vrijdag 30 december 2016

Jaaroverzicht 2016

Zoals ik het de laatste jaren heb gedaan, wil ik ook dit jaar afsluiten. Hieronder volgt het jaaroverzicht 2016 van dit blog.

Ik schreef dit jaar in totaal 44 berichtjes. Dat zijn er fors minder dan het jaar ervoor. Toen schreef ik er 107. En het meest opvallende is misschien wel dat ik er dit jaar 27 in de maand januari schreef en daarna eigenlijk steeds minder. Na de zomervakantie zijn het er met deze erbij maar 4 geweest.

De klad zit er dus behoorlijk in, zou je kunnen zeggen.

Eens even een blik op de statistieken.
Totaal aantal unieke bezoekers dit jaar: 15332
Totaal aantal paginaweergaven dit jaar: 22930
Maand met de meeste paginaweergaven: januari (3425)
Dag met de meeste paginaweergaven: 11 januari (169)

Januari deed het afgelopen jaar beter dan de beste maand van het jaar daarvoor. Maar verder lopen de bezoekcijfers en het aantal reacties terug. De meest voor de hand liggende verklaring daarvoor is dat ik dit jaar steeds minder geblogd heb.

En dan de top 5. Die is ook interessant te noemen.

De top 5 van meestgelezen blogposts van 2016:
1. Studiedag SCOH 2016: ict als middel - 403 weergaven
2. 5+ aandachtspunten voor registreren bij webdiensten - 335 weergaven
3. Werken op de P. Oosterleeschool? - 285 weergaven
4. 7 manieren waarop gamingprincipes kunnen bijdragen aan onderwijs - 269 weergaven
5. Wijsheid van de menigte en klassengrootte - 256 weergaven

De meest gelezen post is een blogberichtje uit september. Mijn werkgever organiseerde toen een studiedag. En samen met een collega/directeur heb ik een onderdeel verzorgd. Daar deed ik verslag over en die post is dus (relatief) veel gelezen.
Verder is de nummer drie ook werkplek-gerelateerd. Ik wist na de zomervakantie al dat ik vanaf januari 2017 niet meer op de P. Oosterleeschool zou werken. Ze wilden me niet kwijt, maar ik vond het tijd om te stoppen. Dat is mijn eigen keuze geweest. Had te maken met een veranderende thuissituatie. Ik heb toen een berichtje geschreven omdat de school naar een opvolger op zoek was. En eigenlijk zijn ze dat nog steeds. Mocht je interesse hebben in één dag los de ict van een basisschool doen, dan zou je contact op kunnen nemen met de school. Wie weet.

Voor nu wens ik iedereen een goede jaarwisseling toe.

maandag 10 oktober 2016

Goede voorbeelden van ict in het onderwijs zichtbaar maken


SCOH wil haar scholen ondersteuning gaan bieden op het beter (gaan) gebruiken van technologie in het primaire proces van onderwijs. Over het 'hoe' wordt op het moment nagedacht. In de voorbereidende stukken hebben we nu onder andere opgenomen dat we de goede voorbeelden op de scholen in de stichting zichtbaar willen maken.
We hebben echter (nog) geen concrete uitwerking in welke vorm we dat het beste kunnen doen.

En toen stuitte ik op de uitgave: 'Practitioner's Guide to Technology Pedagogy and Content Knowledge (TPACK), Rich Media Cases of Teacher Knowledge' (pdf). In die uitgave worden voorbeelden van technologiegebruik beschreven.  Achtereenvolgens beschrijven ze van een casus de volgende onderdelen.
  1. Scenario
  2. Maak kennis met de leraar
  3. De activiteit
  4. De technologie
  5. Klas in actie
  6. Leerlingwerk
  7. Reflectie van de leraar
En voor ons is dat format waarin ze iedere casus beschrijven volgens mij best wel bruikbaar. Eens even verder op broeden...



vrijdag 23 september 2016

Werken op de P. Oosterleeschool?

Ik ga er hier toch ook maar even melding van maken.


Ik werk nu nog één dag in de week als ict-coördinator op een school in Moerwijk in Den Haag, de P. Oosterleeschool. De afgelopen jaren heb ik daar met veel plezier gewerkt. Het is een school waar op ict-gebied veel mogelijk is. Maar door omstandigheden in mijn thuissituatie stop ik per januari 2017 op de school met mijn werkzaamheden. Ik blijf wel gewoon stafmedewerker onderwijs en ict bij onze stichting.


Mocht je interesse hebben om mijn taken op de P. Oosterleeschool over te nemen, dan kun je (al een tijdje) solliciteren. De directie van de school heeft ervoor gekozen om ict te gaan onderbrengen bij een andere vacature. Er worden namelijk ook een leerkracht groep 7 en een IB-er voor de onderbouw gezocht. Hopelijk lukt het om iemand voor die functies te vinden die ict er ook bij wil doen. Bij deze verspreid ik de vacature(s) ook in mijn netwerk.


Je moet nu wel snel zijn, want de sluitingsdatum is 26 september voor beide vacatures. En dat is aanstaande maandag al. Meer informatie over de vacatures vind je hier.







dinsdag 20 september 2016

Studiedag SCOH 2016: ict als middel

Gisteren vond de gezamenlijke SCOH-studiedag plaats. Alle medewerkers van SCOH en SPCP kwamen samen in het World Forum in Den Haag, dat voor de gelegenheid was afgehuurd voor onze studiedag. Het programma van de dag bestond uit een lezing van Steven Pont over het belang van hechting, twee workshoprondes en een afsluiting door Leo Blokhuis. Uiteraard waren er tussendoor de nodig pauzemomenten om elkaar te kunnen ontmoeten.
 
Tijdens deze studiedag was ik deze keer niet alleen deelnemer, maar ook workshopleider. Samen met mijn collega en vriend Ronald Akkerboom heb ik twee keer de workshop 'ict als middel' verzorgd. In onze workshop ging het ons erom om bij de deelnemers 'het knopje aan te zetten' waardoor ze gingen nadenken over het ict-gebruik in hun les(sen).
Met de boeken 'Expliciete Directe Instructie', 'Kleppen Dicht!' en onderzoek van Marzano in de hand hadden we deze workshop voorbereid. Wat we grofweg gedaan hebben, is een les geven aan de hand van het directe instructiemodel. En bij iedere fase gaven we voorbeelden aan van ict-tools of -middelen die wat ons betreft pasten bij de betreffende fase van de les.
 
Hoe zag dat er uit? In schema:
1. Terugblik - Plickers
2. Orientatie - Answergarden
3. Instructie - PowerPoint, Leraar24, Youtube
4. Begeleide inoefening - Cram, Padlet
5. Zelfstandige verwerking - Padlet
6. Evaluatie - Quickkey
7. Vooruitblik - TPACK-oefening
 
Tijdens de eerste twee fases van de les hebben we Plickers en Answergarden gebruikt. Plickers is een stemtool. Je stelt een meerkeuzevraag en de deelnemers antwoorden door een kaart met een QR-code in de lucht te steken. Je kunt de antwoorden dan scannen met de app 'Plickers' op je iPad of telefoon. Vervolgens kun je de resultaten daarvan op het scherm, dat voorin de klas hangt, tonen. Wij hebben ervoor gekozen om hiermee even 'in te tunen' op de groep. Vragen die we stelden waren bijvoorbeeld:
  • Ken je het directe instructiemodel?
  • Weet je wat TPACK is?
  • Hoeveel apparaten heb je in je klas maximaal tot je beschikking?
Vervolgens hebben we Answergarden ingezet om te inventariseren welke tools en middelen de aanwezigen kenden en gebruikten in hun lessen. Op de inventarisatie zouden we later terugkomen, in de fase van de zelfstandige verwerking. Het mooie van Answergarden is dat het heel snel duidelijk wordt als een antwoord vaker gegeven wordt, omdat dat antwoord dan groter in beeld komt te staan.
 
In fase 3 deed Ronald een instructie waarvoor hij een PowerPoint-presentatie had voorbereid. Hij liep het directe instructiemodel nog eens door en vertelde vervolgens het één en ander over het (ontstaan van het) TPACK-model. De stelling die we daarbij hebben aangehouden is dat je eerst moet zorgen voor een goede les in de zin van het koppelen van de juiste pedagogisch-didactische werkvorm en de vakinhoud. En pas daarna een technologisch component toevoegt. Onder het motto: ict maakt een goede les sterker, maar een slechte les zwakker.
 
Voor de begeleide inoefening (fase 4) hebben we ervoor gekozen om gewoon eens samen met de groep twee tools van dichterbij te bekijken. Ik had daarvoor als eerste de tool 'Cram' gekozen. Dat is een (willekeurige) tool waarmee je sets van flitskaarten kunt maken en (laten) oefenen. En als tweede tool heb ik Padlet besproken. Die twee tools heb ik gekozen omdat je van deze twee tools heel goed het versterkende effect kunt beargumenteren.
Flitskaarten kun je ook op papier maken. En dan zijn ze (denk ik) net zo effectief als digitale kaartjes. Maar het versterkende effect van digitale flitskaarten zit hem in het feit dat je meer kinderen tegelijkertijd kunt bedienen met dezelfde set die je gemaakt hebt, en dat je er eventueel oefenmomenten mee kunt 'programmeren' die optimaal inspelen op kennis over de vergeetcurve.
 
De manier waarop wij Padlet gingen inzetten, had ook op papier gekund. De opdracht (bij de fase van de zelfstandige verwerking) was dat ze de tools die ze genoemd hadden op de pagina van Answergarden moesten gaan indelen bij de fases uit het directe instructiemodel. Ik had een Padlet klaargezet waarop 7 kolommen gemaakt waren, met boven iedere kolom de titel van een fase. De deelnemers moesten in groepjes van vier steeds een tool uit de Answergarden bespreken. En als ze consensus hadden over in welke fase van het directe instructiemodel de tool paste, dan mochten ze hem op de Padlet neerzetten.
Zoals gezegd: met een flapover en stickynotes had dit ook gekund. Waarom dan op deze manier met ict? De meerwaarde tijdens de les zit hem in het voorkomen van het lopen in het lokaal waardoor het een veel rustiger pedagogisch klimaat schept om overleg mogelijk te maken. Daarnaast kun je de Padlet eenvoudiger achteraf delen. Dat was nu voor ons niet zo zinvol, maar er kunnen situaties zijn waarbij je dat wel zou willen.
 
Bij de fase van de evaluatie gebruikten we Quickkey. We hadden een toetsje voorbereid met hier en daar wat 'flauwe' meerkeuzevragen waarvan er steeds één antwoord goed was. Van te voren hadden we antwoordformulieren op naam uitgedeeld waarop de deelnemers hun antwoorden konden invullen. Met de app Quickkey op mijn iPad ging ik vervolgens bij de deelnemers langs om het formulier na te kijken. De app scant de antwoorden en geeft de uitslag direct op het scherm. Een overzicht kun je nadien weer tonen op het scherm voorin de klas.
 
In de eerste workshopronde was de tijd daarna helaas op omdat de opening van de dag was uitgelopen. Dus toen hebben we onze workshop afgerond na de zesde fase. In de tweede workshop konden we ons originele plan afmaken en ook de laatste fase van het DIM-model doen: de vooruitblik. Van tpack.nl hadden we kaartjes gehaald met werkvormen, vakken en tools. De deelnemers gingen met die kaartjes aan de slag om alvast een beetje vooruit te kijken op een les die ze konden gaan geven.
 
Tijdens iedere fase hebben we gepoogd de deelnemers te laten nadenken over het waarom van de inzet van een bepaald ict-middel. De reacties die we achteraf via collega's van sommige deelnemers hoorden, doet ons vermoeden dat we aardig in onze opzet zijn geslaagd.
Het was zeker leuk om te doen. Wie weet voor herhaling vatbaar.

 
 

zaterdag 16 juli 2016

Blogvakantie 2016

Dit blog ligt er de laatste tijd een beetje verwaarloosd bij. Ik weet het. Desalniettemin wil ik even melden dat mijn blogvakantie vandaag begonnen is. De komende weken zullen er hier zeker geen nieuwe berichten verschijnen. Eind augustus of begin september zal ik hier de draad weer oppakken.


Fijne vakantie.

maandag 27 juni 2016

Een lijstje apps dat leidt tot een constatering

Voor degenen die zich zorgen gingen maken: ik ben er nog hoor.


Ik had een collega beloofd om een overzicht te posten van apps die wij momenteel in de onderbouw op onze iPads gebruiken.  Op ons interne netwerk in Office365 had ik al een lijstje gepost, maar daarin stonden alleen namen van apps die ik enigszins gehaast bij elkaar had gezet. En soms is het op basis van alleen een naam wat moeilijk zoeken voordat je de bedoelde app dan ook daadwerkelijk gevonden hebt.
Daarom hierbij het beloofde lijstje. Gewoon de kale namen, maar wel met de links naar de AppStore. Klik en klaar. Tenminste, in de meeste gevallen.


Alfabet
Bobo vormen
#Remix
Rompompom Ik leer letters (niet meer verkrijgbaar)
iMotion
Jop gaat eten
Jop gaat naar school
Jop gaat slapen
Jop zoekt dezelfde – Kerst cadeau
Kodable
LetterPrins
LetterSchool
Matrix Game 1, 2 en 3
Geheugenspel van Gynzy (Lijkt niet meer verkrijgbaar?)
Leer Klokkijken
Mozaïek van Gynzy (Lijkt niet meer verkrijgbaar?)
Pepi Tree
Engels voor kinderen van Mingoville
Slate Math K-1
My First Puzzles: Snake
Tellen (Fun4Kids) (Lijkt niet meer verkrijgbaar?)
Virtuoso


Wat mij opvalt bij het samenstellen van dit lijstje is dat er (tot mijn verbazing) een paar grotere uitgeverijen gestopt zijn met het aanbieden van losse apps in de Appstore. Daar kom je dus achter als je probeert de links op internet te delen zoals hierboven. Want onder de Apple-ID's waarbinnen we de aanschaf hebben gedaan, kun je ze nog gewoon downloaden. Dan merk je het helemaal niet op dat ze niet meer te verkrijgbaar zijn.
De aanbieders die gestopt zijn, zijn Zwijsen, Gynzy en Fun4Kids (gelieerd aan Sanoma).
Zwijsen  had naar mijn mening kwalitatief goede apps ontwikkeld op het gebied van technisch leren lezen. Ik had gehoopt dat ze de apps zouden doorontwikkelen en qua aantal zouden uitbreiden op termijn. Dat zij gestopt zijn vind ik wel een verlies voor het app-landschap, moet ik zeggen.
Gynzy heeft zijn apps waarschijnlijk teruggetrokken omdat ze nu Gynzy iPads aanbieden en daarin vooral hun aandacht en energie richten op Gynzy Kids in app-vorm. Maar dat is mijn interpretatie van wat ik de laatste tijd voorbij heb zien komen aan reclames van Gynzy. Ik heb geen navraag gedaan hierover.
Verder zie ik dat de app van Fun4Kids ook niet meer verkrijgbaar lijkt. Fun4Kids was/is van Sanoma. De betreffende app vond ik leuk gevonden en paste goed bij een tijdschriftenuitgever. Het was een app waarbij je een tekening kon maken door genummerde stippeltjes aan elkaar te verbinden. Bij het verbinden noemde de iPad die telrij dan op. Ik vond dat wel meerwaarde hebben. Ik weet eerlijk gezegd niet of zij ook andere apps teruggetrokken hebben.


Deze constatering kan een toevalligheid zijn of het is een ontwikkeling die betekenis heeft. Die betekenis kan dan gevonden worden in:
1. De app-markt wordt volwassener en je ziet dat er serieuzer aanbod ontwikkeld gaat worden. Apps worden niet meer als losse apps aangeboden, maar zijn een onderdeel van een ecosysteem van een uitgever waarbij (leer)resultaten  opgeslagen kunnen worden in een cloud-omgeving. De apps zullen verbonden gaan worden met de andere software en er komen additionele licentiekosten bij kijken.
2. De iPads zijn over de hype heen en de mogelijkheden van apps werd schromelijk overschat. De uitgevers trekken hun apps terug omdat er niets te verdienen valt.


Wie het weet, mag het zeggen.

vrijdag 3 juni 2016

Op verzoek: delen van draaiboek mailmigraties Office365

Van januari 2015 tot en met maart 2016 ben ik samen met collega's druk bezig geweest om alle scholen van SCOH - dat zijn er 36 - over te zetten naar één-en-dezelfde Office365-omgeving. Ik schreef er dit over toen het net allemaal klaar was.
Zo nu en dan willen andere schoolbesturen die nog aan het begin van zo'n migratieproces staan, van ons onze ervaringen weten. Zo kwamen onder andere de Haagse Schoolvereeniging en stichting Octant bij ons langs. En we hadden contact met stichting Flore omdat zij met een soortgelijk traject bezig waren, waardoor we allebei wijzer werden. Binnenkort krijgen we stichting Klasse uit Gouda op bezoek.

Een verzoek dat we daarbij ook wel krijgen, is of we draaiboeken kunnen delen. En daar is deze blogpost nu even voor. Want ja, we hebben ooit een draaiboek gemaakt waarin beschreven staat hoe de mailmigraties zouden (moeten) verlopen. Dat draaiboek was bedoeld om het proces voor onszelf helder te krijgen, maar ook om onze scholen te informeren hoe wat er van wie op welke moment verwacht werd. Ik snap best dat anderen dat wiel niet per se opnieuw willen uitvinden. Dus ik deel hem graag.


Het draaiboek vind je op de pagina downloads van dit blog. Of direct onder deze link. Doe er je voordeel mee. En als je meer wilt weten, voel je dan vrij om bij mij of mijn collega Maurits de vragen te stellen.



maandag 23 mei 2016

Ict en educatie in onze organisatie

Als je aan de slag gaat met ict in het onderwijs kom je erachter dat het een onderwerp is met heel veel facetten. Om het handen en voeten te geven, hebben we er bij SCOH voor gekozen om structuur in onze aanpak aan te brengen. Ons ICT programmamanagement heeft drie beleidsterreinen geformuleerd waarop we met ict aan de slag gaan. We noemen dit de pijlers waar onze aanpak op rust.
Die pijlers zijn:
1. Ict en informatiebeveiliging
2. Ict en communicatie
3. Ict en educatie

We zijn ook in deze volgorde aan de slag gegaan om procedures te ontwikkelen en duidelijkheid te verschaffen naar onze scholen toe over wat er wel en niet gedaan gaat worden met ict binnen onze organisatie. Ik wil straks vooral even ingaan op de derde pijler: ict en educatie. Maar eerst is het misschien aardig om even kort te benoemen wat die andere twee pijlers inhouden.

Pijler 1: Ict en informatiebeveiliging
Ict en informatiebeveiliging gaat over de manier waarop wij er voor zorgen dat onze gegevens beschermd zijn. We hebben ons te houden aan de Wet bescherming Persoonsgegevens. En deze pijler beschrijft hoe wij dat zo goed mogelijk doen. Wij waren één van de eerste schoolbesturen in Nederland die hiermee gestructureerd aan de slag zijn gegaan.

Pijler 2: Ict en communicatie
Ict en communicatie gaat over de manier waarop we onze interne en externe communicatie faciliteren met ict. Dat heeft er bijvoorbeeld in geresulteerd dat we stichtingsbreed met Office365 zijn gaan werken en dat we nu bezig zijn met een traject om de websites te updaten en de nieuwsbrief van de stichting verder vorm te geven.

Pijler 3: Ict en educatie
Maar zoals gezegd gaat het in deze blogpost vooral om de derde pijler. Ict en educatie. Ongeveer een jaar geleden zijn we gestart om dit onderwerp daadwerkelijk 'beet te pakken'. Er werd een werkgroep geformeerd die zich ging buigen over ict-gebruik dat plaatsvindt in het primaire proces in de klas.
Al snel kwamen we erachter dat we een benadering zochten die de verschillende facetten van ict-gebruik beter in kaart bracht. De werkgroep werd onderverdeeld in vijf verschillende subgroepen die zich ieder zouden gaan buigen over een specifiek deel. Die vijf subgroepen gingen aan de slag met de volgende onderwerpen:

1. Ict en infrastructuur.
Wat is er in de voorwaardelijke sfeer nodig? Hoe zorgen we ervoor dat leerkrachten niet of zo min mogelijk tegen technische belemmeringen aanlopen? Kortom het moet gewoon werken. Deze subwerkgroep ging aan de slag met zaken als connectiviteit, wifi, netwerkbeheer.

2. Ict en leerkrachtvaardigheden.
Wat mogen we verwachten van leerkrachtvaardigheden op het gebied van ict? Welke zaken moeten alle leerkrachten binnen onze organisatie kennen en kunnen om optimaal te kunnen functioneren? En hoe verhoudt zich dat tot ons personeelsbeleid? Dat is waar deze subwerkgroep mee aan de slag ging.

3. Ict als leermiddel.
We willen dat leraren technologie inzetten in het onderwijsleerproces. De manier waarop ze dat doen, doet er toe. Het gaat er bij deze subwerkgroep om dat ict gebruikt wordt om leerdoelen te behalen op andere vakgebieden: rekenen, taal, woordenschat, topografie e.d. Leraren moeten dan in staat zijn om te beoordelen wanneer je ict wel en wanneer je ict niet gebruikt. En hoe je dat in de praktijk doet. Je krijgt dan te maken met zaken als learning analytics, aansluiten bij leertheorieën en het hanteren van effectieve werkvormen. Zowel digitaal als analoog. Waarom kies je voor het één, of waarom kies je voor het ander?

4. Ict als doel.
We willen ook dat leerlingen technologie leren hanteren. Zij moeten ict-vaardig(er) gemaakt worden. Het gaat er bij deze subwerkgroep om dat we aanbod in onze scholen hebben dat ervoor zorgt dat leerlingen leerdoelen behalen op het gebied van beheersing van technologie. Onderwerpen die op de agenda van deze subwerkgroep staan, zijn mediawijsheid, programmeerlessen en maakonderwijs. In onze optiek kunnen deze onderwerpen niet aangeboden worden zonder basis ict-vaardigheden. Dus ook daarin zou iedere school dan een aanbod moeten (gaan) formuleren.

5. Ict voor het jonge kind.
Behalve kinderen van de basisschoolleeftijd, bedienen we vanuit onze organisatie ook kinderen op peuterspeelzalen. Deze doelgroep (met hun ouders) verdienen wat ons betreft aparte aandacht. Deze subwerkgroep ging aan de slag met adviezen over technologiegebruik bij zeer jonge kinderen. Waar doe je verstandig aan zowel qua inhoud, als qua tijdsduur? En hoe ondersteun je ouders in deze keuzes? Dat is waar deze subwerkgroep zich over boog.

Belangrijk feit over de bovengenoemde subgroepen is dat we vanuit onze bovenschoolse organisatie met betrekking tot de eerste twee onderwerpen uitdrukkelijk de ambitie uitspreken om bepalend te zijn naar onze scholen toe. Dat betekent dat er een verplichtend karakter in de uitwerking en opvolging van de onderwerpen van die subgroepen is. Daarmee hopen we in de voorwaardelijke sfeer een soort minimumniveau van faciliteiten en vaardigheden te garanderen.
De andere drie subgroepen zijn veel meer bedoeld als ondersteunend. De school (of peuterspeelzaal) moet wat ons betreft zelf nadenken over hun beoogd ict-gebruik. De school ontwikkelt zelf een visie en vanuit die visie kan er een beroep gedaan worden op ondersteuning vanuit de bovenschoolse organisatie. Het zou dus ook zomaar kunnen zijn dat een school er (beredeneerd) voor kiest om minimaal ict te gebruiken in de lessen. Het beleid is er niet op gericht om onze scholen zo ver mogelijk te digitaliseren. Het gaat om visievorming en beredeneerde inzet van ict.

De derde pijler die ik hier beschreven heb, is volop in ontwikkeling. Binnenkort komen de subwerkgroepen weer bij elkaar om alle bevindingen bij elkaar te vegen. Daaruit moet uiteindelijk een plan voortkomen waarmee we de komende jaren aan de slag gaan. Wordt ongetwijfeld vervolgd...


maandag 16 mei 2016

7 technologische ontwikkelingen die het onderwijs (gaan) beïnvloeden




Stephen Downes reflecteerde op een publicatie van het Ontario's Distance Education and Training Network en geeft daarbij zijn eigen commentaar. De publicatie vind je hier (pdf). Het commentaar van Stephen Downes hier.
 


Het gaat om 7 technologische ontwikkelingen die worden beschreven. En die ontwikkelingen gaan hoe dan ook impact hebben op het onderwijs, is de stelling.

 
Op zichzelf vind ik de zeven genoemde ontwikkelingen interessant om in de gaten te houden. Of je daar in het onderwijs nu gebruik van wil (gaan) maken of niet. Stephen Downes heeft hier en daar zo zijn bedenkingen.

 
Mijn poging tot vertalen van die zeven punten zien er zo uit:

  1. Machinelearning en kunstmatige intelligentie zullen in toenemende mate gebruikt gaan worden om adaptief leren mogelijk te maken.
  2. Mobiele apparaten zullen zich blijven ontwikkelen en de standaard gereedschappen worden voor leren, communiceren en samenwerken met peers.
  3. Predictive analytics zullen toenemen in betekenis in termen van het vasthouden van studenten en hulp voor lerenden.
  4. Onderlinge connectiviteit tussen apparaten en systemen worden een betekenisvolle functionaliteit van het 'Internet of Things' en activiteiten.
  5. Gamification en virtual reality zullen betekenisvolle verbetering mogelijk maken voor het onderwijzen van bepaalde vakinhouden.
  6. Vertaalmachines zullen continu verbeteren en ingebed worden in een groot aantal applicaties.
  7. Technologieën die samenwerken en kennisdelen makkelijker maken zullen zich ontwikkelen als relevante beïnvloeders van alle vormen van leren.
Als je de ontwikkelingen interessant vindt, zou ik ook zeker het rapport en de commentaren even lezen.

woensdag 4 mei 2016

6 bewezen strategieën die werken in het onderwijs

Voor de tweede keer zag ik het voorbij komen in mijn berichtenstroom. Onderzoek laat zien dat je het beste deze 6 strategieën toepast in je onderwijs. Gek genoeg zegt het rapport ook dat deze zaken in de (Amerikaanse) lerarenopleidingen niet allemaal aan de orde komen. Laten we hopen dat ze ook daar gebruikt (gaan) worden.

Het rapport lees je hier. (Pdf)
Enigszins 'crapy' vertaald (ik ben nou eenmaal geen vertaler) zijn dit ze:
  1. Plaatje en praatje combineren
  2. Abstracte zaken met concrete (tastbare) voorwerpen uitleggen
  3. Vragen stellen
  4. Herhaaldelijk oplossingen en onopgeloste problemen afwisselen
  5. Gespreid leren / oefenen
  6. Toetsen om kennis te laten beklijven
Ik zou je willen aanraden het rapport eens door te kijken. Doe er je voordeel mee.


Hoe verhoudt het gebruik van ict zich tot deze 6 items. Ik heb niet overal een antwoord op, maar bij 3 strategieën weet ik wel welke ict-middelen je zou kunnen gebruiken.


Bij nummer 1 hebben we het over effectief gebruik van het digibord en van multimediamateriaal, denk ik. Er is een theorie over het aanbieden van leerstof over verschillende 'verwerkingskanalen'. Daar bij moet je uitkijken voor cognitieve overbelasting bij de lerende. Daarover schreef ik ooit deze blogpost.
Over nummer 5 en 6 schreef ik in 2013 dit bericht. Dat gaat over de vergeetcurve, gespreid leren en de tools die je daarvoor kunt (laten) gebruiken.




Via onder andere: Blogcollectief Onderzoek Onderwijs

maandag 18 april 2016

Op verzoek automatisch een mailtje met bijlage versturen

Dat was de titel van een blogpostje dat Trendmatcher vorig jaar plaatste. Hij schrijft:
"Stel, je hebt een mooie les of handleiding gemaakt die je best wilt delen, maar je wilt graag weten met wie. Wat je kunt doen is mensen vragen je een mailtje te sturen zodat jij ze de les toe kunt sturen.
Maar wat nu als het een succes wordt en je tientallen verzoeken krijgt? Iedere keer weer datzelfde mailtje opstellen? Nee hoor, dat kan simpeler, tenminste met Gmail!"

Nou, daar heb je dus niet per se Gmail voor nodig. Van het weekend heb ik even zitten kijken of het met Outlook in combinatie met Office365 ook lukt. En het antwoord daarop is ja. Gewoon met standaardfunctionaliteit: regels en emailsjablonen.

Ik heb een regel aangemaakt als volgt:

Deze regel nadat het bericht wordt ontvangen
alleen aan mij verzonden
  en met [onderwerp] in het onderwerp
de server moet antwoorden met [reactie]
  en verplaats het bericht naar [naam map]

Daarin zie je drie variabelen die je naar eigen inzicht kunt instellen.
Bij [onderwerp] vul je het woordje in dat in de onderwerp regel van de ontvangen email moet staan. Op basis van deze voorwaarde én de voorwaarde dat de email alleen aan jou verzonden is, treedt de regel in werking. Ik kan me voorstellen dat je op je blog een aanvraagformulier maakt waarin je het onderwerp alvast voor definieert. Dan moet het goed komen.
De variabele [reactie] verwijst naar een emailsjabloon. Dat is het mailtje dat je speciaal voor dit doel schrijft. En daar hang je dus ook die bijlage aan. Iedere keer dat de regel getriggerd wordt, pakt de server dit emailsjabloon op en verstuurt het naar de aanvrager.
Bij [naam map] kun je een willekeurige map die onder je postvak hangt instellen. Deze regel kun je ook weglaten, maar ik vind het zelf prettig om een opgeruimd postvak te hebben. Dus als de mail behandelt is, mag hij naar een ander mapje (archief) verhuizen.

In sommige gevallen kan dit dus zeer handig zijn. En het is ook fijn om te weten dat het niet alleen bij Gmail via labs werkt. Zeker nu steeds meer organisaties overstappen naar Office365.


zaterdag 16 april 2016

Tastbare interfaces

Tangible interfaces. Dat is de Engelse term die ik voor het gemak maar even vertaald heb in 'tastbare interfaces'.
We zijn gewend met computers of apparaten te interacteren via knopjes (toetsenbord, muis, afstandsbediening) of via virtuele knopjes op een scherm zoals bij een touchscherm. Ik denk dat dat de komende tien jaar gaat veranderen. Signalen daarvan kun je zien als je oplet. Ook in educatieve materialen die worden ontwikkeld.

In deze blogpost wil ik wat voorbeelden noemen van producten die gebruik maken van een tastbare interface. Dat deed ik vorig jaar ook. En inmiddels zijn er weer nieuwe voorbeelden bijgekomen.

1. Osmo
Osmo is eigenlijk een toevoeging aan de iPad. Je zet de iPad in een speciale standaard en over de camera van de iPad schuif je een spiegeltje zodat het apparaat het vlak (de tafel) voor de iPad 'ziet'. In dat vlak leg je dan bepaald kaartjes of blokjes neer. Of je trekt een lijn met een vilstift op een leeg blad. De iPad 'ziet' dat dan en daarop reageren de apps die speciaal voor de Osmo gemaakt zijn. De toevoeging die Osmo hier doet, is dat het ervoor zorgt dat je niet meer (per se) in het platte vlak bezig bent, maar daadwerkelijke materialen kan manipuleren. Dat zorgt voor een andersoortige dynamiek als je samen wilt werken aan een bepaalde taak, bijvoorbeeld.


2. Goed Wijzer
Goed Wijzer biedt materialen voor een klokkijkles voor leerlingen uit groep 4 en 5. Het bestaat uit een app (op een iPad) die bestuurd wordt door een fysieke houten klok en de daarbij behorende hulpstukken. De leerling werkt gewoon met een houten oefenklok. Maar de app geeft feedback op wat de leerling doet. Ook hier haal je het manipuleren van de klok uit het platte virtuele vlak en kan de leerling fysieke objecten vasthouden en manipuleren.


3. Cubetto van Primo
Dit materiaal is bedoeld om jonge kinderen in aanraking te brengen met programmeren. Het bestaat uit een soort rijdend doosje dat je een route kunt laten rijden door op een houten bord blokjes te plaatsen.
Ook hier gaat het weer om tastbare blokjes die je in een bepaald volgorde legt om daarna elektronica aan te sturen. Je verbindt de tastbare wereld met de wat meer abstractere wereld van code en programmeren.


4. Bloxels
Wie mijn blog volgt, heeft ooit een keer het bericht voorbij zien komen van Pixel Press Floors. Dat was een app waarmee je een platform game kon maken door het gewoon op ruitjes papier te tekenen en dan in te scannen. De makers daarvan zijn met dat idee verder gegaan, en hebben het idee omgezet in een tastbare interface waarmee je de game met gekleurde blokjes in een soort raster 'bouwt'. Daarna kun je hem inscannen en als game spelen op je tablet. Daarmee krijg je een soort lego idee voor het bouwen van platformgames. Je kunt zelfs het poppetje waar je mee speelt op deze manier 'ministecken'.


5. Makerbloks
Behalve fysieke plastic of houten blokjes, kun je ook wat intelligentere stenen met elektronica koppelen aan apps op je tablet. Dat hebben de ontwikkelaars van Makerbloks gedaan. Zij hebben stenen ontworpen die mij een beetje doen denken aan Little Bits. Een soort elektronische schakelstenen die je aan elkaar kunt koppelen. Maar zij koppelen die stenen niet alleen aan elkaar maar ook aan een tablet (iPad in dit geval). Dat maakt dat er een nieuwe laag kan ontstaan waardoor de iPad feedback kan geven op wat je aan het bouwen bent. En dat je binnen de app ook opdrachten kunt gaan formuleren die spelers kunnen uitvoeren.


6. Bimii
De Bimii-book is een soort houten laptop waar geen toetsenbord bij hoort, maar een soort scanner (zoals bij de kassa van de supermarkt) die op bepaalde stenen reageert. De bimii-book is ontwikkeld in samenwerking met een school voor speciaal onderwijs. Ook hier geldt weer dat de interface van toetsenbord (letterlijk) vervangen is door een tastbare interface.


Met deze 6 voorbeelden van tastbare interfaces wil ik laten zien dat er duidelijk een ontwikkeling zichtbaar is naar een ander gebruik van interfaces van apparaten. Ik denk dat we niet alleen moeten denken aan 'knopjes en schermen' als we nadenken over 'intelligent' educatief materiaal. De tastbare interfaces zullen alleen maar in aantal en kwaliteit toenemen. En de ideeën waarvoor dat gebruikt gaat worden, zullen ook steeds beter worden.

Waarom maakt een tastbare interface eigenlijk verschil?
De leerontwikkeling van mensen doorloopt in een natuurlijk proces een aantal fases. Aan het begin heeft een kind vooral behoefte aan voelen, manipuleren van fysieke objecten om de wereld te leren kennen. Daarna is een kind langzamerhand steeds beter in staat om mentale representaties van die wereld te maken. Als ik aan jou vraag of je je kunt voorstellen hoe het kaakje aanvoelt dat op een ijsje zit, weet je dat alleen maar omdat je dat ooit gevoeld hebt. Je weet waarschijnlijk ook hoe dat kaakje aanvoelt als je hem eerst nat maakt voordat je hem in je mond stopt. Het feit dat jij dit in gedachten kunt ervaren heeft zijn grondslag in het feit dat je die ervaring een keer hebt opgedaan. Een kind dat die ervaring nog niet heeft opgedaan, weet niet waar we het over hebben. Totdat hij het zelf geproefd of geprobeerd heeft.
Zo vinden veel leerprocessen plaats. Veel van wat wij weten, vindt zijn grond in bepaalde fysieke en motorische ervaringen.
Als we het natuurlijk leerproces van kinderen willen ondersteunen, moeten we ervoor zorgen dat we niet te snel naar het virtuele en abstracte gaan. Een goed begrip van de wereld wordt opgebouwd als er voldoende fysieke en motorische ervaringen zijn om dat begrip op te baseren. Daarmee creëren we een grond waarop de rest van de ervaringen gebouwd kunnen worden. Daarom denk ik dat tastbare interfaces een goed 'ding' zijn. En als onderwijs doen we er verstandig aan om de mogelijkheden daarvan te overwegen en te onderzoeken.

maandag 11 april 2016

Scherm óf schrift?

Veel van wat ik lees en schrijf doe ik digitaal. Ik heb een tijdje bewust geprobeerd zoveel mogelijk digitaal te doen. Dat doe ik inmiddels niet meer. Ik kies nu wat het best bij de taak past.

In een artikel van september 2015 in HP/De Tijd wordt wetenschappelijk onderzoek rondom het gebruik van scherm en schrift op een rij gezet. Zij stellen de vraag: hoe belangrijk is het om toch te blijven schrijven met pen en papier?

Om die vraag te beantwoorden gaan ze in op allerlei onderzoek waarbij lezen en schrijven als trefwoord worden genoemd. (Denk ik.) Dat onderzoek hebben ze in dat artikel bij elkaar geveegd.
Zo komt er een onderzoek voorbij dat vertelt dat het helpt om letters te schrijven als je ze wilt leren lezen, bijvoorbeeld. Of een onderzoeker die zegt dat blijven schrijven helpt om de fijne motoriek te trainen en te onderhouden. En er wordt een onderzoek aangehaald dat zegt dat het geheugen gebaat is bij woordjes overschrijven in plaats van typen. Je onthoudt ze dan makkelijker.
Uiteraard wordt ook het onderzoek genoemd over het verschil van aantekeningen maken met pen en papier tegenover het aantekeningen maken met een toetsenbord. Daaruit blijkt dat je beter aantekeningen kan maken met pen en papier omdat je dat minder gedachteloos kunt doen. En dan blijft het beter hangen. (Toch maak ik notulen het liefst met een toetsenbord...)
En in de laatste alinea wordt er ook nog melding gemaakt van de term 'embodied cognition', dat zegt dat leren beter gaat als er bewegingservaringen aan gekoppeld zijn. 

Al met al laat het artikel een gevoel achter dat je beter maar niet met een scherm kan leren. En beter ouderwets met pen en papier aan de slag moet gaan.

Ik vind dat een eenzijdig en een bangerig beeld. De wetenschap hobbelt noodzakelijkerwijs altijd een beetje achter de ontwikkelingen aan. De wetenschap kan namelijk alleen iets zeggen over dingen die al gedaan worden. En dat kan dan onderzocht worden. Of het effectief is. Of wenselijk. Langetermijneffecten van het gebruik van een scherm kunnen dus nog niet onderzocht worden. Ik denk dat het goed is dat er scholen en mensen zijn die het met het scherm toch gewoon gaan proberen. Als we kennis willen opbouwen, hebben we niet genoeg aan de wetenschap alleen. We hebben ontdekkers nodig. Probeerders. Pioniers, zo je wilt.

Ik heb namelijk uit mijn eigen ervaring wel een paar argumenten waarom je een scherm zou moeten verkiezen boven papier. 
1. Met een scherm heb je veel meer bronnen tot je beschikking. We zouden er verstandig aan doen veel meer aandacht te besteden aan het zinvol gebruik van die bronnen, dan energie stoppen in het tegenhouden van het scherm in onderwijssituaties.
2. Papier is geen garantie om goed en netjes te leren schrijven. Dat is van veel meer afhankelijk dan of je het op papier leert, of via een scherm. Ik ken genoeg mensen die traditioneel schrijfonderwijs (op papier) hebben gehad en die er toch beter aan doen om voortaan te typen wat ze schriftelijk willen overbrengen. Misschien zouden die mensen wel baat hebben gehad met schrijfonderwijs via een game op een scherm. Wie zal het zeggen?
3. Graag zou ik schrijven en typen willen vergelijken met schilderen en fotograferen. Het feit dat we nu foto's in plaats van schilderijen en tekeningen maken, wil niet zeggen dat we een oppervlakkiger beeld van de wereld krijgen. We kunnen een neerslag van de werkelijkheid alleen veel sneller maken. En dat opent weer nieuwe mogelijkheden.

Gelukkig zijn er pioniers.
 

zondag 3 april 2016

Selectiecriteria voor scholen om een netwerkbeheerder te kiezen

Michel Boer stelde afgelopen week de volgende vraag via Twitter:
"Heeft iemand schema's / documentatie / planning etc voor de keuze van een netwerkbeheerder #dtv"

Het bleek dat hij op zoek was naar een soort lijstje met selectiecriteria die je kunt hanteren om een netwerkbeheerder te kiezen. Die handschoen pak ik graag op, omdat we binnen SCOH waarschijnlijk over ook niet al te lange tijd eenzelfde traject in gaan. En dan helpt zo'n lijstje enorm. Denk je mee?

Het lijstje waar ik aan denk, ziet er als volgt uit. De netwerkbeheerder:

  • kan een diversiteit aan apparaten beheren. Minimaal Windows- en iOS-apparaten. Ik kan me voorstellen dat het een pré is als Android-apparaten ook beheerd kunnen worden.
  • kan naast het beheren van clients ook de overige infrastructuur beheren. Te denken valt aan bekabeling, internetverbinding, routers, switches, firewall, wifi en mobile devices).
  • biedt een gedegen backup-functionaliteit. De kwaliteit daarvan wordt beoordeeld op aantal backups per week, en waar, en hoe lang ze bewaard (kunnen) worden.
  • heeft een korte responstijd op incidenten van maximaal een uur of twee.
  • garandeert een oplostijd van incidenten binnen een werkdag. In overleg met de klant mag dat in sommige gevallen langer duren.
  • garandeert dat de servicedesk bereikbaar is tussen 7.30 uur en 18.00 uur, zowel telefonisch als per email.
  • beschrijft de procedure van het melden van storingen cq. incidenten. Dit punt wordt kwalitatief beoordeeld. Daarin staat minimaal beschreven wie meldingen kunnen doen, en via welk medium de meldingen binnen kunnen komen.
  • kan indien nodig dezelfde werkdag een monteur op locatie leveren.
  • levert, installeert en beheert ook wifi-diensten. De kwaliteit van de wifi wordt beschreven. Er wordt ook beschreven hoe problemen met de wifi worden opgelost.
  • zorgt ervoor dat, indien gewenst, iedere locatie één vaste technische contactpersoon beschikbaar krijgt.
  • zorgt ervoor dat er voor alle locaties overkoepelend één vaste accountmanager beschikbaar is.
  • is toekomstgericht en flexibel, houdt ontwikkelingen bij en anticipeert daarop in de dienstverlening.
  • wordt uiteraard ook beoordeeld op de tarieven die ze rekenen.


Bovenstaande lijst zou voor mij het minimum zijn waarop gelet zou moeten worden. Ik pretendeer allesbehalve volledig te zijn met deze lijst. Maar het geeft misschien een aardige denkrichting die verder aangevuld kan worden.
Additioneel op deze lijst zou ik nog kunnen toevoegen dat bij gelijke geschiktheid ook de volgende punten nog bekeken kunnen worden. De netwerkbeheerder:

  • levert ook telefonie (via VOIP) over de ict-infrastructuur.
  • geeft ook advies over aanschaf en gebruik van hardware. Dit punt wordt kwalitatief beoordeeld.
  • biedt ELO-functionaliteit en beschrijft de kenmerken van de ELO kort en krachtig.
  • biedt scholingsmogelijkheden voor medewerkers op het snijvlak van onderwijs en ict-toepassingen.
  • kan een mail- en samenwerkingsomgeving zoals Office365of GAFE (helpen) beheren.


Ik hoop dat ik Michel hier in ieder geval mee heb geholpen. Voor aanvullingen op deze lijst houd ik me ook aanbevolen. Daar worden we allemaal wijzer van.

Oja, netwerkbeheerders hoeven naar aanleiding van deze blogpost geen contact met me op te nemen. Als de tijd rijp is, doe ik dat wel andersom. :-)

donderdag 31 maart 2016

Geen aandacht voor ondersteuning op werkvloer in plan van aanpak Doorbraakproject onderwijs en ict

Het Doorbraakproject Onderwijs & ICT heeft afgelopen week een plan van aanpak gepubliceerd. Het is een handzaam boekje met een helder overzicht van ambities en doelen. Ze spreken drie ambities uit voor 2017 en die ambities worden ieder vertaald in één of meerdere doelen waaraan gewerkt gaat worden.

Puntsgewijs, en zonder de versierende verhaaltjes van betrokkenen komt het hierop neer:

Ambitie 1: Schoolbesturen in PO en VO zijn in staat om gefundeerde keuzes te maken over de inzet van ict.

  • Doel 1: Het project helpt schoolbesturen weloverwogen keuzes te maken op het gebied van de toepassing van ict, de implementatie van ict en de investeringen die daarvoor nodig zijn.


Ambitie 2: Het is voor schoolbesturen duidelijk hoe ze hun (ict-)keuzes kunnen implementeren.

  • Doel 2: Het project stelt informatie beschikbaar om de juiste infrastructurele keuzes te maken.
  • Doel 3: Het project helpt bij het professionaliseren, waardoor schoolbesturen, schoolleiders en leerkrachten vaardig zijn met ict.
  • Doel 4: Het project stelt schoolbesturen in staat als professionele klant kwalitatief of kwantitatief inkoopvoordeel te behalen bij de aanschaf van ict(-gerelateerde) producten.


Ambitie 3: Er zijn geen belemmeringen in markt en systeem voor het uitvoeren van de gemaakte keuzes.

  • Doel 5: Het project zorgt voor genoeg kwalitatief hoogwaardig aanbod van digitale leermiddelen dat geschikt is om leermiddel-overstijgend mee te variëren en arrangeren. 
  • Doel 6: Het project zorgt voor inzicht op individueel niveau in de voortgang van het leren. Dit betreft een overkoepelend inzicht over gekozen leermiddelen en aanbieders van lesmateriaal heen.
  • Doel 7: Het project zorgt voor het wegnemen van technische belemmeringen, waardoor scholen op een gebruiksvriendelijke manier leermiddelen kunnen gebruiken in of vanuit een gangbaar (leer)platform naar keuze.
  • Doel 8: Het project zorgt voor een probleemloze toegang tot en gebruik van digitale leermiddelen. Het uitwisselen van data bij het bestellen, leveren en gebruiken van leermiddelen is tot een minimum beperkt. Hierdoor blijft de privacy van leerlingen en leraren beter geborgd.
  • Doel 9: Wet- en regelgeving belemmert schoolbesturen niet bij de keuze voor digitaal onderwijs op maat.
  • Doel 10: Schoolbesturen, schoolleiders en leraren hebben steeds meer inzicht in wat werkt bij het toepassen van ict en onder welke voorwaarden. Dit inzicht is gebaseerd op onderzoek.

Verderop in het boekje worden per doelstelling vervolgens voorbeelden van acties genoemd die op stapel staan om de doelstellingen voor 2017 te halen. Het gaat te ver om die uitwerkingen hier op te noemen, maar je vindt ze terug in het de publicatie (pdf).

Als stafmedewerker onderwijs en ict bij een grote stichting, én ict-coördinator op een basisschool moet ik hier iets van vinden. Er is ongetwijfeld door heel veel betrokkenen goed nagedacht en hard gewerkt aan het uitwerken van al deze doelen en acties. Maar ik kan me niet aan het gevoel onttrekken dat we dit allemaal al eens gedaan hebben. Ik loop nu zelf al zo'n 15 jaar mee in deze wereld. En deze doelstellingen zijn stuk voor stuk niet nieuw.
Kennisnet is met deze materie en op deze manier al jaren bezig. Ik zie in het plan van aanpak geen aanknopingspunten waarom het nu ineens sneller zal gaan verlopen. Ik zou het aanmoedigen, dat wel, maar ik schat in dat de materie complexer is dan dit document doet vermoeden. En als ik een voorzichtige verwachting mag uitspreken, dan denk ik niet dat we in 2017 zullen constateren dat de doorbraak geforceerd is. Niet op basis van deze doelstellingen.

Ik zie in het plan van aanpak geen enkele aandacht voor praktische ondersteuning op de werkvloer. Naar wie kan een directeur met vragen over strategische keuzes met betrekking tot ict in zijn school als hij het zelf niet weet? Naar wie kan een leraar als zijn bord plots uitvalt? Naar wie kan de werkgroep die een nieuwe methode gaat kiezen als ze vragen hebben over de digitale systemen die daarbij passen?
Mijn ervaring is inmiddels dat scholen met een goede ict-coördinator, die voldoende (in tijd) wordt gefaciliteerd, grote slagen kunnen maken. Mijn ervaring is dat als er serieus werk gemaakt wordt van scholing en werkplekbegeleiding in het primaire proces de ontwikkelingen ineens heel hard kunnen gaan. Maar juist op dat punt voorziet het plan van aanpak helemaal niet.
De acties lijken vooral gericht op schoolbestuurders. Maar daar gaat het mijn inziens helemaal niet om. Het moet niet op de stafbureaus of in de directiekamers gebeuren. Maar in de klas. Daar is tijd, ruimte en praktische ondersteuning voor leraren voor nodig.
Verder wordt er ook gesproken over het zorgen voor goed digitaal leermateriaal. Maar daar gaat het ook niet om. Er is goed digitaal leermateriaal genoeg. En initiatieven voor gezamenlijke inkooptrajecten zijn er ook al. Maar dat is ook niet altijd wenselijk vanuit het perspectief van een school.

Om dan tenslotte toch nog maar in te gaan op één van de versierende verhaaltjes:
In één van de voorbeelden is een schoolleider aan het woord over een versnellingsvraag met betrekking tot een soort master-dashboard waarmee een leerling vanuit allerlei applicaties gevolgd zou kunnen worden door de leraar. Daar wordt volgens die schoolleider aan gewerkt. Alleen dat voorbeeld al doet mij huiveren. Wat een tijd en geld zal daar in gaan zitten. En wat een gedrocht gaat dat opleveren?
Doelstelling 8 zegt nota bene dat het uitwisselen van data tussen applicaties tot een minimum beperkt zou moeten worden. En dan doen we een versnellingsvraag naar het combineren van zoveel mogelijk gegevens in één applicatie.
Vreemder is het nog als je kijkt naar welke systemen ze willen vangen in het dashboard. Die school schijnt te werken met Muiswerk, Rekentuin, Taalzee en Smart rekenen. Dat zijn adaptieve systemen die prima dashboarden van zichzelf hebben (alleen Smart rekenen ken ik niet). Een kenmerk van adaptieve systemen is (zo leerde ik laatst) dat die adaptiviteit vooral binnen het systeem werkt. Je kunt dan leerpaden voor leerlingen door het systeem laten bepalen terwijl de leraar ervan op de hoogte blijft door goede rapportages.
Ik leerde dat van een blogpost van Wilfred Rubens die daar met de volgende zin op inging: "Het is immers ook alleen maar mogelijk om binnen één systeem gepersonaliseerde leerpaden via adaptieve technologie te realiseren (en niet over systemen heen)."

Misschien wil het doorbraakproject wel iets forceren wat niet te forceren valt. Misschien moet er gewoon geduldiger gewacht worden tot het vanzelf groeit. Want dat doet het wel.









dinsdag 29 maart 2016

En toen zat heel SCOH in Office365

Vorige week hebben we een mijlpaal gehaald die ik hier niet onvermeld wil laten. Op 18 maart ging de laatste locatie van SCOH (te weten ons servicebureau) over op de centrale mailomgeving van Office365. Vorige week werd die laatste locatie ingeregeld. Dat betekent dat nu alle locaties aangesloten zijn en alle medewerkers een emailaccount in dezelfde omgeving hebben. Het doel van deze operatie is dat we de samenwerking tussen onze scholen zo goed mogelijk digitaal willen faciliteren. 

Wat hield een migratie in? Eigenlijk deden we twee dingen tijdens een migratie. Het eerste was dat we een backup (of export) maakten van iedere mailbox uit de oude omgeving van de school. En die backup lazen we in in het nieuwe (lege) account van iedere medewerker.
Het tweede element was dat we ervoor zorgden dat de mail die naar het oude adres gestuurd werd, bezorgd zou worden in het nieuwe account. Daarvoor hebben we alle maildomeinen moeten koppelen in dezelfde omgeving.

Dat dit een operatie was die we niet 'even' deden, was al snel duidelijk. Aan het begin van schooljaar 2014/2015 hadden we net een bovenschoolse sites-omgeving laten bouwen. Die is rond de kerst van dat schooljaar opgeleverd en vrij snel daarna hebben we de mailmigratie van het stafbureau ook gedaan. 
In de periode daarna hebben we alle scholen één voor één aangesloten op de centrale omgeving. We wilden dat op een zorgvuldige manier doen zonder al te veel impact op de schoolorganisaties. Vanaf maart vorig jaar hebben we daarvoor ongeveer één migratie per week gedaan. De vakanties lieten we erbuiten. We hebben geen gebruik gemaakt van fasttrack-trajecten van Microsoft. We hebben met een goed team van interne en externe medewerkers een planning gemaakt en ons daaraan gehouden.

Allereerst hadden we alle 38 locaties verdeeld in drie tranches. Scholen mochten aangeven of ze vooraan in de rij wilden staan, of dat ze liever aan het einde kwamen. In de eerste tranche scholen (die tot de zomervakantie duurde) hebben we ervoor gezorgd dat we alle soorten migraties een keer gedaan hadden. SCOH blonk namelijk uit in het stimuleren van de autonomie van scholen. Dat vind ik veel gevallen niet zo verkeerd, maar op het vlak van ict is enige standaardisatie wel handig. In dit geval had het er voor gezorgd dat iedere school zo zijn eigen manier had ontwikkeld om de functionaliteit van email bij medewerkers te krijgen.

In die eerste tranche deden we de volgende migratie-'smaken':
  • Van lokale exchange server naar Office365
  • Van eigen Office365 naar centrale Office365
  • Van Google Apps for Education naar Office365
  • Van een mengeling van losse werk- en privé accounts naar Office365
Maar we hadden niet alleen te maken met verschillende mailomgevingen. Ook de registrars voor de maildomeinen en de netwerkbeheerders verschillen tussen de scholen. (Een registrar is een partij bij wie je een maildomein registreert en daar krijg je dan inloggegevens van om zo'n domein te kunnen koppelen aan een mailomgeving.)
Dus we hadden te maken met bhosted, strato, protagonist, xs4all, en zo nog een paar registrars.
De netwerkbeheerders bestonden uit Skool, Heutink ICT, ITS-itservices en Qlict.
Kortom, het was een mooie uitdaging. 

In de eerste tranche deden we één school per week. Iedere vrijdag vonden de werkzaamheden van de migratie plaats. Dan liepen de imports van de mailboxen door in het weekend. En op de maandag ging de ict-coördinator van de school in kwestie aan de slag om te zorgen dat instellingen in het lokale netwerk goed gezet werden zodat de collega's van die school hun mail weer konden lezen op de vertrouwde manier. Meestal gewoon in een Outlook client.

Na de zomervakantie hadden we het idee dat we het zo goed in de vingers hadden, dat we als projectgroep besloten om de migraties te versnellen. In plaats van één per week, deden we er toen tot aan Sinterklaas twee per week. Iedere vrijdag twee migraties. En iedere maandag waren er dan twee ict-coördinatoren bezig. Terwijl we hen ondersteunden, waren we al weer aan het voorbereiden voor de volgende twee migraties.

Na de kerstvakantie was de derde tranche scholen aan de beurt. Daarin zaten een paar locaties waarvan we de migraties vooraf iets ingewikkelder ingeschat hadden. Een school die Google Apps for Education gebruikte, bijvoorbeeld, met daarin ook actief gebruik van Google Classroom. En een school die hun lokale Active Directory synchroniseerde met een eigen Office365-omgeving. Om nog een voorbeeld te noemen.
In die tranche hebben we besloten om terug te gaan naar één migratie per week. Ook die scholen zijn nu aangesloten op de centrale omgeving, soms met wat aanpassingen die niet anders konden.

En nu zit het er op. Tenminste, de mailmigraties zitten erop. Want eigenlijk gaat het nu pas beginnen. Alle medewerkers maken nu gebruik van hetzelfde platform.  Natuurlijk is Office 365 veel meer dan een mailomgeving. Maar voor veel gebruikers is dat nog niet echt geland. De overige veranderingen gaan de komende tijd volgen. Verschillende scholen willen een eigen sites-omgeving en ook dat gaan we regelen. We blijven bouwen. Aan samenwerking. Want dat is het doel.

Het team waarmee we de mailmigraties gedaan hebben, bestond overigens uit Maurits Knoppert en ikzelf vanuit SCOH, en verschillende medewerkers van ITS-itservices. Met name Ernstjan Didden en Paul van Driel wil ik vanaf deze plek bedanken voor het prettige samenwerken in dit project.
Ik maak op dit blog niet vaak reclame. Maar Maurits en de mannen van ITS-itservices verdienen wat mij betreft een heel groot compliment. Bij deze!
Ze zijn in te huren, denk ik. ;-)

maandag 14 maart 2016

Daaag Evernote. Hallo OneNote!

Sinds jaar en dag hou ik de notities voor dit blog bij in Evernote. Dat is mijn verzamelplek. Daar combineer ik verschillende notities tot postjes die ik wil schrijven. Ik vind Evernote een heel fijn programma om notities op te slaan. Dat komt omdat het via apps toegankelijk is op mijn telefoon en tablet. En voor op de computer kun je ook een programma downloaden. De notities zelf worden opgeslagen op internet in je (gratis) account dat je daarvoor aanmaakt. Ze worden daardoor gesynchroniseerd over al je apparaten die je gebruikt. En dat doe ik.

Zoals jullie weten, ben ik mede om dezelfde reden ook enthousiast over Office365. Dat werkt ook met een account dat je op internet hebt. In mijn geval een account voor mijn werk. En Microsoft heeft allemaal apps gemaakt die er voor zorgen dat je bestanden over al je devices synchroniseren. Nu is mijn recente lijst in Word ineens zowel op mijn iPad als op mijn computers beschikbaar. Eén lijst dus. Niet afhankelijk van het apparaat waarop je werkt. En ik kan altijd aan mijn Word- en Excelbestanden verder werken omdat ik ze in mijn OneDrive heb opgeslagen. Dropbox werd daardoor overbodig.

Microsoft heeft ook een notitie-app: OneNote. Ook daar geldt weer dat de gegevens uit je account gesynchroniseerd worden over al je apparaten heen. Telefoon, tablet, computer thuis, laptop, computer werk. Het maakt niet meer uit.
Ik was al langer van plan om OneNote in gebruik te gaan nemen. Wat mij tegen hield was het aantal notities dat ik in Evernote heb staan. Die moest ik dan allemaal gaan overzetten. De mensen bij Microsoft hebben die opmerking vaker gehoord, denk ik. Want gisteren las ik dat ze speciaal voor Evernote-gebruikers een tooltje hebben ontwikkeld waarmee je al je notities in één keer kan overzetten. Je kunt er voor kiezen 'alles' uit je Evernote-account overzetten, of één notitieboek, of een paar geselecteerde. Wat je wilt. Na het selecteren zet je de tool aan en na een tijdje wachten staan je Evernote-notities in OneNote.

Ik heb het vanavond gelijk even geprobeerd met één notitieboek om het te testen. En ik moet zeggen dat het wonderwel allemaal meteen werkt.
Dus dat betekent: daaag Evernote. Hallo OneNote! Zal wel even wennen zijn aan een nieuwe interface. Maar het is wel prettig alles op één plek te hebben.

Wil je het zelf ook proberen? Hier vind je het tooltje. En hier de blogpost van OfficeBlogs.


Overigens: Dropbox werd dus OneDrive. Evernote wordt nu OneNote. De volgende is Trello, denk ik. Office 365 Planner al gezien?

woensdag 2 maart 2016

Slim meten

Even enigszins off-topic.

Een tijd geleden werd ik gebeld door mijn energieleverancier, Eneco. Of ik (gratis, jaja!) een slimme meter in mijn huis wilde laten plaatsen. "Nee", zei ik tegen de mevrouw aan de andere kant van de lijn. "Maar meneer, het kost u niets?" "Nee, ik heb geen interesse", zei ik. "We hebben nu een klokthermostaat", legde ik uit. "En de slimmigheid die daarin zit, namelijk op gezette tijden mijn verwarming aan en uit zetten, gebruik ik ook al niet. Ik zou niet weten waarom ik een slimme meter nodig heb. Ik heb geen behoefte aan een slimme meter. Ook niet als hij gratis is." Haar reactie klonk als: "Huh?"

Wij hebben namelijk een verwarming die 'doorschiet'. Zal wel iets met de ouderdom van het huis te maken hebben. Als ik mijn thermostaat op 17,5 graden zet, warmt mijn huis op tot 18,5 of soms 19 graden, afhankelijk van of het regent of de zon schijnt. Ik heb toen ik er net woonde geprobeerd de klokthermostaat goed in te regelen. Maar uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat ik het beter handmatig kon doen. Dat werkt voor ons sinds jaar en dag goed. Sterker nog: in de loop der jaren zijn we de verwarming steeds lager gaan zetten. Soms vergeten we hem zelfs aan te zetten.

De mevrouw aan de andere kant van de lijn leek het echt niet te begrijpen. Er volgde nog wat geneuzel over het bedienen van mijn thermostaat met mijn smartphone. Dan kon ik de verwarming alvast aanzetten als ik van mijn werk naar huis kom. Of ik kon zelfs mijn lichten bedienen vanaf mijn thermostaat. Ofzo... Moest ik wel andere lampen kopen. "NEE, IK HEB GEEN INTERESSE", heb ik toen in Capslock gezegd. Daarna heb ik nog gevraagd of ze mijn nummer uit het belbestand wilde halen. Snapte ze ook niet, geloof ik.

Ik zag vandaag per toeval een reclame. Ik kijk zelden tv, want het apparaat hebben we al een tijdje geleden de deur uit gedaan. (Bespaart ook energie overigens...) Maar ik heb een app. Op mijn iPad. En daar zag ik toevallig deze reclame. Per ongeluk.


Daarin word je opgeroepen om werk te maken van energiebesparing. Daar ben ik voor. In dit huis heb ik dakisolatie aangebracht, en vloerisolatie, en ook van dat folie achter mijn verwarmingen geplakt. 's Winters gaan eerst de dikke truien en sokken aan en daarna de verwarming. Grofweg. Om een beeld te geven van ons minimalistische gedrag.
Energiebesparing vind ik dus een prima doel. Maar ik was wel nieuwsgierig wie of wat er nou achter dat spotje  zat. Want er worden producten genoemd van allerlei energiebedrijven in die reclame. Hoe zat dat nou? Het was snel genoeg gevonden.
Energie-Nederland zit erachter, was op de campagnewebsite te lezen. Via staopuitjestoel.nl kun je niet doorklikken naar de website van Energie-Nederland. Maar uiteraard vind je die gewoon op www.energie-nederland.nl. Google weet veel.

Daar zie ik dat het een branche-organisatie is. De vraag die bij mij dan opkomt is waarom een branche-organisatie van energiebedrijven zich in een campagne hard maakt voor energiebesparing. Ze verdienen toch geld met het verkopen van energie, lijkt me. Als ze minder energie verkopen, verdienen ze minder. En in een economie die gebaseerd is op groei, is dat in mijn ogen dus vreemd.(Zo'n economie is al vreemd, maar daar hebben we het voorlopig mee te doen. Het is niet anders. Maar dat terzijde.)  Het komt op mij over alsof de Albert Heijn en Lidl samen zeggen: "Remko, je moet wat minder bij ons kopen. Doe deze week anders eens geen toetjes, dan krijg je korting."
Dus er zal wel iets anders achter zitten.

En dan stuit ik op het Energie-akkoord. Een akkoord waarin verschillende partijen zich gecommitteerd hebben aan energiebesparingsdoelstellingen die moeten opleveren dat vanaf 2020 minimaal 14% van de energie duurzaam opgewekt wordt. Beetje weinig, denk ik dan met mijn minimalistische lekenhoofd.
Wikipedia vertelt mij echter dat het in de praktijk een beetje veel blijkt. Eneco heeft al in juli 2015 aangegeven dat ze niet meer mee kunnen doen met de voorgenomen investeringen die ervoor nodig zijn. De holdings van Eneco zijn of worden uit elkaar getrokken lees ik op de website van de BNR. De financiële mogelijkheden verdwijnen daardoor. Iets met het scheiden van netwerken en leveringen. Ik las laatst ook zo'n verhaal op Facebook. Een bedrijf dat ook opgesplitst werd, doorverkocht, samengevoegd en weer opgesplitst. Tot er niets meer van financiële ruimte over was. Dat ging over de V&D. Het geld was volgens dat verhaal verdwenen naar buitenlandse investeerders. Vooral Amerika. Die zijn goed met geld naar de allerrijksten brengen.
Maar goed, ik ga daar niet over en ik heb er ook niet echt verstand van. Dus misschien begrijp ik het wel verkeerd. Feit is wel dat de voorgenomen afspraken uit het Energie-akkoord waarschijnlijk niet gehaald gaan worden. In ieder geval niet allemaal.

Om eens te kijken wat er dan wel of niet gehaald gaat worden, besluit ik even door te zoeken. Mijn interesse is inmiddels gewekt en je moet wat op een vrije woensdagavond. Ik kom op een website waarop de voortgang van het Energie-akkoord nauwgezet wordt bijgehouden.
En dan zie ik waarom Energie-Nederland deze campagne gestart is. De overheid wil ons laten besparen. De overheid denkt dat we dat niet zelf kunnen. Daar hebben we slimme meters voor nodig. Die worden je aangepraat onder het mom van inzicht in je eigen energieverbruik. Maar eigenlijk wil de overheid inzicht in ons energieverbruik, is mijn conclusie. Ze hebben behoefte aan stuurinformatie, denk ik.
Eén van de doelstellingen uit het Energie-akkoord is dat we voor 2020 allemaal aan de slimme meter zitten. En de energiebedrijven moeten dat uitrollen.
Het kwartje valt bij mij. Het is niet Eneco die mij laatst belde met het aanbod voor Toon. Het was de overheid in Eneco-kleren. En dat spotje is dus ook de overheid in energieleveranciers-kleren.

Ik kan hier nu nog een heel verhaal gaan houden over de gegevens die je gaat delen als je een slimme meter laat plaatsen. Privacyzorgen, beveiligingslekken, big brother, etc. Maar dat doe ik niet. Dat moet je zelf overwegen. Misschien zie je wel voordeel.
Voor mij is onder de streep belangrijk of de balans er is tussen wat ik prijs geef en wat ik krijg. Ik snap gewoon (nog?) niet wat een slimme meter mij brengt. Leg mij uit waarom ik ook op dit vlak 'connected' zou moeten worden.

maandag 1 februari 2016

Office365 gebruiken in de klas met deze 5 tools

Op OfficeBlogs vond ik vandaag een aardig artikel over de inzet van Office365 in de klas. Zij geven aan dat de volgende vijf tools erg geschikt zijn om daar zinvolle dingen mee in de klas te doen. Deze tools zijn:

  1. OneNote Class Notebook
  2. Sway
  3. Office Online
  4. OneDrive
  5. Skype


Als je wilt weten wat zij daarvoor inhoudelijk voorstellen, zou ik de blogpost zelf maar even lezen.

Voorwaarde voor het gebruik van deze tools met en door leerlingen is natuurlijk wel dat je ook leerlingaccounts toevoegt aan je Office365-omgeving. Anders valt er niet op deze manier te werken. Een leerlingadministratie in Office365 bijhouden, vind ik echter relatief veel werk. Het zou mooi zijn als je op de één of andere manier een koppeling kon maken met je leerlingadministratiesysteem zoals Esis of Parnassys. Misschien is dat al in enige vorm al mogelijk. Dat weet ik eerlijk gezegd (nog) niet.

Daarnaast zijn de genoemde mogelijkheden om samen te werken ook prima te gebruiken voor medewerkers onderling. Dat is de fase waarin SCOH zich nu begeeft. Van bijna alle scholen en medewerkers is de mail nu gemigreerd. Na ongeveer een jaar school voor school (iedere week één) overzetten qua mailomgevingen hebben we straks alle gebruikers binnenboord, in dezelfde Office365-omgeving. Voor Pasen moet dat helemaal voor elkaar zijn.
Dan wordt het tijd om volgende stappen te zetten in het gebruik van de omgeving.

Gebruikt jouw stichting al leerlingaccounts in de Office365-omgeving? Van welke tools laat je ze dan gebruik maken?

woensdag 27 januari 2016

Uitstelgedrag loont

Ik heb er zelf soms ook wel wat last van. Uitstelgedrag.

Zo zit ik vanavond nog op het allerlaatste moment de ambassadeursdag die we morgen hebben voor te bereiden. Dat is een bijeenkomst voor alle ict-coördinatoren van onze stichting. De grove voorbereidingen doe ik het liefst al maanden of weken van te voren. Maar het finetunen en de dag nog eens doornemen met alle puntjes op de i, doe ik zo laat mogelijk. Ik vind het fijn om op die manier te werken.

Maar ik heb momenten gehad dat ik negatief tegen mijn eigen uitstelgedrag aan keek. Ik las echter pas een artikel waarin gesteld werd dat uitstelgedrag misschien helemaal wel zo erg niet is. Sterker nog, dat het in sommige gevallen juist wel verdienstelijk is.

Op het learningblog van The New York Times kwam ik een artikel tegen met de titel: 'Under What Conditions Do You Do Your Best Work?' Zij gaan in op het verschil tussen 'alles heel erg op tijd plannen en af hebben' aan de ene kant en 'lanterfantend wachten tot je bijna geen tijd meer hebt' aan de andere kant.
En wat blijkt? Als je creatieve ideeën of werkwijzen nodig hebt, kun je maar beter van uitstelgedrag gebruik maken. Er is echter wel één voorwaarde: je moet op een zeker moment de taak waar je voor staat helder formuleren. Je moet weten wat er van je verwacht wordt. En daarna moet je er dus niet mee aan de slag, maar kun je beter iets compleet anders gaan doen. In de tijd tussen het formuleren van de taak en het er daadwerkelijk mee aan de slag gaan, blijft je geest er op de achtergrond namelijk toch mee bezig. En als je dan dingen tegenkomt die je kunt gebruiken, neem je dat uiteindelijk in je overwegingen mee als je met de taak aan de slag gaat.
Wat krijg je daarvoor terug? Creatievere oplossingen.

Misschien is deze kennis ook wel te gebruiken als je met leerlingen rondom bepaalde (creatieve) opdrachten aan het werk wil. Zorg dat de taak helder is. En ga vervolgens wat anders doen.

Er is dus trouwens wel een addertje onder het gras. Uitstelgedrag loont niet voor routinetaken die geen creatieve oplossingen vragen.



maandag 25 januari 2016

Privacy aspecten aan het werk op school

Op ICTnieuws.nl las ik vandaag een berichtje met de titel 'Privacyaspecten aan het werk als docent'. Ik ben redelijk thuis in deze materie en ik kwam dan ook tot de conclusie dat er voor mij niets nieuws in stond. Ik kan me echter heel goed voorstellen dat het voor een gemiddelde docent (ik prefereer de term leraar overigens) geen gesneden koek is. Ik zou de titel van het stukje ook willen wijzigen in 'Privacyaspecten aan het werk op school'. Want ik denk dat dit een onderwerp is dat je als school (met elkaar) goed moet regelen. Als individuele leraar kom je er niet, als je het goed wilt doen.

Achtereenvolgens gaat de auteur (Charlotte Meindersma) in op de volgende punten:
1. Persoonsgegevens & het leerlingvolgsysteem.
2. Registratie met vingerafdrukken.
3. Het opslaan van persoonsgegevens.
4. Foto's van leerlingen publiceren.

Het punt over de vingerafdrukken vind ik een beetje een vreemde eend in de bijt. Ik ken geen scholen die toegangscontrole hebben met een vingerafdruk. (Maar dat kan natuurlijk ook aan mij liggen..) In het basisonderwijs gebruiken wij gewoon sleutels en wachtwoorden. Mijn vrouw werkt in het hoger onderwijs. Daar hebben ze zo'n magneetkaart waarmee je toegang tot van alles en nog wat kan krijgen. Maar vingerafdrukken?

De andere drie punten geven wat mij betreft overzichtelijk weer wat je zou moeten weten over privacy op school. Een andere bron waaruit je je kennis zou kunnen halen over dit onderwerp is de speciale uitgave van Kennisnet hierover.
Bij SCOH hebben we al een aantal jaar expliciet beleid over het omgaan met persoonsgegevens en het publiceren van foto's. Onze scholen zijn daaraan gebonden.



zaterdag 23 januari 2016

10 redenen om met Windows te werken in het onderwijs

Al surfend kwam ik op een website van het Microsoft Education Partner Network uit. Daar is (tijdelijk?) een folder (of een powerpoint) te downloaden met redenen waarom je met Windows zou moeten werken in de klas. Ik snap best dat het reclame is. En dat het in de categorie valt van: "Wij van wc-eend..."

De redenen die MS aandraagt zal ik hieronder opsommen. Daarvoor neem ik even de Engelstalige variant, want sommigen 'bekken' wel erg goed. Voor de toelichting van Microsoft kijk je hier (pptx). Mijn kijk op ieder punt vind je hieronder.

1. The platform you never outgrow
Ze geven aan dat zij de breedste keuze in apparaten hebben en dat er daardoor voor iedere leeftijd een geschikt apparaat bij zal zitten. Toch denk ik dat vooralsnog de iPad veel gebruiksvriendelijker is voor jonge kinderen (kleuters) dan welke Windowstablet ook. Vanaf de leeftijd dat kinderen gebruik gaan maken van kantoorpakketten begin ik in te stemmen met de stelling van Microsoft. Office is overal te gebruiken en het pakket kan zo veel dat het inderdaad met je mee kan groeien.

2. Compatibility king
Ze geven aan dat Windowsapparaten overweg kunnen met de meeste andere (rand)apparatuur die in klassen gebruikt wordt. En daarnaast ook met de meest diverse software, zoals oude netwerkinstallaties van educatieve software, flash op internetpagina's en alle moderne cloudbased applicaties. Hier moet ik ze gelijk in geven.

3. Thinking in ink
Hier heeft Microsoft het inmiddels wel echt begrepen. Als we kijken naar de discussie rond 'typen of schrijven', dan blijkt uit onderzoek dat men meer leert van handgeschreven notities maken dan van getypte notities maken. Daarnaast hebben veel mensen behoefte om op officiëlere stukken te kunnen 'kliederen'. In de nieuwe Office-apps op de iPad zie je dit nu dus ook terug. Je kunt lekker kliederen en schrijven in je documenten terwijl je niet de nadelen van papier hebt.

4. Collaborative learning on all devices
Via het Office365-platform kun je studenten vanaf welk apparaat dan ook aan het werk zetten met bepaalde opdrachten. Het maakt niet echt meer uit of ze dat vanaf een computer, een chromebook, een iPad of een Mac doen. Het werkt gewoon overal op.
Maarja, dat kan in Google Apps for Education bijvoorbeeld ook. Alles wat je nodig hebt, is feitelijk een browser. Microsoft voegt daar nog een hele rij handige apps aan toe voor hun platform.

5. Designed for all learning styles
Hier gaat Microsoft qua terminologie de fout in, vind ik. Over leerstijlen is veel onenigheid. En deze term zouden ze wat mij betreft beter kunnen vermijden. Wat ze bedoelen is dat hun apparaten en platform ervoor zorgen dat er in verschillende modaliteiten geleerd en gewerkt kan worden. Auditief, visueel, tekstueel, spraak, touch. Er is op veel verschillende manieren mee te werken. Je hebt daar dus de keuze in. Maar om dat te verbinden aan leerstijlen, vind ik wat ver gaan.

6. Best in class assistive technology
Ze showen hier functionaliteit als 'voorlezer', 'schermtoetsenbord', 'hoge contrastweergave' en 'vergrootglas'. Microsoft onderscheidt zich hiermee niet echt. Dit kan op andere apparaten en besturingssystemen ook. Ik weet niet waarom ze zichzelf hierin 'de beste' noemen.

7. Windows is for doing
Dit punt snijdt dan weer meer hout. Ik merk bij mezelf bijvoorbeeld dat ik voor het schrijven van een blogpost toch echt wel mijn windows-pc 'nodig' heb. Feitelijk kan ik het ook op een iPad. Maar daar doe ik het gek genoeg niet. Mijn iPad gebruik ik vooral om te consumeren en de communiceren. Maar als ik echt iets moet 'doen', dan pak ik een pc. Bij mij is dat Windows. Maar ik kan me voorstellen dat anderen daar ook een Mac voor gebruiken.

8. Deploy and manage your way
Hier kan ik niet zoveel over zeggen. Dit is meer een punt voor netwerkbeheerders. Microsoft heeft veel ervaring met het uitrollen en beheren van apparaten en netwerken. Bij ons op school gaat dat al jaren goed. Ze zeggen nu dus dat het met Windows 10 nog makkelijker wordt. Ik heb begrepen dat je straks vanuit een Office365-omgeving ook Windows 10 apparaten makkelijk kan beheren. Het is ook mogelijk om je op een Windows 10 apparaat aan te melden met je Office365 account. Daardoor worden dan meteen al je instellingen goed gezet, zoals mail, OneDrive e.d..
Maar ook hier geldt dat vanuit een Google Apps for Education dit ook kan op Chromebooks. Dus ik vraag me af of Microsoft zich hier nu onderscheidt. Als jij het antwoord wel weet, reageer dan hieronder in de reacties.

9. Safest Windows ever
Eigenlijk zeggen ze hiermee dat de vorige versies van Windows voor verbetering vatbaar waren. ;-)
Maar zonder gekheid: de mogelijkheden om leerlingen te beschermen tegen online gevaren is mijn inziens groot genoeg op het Microsoft-platform. Het is zeker een punt om rekening mee te houden als je technologie inzet in het onderwijs.

10. Get more for free than ever before
Dat is vooralsnog waar. De licenties voor Office365 zijn gratis voor onderwijsinstellingen. Leerlingen en medewerkers kunnen daardoor ook gratis gebruik maken van alle Office-applicaties. En de upgrade naar Windows 10 wordt op het moment ook gratis weggegeven. Daarnaast is er gratis online opslag in de OneDrive en kun je gratis gebruik maken van Skype.
Maar ook hier zijn er weer andere technologiereuzen die daarin hetzelfde bieden. En momenteel verandert de licentie-structuur bij Microsoft wel. Basisscholen registreren hun licenties via APS itdiensten en gaven daar vroeger het aantal pc's op een school op. Sinds vorig jaar moet je ineens het aantal medewerkers opgeven. Nu is het bedrag dat je betaalt nog niet gekoppeld aan het aantal medewerkers, maar de verwachting is eigenlijk dat dat op termijn (na 2017) wel gaat gebeuren. Hoe gratis zal het dan nog zijn..?


Conclusie
Microsoft doet zeker niet onder voor de concurrenten. Op sommige punten gooien ze zelfs hoge ogen. Bijvoorbeeld op het gebied van 'inking', 'compatibility' en productiviteit en veiligheid. Maar op de meeste punten kunnen ze de concurrentie gewoon (soms net) voldoende bijhouden.


vrijdag 22 januari 2016

9 fundamentele digitale vaardigheden die iedere leraar zou moeten hebben?

Gisteren las ik op educatorstechnology.com een artikeltje waarin 9 digitale vaardigheden werden opgenoemd die iedere leraar zou moeten hebben. Het is mij onduidelijk waarop ze het precies baseren. De vaardigheden worden in de post zelfs 'fundamenteel' genoemd.

  1. Opnemen en bewerken van geluidsfragmenten
  2. Creëren van bewerkte, interactieve en uitdagende videocontent
  3. Creëren van visueel aantrekkelijke content
  4. Gebruiken van sociale netwerksites voor het creëren van persoonlijke leernetwerken, te verbinden, het ontdekken van nieuwe content, en professioneel te groeien.
  5. Gebruiken van blogs en wiki's om samenwerkingsruimten te creëren voor leerlingen.
  6. Gebruiken van sociale bookmarkingswebsites, cureren en delen van bronnen met je klas.
  7. Creëren van aantrekkelijke presentaties
  8. Creëren van digitale portfolio's.
  9. Creëren van niet-traditionele quizzen. 

Bij iedere vaardigheid worden verschillende tools genoemd waarmee je die vaardigheid zou kunnen uitoefenen. Dat vind ik dan wel weer handig. Want als je aan de slag wilt met één van de vaardigheden, dan kun je met het artikel in de hand wel direct beginnen. Je hoeft zelf niet te zoeken met welke tool je dat dan moet doen.
Mijn kritiek zou zijn dat de vaardigheden wel erg technologisch georiënteerd zijn. Het lijkt wel of ze hebben gekeken welke tools er zijn en vervolgens hebben verzonnen welke digitale vaardigheden daar dan bij horen. En ik denk zeker niet dat je deze vaardigheden fundamenteel zou mogen noemen. Wat mij betreft zou ook niet iedere leraar deze vaardigheden moeten hebben.

Bij fundamentele digitale vaardigheden denk ik eerder aan een rijtje zoals dit:

  • Effectief en efficiënt gebruik van digitale schoolborden;
  • Effectief en efficiënt gebruik van beschikbare devices in de klas (of dat nou computers, telefoons of tablets zijn);
  • Kunnen uitlezen en analyseren van resultaten uit methodesoftware en leerlingvolgsystemen;
  • Onderbouwde keuzes kunnen maken over de inzet van analoge dan wel digitale werkvormen in je les.

Wat vind jij? Welke digitale vaardigheden zijn voor leraren fundamenteel te noemen?

donderdag 21 januari 2016

5+ aandachtspunten voor registreren bij webdiensten

André Manssen geeft 5 aandachtspunten bij het registreren voor een webdienst en/of webtool. Hij zet op een rij:

1. Gebruik een tijdelijk of wegwerp-emailadres
Bij de meeste cloud-maildiensten (Outlook.com of Gmail) kun je een alias instellen voor je e-mailadres. Dat houdt eigenlijk in dat je een extra e-mailadres aanmaakt in je bestaande account. En als er dan naar dat e-mailadres wordt gemaild, dan wordt die mail in je bestaande account bezorgd. Als je het e-mailadres niet meer nodig hebt, verwijder je de alias en je zult geen mail meer ontvangen die naar dat adres wordt gestuurd.

2. Maak zo min mogelijk gebruik van een 'social-login'.
Dat ben ik zelf ook geneigd om te doen. Ik hou niet zo van het koppelen van allerlei privé-accounts aan elkaar. Dus dat doe ik maar sporadisch. Alleen als ik zeker weet dat het me veel voordeel gaat opleveren. Je weet nooit helemaal zeker welke toegang je de social-login nou precies geeft.

3. Gebruik een wachtwoordmanager.
Zelf zou ik dit advies niet geven. Want wat voor de social-login geldt, geldt wat mij betreft ook voor de wachtwoordmanager. Ik vind advies 2 en 3 uit het lijstje elkaar dus tegenspreken. Ik hanteer wel een lijstje van wachtwoorden. Maar die staan eerlijk gezegd gewoon in een boekje. Mijn meestgebruikte wachtwoorden weet ik gewoon uit mijn hoofd. Ik laat websites en browsers ook nooit mijn wachtwoorden onthouden. Want de beste manier om je wachtwoorden te onthouden, is ze vaak te gebruiken.

4. Kun je het account eenvoudig beëindigen en alle gegevens verwijderen?
Dat ben ik eigenlijk wel met hem eens. Dit zou je vooraf na moeten gaan. Maar ik doe dat eerlijk gezegd niet (altijd). Zo heb ik ooit eens een account aangemaakt bij Runkeeper, maar daar doe ik nooit meer wat mee. Geen idee of daar nog gegevens in staan. Waarschijnlijk wel. (3 fietstochtjes...;-) )

5. Hoe is de privacy van de website geregeld?
Ik denk dat dit vooral van belang wordt als er in de webdienst niet alleen gegevens van jou worden geregistreerd, maar ook gegevens van leerlingen. Denk dan bijvoorbeeld aan diensten als Classdojo en Klasbord, Voor gegevensverwerkingen in zulke systemen heb je de toestemming van ouders nodig. Of je moet met gefingeerde leerlingnamen werken. Dat kan ook. In ieder geval zul je even moeten nagaan hoe het geregeld is.

Aan het lijstje van André zou ik nog een zesde punt toe willen voegen.

6. Wat is het verdienmodel van de webdienst of webtool?
Gratis bestaat niet. Als de dienst gratis is, ben jij het product.


Waar let jij op als je een webdienst gaat uitproberen?

LinkWithin

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...