Posts tonen met het label tpack. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tpack. Alle posts tonen

maandag 10 oktober 2016

Goede voorbeelden van ict in het onderwijs zichtbaar maken


SCOH wil haar scholen ondersteuning gaan bieden op het beter (gaan) gebruiken van technologie in het primaire proces van onderwijs. Over het 'hoe' wordt op het moment nagedacht. In de voorbereidende stukken hebben we nu onder andere opgenomen dat we de goede voorbeelden op de scholen in de stichting zichtbaar willen maken.
We hebben echter (nog) geen concrete uitwerking in welke vorm we dat het beste kunnen doen.

En toen stuitte ik op de uitgave: 'Practitioner's Guide to Technology Pedagogy and Content Knowledge (TPACK), Rich Media Cases of Teacher Knowledge' (pdf). In die uitgave worden voorbeelden van technologiegebruik beschreven.  Achtereenvolgens beschrijven ze van een casus de volgende onderdelen.
  1. Scenario
  2. Maak kennis met de leraar
  3. De activiteit
  4. De technologie
  5. Klas in actie
  6. Leerlingwerk
  7. Reflectie van de leraar
En voor ons is dat format waarin ze iedere casus beschrijven volgens mij best wel bruikbaar. Eens even verder op broeden...



dinsdag 20 september 2016

Studiedag SCOH 2016: ict als middel

Gisteren vond de gezamenlijke SCOH-studiedag plaats. Alle medewerkers van SCOH en SPCP kwamen samen in het World Forum in Den Haag, dat voor de gelegenheid was afgehuurd voor onze studiedag. Het programma van de dag bestond uit een lezing van Steven Pont over het belang van hechting, twee workshoprondes en een afsluiting door Leo Blokhuis. Uiteraard waren er tussendoor de nodig pauzemomenten om elkaar te kunnen ontmoeten.
 
Tijdens deze studiedag was ik deze keer niet alleen deelnemer, maar ook workshopleider. Samen met mijn collega en vriend Ronald Akkerboom heb ik twee keer de workshop 'ict als middel' verzorgd. In onze workshop ging het ons erom om bij de deelnemers 'het knopje aan te zetten' waardoor ze gingen nadenken over het ict-gebruik in hun les(sen).
Met de boeken 'Expliciete Directe Instructie', 'Kleppen Dicht!' en onderzoek van Marzano in de hand hadden we deze workshop voorbereid. Wat we grofweg gedaan hebben, is een les geven aan de hand van het directe instructiemodel. En bij iedere fase gaven we voorbeelden aan van ict-tools of -middelen die wat ons betreft pasten bij de betreffende fase van de les.
 
Hoe zag dat er uit? In schema:
1. Terugblik - Plickers
2. Orientatie - Answergarden
3. Instructie - PowerPoint, Leraar24, Youtube
4. Begeleide inoefening - Cram, Padlet
5. Zelfstandige verwerking - Padlet
6. Evaluatie - Quickkey
7. Vooruitblik - TPACK-oefening
 
Tijdens de eerste twee fases van de les hebben we Plickers en Answergarden gebruikt. Plickers is een stemtool. Je stelt een meerkeuzevraag en de deelnemers antwoorden door een kaart met een QR-code in de lucht te steken. Je kunt de antwoorden dan scannen met de app 'Plickers' op je iPad of telefoon. Vervolgens kun je de resultaten daarvan op het scherm, dat voorin de klas hangt, tonen. Wij hebben ervoor gekozen om hiermee even 'in te tunen' op de groep. Vragen die we stelden waren bijvoorbeeld:
  • Ken je het directe instructiemodel?
  • Weet je wat TPACK is?
  • Hoeveel apparaten heb je in je klas maximaal tot je beschikking?
Vervolgens hebben we Answergarden ingezet om te inventariseren welke tools en middelen de aanwezigen kenden en gebruikten in hun lessen. Op de inventarisatie zouden we later terugkomen, in de fase van de zelfstandige verwerking. Het mooie van Answergarden is dat het heel snel duidelijk wordt als een antwoord vaker gegeven wordt, omdat dat antwoord dan groter in beeld komt te staan.
 
In fase 3 deed Ronald een instructie waarvoor hij een PowerPoint-presentatie had voorbereid. Hij liep het directe instructiemodel nog eens door en vertelde vervolgens het één en ander over het (ontstaan van het) TPACK-model. De stelling die we daarbij hebben aangehouden is dat je eerst moet zorgen voor een goede les in de zin van het koppelen van de juiste pedagogisch-didactische werkvorm en de vakinhoud. En pas daarna een technologisch component toevoegt. Onder het motto: ict maakt een goede les sterker, maar een slechte les zwakker.
 
Voor de begeleide inoefening (fase 4) hebben we ervoor gekozen om gewoon eens samen met de groep twee tools van dichterbij te bekijken. Ik had daarvoor als eerste de tool 'Cram' gekozen. Dat is een (willekeurige) tool waarmee je sets van flitskaarten kunt maken en (laten) oefenen. En als tweede tool heb ik Padlet besproken. Die twee tools heb ik gekozen omdat je van deze twee tools heel goed het versterkende effect kunt beargumenteren.
Flitskaarten kun je ook op papier maken. En dan zijn ze (denk ik) net zo effectief als digitale kaartjes. Maar het versterkende effect van digitale flitskaarten zit hem in het feit dat je meer kinderen tegelijkertijd kunt bedienen met dezelfde set die je gemaakt hebt, en dat je er eventueel oefenmomenten mee kunt 'programmeren' die optimaal inspelen op kennis over de vergeetcurve.
 
De manier waarop wij Padlet gingen inzetten, had ook op papier gekund. De opdracht (bij de fase van de zelfstandige verwerking) was dat ze de tools die ze genoemd hadden op de pagina van Answergarden moesten gaan indelen bij de fases uit het directe instructiemodel. Ik had een Padlet klaargezet waarop 7 kolommen gemaakt waren, met boven iedere kolom de titel van een fase. De deelnemers moesten in groepjes van vier steeds een tool uit de Answergarden bespreken. En als ze consensus hadden over in welke fase van het directe instructiemodel de tool paste, dan mochten ze hem op de Padlet neerzetten.
Zoals gezegd: met een flapover en stickynotes had dit ook gekund. Waarom dan op deze manier met ict? De meerwaarde tijdens de les zit hem in het voorkomen van het lopen in het lokaal waardoor het een veel rustiger pedagogisch klimaat schept om overleg mogelijk te maken. Daarnaast kun je de Padlet eenvoudiger achteraf delen. Dat was nu voor ons niet zo zinvol, maar er kunnen situaties zijn waarbij je dat wel zou willen.
 
Bij de fase van de evaluatie gebruikten we Quickkey. We hadden een toetsje voorbereid met hier en daar wat 'flauwe' meerkeuzevragen waarvan er steeds één antwoord goed was. Van te voren hadden we antwoordformulieren op naam uitgedeeld waarop de deelnemers hun antwoorden konden invullen. Met de app Quickkey op mijn iPad ging ik vervolgens bij de deelnemers langs om het formulier na te kijken. De app scant de antwoorden en geeft de uitslag direct op het scherm. Een overzicht kun je nadien weer tonen op het scherm voorin de klas.
 
In de eerste workshopronde was de tijd daarna helaas op omdat de opening van de dag was uitgelopen. Dus toen hebben we onze workshop afgerond na de zesde fase. In de tweede workshop konden we ons originele plan afmaken en ook de laatste fase van het DIM-model doen: de vooruitblik. Van tpack.nl hadden we kaartjes gehaald met werkvormen, vakken en tools. De deelnemers gingen met die kaartjes aan de slag om alvast een beetje vooruit te kijken op een les die ze konden gaan geven.
 
Tijdens iedere fase hebben we gepoogd de deelnemers te laten nadenken over het waarom van de inzet van een bepaald ict-middel. De reacties die we achteraf via collega's van sommige deelnemers hoorden, doet ons vermoeden dat we aardig in onze opzet zijn geslaagd.
Het was zeker leuk om te doen. Wie weet voor herhaling vatbaar.

 
 

maandag 27 januari 2014

TPACK nader beschouwd

Het TPACK-model is een beschrijvend model dat de veronderstelde of de gewenste deskundigheid van leraren beschrijft. Het model is een uitbreiding van het PCK-model van Shulman. Als je tegenwoordig een sessie bijwoont over technologiegebruik in het onderwijs, komt het TPACK-model vrijwel altijd ter sprake. Meestal wordt er vrij summier op ingegaan zodat het nietsvermoedende publiek in verwondering achterblijft.

Vakinhoud en didactiek
Het  model is opgebouwd rondom drie kennisdimensies die een leraar zou bezitten. De eerste dimensie is uiteraard de vakinhoudelijke dimensie. Je moet tot op zekere hoogte verstand hebben van het vak waar je les in geeft. Als je de kennis zelf niet bezit, kun je het ook niet overdragen.
Daarnaast is er de pedagogisch-didactische dimensie. Je moet verstand hebben van onderwijsleerprocessen en klassenmanagement. Wat motiveert leerlingen? Welke leeractiviteiten en werkvormen sorteren het beste effect in de gegeven situatie? Het is de kunst (laten we het onderwijskunst noemen...) om de vakinhoudelijke dimensie af te stemmen op de pedagogisch-didactische dimensie. Welke leerstof ga ik op welke manier aanbieden aan de leerlingen zodat ze er wat van (kunnen) leren?

Technologie
De derde dimensie is toegevoegd door de bedenkers (Mishra & Koehler, 2006) van het TPACK-model: dat is de technologische dimensie. Een leraar moet kennis hebben over technologie om het te kunnen aanwenden voor gebruik in het onderwijs. Daarbij onderscheiden Mishra en Koehler (2013) (pdf) twee soorten technologie, traditionele en digitale. Voor het gemak noem ik hier het potlood en het digibord als voorbeelden.
Het potlood is een vorm van traditionele technologie. Het heeft de kenmerken dat het voor een specifiek doel is ontworpen (schrijven), stabiel is (een potlood ziet er al heel lang hetzelfde uit) en transparant in zijn functie is (iedereen snapt hoe het werkt).
Het digibord is een vorm van digitale technologie en heeft precies de tegenovergestelde kenmerken. Het digibord is op vele manieren te gebruiken, is niet stabiel (verandert snel) en de werking is niet eenvoudig te snappen.
Je zult hieruit begrijpen dat de technologische kennis die een leraar tegenwoordig moet hebben, complexer is dan een paar decennia geleden.

Nu is het de kunst (onderwijskunst, he..) om ook de technologische kennis te integreren met de bestaande pedagogisch-didactische kennis en de vakinhoudelijke kennis.

Context
Maar er is meer. Want iedere leraar oefent zijn vak uit in een context. Die context bepaalt welke middelen je tot je beschikking hebt. Het maakt nogal wat uit of je twee computers achter in de klas hebt, of een groep met kinderen met allemaal een eigen device. De technologische kennis van een leraar is dus iets anders dan de technologische mogelijkheden die een leraar heeft.
En datzelfde geldt voor de andere twee dimensies: vakinhoudelijke en pedagogisch-didactische. Je kunt nog zoveel verstand hebben van anatomie bijvoorbeeld. Als je geen beeldmateriaal of anatomische modellen tot je beschikking hebt, wordt het overdragen van die kennis moeilijker dan wanneer je dat wel hebt. Je context bepaalt dus voor een groot deel de keuzes die je kunt maken in je lesgeven.
Wat het TPACK-model volgens mij probeert duidelijk te maken is dat je je mogelijkheden (keuzes) kunt vergroten als je je kennis over de drie verschillende dimensies vergroot. Je bent dan beter toegerust om je leerlingen op een effectieve manier les te geven. In sommige gevallen betekent dat dat je gebruik maakt van traditionele technologie en in sommige gevallen kies je voor digitale technologie.

TPACK the Game
Er bestaat ook een TPACK-game. Ik heb dat spelletje nu een paar keer gespeeld, en ik kan er maar niet enthousiast over worden. Je krijgt bij dat spel steeds drie kaartjes. Een technologiekaartje, een kaarje met een vak, en één met een werkvorm. De opdracht is dan meestal: maak met deze kaartjes een les. Het is vaak een gekunstelde les waarbij er haast niet gekeken wordt naar de effectiviteit, maar vooral of het technologiekaartje 'leuk' gebruikt is.
Volgens mij is TPACK zo niet bedoeld. Mijn inziens zou je een context moeten scheppen waarbinnen je de deelnemers een opdracht geeft om een ontwerp voor een les te maken. Een casus zou er zo uit kunnen zien:

"Je hebt een groep 8 van 20 leerlingen uit een achterstandswijk in Den Haag. In je klas hangt een digibord met een goede internetverbinding, én er is draadloos internet aanwezig dat helaas af en toe hapert. Iedere leerling heeft de beschikking over een ACER Iconia W510 met Windows 8 en een eigen emailadres. Op je rooster staat rekenen (een les over breuken en procenten), een dictee (vier verschillende spellingscategorieën) en een les geschiedenis (WOII). De leerlingen werken graag samen, maar hebben daarbij vrij veel structuur nodig. Er is papier en schrijfmateriaal genoeg. Achterin de klas hangt een whiteboard. De methodes van de vakken hebben eigen werkboeken met verwerkingslessen. Hoe geeft jij je lessen op die ochtend vorm?"

De uitdaging voor de deelnemers is dan om op basis van de kennis die zij hebben over technologie, didactiek en vakinhoud een effectief lesontwerp te maken. Welke keuzes maak je, en waarom?


Wil je meer weten over TPACK?
Kijk dan op het blog van Punya Mishra of op TPACK.org
Pierre Gorissen heeft een aanpasbare online versie van TPACK the Game gemaakt.
Als je assessment instrumenten zoekt waarmee je de vaardigheden en kennis van leraren in kaart kunt brengen, kijk dan hier op deze wiki.

Aanleiding voor deze blogpost is een bericht op het blog van Punya Mishra dat ze hun originele artikel uit 2006 voor de tweede keer van een update hebben voorzien. De eerste keer was in 2008. In 2013 was de tweede keer.

De afbeelding bij deze blogpost is met toestemming van de uitgever overgenomen van TPACK.org (c) 2012.