Posts tonen met het label ambassadeurs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ambassadeurs. Alle posts tonen

donderdag 27 september 2018

DEIMP mini-conferentie bij InHolland Den Haag

Op woensdagmiddag 3 oktober vindt er op Hogeschool InHolland in Den Haag een mini-conferentie plaats in het kader van het DEIMP-project. De conferentie is eigenlijk kleinschalig bedoeld en vooral gericht op de leraren van de partnerscholen. Maar inmiddels staat de inschrijving voor de mini-conferentie ook open voor andere belangstellende leraren en leidinggevenden in het primair onderwijs. Dus als je woensdagmiddag in de gelegenheid bent om het bij te wonen, voel je welkom. Aanmelden voor deze gratis conferentie is wel verplicht.

DEIMP is de afkorting voor Designing and Evaluating Innovative Mobile Pedagogies en is een transnationale samenwerking tussen 6 instellingen voor hoger onderwijs. Het lectoraat Teaching, Learning & Technology van InHolland werkt samen met partnerscholen in het PO. Naast een school van SCOH doet ook het bestuur Octant en de Duinoordschool in Den Haag mee. Eerder schreef ik er dit over.

SCOH start de dag met een ochtendprogramma voor ons leernetwerk ict op één van onze eigen scholen. En 's middags gaan we met zoveel mogelijk ict-coördinatoren naar deze mini-conferentie. Het programma omvat naast een uitleg over het DEIMP project ook twee workshops en een keynote van Fons van den Berg.

Meer informatie en aanmelden via deze pagina van InHolland.
 

zondag 25 februari 2018

Gamification en drones, een verslag van een mooie sessie

Hoewel het al weer een tijdje geleden is, wil ik hier nog even verslag doen van de laatste bijeenkomst van ons leernetwerk ICT (voorheen ons ambassadeursnetwerk). Die dag vond plaats op donderdag 1 februari. Het middagprogramma bestond uit een inspirerende sessie onder leiding van Sem van Geffen. Hij maakte ons deelgenoot van een wereld die bestaat uit gamification en drones. Zelf noemt hij de sessie: de Drone Cup Special. Voor het Drone-deel had hij Jelmer Poelsma meegenomen. Hij kan zelf beschouwd worden als de Gamification-expert in Nederland.

Gamification
Sem omschrijft gamification als "een didactische tool om leerlingen te motiveren en te laten leren in de klas, waarbij jij als docent aan het stuur staat."
Hij liep met ons een aantal spelconcepten langs, zoals Monopoly, Minecraft en Flipquiz. En daarnaast legde hij een aantal ontwerpprincipes uit. Gelukkig hebben we de presentatie na afloop opgestuurd gekregen, want daarin staan die ontwerpprincipes duidelijk benoemd. Verder verwees hij naar een overzicht op www.missionstart.nl dat een overvloed aan spelelementen en speeltechnieken benoemt die je kunt gebruiken om je lessen te verrijken. Dat overzicht vind je hier. De toelichting daarop vind je hier.

Drones
Na het theoriedeel gingen we in groepjes uit een om de Drone Cup Special te spelen. Het was een circuitwerkvorm waarbij je in groepjes moest samenwerken om opdrachten te voltooien. Ondertussen werden we beloond voor ons harde werken, bleef er druk op de tijd staan die we voor de opdrachten mochten gebruiken en leerden we ons suf rondom gamification. Daarnaast was het ook gewoon leuk om te doen.

De sessie sloot af met een demonstratie van het vliegen met drones. Jelmer toonde zich een zeer goede drone-vlieger. Hij bestuurde een kleine drone met een camera erop gemonteerd. Zelf had hij een VR-bril op zijn hoofd waardoor hij zich ín de drone waande. Enorm leuk om te zien. Zeker omdat we even daarvoor zelf ervaren hadden hoe moeilijk het is om een drone van dat formaat een beetje recht te laten vliegen.

Meer informatie
Als je meer informatie rondom Gamification zoekt, zou ik de publicaties van Sem van Geffen erop naslaan. Hij heeft een Gids voor Gamification uitgebracht en een boek met de titel 'Gamification in de klas'. Beide te verkrijgen via: www.gamificationindeklas.nl/

maandag 2 november 2015

3 relevante manieren voor het gebruik van bloggen in het onderwijs

Morgen organiseer ik de tweede ambassadeursdag voor de ict-ers van SCOH. Ooit gestart onder de vlag van Kennisnet, en daarom heet het nog steeds het ambassadeursproject.

Omdat er morgen een gepland onderdeel tussenuit valt, ga ik zelf een half uurtje iets vertellen over bloggen in het onderwijs. En als ik daar nou toch over aan het nadenken ben, schrijf ik het maar meteen hier op.

Grofweg zal mijn presentatie neerkomen op het behandelen van de volgende drie punten:

1. Bloggen voor je persoonlijke ontwikkeling
Hier gaat het erom dat je schrijft over onderwerpen die jou interesseren, waar je veel over weet en waar je meer over wilt weten. Door 'publiek' te schrijven moet je meer nadenken over wat je opschrijft, dan wanneer je het alleen voor jezelf doet. Tegelijkertijd bouw je aan je netwerk, heb ik gemerkt. Want op een zeker moment ga je reacties krijgen en met steeds meer mensen in gesprek over wat je schrijft.

2. Bloggen inzetten in het leerproces
Bloggen kun je ook heel goed inzetten in het leerproces. Als je leerlingen laat bloggen kun je dat doen met de reden dat ze hun portfolio zichtbaar maken. Wat hebben ze gemaakt, gecreëerd? Waar zijn ze trots op? Wat zouden ze de volgende keer anders doen? Laat ze bijvoorbeeld een foto posten van een werkstuk en laat ze daarop reflecteren.
Een andere manier van inzetten is om de leerlingen elkaar van feedback te laten voorzien. Je laat een bepaalde opdracht die ze op het blog moesten maken (een stelopdracht bijvoorbeeld) door middel van een set vooraf gedefinieerde criteria beoordelen. Hiervoor kun je overigens uitermate goed rubrics gebruiken.

3. Bloggen als tool voor oudercommunicatie
De derde optie die je hebt om een blog in te zetten is die als communicatietool. Het is gewoon leuk om ouders en belangstellenden op de hoogte te houden van het reilen en zeilen in je klas. Een blog is een laagdrempelige manier om dat voor elkaar te krijgen. Uiteraard kun je hetzelfde bereiken met een pagina op de website van de school die je regelmatig bijhoudt, of via een app als Klasbord. Maar bloggen is ook zeker geschikt als je iets 'meer' wilt.


Ik ben benieuwd wie deze post al gelezen heeft voordat ik morgen begin met de presentatie. :-)



zondag 1 februari 2015

Mijn bezoek aan de NOT

Met de ict-coördinatoren van SCOH komen we sinds een paar jaar 5 keer per schooljaar bijeen. Dat is ooit gestart onder de vlag van Kennisnet met het ambassadeursprogramma. Inmiddels doen we het geheel zelfstandig, maar we noemen het nog steeds de 'ambassadeursbijeenkomsten'.
Dit jaar hebben we er voor gekozen om in het kader van één van die ambassadeursbijeenkomsten met zijn allen de NOT2015 te bezoeken. Afgelopen donderdag was het zover. We togen via trein en auto naar Utrecht.

Het plan was om om kwart voor tien te verzamelen voor de hoofdingang en dan eerst maar eens zelfstandig, eventueel in groepjes, de beurs te verkennen. Rond lunchtijd zouden we elkaar weer opzoeken om informatie uit te wisselen, en om daarna de Innovatieroute PO met elkaar te lopen. Na de Innovatieroute zou ieder weer zijn 'eigen ding' gaan doen. We hielden een slag om de arm of we aan het eind van de dag nog weer plenair zouden eindigen.
Gedurende de dag hielden we (virtueel) contact met elkaar via een Facebookgroep waarvan de meeste deelnemers lid zijn. En speciaal voor deze dag hadden we een Whatsapp-groep opgericht, zodat we elkaar in ieder geval konden informeren over verzamelplekken en tijden. En uiteraard ook over interessante dingen die we op de beurs tegenkwamen.

Het plan liep in de uitvoering iets anders dan van te voren bedacht, maar het was een succesvolle dag. De Innovatieroute was niet vooraf te boeken, en toen we daar aankwamen, bleken ze gebruik te maken van koptelefoons om de route te kunnen volgen. Wij waren met ongeveer 17 man. Er waren nog 5 koptelefoons. Dat ging dus niet werken. De Innovatieroute hebben we dus jammergenoeg geskipt. Wie dat wilde kon uit de NOT-gids zelf langs de Innovatieroute lopen.

Ik vond het erg prettig dat ik met een groep gelijkgestemden op de beurs kon vertoeven zonder de hele tijd bij elkaar te hoeven blijven. We waren er wel samen, maar zaten niet samengebonden.

Ik had vooraf een lijstje gemaakt van stands waar ik langs wilde. Ik heb bewust verder geen workshops of lezingen bijgewoond. Ik wilde mijn tijd vooral gebruiken om bepaalde mensen even te spreken of zaken gedemonstreerd te krijgen. Hieronder een greep uit de bezochte stands.

Amac
Hier ging ik langs om informatie op te vragen over Zuludesk. Dat is een mdm-oplossing voor iOS-devices. Contactgegevens uitgewisseld. Een vervolgafspraak zit in het verschiet.

Snappet
Uitgebreide demonstratie gekregen van de tablets en de oefeningen die daarop draaien. Het dashboard van de leraar is me helder uitgelegd. En wat dat betekent voor het handelen in de klas werd me duidelijk. Als dit soort systemen de overhand gaan krijgen, kan het tweejaarlijkse toetsen met cito lvs (of anderszins) opgedoekt worden. Al het oefenen dat leerlingen doen, wordt gebruikt om continu het niveau vast te stellen. Snappet kan nu al vrij nauwkeurig voorspellen op welk citoniveau een leerling zal scoren bij de eerstkomende toets.
Daarnaast heb ik een goed gesprek gehad over 'het dingetje' dat Snappet had met het cbp. Ze hebben me weten gerust te stellen. Zij hebben naar eigen zeggen de zaken nu op orde. Misschien nog wel beter dan anderen omdat zij zo in het spotlight hebben gestaan.

Prowise
Even wezen buurten bij Henk van Gils. Ik was daar toevallig tegelijkertijd met Maurits Knoppert (ook één van de ict-coördinatoren van onze stichting). Het was een gezellig gesprek. Henk heeft ons het paradepaardje van Prowise laten zien. Een heul groot scherm met een resolutie van 4K. Prachtig om te zien. Tussen neus en lippen door vertelde Henk ook nog iets over de apps van Prowise. Dat is belangrijk nieuws. Maar dat laat ik verder aan hen om te vertellen. Hou ze (die van prowsie ;-) ) de komende weken maar in de gaten, zou ik zeggen.

Brightcenter
Richard Bergmans stond met het Master Dashboard van Brightcenter in de stand van Parnassys. Brightcenter heeft tot doel om de vorderingen die een leerling maakt in losse apps, te verzamelen en daar voor de leraar een dashboard van te maken, zodat die zijn handelen in de klas kan aanpassen aan wat de leerling nodig heeft. Het idee is zo'n beetje hetzelfde als bij Snappet, behalve dat Snappet eigen oefeningen/sommen schrijft en Brightcenter de gegevens bijeen wil brengen uit allerlei bronnen. Brightcenter wil daarmee een soort schakelpunt worden. Dat is een mooi initiatief wat ik persoonlijk van harte ondersteun. Ook hier geldt weer dat het tweejaarlijkse toetsen m.b.v. het cito lvs onder druk komt te staan als de ambities werkelijkheid worden. En dat lijkt echt een kwestie van tijd.

3D-kanjers
Eén van de ict-coördinatoren van onze stichting heeft zich helemaal verdiept in 3D printen. Hij is op zijn school bezig om met behulp van subsidies 'iets' met 3D printen te gaan doen in het kader van 'verlengde schooldag'. Hij had in januari willen starten met die lessen, maar jammerlijk kreeg hij de handen niet op elkaar (lees: geld niet bij elkaar) om het werkelijkheid te laten worden. Hij had ook nog wel wat vragen over de beschikbaarheid van lessen en leerlijnen.
Met hem ben ik langs de stand van 3D-kanjers gegaan. Daar stond een meneer die ons erg veel wijzer kon maken over hoe je zo'n traject dan wel zou kunnen starten. Met die informatie onder de denkbeeldige arm gingen we daar weer weg. Ik hoop dat het uiteindelijk lukt om zo'n project te starten op één van onze scholen.

Muiswerk
Ik lees en hoor veel over Muiswerk. Vooral dat het gratis is in het eerste jaar van het gebruik door een school. En dat er heel veel (adaptieve) oefenstof in zit, en ook thuis beschikbaar voor de leerlingen. Ik had het echter nog nooit met eigen ogen gezien. De NOT is daar natuurlijk uitermate geschikt voor om daar verandering in te brengen. Ik heb me laten voorlichten over de ins en outs van het systeem. Bovendien heb ik even kennis mogen maken met Theo Schijf. Hij schrijft vaak op het Muiswerkblog interessante stukjes. Ik geloof echter niet dat hij mij herkende... :-(  'WitBlauw? Jah, ja... nou prettig kennis te maken'.

Verder had ik wilde plannen om Dieter nog tegen het lijf te lopen en Karin Winters de hand te schudden. Ik had ook even bij de wat grotere uitgeverijen willen kijken. Maar dat liet de tijd niet meer toe. Dieter was er wel, maar die heb ik verder niet gezien. En Karin Winters bleek er precies die dag niet te zijn. Helaas. Andere keer.

Al met al vond ik het een zeer geslaagde dag. Wat mij betreft is het ook zeker voor herhaling vatbaar om met de ict-coördinatoren op deze manier een beurs te bezoeken. En die whatsapp-groep? Dat is nu een 'durftevragen'-groep geworden. Altijd handig.

vrijdag 20 juni 2014

MaakOnderwijs en 3D printen

Afgelopen woensdag vond de laatste ambassadeursbijeenkomst van SCOH van dit jaar plaats. Dat programma is een paar jaar geleden opgezet met begeleiding van Kennisnet. Daarna hebben we het zelfstandig voortgezet. Binnen dit programma komen de ict-coördinatoren van SCOH vijf keer per jaar bij elkaar om elkaar te ondersteunen in het werk dat als ict-coördinator op je afkomt. Zo af en toe heb ik de behoefte om hier daarover iets te delen.

Deze keer had ik Kathelijn Rombaut van MaakOnderwijs uitgenodigd om een presentatie te komen verzorgen over het gebruik van 3D printers in het (basis)onderwijs. Zij werkt voor één van de organisaties achter dit initiatief: ABC-onderwijsadviseurs. Ik werd op dit spoor gezet dankzij één van de deelnemende ict-coördinatoren die hier een interesse in had.

Kathelijns verhaal was helder. De techniek van 3D printen is in haar ogen een soort kapstok om andere onderwijs- en leeractiviteiten aan te koppelen. Het motiveert leerlingen enorm om met deze technologie te werken. Ze kunnen dingen maken die eerder niet bereikbaar waren. Maar ze leren ook gelijk nadenken over hoe dat dan in zijn werk gaat. Je gaat eerst een ontwerp maken. Vaak gewoon op papier. Dat moet je daarna digitaal in de computer zien te krijgen. Dat creatieve proces vereist ook logisch nadenken. Je moet bijvoorbeeld nadenken over verhoudingen, leren omgaan met verschillende perspectieven, en je moet rekening houden met de productietijd. Leerlingen leren samenwerken, met feedback omgaan en elkaar prijzen. Met andere woorden, je kunt rondom een 3d-printproject enorm veel leeractiviteiten verzinnen waarbij deze technologie simpelweg de katalysator is.
Zij zette het heel duidelijk in die context. Onderstaand filmpje illustreert dat wel aardig.




Binnen de projecten die MaakOnderwijs met scholen doet, is het de bedoeling dat de school zelf een printer aanschaft. MaakOnderwijs verzorgt dan de begeleiding. Ze hebben een lessenserie die naar wens aangepast kan worden, maar ook zo van de plank gebruikt kan worden.
Mocht je voor je school op zoek zijn naar concrete handvatten om met 3D printers te gaan werken, dan kan ik je aanbevelen om eens bij MaakOnderwijs te informeren.

We werden (als een soort bonus) ook nog geïnformeerd over allerlei initiatieven waar je als particulier ook wat aan hebt als je met 3D printers aan de slag wilt. Je hoeft namelijk niet gelijk een printer aan te schaffen. Er bestaat een gemeenschap die online te vinden is van mensen die zo'n apparaat thuis hebben staan. En daardoor kun je contact zoeken met iemand in de buurt die voor jou je ontwerp kan uitprinten. Je vindt die gemeenschap op www.3dhubs.com. In Den Haag zijn op die manier bijvoorbeeld 61 printers toegankelijk.
De ontwerpsoftware is veelal gratis beschikbaar. Je kunt ontwerpen in Sketchup, Thinkercad of Blender. Als ik het goed begrepen heb, moet je daarna even kijken op welke printer je wilt gaan printen, want niet iedere printer werkt met dezelfde bestandsformaten. Vanuit het ontwerpprogramma moet je je bestand dus converteren naar het bestandsformaat voor de bedoelde printer. Daar zijn we tijdens de sessie eigenlijk verder niet op ingegaan. Het leek mij een beetje een praktijk zoals het met filmpjes soms ook werkt. Daar is ook niet echt één standaard en ligt het er een beetje aan op welk apparaat je het wilt afspelen.
Mocht je geen inspiratie hebben, of simpelweg niet helemaal van 'scratch' af willen beginnen, dan kun je ook nog terecht op Thingiverse.com. Daar kun je allerlei ontwerpen downloaden en in sommige gevallen kun je ze ook aanpassen naar eigen wens.

Al met al een hebben we een inkijkje gekregen in de wereld van 3D printing. En ook al heb ik wel de berichten gelezen dat in sommige buitenlanden al vanuit de overheid 3D printers op scholen zijn neergezet, toch had ik het nog niet echt in beeld. Op de vraag of deze technologie dan inderdaad maar de scholen ingereden moet worden, kan ik niet bevestigend antwoorden. Technologiepush werkt slecht op scholen. Dat heeft het verleden ons al wel geleerd. Maar hoe dan?

maandag 17 februari 2014

9 manieren om bij te blijven als ict-coördinator

Toen ik ooit begon als ict-coördinator was de wereld rond computers in de klas nog simpel en overzichtelijk. We hadden in die tijd één computer bij de directie en administratie. Daar moesten vier man gebruik van maken. We hadden een computer in de lerarenkamer om collega's te laten kennismaken met administratieve programma's.
En in de bovenbouw (groep 5 t/m 8) stond in ieder lokaal één computer. Om te gebruiken bij je lessen. Dat was in 2000.
Ter vergelijk: in dezelfde school staan nu 45 computers verspreid, waarvan een dozijn laptops. En daarnaast maken we gebruik van een tiental iPads in de bovenbouw én een zestal iPads in de onderbouw. Vanaf groep 3 is ieder lokaal voorzien van een touchscherm en bij de kleuters hangen breedbeeldtelevisies die bediend kunnen worden vanaf een computer of vanaf een iPad met AppleTV. Er is in de afgelopen 14 jaar op het gebied van infrastructuur en mogelijkheden voor technologiegebruik in het onderwijs veel veranderd.

Als ict-coördinator sta je dan voor de taak om zelf ook bij te blijven in de wereld van mogelijkheden. En dan moet het het liefst ook nog een beetje nuttig zijn, en niet alleen maar 'hip'. Deze blogpost geeft in 3 onderdelen 9 manieren om bij te blijven in de wereld van ICT en onderwijs. Dit zou je m.i. moeten doen omdat je dan kunt verantwoorden welke vernieuwingen wel de moeite waard zijn, en welke niet.

I Formele opleidingen
Eén van de manieren om bij te blijven is het volgen van een opleiding op het gebied van ict en onderwijs. Zonder de intentie te hebben om hieronder een uitputtende lijst op te sommen, wil ik de volgende mogelijkheden delen.

1. Netwijs opleiding tot ict-coördinator (post-hbo) bij Station-to-Station
Deze opleiding wordt in drie varianten (small, medium en large) aangeboden waarbij inhoud en prijs van elkaar verschillen. De varianten medium en large zijn gecertificeerd door de stichting Post-HBO en daarmee officieel erkende opleidingen.
Meer info.

2. Opleiding tot OICT-er bij Dieter
Deze training leidt op tot Onderwijskundig ICT-er. Dieter werkt met het gewenst resultaat schema waarin doelen, middelen en resultaat helder benoemd worden. De trainingen zijn sterk interactief en direct toepasbaar op de praktijk.
Meer info.

3. Master Leren en Innoveren
Dit is niet per se een opleiding voor ict-coördinatoren, maar voor die doelgroep wel zeer geschikt. Deze master houdt zich bezig met leren en onderwijsvernieuwing (of -verbetering) in de breedste zin van het woord. Verschillende hogescholen bieden deze master aan. Zoals trouwe lezers van dit blog weten, volg ik hem bij InHolland. En ik kan hem van harte aanbevelen. Het kost ontzettend veel tijd, maar dan heb je ook wat.

4. Masterclasses bij de Open Universiteit
De afdeling Onderwijswetenschappen van de Open Universiteit biedt gratis toegankelijke masterclasses aan. Je kunt de masterclasses apart volgen, maar je kunt ook intekenen voor een leertraject. Momenteel loopt het leertraject: Leren en Doceren in de 21e eeuw.
Meer info.


II Deelnemen in netwerken
Een compleet andere manier om bij te blijven is te zorgen dat je deelneemt in professionele leernetwerken. Dat zijn groepen mensen die periodiek rond een interessegebied bij elkaar komen. Meestal is er sprake van face-to-face bijeenkomsten en ondersteuning door een vorm van een online omgeving. In zijn meest simpele vorm is dat een mailinglist, maar het kan ook een wiki een of een facebookgroep zijn bijvoorbeeld.

5. Ambassadeursprogramma
Bij SCOH zijn we ooit onder de vlag van Kennisnet gestart met een ambassadeursprogramma. Dat programma is voortgezet nadat de subsidie afliep. We komen vijf keer in een jaar een dag bijeen. De agenda van zo'n dag bestaat uit een mix van bijdragen door deelnemers, zelfwerkzaamheid en overleg, en externe sprekers.

6. Samen Deskundiger
In Zuid-Holland waren ook onder de vlag van Kennisnet ooit twee netwerken gestart van bovenschools ict-ers. Nadat de subsidie daarvan afliep zijn die twee groepen samengevoegd en onder leiding van collega's van ABZHW komen we nu vier keer in een jaar bij elkaar. De werking is hetzelfde als het ambassadeursprogramma. We praten elkaar bij over nieuwe ontwikkelingen. Een verslag van de laatste bijeenkomst vind je hier.


III Online bronnen raadplegen
Een manier die misschien nog wel veel toegankelijker is dan de bovenstaande opties is te zorgen dat je gebruik maakt van de online mogelijkheden. Je kunt de tijd die je er in steekt zelf bepalen en je bent niet afhankelijk van een 'goedkeuring' van een leidinggevende. Nadeel is misschien dat je minder goed in staat bent in je personeelsdossier aan te geven welke ontwikkeling je doormaakt.

7. Persoonlijk leernetwerk opzetten
Gebruik makend van allerlei tools die gratis tot je beschikking zijn, kun je heel veel leren. Eén en ander hangt wel af van de personen die je volgt, want zij zijn het die jou (kunnen) attenderen op ontwikkelingen. Een mooi startpunt daarvoor is www.edubloggers.nl.
Tools die ervoor kunt gebruiken om die personen te volgen, variëren van mailinglists (zoals de oude scholenlijst), tot Twitter en RSS.

8. Leraar24
Leraar24 is de video website van Kennisnet, LOOK en de Onderwijscoöperatie voor professionalisering van leraren. Maar ook in je rol als ict-coördinator valt hier genoeg te halen.
Bijvoorbeeld dit.

9. Indruk en 4W
Kennisnet ondersteunt medewerkers in het onderwijs ook met publicaties. Die kun je op papier aanvragen, maar makkelijker is misschien om het in je postvak te laten bezorgen. Bijblijven kan bijvoorbeeld via InDruk (grofweg de nieuwsbrief van Kennisnet) en 4W (het wetenschappelijke tijdschrift).


En jij?
Zoals gezegd probeer ik met bovenstaande in zijn geheel niet volledig te zijn, maar het kunnen mooie mogelijkheden zijn. Welke manier gebruik jij om bij te blijven? Deel ze bij de reacties of via Twitter.


(bron afbeelding)

maandag 3 februari 2014

Ambassadeursdag ict-ers SCOH

Vijf keer in een jaar komen we bijeen. En afgelopen donderdag was het weer zo ver. Ooit begonnen we onder de hoede van Kennisnet in het ambassadeursprogramma dat toen nog bestond. De ict-coördinatoren verzamelen zich tegenwoordig in een schoolgebouw van SCOH en brengen daar de dag met elkaar door. De sfeer is altijd goed en de dagen worden gewaardeerd. Het is prettig om met gelijkgestemden bezig te kunnen zijn rondom bepaalde thema's. Deze keer waren de onderwerpen gecentreerd rondom de inzet van tablets en social media. 

Tabletproject P. Oosterleeschool
Op één van mijn eigen scholen, zijn we bezig met een tabletproject. De twee groepsleerkrachten van de groepen 8 werden door hun directie in de gelegenheid gesteld om te komen vertellen over hun bevindingen tot nu toe. Wat volgde was een uitgebreide rapportage over de toepassingen en werkvormen waarmee nu geëxperimenteerd wordt in die groepen. De kracht van het project ligt mijn inziens voor een deel bij het feit dat het gelukt is om de collega's die voor de groep staan, eigenaar te maken van het project. Het is geen project van de ict-er, en niet van de directie. Zij bepalen zelf hoe ze de tablets inzetten, zij evalueren de activiteiten en geven aan waar ondersteuning wenselijk is.
Uit de zaal kwam op een gegeven moment de vraag hoe dit project samen te vatten is. Kun je heel kort samenvatten waar het project om draait? Waar kijk je vooral naar als je met tablets aan de slag gaat?
Mijn antwoord daarop was het woordje: feedback. Ik denk dat je met inzet van deze technologie feedback efficiënter, sneller en met een betere kwaliteit bij de leerling kan krijgen. Maar tegelijkertijd kun je door deze technologie ook gebruik maken van feedback die je als leraar van de klas krijgt.

Workshops ict-bekwaamheden en Mediamasters
Bijna iedere bijeenkomst van ict-coördinatoren bevat ook een onderdeel dat door de deelnemers zelf verzorgd wordt. Meestal draaien er twee sessie tegelijk naast elkaar. De groep gaat dan in tweeën en na een half uur wisselen de groepen. Daardoor heb je een kleiner groepje aan wie je de presentatie of workshop geeft en dit geeft meestal meer gelegenheid tot interactie.
Deze keer hadden we een sessie over ict-bekwaamheden. Eén school uit ons midden werkt met een model waarin de bekwaamheden van de collega's ingeschaald worden op een niveau van brons, zilver of goud. Hoe ze tot die indeling gekomen zijn en hoe dat uitwerkt in de praktijk, daar vertelden ze over. Op die school werkt het erg goed. De documenten zijn gedeeld via onze besloten Facebookgroep.
Andere bronnen om met ict-bekwaamheid aan de slag te gaan zijn de speciale site van Kennisnet en de Kennisbasis ICT 2013 van ADEF (pdf).
De andere sessie ging over Mediamasters. Een paar scholen hebben in november meegedaan met dit project. Een week lang krijgen leerlingen uit groep 7 opdrachten en activiteiten voorgeschoteld. Na een korte presentatie van één van de scholen volgde een gesprek over mediawijsheid in meer algemene zin.
Twee opmerkingen die gericht waren aan de organisatie van Mediamasters: 
1. Waarom een week in november, in een tijd die voor de meeste basisscholen toch al druk is?  Wie heeft bedacht dat dat een goede week zou zijn voor zo'n project?
2. Waarom is de omgeving van Mediamasters maar een week beschikbaar? Een voordeel van ict is toch dat het plaats- en tijdonafhankelijk ingezet kan worden? Voor Mediamasters kan dat toch ook opgaan?

Discussie Social Media
Na de lunch is onze programmamanager ICT aangeschoven voor een discussie over social media. In Socrative hadden we wat stellingen en vragen klaargezet rondom dit thema. De ict-coördinatoren reageerden eerst op de stellingen via hun eigen device. Daarna werden de resultaten op zo'n stelling op het scherm getoond en volgde er (eventueel) een gesprek. Dit was een erg prettige werkvorm. Inhoudelijk hebben we het hierdoor gehad over een belangrijk thema. En voor sommigen was het meteen een eerste kennismaking met hoe socrative in de praktijk ingezet kan worden. En dan snijdt het mes aan twee kanten. De bevindingen van dit gesprek worden meegenomen bij het formuleren van een protocol dat als kader gaat dienen voor de inzet van social media binnen SCOH.

Eduapp
's Middags mocht Richard Bergmans aansluiten in zijn rol als co-founder van eduapp.nl. Hij kwam ons een en ander vertellen over het gebruik van dit platform.

Werksessie
Afsluitend organiseerden we nog een werksessie. Op iedere bijeenkomst is er gedurende een half uur tot een uur ruimte om individueel aan eigen werk te werken. De meerwaarde om dat op die plek te doen, is dat je je eigen (soms heel praktische) vragen kunt neerleggen bij het netwerk dat daar realtime en in reallife tot je beschikking is.  En daar wordt gretig gebruik van gemaakt.

Achteraf heb ik nog even via onze besloten Facebookgroep gevraagd hoe men de dag ervaren had. Conclusie: er werd teruggekeken op een zinvolle en leerzame dag.

dinsdag 3 december 2013

Succesvolle netwerkgebaseerde (leer)gemeenschappen


Voor de master Leren & Innoveren maken we gebruik van het boek "How People Learn". Daarin is een apart hoofdstuk gewijd aan 'Technology to support learning'. Voor mij erg relevant leesvoer. Hoewel de bronnen die voor dit hoofdstuk genoemd worden soms wel erg oud zijn, is het interessant om te bekijken of ze toch nog wat zinnigs te zeggen hebben over het hedendaags gebruik van technologie.
Zo vond ik een opmerking over een onderzoek dat ooit (in 1990!) gedaan is naar het gebruik van elektronische samenwerkingsomgevingen. In die tijd wist ik niet eens dat dat bestond (ik was 13..), maar er waren blijkbaar al wel mensen nieuwsgierig naar de werking van zulke omgevingen. Let op, we praten dus over een tijd van vér voor Twitter en Facebook. Sterker nog. Email was voor het grote publiek nog iets buitenaards.

In het boek 'How People Learn' wordt er dus gerept van een onderzoek dat inging op de succes- en faalfactoren van het gebruik van elektronische gemeenschappen. In dat onderzoek zijn er drie factoren aangewezen (volgens HPL) die bijdragen aan de vorming van een succesvolle netwerkgebaseerde gemeenschap. Die factoren zijn:
1. Nadruk op groeps- in plaats van 1-op-1-communicatie
2. Helder omschreven doelen of taken
3. Expliciete inspanningen om groepsinteractie te faciliteren

Als ik deze factoren projecteer op een facebook groep die we binnen SCOH sinds deze zomer actief hebben voor de ICT-coördinatoren, kan ik me erg goed voorstellen dat dit nog steeds succesfactoren zijn voor elektronische (leer)gemeenschappen.

Als je benieuwd bent naar het onderzoek volg je deze link naar Google Scholar. Eerste hit.


(Bron plaatje)

woensdag 23 oktober 2013

26 methoden voor mediawijsheid

ITS (een onderdeel van Radboud Universiteit Nijmegen) heeft in mei 2013 een publicatie uitgebracht in opdracht van Mediawijzer.net met de titel: 'Mediawijsheid in het primair onderwijs' (pdf). Voor het schrijven van deze publicatie hebben de onderzoekers alle bekende methoden voor mediawijsheid onder de loep genomen. In bijlage 1 van het document staat deze lijst:

1. Blits, methode voor studievaardigheden van uitgeverij Delubas
2. ZIP informatieverwerking van uitgeverij Delubas
3. Digiwijs van uitgeverij Eduforce
4. AaBeeCee van uitgeverij Instruct
5. Mediawijs!? van uitgeverij Schoolsupport
6. Voor Kids van uitgeverij Schoolsupport
7. Schoolpaspoort Internet van uitgeverij Schoolsupport
8. Ajodakt Informatieverwerking van uitgeverij ThiemeMeulenhoff
9. SchoolBits
10. Reclame Rakkers van Stichting Media Rakkers
11. Media Makkers van Stichting Media Rakkers
12. MonsterMedia
13. Spangas Mediawhizz
14. MediaRoute van CineKid
15. MediaSpoor
16. Hyves lespakket
17. Diploma Veilig Internet
18. Mediawijsheid van KlasseTV
19. Mediawijsheid van Bibliotheek Zuidoost Fryslàn
20. Kidsweek in de klas
21. Mediamovies
22. Mediawijs van uitgeverij De Roode Kikker
23. Begrijpend lezen van uitgeverij De Roode Kikker
24. Familyweb
25. Op expeditie van Noordhoff Uitgevers
26. FF Zoeken

Mocht je dus een methode zoeken om lessen mediawijsheid te kunnen aanbieden aan de leerlingen van jouw school, dan is deze lijst een mooi startpunt. Vergeet dan ook de publicatie niet te lezen. Eén van de conclusies van de onderzoekers is namelijk dat geen van de genoemde methoden volledig dekkend is voor datgene dat Mediawijzer.net voorstaat. Dat is wel handig om te weten als je een methode gaat kiezen.

Yurls
Henk Heurter van Station to Station heeft ons op de laatste bijeenkomst van ICT-er van onze stichting helemaal bijgepraat over ICT-leerlijnen en informatievaardigheden. Hij maakt dit overzicht op yurls. Doe er je voordeel mee.

dinsdag 26 maart 2013

Bezoek aan Klas voor de Toekomst (@klasvdtoekomst)

Op 12 maart jl. organiseerde ik een ambassadeursbijeenkomst voor de ICT-ers van onze stichting. Ditmaal stond er onder andere een bezoek aan de Klas voor de Toekomst op het programma. Ik had daarover vooraf contact gehad met Dieter, die de middag een inleiding gaf.

De Klas voor de Toekomst bevindt zich in Capelle a/d IJssel. Het is onderdeel van een normale basisschool: OBS West. Een klein stukje dat ik van hun website plukte:

"In het schooljaar 2009/2010 zijn we gestart met de klas voor de toekomst. Een groot lokaal, ingericht met de meest vernieuwende leermiddelen, technische toepassingen, meubilair en materialen. Er wordt gewerkt in hoeken en groepen, waarbij het accent ligt op ontdekkend en ervaringsgericht leren. De leerlingen komen er door te doen achter dat leren leuk is! De leerkrachten doen ervaringen op met nieuwe didactische werkvormen en methodische aanpak, die ook toegepast kunnen worden in een traditionele klas."

Dé man achter Klas voor de Toekomst is Johan Hof. Hij verzorgde een presentatie voordat we actief aan de slag gingen met allerlei activiteiten die in het lokaal te doen zijn. In zijn presentatie ging hij in op de nieuwe mogelijkheden die de inzet van nieuwe technologie voor het onderwijs biedt. Hij noemde onder andere:
  • De inzet van stemkastjes
  • Digitaal leer- en volgsysteem
  • Presentations of learning (leerlingen presenteren aan anderen wat zij geleerd hebben)
  • Serieus Games (simulaties)
  • Varia en PowerPoint (op een slimme manier zijn Varia opdrachten gegeven met PowerPoint)
  • Gebruik van een green screen (voor opdrachten met foto en filmmateriaal)
Daarbij is het belangrijk dat leraren getraind worden in het gebruik van verschillende werkvormen. Hij had daar een heel lijstje van. Daar heb ik even een (ja, ik weet het: onleesbaar) fotootje van genomen:
(Klassikaal leren, zelfstandig leren, 3 niveau groepen leren, coöperatief leren, MI leren, zelfontdekkend leren, coachend leren, zelfstudie, e-learning, blended learning, intervisie, the hole in the wall learning, presentation of learning, applied learning, adult world connection learning, robot teaching, robot teacher)


In het lokaal waren dus allerlei activiteiten te doen. Achtereenvolgens heb ik de volgende dingen gedaan:

1. Een stopmotion filmpje gemaakt van legoridders in de zandtafel. Dit is een geschikte werkvorm om een bepaald verhaal uit de geschiedenis te laten naspelen door leerlingen.

2. De meerwaarde van een iBook ten opzichte van een gewone uitgave van een boek bekeken. Onze conclusie was dat je vooral interactiviteit kan toevoegen. Toch wordt er ook in het iBook formaat nog erg vanuit een traditioneel boek gedacht. Denk aan bladspiegels en opmaak.

3. Een route geprogrammeerd met een Lego Mindstorms apparaat. (Sluit mooi aan bij deze post.)

4. Het verschil tussen een 'echt' spel en hetzelfde spel als app. Wat doet dat met hoe snel je het spel onder de knie hebt? De app is veel sneller speelbaar omdat je niet eerst door allerlei handleidingen en spelregels heen hoeft. Je moet je wel aan de regels houden, want de app staat niet toe dat je regels vergeet, of omzeilt. Digitaal aanbieden heeft dus zo zijn voordelen.

5. Tafels oefenen terwijl je op de Wii een tennis spelletje speelt. Je kunt niet alles leuk vinden. De gedachte was dat je verbinding legt tussen twee hersenhelften of zoiets. Dus je moest twee dingen tegelijk doen. Terwijl je tenniste, kreeg je tafelopgaven voorgeschoteld (auditief) en daarop moest je dan antwoorden. Ik ben denk ik gewoon niet zo goed in multitasking...

6. PowerPoint maken over een geschiedkundig onderwerp. Er stond een half afgemaakte PowerPoint klaar. Het was een soort stripverhaal waarvan de tekstwolkjes ontbraken. De bedoeling was dat je informatie op internet over het onderwerp opzocht en dat op een (leuke) manier in je powerpointpresentatie verwerkte. Op zich leuk, maar de tijd was te kort om daar echt mee aan de slag te gaan, vond ik.

Verder waren er nog wat activiteiten waar ik niet aan toegekomen ben. Ik heb anderen bijvoorbeeld nog iets zien doen met een Safaritocht op de computer. Zag er ook leuk uit. Maar de tijd was op.

De manier van werken in de Klas voor de Toekomst deed mij een beetje denken aan de Ontdekhoek. Er waren heel veel dingen te doen. Veel was gewoonweg uitdagend of leuk om mee aan de slag te gaan. Ik kan me voorstellen dat leerlingen dit erg leuk vinden. Wat mij opviel is dat niet zozeer de techniek leidend is in de ideeën voor toekomstig onderwijs, maar wel de manier van werken en de ruimte (plaats en gelegenheid) die de leerlingen krijgen om zelf aan de slag te gaan met wat zij willen leren.

Ik kan iedereen aanbevelen om een keer naar de Klas voor de Toekomst te gaan.
Ik zou het niet eens een slecht idee vinden als je er ook met een klas leerlingen naar toe kunt gaan als een soort van excursie trouwens.


Meer lezen
Les in programmeren op de agenda van onderwijsland
Workshop Flipping the Classroom @Innofun
Windows in de Klas door Skool

dinsdag 19 maart 2013

Informele vormen van lerarenprofessionalisering

Vorige week was er een E-merge bijeenkomst (een samenwerking tussen de TU Delft, de Universiteit Leiden, de Hogeschool Leiden en De Haagse Hogeschool). Wilfred Rubens was daarbij aanwezig en deed daar op zijn blog verslag van.
In die blogpost nam hij een video op van Dr. Klaas van Veen die ingaat op de vraag:

'Hoe laat je ervaren docenten in het hoger onderwijs leren?'.

Die vraag is niet alleen interessant voor het hoger onderwijs, maar bijvoorbeeld ook voor het basisonderwijs. Ik probeer binnen het team op de Oosterlee kansen te vinden om zinnige professionaliseringsactiviteiten op te zetten. Maar ook binnen de ambassadeursgroep van ict-coördinatoren is dit uiteraard een thema.
Deze video is (voor mij) in dit kader dus interessant.


Klaas van Veen: Docenten en Leren from E-Merge on Vimeo.

Hij zegt dat ervaren docenten vaak problemen hebben met de vorm van de scholing. (Niet met de inhoud dus.) Hij zegt dat formele activiteiten als cursussen, portfolio en verslagen niet werken bij ervaren mensen. Hij pleit voor informelere vormen van leren. Voorbeelden:
- feedback van collega's die een keer komen kijken
- maken van opnames van jezelf en daarna analyseren
- er met collega's over praten.

Ervaren collega's hebben volgens hem vooral behoefte aan beter worden in de vakdidactiek in plaats van het leren hanteren van allerlei tools. Om beter te worden in de vakdidactiek is het handig om (naast collega's) ook studenten om feedback te vragen. En daarna op basis van die feedback verder te lezen (of te leren) over zo'n onderwerp.

Hij vertelt verder nog iets over de risico's en valkuilen van deze benadering.


(bron plaatje)

Meer lezen
Leraren Leertechnologie Leren
Les op de HU
E-learning via eigen scholenstichting?

dinsdag 26 februari 2013

Edmodo en tablets

Al een tijdje heb ik Edmodo in het vizier. Zoals velen van jullie zullen weten, is dat een online samenwerkingsomgeving die speciaal voor het onderwijs ontwikkeld is. Een soort Facebook, maar dan met een onderwijsfunctie.

Op de school in Heiloo waar mijn directeur en ik in oktober op bezoek zijn geweest om te kijken hoe daar iPads in de les worden gebruikt, kwam ik voor het eerst 'in het echt'  in aanraking met het platform. Wytze Niezen gebruikt het in zijn groep 8 om opdrachten klaar te zetten. Op die manier kunnen de (snelle) leerlingen vrij eenvoudig zelfstandig aan de slag. Ik vond het wel een slimme manier van het gebruik van Edmodo. Sinds die dag staat Edmodo dus op mijn lijstje om eens beter te bekijken.

Volgend schooljaar zijn we van plan om in de groepen 8 ook te gaan starten met een tabletproject. Bij ons waarschijnlijk geen iPads, maar Windows 8 tablets. We hebben een aantal voorwaarden geformuleerd waaraan bij de start van het project aan voldaan moet worden. Eén van de voorwaarden is dat de huidige gebruikte educatieve software moet kunnen draaien op de apparaten. En dan kom je dus snel uit bij Windows 8 tablets. Ons oog is vooralsnog gevallen op de Iconia Serie van Acer. Maar dat terzijde.
Het gaat erom dat we een tabletproject gaan doen. En daarbij is een online (afgeschermde) samenwerkingsomgeving wel handig om ook te gaan gebruiken. Edmodo is daar een kandidaat voor, wat mij betreft.

Binnenkort hebben we weer een ambassadeursdag met alle ICT-coördinatoren van de stichting. Ik heb (als organisator van die dagen) aan één van de deelnemers gevraagd om een workshop te geven over Edmodo. Zij heeft de omgeving inmiddels bekeken en ik ben benieuwd naar haar bevindingen.

Ondertussen spaar ik berichten die gaan over Edmodo in de dagelijkse praktijk. Voor nu wil ik er twee noemen:
Frans Droog heeft een uitgebreide blogpost geschreven over Edmodo. Daarin legt hij uit wat het is en dat het werkt.
En hier vind je nog een handleiding voor het gebruik van Edmodo.

De enige vraag waar ik nog wel antwoord op moet hebben, is of Edmodo voldoet aan regels die onze stichting stelt met betrekking tot privacy gevoelige informatie. Voordat we het platform kunnen gaan gebruiken, moet duidelijk zijn hoe Edmodo omgaat met die gegevens. En dat moet ik dus nog uitzoeken.

Meer lezen
Op bezoek bij iPadschool
Vooruitzien
Waar moet je op letten bij invoeren van tablets?

dinsdag 15 januari 2013

Indicatoren voor een succesvolle community

Kijkend naar leernetwerken, en de ambassadeursgroep in het bijzonder, ben ik geïnteresseerd in hoe je succesvol een online community kunt vormgeven. (Kun je dat eigenlijk vormgeven, of ontstaat dat op zichzelf?)
Via een blogpost van Wilfred Rubens werd ik gewezen op deze bijdrage waarin geprobeerd wordt om indicatoren te formuleren waaraan je kunt afmeten of een community succesvol is of niet.
Terecht wordt in dat artikel gezegd dat iedere online community niet alleen online met elkaar verbonden is, en dat de offline contacten in de meeste gevallen erg bijdragen aan de activiteiten online. Daarbij is het ook verstandig om je niet te focussen op één platform. Want deelnemers zijn vaak via verschillende online platformen met elkaar verbonden.

De indicatoren die voorlopig genoemd worden, zijn:
(Ik citeer voor het gemak Wilfred Rubens even)

"- Bewijs voor mechanismes en gelegenheden voor leden van een community om te participeren (beschikbaarheid en gelegenheid). Hiertoe behoren soorten interactiemogelijkheden (zoals blogs, reactiemogelijkheden en ‘ratings‘), de mogelijkheid om publiek of privé te publiceren en helderheid over hoe leden weten hoe deze mechanismes werken.

- Bewijs voor participatie. Hiertoe behoren gekwantificeerde activiteiten (zoals aantallen reacties), de kwaliteit van interacties (zoals zenden versus daadwerkelijke interacties met vaak een reflectief karakter), recentheid/actualiteit en het aantal deelnemers."


Deze indicatoren zouden dan volgens de schrijver gerelateerd moeten worden aan het doel dat je met de community voor ogen hebt. Om een voorbeeld te noemen: bij de ene community kan 1000+ deelnemers een indicator voor succes van de community zijn, terwijl dat bij andere communities helemaal niet aan de orde is omdat de deelnemers bijvoorbeeld vaststaan op rond de 30 (zoals dat bij onze ambassadeursgroep het geval is).
Het is wel aardig om je community op basis van de genoemde indicatoren eens door te lichten. Het doet mij in ieder geval concluderen dat er wat betreft het online aspect de ambassadeursgroep nog het een en ander te verbeteren is.


(bron plaatje)

Meer lezen
Leren in netwerken
Kennisnet keurt goed
Hink Stap Sprong... op naar 2013

maandag 8 oktober 2012

'Ict-bekwaamheid voor leraren' (Kennisnet) beschikbaar

Afgelopen zaterdag presenteerde Kennisnet een nieuwe publicatie met de titel 'Ict-bekwaamheid van leraren'. In 2011 formuleerden ze het al als speerpunt. Nu ligt er dus een boekje dat beschrijft hoe Kennisnet de ict-bekwaamheid van leraren ziet. Ze gaan uit van 3 kerntaken van leraren:
A. Pedagogisch-didactisch handelen
B. Werken in de schoolcontext
C. Professionele ontwikkeling

Voor elk van deze drie kerntaken wordt vervolgens beschreven wat de waarde van een goede ict-bekwaamheid kan zijn. Kennisnet zegt niet dat leraren ict-bekwaam móeten zijn. Maar Kennisnet geeft hiermee wel aan dat als je gaat praten over ict-bekwaamheid van leraren je beter een kader kunt hanteren. En dit kader zou dan werkbaar moeten zijn.

Wat staat er in het kader?
Er is uitdrukkelijk niet gekozen voor een beschrijving van heel concrete vaardigheden als 'kan een tekst in Word maken'. Collega's die gehoopt hadden op een soort checklist van vaardigheden waarlangs je je team kan leggen om te kijken of ze ict-bekwaam zijn, hebben aan deze publicatie niet de juiste tool. Ik denk persoonlijk dat het slim is van Kennisnet om niet met zo'n lijstje te komen. ICT moet een middel blijven en geen doel op zich worden. Daar hebben we ons al te vaak op verkeken, en die misleiding ligt altijd op de loer.
Ze hebben het dus vrij algemeen gehouden. Per school of per stichting zou je dit zelf dan wellicht concreter kunnen maken.

Voor het pedagogisch-didactisch handelen zegt Kennisnet het volgende:
Leraren kunnen:
- rekening houden met de impact die de digitale wereld heeft op het opgroeiende kind.
- de verbinding leggen tussen leerdoel, werkvorm en de inzet van ict-hulpmiddelen.
- uitleggen welke meerwaarde ict heeft in het aanbieden van hun onderwijs.

Voor het werken in de schoolcontext wordt het volgende gezegd:
Leraren kunnen:
- administratieve zaken digitaal vastleggen, beheren en delen
- voortgang van leerlingen digitaal zichtbaar maken en volgen
- digitaal communiceren

Voor de professionele ontwikkeling:
Leraren kunnen:
- voor hun vakgebied relevante digitale bronnen vinden en raadplegen
- de laatste ontwikkelingen in hun vakgebied volgen en kennis en ervaringen uitwisselen via digitale platforms

Digitale basisvaardigheden
Met deze 3 kerntaken en de beschrijvingen met betrekking tot het gebruik van ict-hulpmiddelen in het achterhoofd, ontkom je er niet aan om digitale basisvaardigheden te 'eisen' van de leraren. Anders wordt het lastig om überhaupt iets met bovenstaande opsommingen te kunnen. Wat leraren minimaal aan digitale basisvaardigheden zouden moeten beheersen is het volgende:

- apparaten, software en toepassingen kunnen gebruiken:
a. in de onderwijscontext: beamer, digitaal schoolbord, digitale video/audio apparatuur;
b. bestanden kunnen beheren;
c. kunnen werken met de standaard kantoortoepassingen, zoals een tekstverwerker en presentatiesoftware;
d. kunnen werken met de onderwijs specifieke toepassingen, die op hun school van toepassing zijn, zoals een digitale leeromgeving en leerlingvolgsysteem;
e. foto's, video's en audio digitaal kunnen maken.

- kunnen omgaan met digitale communicatiemiddelen

- kunnen participeren in sociale netwerken

- hun weg kunnen vinden op internet: gebruiken van een internetbrowser en toepassen van een zoekmachine op internet (vinden, beoordelen en verwerken van informatie)

De rest van de publicatie staat vol met voorbeelden en uitwerkingen van bovenstaande beschrijving. Zeker de moeite van het lezen waard. Naast dit boekje hebben ze ook een discussiestarter gemaakt aan de hand waarvan je met je schoolteam kan bepalen waar je (team) staat. In die discussiestarter vind je ondermeer een lijstje met stellingen. Op die uitspraken laat je je teamleden reageren met +, +/- of -, en zo inventariseer je helder en snel wat er in jouw team belangrijk gevonden wordt met betrekking tot ict-bekwaamheid. Van daaruit zou je dan je verdere beleid kunnen formuleren.

Al met al een helder boekje; zeker ook met die discussiestarter erbij. Ik ga het in ieder geval bij ons intern even onder de aandacht brengen bij de sector Personeel en Organisatie. En ook tijdens de bijeenkomsten van de ICT-coördinatoren van onze stichting (de ambassadeursdagen) zal dit op de agenda komen.


Meer lezen
TPACK.nl
Informatievaardigheden voor leraren
7x online leren voor meesters en juffen


Zie ook mijn andere profielen Of abonneer via Email Rss

donderdag 3 mei 2012

Website bouwen? Klik en klaar

Op een van onze laatste ambassadeursdagen gaf Peter Wessel van Kennisnet een workshop over tools waarmee je op een eenvoudige manier websites kan bouwen. Hij noemde de volgende drie mogelijkheden:
- yola.com
- weebly.com
- wix.com
Ik heb zijn workshop met veel interesse gevolgd. En in de week erna kwam ik nog het een en ander tegen op internet. Reden voor mij om er even een blogpost aan te wagen.

Op Website-Builder.net vind je een uitgebreid overzicht van tools die je zou kunnen gebruiken.

vrijdag 9 maart 2012

Leren in netwerken

Twee interessante publicaties met betrekking tot het leren in netwerken wil ik hier aanbevelen.

Leidinggeven aan lerende netwerken
"Bijna iedereen heeft al wel eens met netwerken te maken gehad, of je nou zelf een netwerkje van nabijgelegen scholen bent begonnen, of meegedaan hebt
in een intervisienetwerk na je opleiding of een ib- of ICT-netwerk. Maar wat
zijn eigenlijk de criteria van een goed functionerend netwerk? En hoe weet
je of je daaraan zelf een effectieve bijdrage kunt leveren? En gaat het bij al
die netwerken uiteindelijk niet veel meer om de mensen die erin meedoen
en de mate waarin je je erin kunt professionaliseren, dan om de snelheid (en
vluchtigheid) van het internet?

vrijdag 7 januari 2011

Ambassadeurstraject, wat hebben we tot nu toe gedaan?

Dit schooljaar zijn de ambassadeurs van SCOH al twee keer bij elkaar geweest. In juli kreeg ik het bericht dat ons ontwikkelplan goedgekeurd werd door Kennisnet. En daar was ik, als coördinator van de club, erg blij mee. In die blogpost schreef ik dat ik zo nu en dan iets zou schrijven over het traject. Bij deze een korte samenvatting.

Binnen onze stichting werken 38 scholen samen aan goed onderwijs. Van die 38 scholen neemt de meerderheid deel in het ambassadeurstraject. En er neemt ook 1 school van een andere stichting deel. 5 keer komen de ICT coördinatoren bij elkaar om elkaar bij te praten en bij te laten praten over ICT en onderwijs.
Een van de doelen is om de samenwerking tussen de scholen te bevorderen. En als je wilt samenwerken, is het wel handig dat je elkaar kent.

Op 5 oktober hebben we een dag gedaan. En op 8 november. Wat hebben we gedaan op de twee afgelopen dagen?

5 oktober
Workshop zoeken en vinden onder leiding van Ivo Wouters. Dit was een workshop waarin ingegaan werd op mediawijsheid.
Didactiek en digibord onder leiding van Jan van Stormbroek. Jan heeft ons meegenomen in de wereld van theorie en praktijk van het gebruik van het digibord.

8 november
Presentatie over de stand van zaken m.b.t. e-readers. Wietse van Bruggen van Kennisnet heeft ons hierover bijgepraat.
Presentatie over cloud computing. Michael van Wetering hield hierover een interessante presentatie.
Presentatie van de Tiktegel. Iemand van Serious Toys kwam hierover vertellen.
's Middags hebben we nog een workshop 'van visie naar doelen' gedaan, o.l.v. Peter Wessel (onze coach) en ondergetekende.

Vooruitblik
De eerst volgende ambassadeursdag is op 20 januari. We gaan dan werken rond het thema coaching.

Iedere ambassadeursdag wordt geëvalueerd door middel van vragenlijsten aan de deelnemers. En daaruit valt (tot nu toe) te concluderen dat de deelnemers erg tevreden zijn over de dagen.

Meer lezen
Kennisnet keurt goed
Ambassadeursplan
7 manieren om je expertise in de etalage te zetten

Of abonneer je via RSS of email >>> Wat is rss?

vrijdag 16 juli 2010

Kennisnet keurt goed


In een vorige blogpost beschreef ik de aanloop naar een ambassadeurstraject voor de ICT coördinatoren van onze stichting. Inmiddels is het 30 juni geweest en Kennisnet heeft alle aanvragen voor de trajecten beoordeeld.

Afgelopen week mocht ik een leuk mailtje ontvangen. Want ons plan is goedgekeurd. En daar ben ik erg blij mee. Vooral omdat er dit jaar maar vier trajecten te vergeven waren.
Komend schooljaar gaan we starten met het traject. Via dit blog zal ik af en toe laten weten hoe het daar mee staat.

Wil je meer weten over ambassadeur zijn? Kijk dan bij Kennisnet.


Meer lezen
Ambassadeursplan
Winkwaves Schoolplein
8 manieren om je digibordbekwaamheid te vergroten

Of abonneer je via RSS of email>>> Wat is rss?