk niet nieuw.
Kennisnet is met deze materie en op deze manier al jaren bezig. Ik zie in het plan van aanpak geen aanknopingspunten waarom het nu ineens sneller zal gaan verlopen. Ik zou het aanmoedigen, dat wel, maar ik schat in dat de materie complexer is dan dit document doet vermoeden. En als ik een voorzichtige verwachting mag uitspreken, dan denk ik niet dat we in 2017 zullen constateren dat de doorbraak geforceerd is. Niet op basis van deze doelstellingen.

Ik zie in het plan van aanpak geen enkele aandacht voor praktische ondersteuning op de werkvloer. Naar wie kan een directeur met vragen over strategische keuzes met betrekking tot ict in zijn school als hij het zelf niet weet? Naar wie kan een leraar als zijn bord plots uitvalt? Naar wie kan de werkgroep die een nieuwe methode gaat kiezen als ze vragen hebben over de digitale systemen die daarbij passen?
Mijn ervaring is inmiddels dat scholen met een goede ict-coördinator, die voldoende (in tijd) wordt gefaciliteerd, grote slagen kunnen maken. Mijn ervaring is dat als er serieus werk gemaakt wordt van scholing en werkplekbegeleiding in het primaire proces de ontwikkelingen ineens heel hard kunnen gaan. Maar juist op dat punt voorziet het plan van aanpak helemaal niet.
De acties lijken vooral gericht op schoolbestuurders. Maar daar gaat het mijn inziens helemaal niet om. Het moet niet op de stafbureaus of in de directiekamers gebeuren. Maar in de klas. Daar is tijd, ruimte en praktische ondersteuning voor leraren voor nodig.
Verder wordt er ook gesproken over het zorgen voor goed digitaal leermateriaal. Maar daar gaat het ook niet om. Er is goed digitaal leermateriaal genoeg. En initiatieven voor gezamenlijke inkooptrajecten zijn er ook al. Maar dat is ook niet altijd wenselijk vanuit het perspectief van een school.

Om dan tenslotte toch nog maar in te gaan op één van de versierende verhaaltjes:
In één van de voorbeelden is een schoolleider aan het woord over een versnellingsvraag met betrekking tot een soort master-dashboard waarmee een leerling vanuit allerlei applicaties gevolgd zou kunnen worden door de leraar. Daar wordt volgens die schoolleider aan gewerkt. Alleen dat voorbeeld al doet mij huiveren. Wat een tijd en geld zal daar in gaan zitten. En wat een gedrocht gaat dat opleveren?
Doelstelling 8 zegt nota bene dat het uitwisselen van data tussen applicaties tot een minimum beperkt zou moeten worden. En dan doen we een versnellingsvraag naar het combineren van zoveel mogelijk gegevens in één applicatie.
Vreemder is het nog als je kijkt naar welke systemen ze willen vangen in het dashboard. Die school schijnt te werken met Muiswerk, Rekentuin, Taalzee en Smart rekenen. Dat zijn adaptieve systemen die prima dashboarden van zichzelf hebben (alleen Smart rekenen ken ik niet). Een kenmerk van adaptieve systemen is (zo leerde ik laatst) dat die adaptiviteit vooral binnen het systeem werkt. Je kunt dan leerpaden voor leerlingen door het systeem laten bepalen terwijl de leraar ervan op de hoogte blijft door goede rapportages.
Ik leerde dat van een blogpost van Wilfred Rubens die daar met de volgende zin op inging: "Het is immers ook alleen maar mogelijk om binnen één systeem gepersonaliseerde leerpaden via adaptieve technologie te realiseren (en niet over systemen heen)."

Misschien wil het doorbraakproject wel iets forceren wat niet te forceren valt. Misschien moet er gewoon geduldiger gewacht worden tot het vanzelf groeit. Want dat doet het wel.









zaterdag 23 januari 2016

10 redenen om met Windows te werken in het onderwijs

Al surfend kwam ik op een website van het Microsoft Education Partner Network uit. Daar is (tijdelijk?) een folder (of een powerpoint) te downloaden met redenen waarom je met Windows zou moeten werken in de klas. Ik snap best dat het reclame is. En dat het in de categorie valt van: "Wij van wc-eend..."

De redenen die MS aandraagt zal ik hieronder opsommen. Daarvoor neem ik even de Engelstalige variant, want sommigen 'bekken' wel erg goed. Voor de toelichting van Microsoft kijk je hier (pptx). Mijn kijk op ieder punt vind je hieronder.

1. The platform you never outgrow
Ze geven aan dat zij de breedste keuze in apparaten hebben en dat er daardoor voor iedere leeftijd een geschikt apparaat bij zal zitten. Toch denk ik dat vooralsnog de iPad veel gebruiksvriendelijker is voor jonge kinderen (kleuters) dan welke Windowstablet ook. Vanaf de leeftijd dat kinderen gebruik gaan maken van kantoorpakketten begin ik in te stemmen met de stelling van Microsoft. Office is overal te gebruiken en het pakket kan zo veel dat het inderdaad met je mee kan groeien.

2. Compatibility king
Ze geven aan dat Windowsapparaten overweg kunnen met de meeste andere (rand)apparatuur die in klassen gebruikt wordt. En daarnaast ook met de meest diverse software, zoals oude netwerkinstallaties van educatieve software, flash op internetpagina's en alle moderne cloudbased applicaties. Hier moet ik ze gelijk in geven.

3. Thinking in ink
Hier heeft Microsoft het inmiddels wel echt begrepen. Als we kijken naar de discussie rond 'typen of schrijven', dan blijkt uit onderzoek dat men meer leert van handgeschreven notities maken dan van getypte notities maken. Daarnaast hebben veel mensen behoefte om op officiëlere stukken te kunnen 'kliederen'. In de nieuwe Office-apps op de iPad zie je dit nu dus ook terug. Je kunt lekker kliederen en schrijven in je documenten terwijl je niet de nadelen van papier hebt.

4. Collaborative learning on all devices
Via het Office365-platform kun je studenten vanaf welk apparaat dan ook aan het werk zetten met bepaalde opdrachten. Het maakt niet echt meer uit of ze dat vanaf een computer, een chromebook, een iPad of een Mac doen. Het werkt gewoon overal op.
Maarja, dat kan in Google Apps for Education bijvoorbeeld ook. Alles wat je nodig hebt, is feitelijk een browser. Microsoft voegt daar nog een hele rij handige apps aan toe voor hun platform.

5. Designed for all learning styles
Hier gaat Microsoft qua terminologie de fout in, vind ik. Over leerstijlen is veel onenigheid. En deze term zouden ze wat mij betreft beter kunnen vermijden. Wat ze bedoelen is dat hun apparaten en platform ervoor zorgen dat er in verschillende modaliteiten geleerd en gewerkt kan worden. Auditief, visueel, tekstueel, spraak, touch. Er is op veel verschillende manieren mee te werken. Je hebt daar dus de keuze in. Maar om dat te verbinden aan leerstijlen, vind ik wat ver gaan.

6. Best in class assistive technology
Ze showen hier functionaliteit als 'voorlezer', 'schermtoetsenbord', 'hoge contrastweergave' en 'vergrootglas'. Microsoft onderscheidt zich hiermee niet echt. Dit kan op andere apparaten en besturingssystemen ook. Ik weet niet waarom ze zichzelf hierin 'de beste' noemen.

7. Windows is for doing
Dit punt snijdt dan weer meer hout. Ik merk bij mezelf bijvoorbeeld dat ik voor het schrijven van een blogpost toch echt wel mijn windows-pc 'nodig' heb. Feitelijk kan ik het ook op een iPad. Maar daar doe ik het gek genoeg niet. Mijn iPad gebruik ik vooral om te consumeren en de communiceren. Maar als ik echt iets moet 'doen', dan pak ik een pc. Bij mij is dat Windows. Maar ik kan me voorstellen dat anderen daar ook een Mac voor gebruiken.

8. Deploy and manage your way
Hier kan ik niet zoveel over zeggen. Dit is meer een punt voor netwerkbeheerders. Microsoft heeft veel ervaring met het uitrollen en beheren van apparaten en netwerken. Bij ons op school gaat dat al jaren goed. Ze zeggen nu dus dat het met Windows 10 nog makkelijker wordt. Ik heb begrepen dat je straks vanuit een Office365-omgeving ook Windows 10 apparaten makkelijk kan beheren. Het is ook mogelijk om je op een Windows 10 apparaat aan te melden met je Office365 account. Daardoor worden dan meteen al je instellingen goed gezet, zoals mail, OneDrive e.d..
Maar ook hier geldt dat vanuit een Google Apps for Education dit ook kan op Chromebooks. Dus ik vraag me af of Microsoft zich hier nu onderscheidt. Als jij het antwoord wel weet, reageer dan hieronder in de reacties.

9. Safest Windows ever
Eigenlijk zeggen ze hiermee dat de vorige versies van Windows voor verbetering vatbaar waren. ;-)
Maar zonder gekheid: de mogelijkheden om leerlingen te beschermen tegen online gevaren is mijn inziens groot genoeg op het Microsoft-platform. Het is zeker een punt om rekening mee te houden als je technologie inzet in het onderwijs.

10. Get more for free than ever before
Dat is vooralsnog waar. De licenties voor Office365 zijn gratis voor onderwijsinstellingen. Leerlingen en medewerkers kunnen daardoor ook gratis gebruik maken van alle Office-applicaties. En de upgrade naar Windows 10 wordt op het moment ook gratis weggegeven. Daarnaast is er gratis online opslag in de OneDrive en kun je gratis gebruik maken van Skype.
Maar ook hier zijn er weer andere technologiereuzen die daarin hetzelfde bieden. En momenteel verandert de licentie-structuur bij Microsoft wel. Basisscholen registreren hun licenties via APS itdiensten en gaven daar vroeger het aantal pc's op een school op. Sinds vorig jaar moet je ineens het aantal medewerkers opgeven. Nu is het bedrag dat je betaalt nog niet gekoppeld aan het aantal medewerkers, maar de verwachting is eigenlijk dat dat op termijn (na 2017) wel gaat gebeuren. Hoe gratis zal het dan nog zijn..?


Conclusie
Microsoft doet zeker niet onder voor de concurrenten. Op sommige punten gooien ze zelfs hoge ogen. Bijvoorbeeld op het gebied van 'inking', 'compatibility' en productiviteit en veiligheid. Maar op de meeste punten kunnen ze de concurrentie gewoon (soms net) voldoende bijhouden.


donderdag 21 januari 2016

5+ aandachtspunten voor registreren bij webdiensten

André Manssen geeft 5 aandachtspunten bij het registreren voor een webdienst en/of webtool. Hij zet op een rij:

1. Gebruik een tijdelijk of wegwerp-emailadres
Bij de meeste cloud-maildiensten (Outlook.com of Gmail) kun je een alias instellen voor je e-mailadres. Dat houdt eigenlijk in dat je een extra e-mailadres aanmaakt in je bestaande account. En als er dan naar dat e-mailadres wordt gemaild, dan wordt die mail in je bestaande account bezorgd. Als je het e-mailadres niet meer nodig hebt, verwijder je de alias en je zult geen mail meer ontvangen die naar dat adres wordt gestuurd.

2. Maak zo min mogelijk gebruik van een 'social-login'.
Dat ben ik zelf ook geneigd om te doen. Ik hou niet zo van het koppelen van allerlei privé-accounts aan elkaar. Dus dat doe ik maar sporadisch. Alleen als ik zeker weet dat het me veel voordeel gaat opleveren. Je weet nooit helemaal zeker welke toegang je de social-login nou precies geeft.

3. Gebruik een wachtwoordmanager.
Zelf zou ik dit advies niet geven. Want wat voor de social-login geldt, geldt wat mij betreft ook voor de wachtwoordmanager. Ik vind advies 2 en 3 uit het lijstje elkaar dus tegenspreken. Ik hanteer wel een lijstje van wachtwoorden. Maar die staan eerlijk gezegd gewoon in een boekje. Mijn meestgebruikte wachtwoorden weet ik gewoon uit mijn hoofd. Ik laat websites en browsers ook nooit mijn wachtwoorden onthouden. Want de beste manier om je wachtwoorden te onthouden, is ze vaak te gebruiken.

4. Kun je het account eenvoudig beëindigen en alle gegevens verwijderen?
Dat ben ik eigenlijk wel met hem eens. Dit zou je vooraf na moeten gaan. Maar ik doe dat eerlijk gezegd niet (altijd). Zo heb ik ooit eens een account aangemaakt bij Runkeeper, maar daar doe ik nooit meer wat mee. Geen idee of daar nog gegevens in staan. Waarschijnlijk wel. (3 fietstochtjes...;-) )

5. Hoe is de privacy van de website geregeld?
Ik denk dat dit vooral van belang wordt als er in de webdienst niet alleen gegevens van jou worden geregistreerd, maar ook gegevens van leerlingen. Denk dan bijvoorbeeld aan diensten als Classdojo en Klasbord, Voor gegevensverwerkingen in zulke systemen heb je de toestemming van ouders nodig. Of je moet met gefingeerde leerlingnamen werken. Dat kan ook. In ieder geval zul je even moeten nagaan hoe het geregeld is.

Aan het lijstje van André zou ik nog een zesde punt toe willen voegen.

6. Wat is het verdienmodel van de webdienst of webtool?
Gratis bestaat niet. Als de dienst gratis is, ben jij het product.


Waar let jij op als je een webdienst gaat uitproberen?

woensdag 20 januari 2016

Zorg voor veilige wachtwoorden

Vandaag was in het nieuws dat het met veilige wachtwoorden nog steeds niet goed gesteld is. De wachtwoorden '123456' en 'password' waren de meest gebruikte wachtwoorden in 2015. Dat zegt volgens nu.nl een lijst op basis van een database met ruim 2 miljoen uitgelekte wachtwoorden.

Alvorens ik in ga op de bron van het bericht, eerst even het belang van de boodschap. Natuurlijk is het zo dat we voorzichtig moeten omgaan met onze wachtwoorden. Net zoals we dat doen met onze sleutels van de auto en de voordeur. Zonder wachtwoorden krijg je geen toegang tot applicaties, en van sommige applicaties wil je niet dat de gegevens 'op straat' komen te liggen. Dat weet iedereen wel.
Maar handel daar maar eens naar. Dat doen een heleboel mensen niet. En ik kan het (zoals iedere ict-coördinator) weten. Ik zie relatief een hoop wachtwoorden voorbij komen. Nee, de voornaam van één van je gezinsleden met daarachter het geboortejaar van één van je (andere) gezinsleden is geen sterk wachtwoord. Ook al voldoet dat wel aan alle regeltjes van het wachtwoordbeleid van de organisatie.
Sterker nog een wachtwoord zou strikt genomen niet eens gebaseerd moeten zijn op een bestaand woord.

Maar hoe dan?
Want je wilt je wachtwoord eigenlijk ingewikkeld te raden maken, maar ook makkelijk te onthouden. Dat hoeft elkaar niet tegen te spreken. Twee tips:

1. Gebruik een wachtwoordgenerator 
Dat levert geheid moeilijker wachtwoorden op dan je zelf zou kunnen verzinnen. Wat ik bij systeem-wachtwoorden vaak doe, is dat ik een wachtwoordgenerator (bijv. deze) een aantal wachtwoorden laat genereren en van dat lijstje dan de makkelijkste kies. Maar dit is eigenlijk alleen een optie voor wachtwoorden die je regelmatig gebruikt. Die onthou je namelijk niet met je hoofd, maar met je vingers is mijn ervaring. Zet een toetsenbord met een andere indeling neer, en je weet het niet meer,

2. Verbouw een zin tot wachtwoord
De tweede tip is beter te hanteren voor de gemiddelde gebruiker. Ik las ooit een artikel op Dutchcowboys over het genereren van wachtwoorden. Zij stellen de volgende simpele stappen voor:

"1 - Denk aan een zin die je gemakkelijk kunt onthouden, bijvoorbeeld: "Oasis en Simon & Garfunkel zijn de favoriete bands uit mijn jeugd".
2 - Neem de eerste letters van elk woord van deze zin: OESEGZDFBUMJ
Dit vormt de basis van je wachtwoord.
3 - Om het wachtwoord sterker te maken varieer je vervolgens in hoofdletters en kleine letters. Je wachtwoord ziet er dan als volgt uit: oESeGzDFbUMj
4- Wissel vervolgens sommige letters om voor een cijfer. De letter O wordt bijvoorbeeld een nul.
0ESeGzDFbUMj
5 - Voeg nu speciale tekens toe, je kunt bijvoorbeeld 'en' vervangen door + of &
0+S&GzDFbUMj"


Hoewel ik vind dat er door gebruikers veel meer aandacht besteed mag worden aan het gebruiken van veilige wachtwoorden, heb ik ook wel opmerkingen bij het bericht dat vandaag in het nieuws kwam. Die lijst blijkt dus samengesteld te zijn uit een database met gelekte wachtwoorden. Het lijkt mij dat er in een database met gelekte wachtwoorden relatief meer 'makkelijke' wachtwoorden zitten. Het feit dat een wachtwoord makkelijk te raden valt, maakt de kans toch groter dat hij in zo'n database met gelekte wachtwoorden terecht komt?
Daarnaast is het ook aardig om naar de bron te kijken. Voor zover ik het kan zien, gaat het om Splashdata, die twee diensten uitventen. Namelijk TeamsID en SplashID, beide oplossingen voor wachtwoordmanagement. Zo'n partij heeft er uiteraard veel baat bij dat beslissers denken dat het erg slecht gesteld is met het wachtwoordmanagement van de gemiddelde gebruiker. Slim om jaarlijks een bericht de wereld in te sturen met deze strekking dus.











dinsdag 19 januari 2016

ICTbekwaamheid verhogen bij leraren

Een tijdje terug las ik een blog van Mark Timmermans over strategieën om de ict-vaardigheden bij leraren te verbeteren. Mark noemt drie voorwaarden, en vervolgens vier niveaus waarbij je aan die vaardigheden kan werken.

De voorwaarden waaraan voldaan moeten worden zijn:

1. Aandacht voor het innovatiepotentieel
Hij beschrijft het innovatiepotentieel van een team in termen van 'willen', 'kunnen' en 'mogen'. Daarbij is een gezamenlijke visie belangrijk. Zodat je individuen de ruimte geeft om te handelen.

2. Pioniers en voorlopers
Je hebt in een team pioniers nodig die experimenteren met ict en die de rest van het team kunnen enthousiasmeren als zo'n experiment slaagt.

3. Leiderschap
Hierbij gaat Mark vooral in op het hebben van een visie. De leider zou dan het team moeten aansturen volgens die visie.

Deze drie voorwaarden doen mij een beetje denken aan het model voor duurzame implementatie van ict van InHolland.

In de blogpost van Mark worden daarna vier niveaus beschreven waarop actie ondernemen kan worden op het gebied van teamontwikkeling, professionalisering van medewerkers en goede ict-middelen. Die vier niveaus zijn achtereenvolgens:
  • teamniveau
  • ondersteuning op individueel niveau
  • organisatieniveau
  • niveau van ict-toepassingen
Het artikel van Mark geeft (deels) antwoord op de vraag hoe je de professionalisering van leraren op het gebied van ict kunt aanpakken. Maar zijn model (als je het zo kunt noemen) kan net zo goed van toepassing zijn op het rekenonderwijs. Of woordenschatonderwijs. Dat maakt het niet minder bruikbaar. Maar het laat nog wel wat vragen onbeantwoord.
Een vraag die onbeantwoord blijft, is bijvoorbeeld wát je precies verwacht van leraren en waaróm. En dan vooral op het gebied van ict. Maar dat is voer voor een andere blogpost.



vrijdag 15 januari 2016

Uitgangspunten ict voor leren

In een duidelijk artikel geeft Wilfred Rubens commentaar op een bijdrage van Laura Moorhead. Het gaat daarin om uitgangspunten die je hanteert om ict te gebruiken voor leren.
Relevant materiaal voor mij, omdat we binnen SCOH met een werkgroep gestart zijn die juist met het onderwerp ict-gebruik voor leren aan de slag gaat. Het doel van deze werkgroep is te komen tot een bepalingen waaraan het ict-gebruik aan onze scholen minimaal zou moeten voldoen. Wat vinden wij nou dat nodig en gewenst is met ict en onderwijs? En hoe ondersteunen we scholen en leraren daarin?

Deze werkgroep is inmiddels verdeeld in een paar subgroepjes die met de volgende onderwerpen aan de slag gaan.

  • ICT als leermiddel (voor rekenen, taal, enz..)
  • ICT als doel (mediawijsheid, programmeren e.d.)
  • Benodigde infrastructuur
  • ICT-bekwaamheid van leraren
Op het hoe en waarom van deze werkgroep zal ik later nog wel eens ingaan. In deze blogpost wilde ik dus inzoomen op het eerste onderwerp. ICT als leermiddel, oftewel ICT voor leren. Welke uitgangspunten kun je dan hanteren. Laura noemt volgens Wilfred de volgende:
  • Stel leerdoelen voorop, niet de technologie
  • Maak gebruik van 'open' leertechnologie die juist nieuwsgierigheid stimuleert, en lerenden in staat stelt op onderzoek te gaan.
  • Zorg ervoor dat ICT leren niet gemakkelijk maakt.
  • Neem feedback serieus
  • Wees vooralsnog sceptisch over geïndividualiseerd leren
  • Houd op een authentieke manier rekening met de interesses van lerenden
  • Maak gebruik van technologie die sociale interactie ondersteunt
  • Maak gebruik van open educational resources
Wilfred voegt daar de volgende opmerkingen nog aan toe. 
  • Het belang van activerende didactiek
  • Het belang van veel afwisseling
  • Het bevorderen van intrinsieke motivatie
  • Het niet vrijblijvend inzetten van leertechnologie.
Wat mij betreft waardevolle bijdragen die ik zeker mee ga nemen naar onze werkgroep.
Wie aanvullingen heeft, is uitgenodigd te reageren.



woensdag 6 januari 2016

De financiële kant van ict in het onderwijs verdient aandacht

In drie minuten geeft Kennisnet informatie over de financiële kant van ict in het onderwijs.



Ik hoor sommige scholen wel eens zeggen dat er geen of weinig geld is voor ict. Kennisnet geeft eigenlijk aan dat het er vooral om gaat hoe je er over nadenkt. Het onderwijs mag zich volgens deze video bijvoorbeeld wel iets meer realiseren dat zij een grote klant (kunnen) vormen voor bedrijven die 'spullen' leveren. En als je de vraag bundelt, wordt je onderhandelingspositie beter.
Ik vind het een informatieve video. Meer informatie over ict en inkoop vind je overigens in de publicatie 'Advies Inkoop' (pdf) van het doorbraakproject Onderwijs & ICT.


vrijdag 23 oktober 2015

4 aandachtspunten inrichting en beheer van ict in onderwijs

Op het blog van Expanding Visions verscheen een post die alvast inging op de uitdagingen voor 2016 op het gebied van ict in onderwijs. De genoemde aandachtspunten in die blogpost gaan vooral over de inrichting en de regie op het gebruik van ict in onderwijs. Een aantal zaken herkende ik daaruit wel, omdat ze ook spelen bij onze stichting. Even wat punten op een rij.

1. Identity & Access Management

Zij constateren een 'wildgroei' aan systemen die ieder hun eigen gebruikerslijst oplevert die beheerd moet worden. Binnen SCOH hebben wij vier van dit soort belangrijke gebruikerslijsten.
a. Computeraccounts
Onze scholen maken niet allemaal gebruik van dezelfde netwerkbeheerder. De meeste scholen maken gebruik van een eigen Windows Server (en dus Active Directory) waarop de gebruikers aangemaakt worden. Maar sommige scholen hebben de systemen van Skool of Heutink ICT in gebruik. Op locatie worden gebruikers aangemaakt en daarmee kunnen ze inloggen op de lokale systemen.
b. Emailaccounts. 
We zijn bezig om alle scholen aan te sluiten op dezelfde Office365-omgeving. Het beheer van deze gebruikerslijsten staat los van de Active Directory's van de scholen. Het gaat hier puur om te beschikbaar maken van email en een browsergebaseerde samenwerkingsomgeving. Met Office365 vallen de eigen Windowsservers ook te koppelen, maar we blijven dan nog steeds met een vraagstuk zitten rondom de scholen die geen eigen Windowsserver hebben. Vooralsnog is de koppeling een station dat nog een eind verderop ligt. Als we er al naar toe reizen.
c. Basispoort
De meeste educatieve applicaties die momenteel in gebruik zijn worden benaderd via een inlog met Basispoort. Dit sturen we niet centraal aan. De scholen zorgen zelf voor het beheren van deze gebruikerslijsten. Ze kunnen daarvoor gebruikmaken van een handmatige of een automatische koppeling met hun leerlingvolgsysteem.
d. Leerlingvolgsystemen
Onze scholen maken gebruik van drie verschillende leerlingvolgsystemen. Esis, Parnassys en Magister. De scholen doen hiervan zelf het gebruikersbeheer. Zoals gezegd maken de meeste scholen gebruik van een (automatische) koppeling tussen het lvs en Basispoort.

Voor het beheer zou het makkelijk zijn om koppelingen te maken tussen de verschillende systemen. Zodat een gebruiker maar op één plek aangemaakt, gewijzigd of verwijderd hoeft te worden, en het daarmee in alle onderliggende systemen voor elkaar is. Dat vereist echter een goed doordachte inrichting van wat je op welke manier waaraan koppelt. De vragen die in het stuk van EV gesteld worden, blijven overeind: hoeveel tijd kost het beheer, wie mag rechten en rollen uitdelen en hoe hou je de systemen uniform?
Onze eerste uitdaging is nu om alle gebruikers van de stichting in Office365 actief te hebben. Daarna zullen we wel weer verder zien.

2, Privacy van leerlingen

Al in 2009 begonnen we ons bij SCOH druk te maken om het waarborgen van de privacy van leerlingen. We hebben binnen de stichting goede afspraken met de scholen waar iedereen zich aan moet houden. Zo vraagt iedere school actief om toestemming voor publicaties van foto's op internet en sociale media. Zo gaan we voor iedere gebruikte (educatieve) applicatie na of de leverancier de zaakjes op orde heeft. En zo vragen we via een jaarlijkse check aan de scholen om hun autorisatiestructuur voor de gebruikte applicaties in orde te maken of te houden.
Het is in ieder geval een onderwerp dat blijvende aandacht nodig heeft.

3. Leren met tablets
Over leren met tablets wordt veel geschreven en veel geclaimd. Er zijn waarschijnlijk net zoveel voorstanders als tegenstanders. Binnen SCOH zijn scholen actief met tablets. Daar voeren we vooralsnog geen regie op. Het is voorlopig aan de scholen zelf om daar een weg in te vinden. Snappet, iPads, Windowstablets: op verschillende scholen lopen verschillende trajecten. Via het leernetwerk van ict-coördinatoren houden we elkaar op de hoogte van de status van de trajecten. Het ei van Columbus is nog niet gevonden.
Daarnaast gingen we dit schooljaar van start met een werkgroep ict en educatie waarin directeuren, stafmedewerkers, ict-coördinatoren en ouders de (on)mogelijkheden en ambities verkennen van het gebruik van ict in het onderwijs. Boeiende materie, boeiende discussies vooralsnog. Wordt vervolgd.

4. Werkplekbeheer
Dit punt raakt wat mij betreft een beetje aan het eerste punt. Het werkplekbeheer vindt bij onze scholen grofweg op twee verschillende manieren plaats. Een groep scholen laat het werkplekbeheer doen door 'formats' zoals Skool en Klas.nu. Zij werken door de bank genomen op afstand. Het gehanteerde concept zorgt ervoor dat systemen vanop afstand door de beheerder of zonder technische kennis door de school opnieuw geïnstalleerd kunnen worden. Sommige van deze scholen kiezen ervoor om daarnaast nog iemand extern in te huren die gebruikersbegeleiding op de werkplek doet.
De grootste groep scholen heeft bij ons echter gekozen voor een lokale netwerkbeheerder die met maandelijkse bezoeken werkt. Als er een printer niet werkt, een stekker verkeerd zit, een installatie niet goed gegaan is, of bord niet goed gekalibreerd is, dan komen zij langs om het te repareren. Door deze manier van werken is veel maatwerk mogelijk. De ervaring leert dat scholen meestal wel behoefte hebben aan iemand die fysiek aanwezig is, of snel aanwezig kan zijn in het geval van calamiteiten.
Maar beide vormen van werklplekbeheer gaan vooral over het beheren van windowsmachines. En dan vooral van windowsmachines waarvan de school eigenaar is. Maar de laatste tijd zie je langzaam een verschuiving naar een behoefte om ook machines van thuis en ook tablets en telefoons te kunnen beheren. De traditionele netwerkbeheerders hebben hier nog geen goede en pasklare antwoorden op. En de scholen zijn nog niet gewend om deze vragen helder neer te leggen.

In het artikel van EV worden nog vijf uitdagingen geformuleerd. Die laat ik hier even buiten beschouwing. Welke uitdagingen zie jij?