Posts tonen met het label groentemeester. Alle posts tonen
Posts tonen met het label groentemeester. Alle posts tonen

zondag 19 april 2026

5 keer digitale aanwezigheid voor een zelfoogsttuin

Als je een zelfoogsttuin start, komen daar ook zaken bij kijken die je misschien niet direct op je netvlies hebt. Eén van die dingen is de organisatie van het digitale domein rondom je tuin. Ben je online zichtbaar genoeg, is dan de vraag. En hoe organiseer je dat? In deze blogpost 5 manieren waarop je digitaal aanwezig kunt zijn.

1. Website
Een website is wel de meest basale vorm van online aanwezigheid die je als zelfoogsttuin kan hebben. Via je website kunnen belangstellenden meer informatie over je initiatief vinden. Vragen zoals waar de tuin is, wat de prijzen en het aanbod zijn, en wat de openingstijden zijn zouden minimaal op je website moeten staan. Verder is het ook handig om op je website één of meerdere 'call to actions' te hebben staan. Zo kun je ervoor zorgen dat mensen zich inschrijven voor je nieuwsbrief, zich opgeven voor een rondleiding of zich inschrijven als oogstgenoot. De informatie op je website moet altijd kloppen en up-to-date zijn.
De website van De Groentemeester is te vinden op www.degroentemeester.nl. 

2. Nieuwsbrief
Als mensen je tuin weten te vinden, wil je het liefst dat ze zich meer betrokken kunnen gaan voelen bij het wel en wee van de tuin. Een periodieke nieuwsbrief waarin je steeds een klein beetje vertelt over de 'avonturen' in de tuin is een middel om mensen betrokken te laten raken.
Ik combineer het wekelijkse oogstbericht (dat vanaf mei weer start) met de nieuwsbrief. Niet alleen de oogstgenoten ontvangen deze nieuwsbrief, maar iedereen die het leuk vindt, kan zich via de website abonneren op de wekelijkse mailing. Toen ik de tuin startte, schreef ik deze nieuwsbrief met behulp van Mailchimp. Inmiddels verstuur ik hem via Laposta. Het voordeel van deze programma's is dat ze een eenvoudige interface hebben om een mooie nieuwsbrief te maken. Je adressenbestand is goed te beheren en je kunt statistieken volgen over de populariteit van je nieuwsbrieven. 

3. Social media
Via social media kun je een nog breder publiek bereiken. De keuze in platforms is vrij groot. Ik heb er voor gekozen om op Linkedin en Instagram aanwezig te zijn. Het is makkelijk om dingen te delen. En als je een mooie schare volgers weet op te bouwen, dan helpen zij je vaak met het verder verspreiden van het verhaal over je tuin. 
Het grote nadeel aan social media vind ik zelf de verslavende werking die er vanuit gaat. Je kunt er snel te veel tijd in steken ten opzichte van wat het oplevert. In de winterperiode heb ik daarom mijn activiteit op Instagram fors ingeperkt, maar nu het seizoen weer start, zal daar zo nu en dan weer iets verschijnen. 

4. Communicatie via email
Bij digitale aanwezigheid hoort natuurlijk ook een bereikbaarheid per email. Sowieso komen de mails die als reactie worden gestuurd op de nieuwsbrief binnen in het postvak van de tuin. En verder gebruik ik het emailadres ook om de communicatie rondom de facturen voor de oogstgenoten te doen. En als nieuwe oogstgenoten zich inschrijven, krijgen ze ook via dit emailadres een bevestiging van inschrijven. En belangstellenden voor de maandelijkse rondleidingen krijgen na aanmelding ook via dit emailadres een persoonlijk berichtje toegestuurd. 
Hoe lastig het is als het emailadres niet goed functioneert, heb ik laatst ervaren toen een spamfilter van Microsoft er regelmatig voor zorgde dat berichten niet goed aankwamen. Dat heb ik inmiddels gelukkig kunnen oplossen met hulp van wat slimme mensen om me heen. Dus nu is info@degroentemeester.nl weer gewoon bereikbaar.

5. Communicatie via app(-groepen)
Mijn mobiele nummer staat nergens openbaar vermeld. Maar veel oogstgenoten, vrijwilligers en andere betrokkenen hebben mijn nummer wel. Whatsapp (of Signal) vind ik een fijne, snelle communicatievorm. En het gebruik van groepen maakt dat je snel met veel mensen tegelijk kunt communiceren. Zo heb ik twee belangrijke appgroepen voor de tuin in gebruik. De ene is de appgroep met alle vrijwilligers. Daarin spreken we het werk af en delen we foto's en gezelligheid rondom de tuin. En de andere appgroep is een groep met oogstgenoten die recepten uitwisselen: de receptenappgroep. Bij appgroepen wil ik er wel altijd voor waken dat men bij het onderwerp van de groep blijft en niet dat er allerhande gesprekjes in worden gevoerd die maar voor een paar mensen relevant zijn. Dus appgroepen moeten wat mij betreft wel een duidelijk doel hebben om ze functioneel te laten zijn. Maar dan zijn ze dus ook een efficiënt en effectief communicatiemiddel.

Dit zijn volgens mij de 5 meest belangrijke manieren om digitaal aanwezig te zijn voor een zelfoogsttuin. Wat denk jij, mist hier nog wat? Of staat er iets tussen wat jij anders zou oplossen? 

maandag 6 april 2026

Rondleidingen 2026 starten weer

Alweer een paar weken zijn we bij De Groentemeester druk bezig om de oogst vanaf half mei mogelijk te maken. Inmiddels zijn de tuinbonen, peultjes en kapucijners geplant. En ook de eerste spitskool, sla, koolrabi, broccoli, andijvie en uien zitten in de grond. Komende week gaan de aardappels en zomerprei de grond in. De knoflook staat al fier boven de grond. En we hebben radijs, raapstelen, rucola, snijbiet, meiraap, bieten en zomerwortelen gezaaid. Inmiddels is zelfs de pomp al aangesloten. Dat hebben we niet eerder zo vroeg in het jaar al gedaan.

Kortom: we zitten niet stil en de tuin begint langzamerhand weer op een levende moestuin te lijken. Een beetje zon, af en toe wat regen, goede bodemzorg en heel veel liefde zorgen ervoor dat er straks weer van alles te zien en te proeven valt.

In de maand april starten ook de rondleidingen weer. Iedere derde zondag van de maand vertel ik enthousiast over de mooie plek die we ieder jaar weer creëren en nóg mooier maken. Ik breng mijn opgedane kennis graag over. Dus iedereen die interesse heeft in moestuinieren - op welke schaal dan ook - is van harte uitgenodigd om zo'n rondleiding een keer te volgen. Je gaat gegarandeerd vol inspiratie naar huis.

Ik vind het belangrijk om te vertellen wát we aan het doen zijn. Maar nog belangrijker misschien wel wáárom we het doen. Kleinschalige landbouw is relevant omdat het de productie van voedsel toegankelijk maakt voor het algemene publiek. Wij werken volgens biologisch principes vanuit de overtuiging dat op gezond voedsel geen bestrijdingsmiddelen thuis horen. En dat dat gewoon kan in een systeem dat divers genoeg is, laten we ter plekke zien.
Verder zorgt kleinschalige landbouw er ook voor dat we minder afhankelijk zijn van fossiele grondstoffen. Een thema dat de laatste weken ineens weer verrassend actueel is. Als we serieus naar de toekomst kijken, moeten we ons sowieso voorbereiden op een wereld die zonder fossiele grondstoffen opereert. Hoe dat eruit kan zien, kun je komen bekijken op onze halve hectare. We bieden geen oplossingen voor de grote wereldproblemen, maar doen ons best om op het stukje land waar wij voor mogen zorgen het leven mogelijk te maken.

De eerstvolgende rondleiding is op 19 april om 14.00 uur. Opgeven is zeer gewenst en kun je doen via www.degroentemeester.nl. We vragen een bijdrage van 5 euro per persoon. Voor oogstgenoten is de rondleiding gratis. Zie ik je binnenkort? 

zondag 15 maart 2026

5 afwegingen voor het bepalen van de afmetingen van teeltbedden

Toen ik in 2022 bezig was met de voorbereidingen om de tuin te starten, moest ik een enorme hoeveelheid keuzes maken over de inrichting van de tuin. Sommige van die keuzes zouden vrij permanent zijn. En dan is het wel handig om daar van te voren goed over nagedacht te hebben. 
Eén van die keuzes ging over de afmetingen van de teeltbedden waarmee ik zou willen werken. In dit blogje ga ik in op de afwegingen die meehelpen om jouw ideale bedlengte en -breedte te bepalen.


1. Maximalisatie teeltoppervlak
Je teeltoppervlak is de ruimte in de tuin die daadwerkelijk gebruikt wordt om gewassen te laten groeien. Feitelijk is dat dus de totale oppervlakte van je teeltbedden. De ruimte van de paden tussen de bedden tel je dan dus niet mee. Als je het teeltoppervlak wil maximaliseren, dan is het verstandig om per teeltbed zo min mogelijk pad in het plan op te nemen. Maar dat moet je dan natuurlijk op zo'n manier doen dat je wel overal kan komen. De makkelijkste manier om je paden tot het minimum te reduceren, is door met één hoofdpad over de hele lengte van de tuin te werken en de teeltbedden daar haaks op aan te leggen. De teeltbedden volgen dan aan de achterkant de contouren van het beschikbare gebied.

2. Efficiënte processen
De efficiëntie van processen in de tuin zit hem vaak in simpele dingen. Zo is het handig om met één maat teeltbedden te werken omdat je dan al je materialen op de maat van je teeltbedden kunt afstemmen. Als ieder bed bijvoorbeeld 10 meter lang is en 90 cm breed, dan kun je daar je doeken, netten, lijnen en bogen op afstemmen. En die passen dan overal. En dat scheelt iedere keer dat je met het planten of zaaien aan de slag gaat, een grote hoeveelheid tijd omdat je niet hoeft te zoeken naar de juiste materialen.

3. Kostenoverwegingen materialen
Dit punt staat in nauwe relatie met het vorige. Sommige teeltbenodigdheden kun je alleen krijgen in bepaalde maten of aantallen. Denk aan landbouwplastic, klimaatdoek, verenstalen staven, bamboestokken of vogelnetten. Het kan handig zijn om bij het bepalen van de afmetingen van je bedden rekening te houden met de maatvoering van deze spullen. Een rol klimaatdoek heeft bijvoorbeeld een bepaalde lengte en breedte. En je kunt dan met de verschillende maatvoeringen rekenen of je dan op hele rollen goed uitkomt. Als je dat slim doet voor al je teeltbenodigdheden, kan dat kostenbesparingen opleveren. 

4. Menselijke maat
Een ander aspect is wat ik de menselijke maat in de tuin noem. Als je de bedden (te) lang maakt, is een klus in een bepaald bed minder makkelijk te overzien. Alsof er geen einde aan zal komen. Of je 5 bedden van 10 meter hebt of 1 bed van 50 meter maakt qua teeltoppervlak niet uit. Maar die bedden van 10 meter zijn toch beter te overzien. Je kunt een bepaalde klus, zeg onkruid wieden, makkelijker in stukjes hakken en daarmee is de grote klus beter te overzien. Je hebt eerder het idee dat je vorderingen maakt. Want na 1 bed van 10 meter onkruidvrij maken, is er al één bed helemaal af. Bij het bed van 50 meter ben je na 10 meter nog niet eens op de helft. Daardoor wordt het werk bij kortere bedden sneller als prettiger ervaren. Simpelweg omdat het een betere menselijke maat heeft.

5. Mate van mechanisering
De dimensies van je bed (lengte en breedte) kun je ook laten bepalen door de mate van mechanisering die je wilt toepassen. Als je bijvoorbeeld met een woelvork je grondbewerking wilt doen, is het logisch om de breedte van de woelvork mee te nemen in de beslissing hoe breed het bed moet worden. Want dat kan je potentieel een werkgang schelen. En dat geldt ook als je gemechaniseerd aan de slag gaat. Dan is de breedte van je frees of rotorkopeg van belang voor de bepaling van je bedbreedte.
Daarnaast moet je bij gebruik van een (tweewiel)trekker ook nadenken over de ruimte die je overhoudt om de trekker te keren aan het einde van het bed. Hoe korter je bedden, hoe vaker je teeltoppervlak moet verspelen aan het aanleggen van paden om het keren van de machine mogelijk te maken. 
En als je gebruik zou willen maken van paardentractie om je land te bewerken, dan wil je je bedden zo lang mogelijk hebben. Want die paarden zijn niet zo maar gekeerd aan het eind van je bed. En dat valt met een woelvork of een frees weer reuze mee. Dus de mate van mechanisering zou invloed moeten hebben op de afmetingen van je teeltbedden.


Op de foto bovenaan deze blogpost zie je de schets die ik maakte voor de inrichting van De Groentemeester. Ik heb er toen voor gekozen om de bedden te standaardiseren op 10 meter lengte en 90 cm breedte met tussenpaden van 30 cm. Op die manier passen er 10 bedden van 10 meter in een akkertje. En totaal heb ik daardoor 21 gelijke akkertjes kunnen realiseren op het perceel. Ik ben dus niet gegaan voor het maximaliseren van het teeltoppervlak. Dat heeft uiteindelijk natuurlijk een negatief effect op de maximaal mogelijk productie, maar het zorgt er wel voor dat de tuin een gevoel van ruimte heeft. Bij een zelfoogsttuin is dat ook wat waard, omdat de beleving op de tuin een belangrijk element is.

Wat vind jij? Zijn dit inderdaad de afwegingen die er toe doen? Of mist er nog iets in dit rijtje?

maandag 9 maart 2026

Meesterschap

De tuin heet niet voor niets 'De Groentemeester'. Enerzijds uit ik daarin een soort streven naar meesterschap. Dat meesterschap is natuurlijk ook dienend aan het leerproces van anderen. In een soort meester-gezel-constructie, misschien wel. Anderzijds verwijst 'meester' ook gewoon naar mijn achtergrond in het basisonderwijs. Daar was ik jaren meester voor leerlingen uit vooral groep 4 en 5. Ook dat is meesterschap.

Ik ben trouwens nooit gestopt met het onderwijs omdat ik het niet leuk meer vond. Mijn 'probleem' is eerder dat ik veel te veel dingen leuk vind. En op een gegeven moment moet je dan keuzes maken omdat het niet allemaal meer in de wekelijkse agenda past. Om die reden heb ik op een zeker moment mijn rol voor de klas opgegeven. Maar eens een leraar, altijd een leraar zou ik bijna willen zeggen. Want de tuin biedt veel perspectief om mijn oude rol van meesterschap weer nieuw leven in te blazen.

Een tuinderij zoals ik die nu run, is niet alleen een omgeving waarin ieder seizoen een enorme berg voedsel geproduceerd wordt. De eerste jaren van het bestaan van de tuin heb ik weliswaar gebruikt om de tuinderij gewoon als voedselproducerende eenheid neer te zetten. Om er voor te zorgen dat de basis staat. Zodat we uit de kosten komen en mensen ons weten te vinden. We produceren voedsel en inmiddels ook bloemen. En we doen dat op een manier die de biodiversiteit en het natuurherstel stimuleren. Dat doen we om te laten zien dat dat gewoon kan. Zonder kunstmest en bestrijdingsmiddelen.

Tegelijkertijd is de tuin ook met opzet een sociale omgeving. Een omgeving waarin mensen tot zichzelf kunnen komen en elkaar kunnen vinden. En een omgeving die mensen 'aan' kan zetten. De tuin doet een beroep op al je zintuigen. De natuur nodigt je uit om meer te weten te komen. Je vindt de menselijke maat hier terug. En de tuinderij is daardoor tegelijkertijd dus een enorm rijke leeromgeving, gewoon door de 'aard van het beestje' zelf.
Met mijn achtergrond als leraar komen die twee dingen bij elkaar. Een plek die uitnodigt tot interactie en leren. En een grote (beroepsmatige) interesse om mensen tot ontwikkeling te brengen.

We werken momenteel aan verschillende sporen om mensen tot ontwikkeling te brengen. Eén van die sporen is de uitnodiging voor basisscholen om een excursie naar de zelfoogsttuin te komen doen. In samenwerking met Code Groen Educatie en gemeente Maassluis zijn die excursies zelfs kosteloos te volgen voor de basisscholen uit Maassluis. Scholen uit omliggende gemeenten zijn ook welkom, maar die dragen dan zelf de kosten. Overigens zijn daar ook subsidies voor te vinden als die scholen oprechte interesse hebben.

De excursie begint met een hartelijke ontvangst van de klas op de tuin. Daarna loop ik met de leerlingen een rondje over de tuin waarbij ik van alles vertel en zoveel mogelijk vragen probeer te beantwoorden die bij de kinderen in de hoofden schieten. Want dat gebeurt nou eenmaal. Ze komen van alles tegen en moeten aan allerlei dingen denken als ze over de tuin lopen. De meeste kinderen zijn van nature nieuwsgierig en daar maak ik dan ook graag gebruik van. 
En dan is het tijd om de handen uit de mouwen te steken. Want een deel van het leren gebeurt door te dóen. De leerlingen mogen helpen met allerhande tuinklusjes. Dat kan van alles zijn. De kinderen gaan met hun handen in de aarde, leren over het belang van wieden of hoe je ervoor zorgt dat het zaadje dat je zaait ook echt een gezonde plant wordt. Omdat we tot wel 90 verschillende soorten groenten verbouwen, valt er altijd wel iets te doen en nog méér te leren. 
Natuurlijk is er aan het einde van het bezoek ook altijd wel iets te proeven uit de tuin. Met een voldaan gevoel zal de klas huiswaarts keren. Kortom plezier verzekerd!

De komende periode staat al een flink aantal klassen gepland voor een bezoek aan de tuin. Maar er is nog plek voor meer klassen. Lijkt het je leuk om met je klas een excursie te doen naar De Groentemeester, neem dan vooral contact op. Meer informatie vind je op www.degroentemeester.nl/educatie. We hebben vooral nog plek in de periode tussen de meivakantie en de zomervakantie. En als ik eerlijk ben, is dat de beste tijd om de tuin te bezoeken. Het staat er dan allemaal al mooi bij. En de groei zit er dan nog goed in! Dus grijp die kans.

woensdag 4 maart 2026

Werken met vrijwilligers

Vanaf het eerste begin van de zelfoogsttuin in 2023 heb ik me ervoor ingezet dat zoveel mogelijk mensen betrokken konden raken bij ons initiatief. Niet alleen als oogstgenoot, maar ook als vrijwilliger kunnen mensen actief worden.

Waar andere organisaties lijken te worstelen met het werven van vrijwilligers, gaat het bij ons eigenlijk (bijna) vanzelf. Op dit moment starten we weer met het vrijwilligerswerk. En ik kan rekenen op een club van ongeveer 30 mensen groot. Die komen regelmatig, vaak op wekelijkse basis, helpen met allerhande klussen in en om de tuin. Weer of geen weer, we staan er altijd weer met een behoorlijk clubje.
Af en toe vraag ik me af hoe het komt dat wij in tegenstelling tot andere organisaties zo makkelijk vrijwilligers aan ons weten te binden. Ik denk dat daarin de volgende factoren meespelen:


1. Het werk geeft voldoening. We bieden allerlei werkzaamheden aan in en om de tuin. We maken bedden klaar, zaaien en planten gewassen, wieden onkruid, doen onderhoudswerk aan gereedschap en bouwen zo nu en dan iets nieuws. Wat het werk meestal gemeen heeft, is dat het klussen zijn die een kop en een staart hebben. Met zichtbaar resultaat. Dat maakt dat we meestal voldaan kunnen terugkijken op een paar uurtjes werk.

2. Het werk trekt gelijkgestemden. Ik weet niet of je kunt spreken van één type mens dat bij ons vrijwilligerswerk komt doen, want daarvoor verschillen de individuen toch ook weer te veel. We hebben vrijwilligers in allerlei leeftijdscategorieën. Vrouwen en mannen. Praters en zwijgers. Vegetariërs en vleeseters. Reislustige en honkvaste mensen. Kortom: van alles dus.
Maar tegelijkertijd zijn het ook allemaal mensen met een hart voor groen, gezondheid en gezelligheid. En bovenal mensen die iets willen dóen. Met een aanpakmentaliteit. Maar dan weer zonder daarin door te slaan. Een beetje 'kalm aan en rap een beetje'. Daardoor heerst er een grote rust én daadkracht in de groep. En het is fijn om daar deel van uit te kunnen maken.

3. We geven de vrijwilligers regie over hun eigen tijd. Veel vrijwilligersorganisaties hanteren zinnetjes als 'Vrijwilligerswerk is vrijwillig, maar niet vrijblijvend.' Daarmee bedoelen ze vaak dat je ingedeeld wordt in een rooster. En dat je er dan ook móet zijn. Dat is bij ons niet zo. We hebben wel vaste dagen en tijden waarop je mee kunt komen helpen. Maar je hulp blijft vrijwillig en vrijblijvend. Als vrijwilliger heb je de regie over je eigen tijd. Dus als je zin hebt om een half uurtje te komen werken is dat net zo goed als iemand die de hele dag komt. Want daar ga je namelijk zelf over. Het is vrijwilligerswerk, en het moet wel leuk blijven.

4. Het moet wel leuk blijven, inderdaad. En daarom vraag ik iedereen om aan te geven wat hij of zij leuk vindt om te doen. Want wat voor de één een rotklus is, is dat voor een ander juist niet. We zijn allemaal verschillend. En door goed te luisteren naar wat iedereen leuk en stom vindt, kun je het werk vaak ook goed indelen. Het resultaat is daardoor vaak ook beter. Want als je een stom klusje moet doen, dan ben je toch geneigd om daar minder liefde in te steken. Maar als je een klus mag doen die bij jou tot de verbeelding spreekt, dan doe je vaak ook beter je best. Op deze manier maken we slim gebruik van de intrinsieke motivatie van de mensen die meehelpen. En dat is een grote win-win. 

5. Het werk is afwisselend en bevat ook genoeg routine. Er ligt iedere week nou eenmaal een behoorlijke berg verschillende klussen die gedaan kunnen worden. Daar zit grof en fijn werk tussen. Zwaar en licht. Staand en en laag-bij-de-grond werk. Werk dat je op de automatische piloot kan doen en werk waarbij je echt wel focus nodig hebt. En als je een favoriet klusje hebt, bouw je daar automatisch routine in op door het vaker te doen. De mogelijkheid om routine op te bouwen is net zo fijn als de mogelijkheid om allerlei afwisselende dingen te doen. 


Dit zijn volgens mij de belangrijkste redenen waarom mensen graag in de tuin komen helpen. Misschien zijn er nog wel meer redenen waarom vrijwilligers blijven plakken. Als je een aanvulling hebt, vind ik het leuk als je dat laat weten. Daar ben ik wel benieuwd naar.

--

Ook vrijwilliger worden? Dat kan. Ga naar www.degroentemeester.nl en meld je aan via de knop 'opgeven als vrijwilliger'. 
We werken op dinsdag en donderdag tussen 9.00 en 17.00 uur, en op zaterdag tussen 9.30 en 14.30 uur.

zondag 22 februari 2026

Het belang van standaarden

Iedereen die regelmatig op een tuinderij komt, of je nou eigenaar, medewerker, vrijwilliger of oogstgenoot bent, zal herkennen dat er in het zomerseizoen heel veel werk verzet moet worden. En vaak 'moet' er ook van alles tegelijk. Om er dan voor te zorgen dat je hoofd niet over loopt, is het handig om structuur aan te brengen in de manier waarop de dingen op de tuin georganiseerd zijn.

Inmiddels zullen jullie wel weten dat ik vrij gestructureerd te werk ga. Ik vind dat prettig. Niet om me rigide vast te houden aan allerlei verzonnen regeltjes. Maar om ervoor te zorgen dat er een kader is waarbinnen je flexibel kunt opereren.

Een ontwerpelement daarbij is het gebruik van standaarden. Standaarden maken de werkzaamheden bij goed gebruik een heel stuk overzichtelijker. En daarom heb ik bij het opzetten van de tuin nagedacht over het gebruik van standaarden.

Zo hebben alle teeltbedden in de tuin dezelfde afmetingen. Alle groentenbedden zijn 10 meter lang en 90 centimeter breed. Alle kruiden- en bloemenbedden zijn 5 meter lang en ook 90 cm breed. Daardoor zijn al mijn doeken, netten en plantlijnen afgestemd op deze maten. Ieder doek past op ieder bed en dat zorgt ervoor dat we geen waardevolle tijd hoeven te verdoen aan het passen en meten van het geschikte materiaal.

Ook voor de werkwijzen hanteren we standaarden. De volgorde van het planten van een bed is bijvoorbeeld altijd hetzelfde: eerst frezen, dan bedden uitmeten, dan paden lopen, dan compost verdelen, dan plantlijnen trekken, dan plantgoed op de juiste afstand neerzetten en dan planten. Voordat we het plantgoed planten, gaat iedere kist een kwartiertje in een badje zodat de kluitjes goed nat zijn als ze de grond in gaan. Na het planten trekken we een tunnel of een doek over het bed. En zo gaat iedere plantactie, of het nou broccoli, sla of knolselderij is, in zijn werk.

Zo'n standaardwerkwijze wordt ook wel een SOP genoemd. Dat staat voor Standard Operating Procedure. In de meeste gevallen gaat het bij ons op de tuin om een simpel stappenplan. Maar een SOP kan ook hiërarchisch in elkaar zitten of als stroomdiagram opgesteld worden. Een ander format waarin een SOP opgemaakt kan worden is een checklist
. Het gaat erom dat voor iedereen duidelijk is (vrijwilligers, oogstgenoten of medewerkers) hoe ze een taak moeten uitvoeren. Als je meer wilt weten over SOP's, zou ik hier even kijken. 

Je kunt standaarden zo ver doorvoeren als dat je zelf wilt. Wat voor mij belangrijk blijft, is dat de gehanteerde standaarden zorgen voor genoeg structuur zodat werkzaamheden veilig, gezellig en enigszins efficiënt uitgevoerd kunnen worden. Maar de structuur moet niet te beklemmend worden. Als iemand die vrijwillig komt helpen, zich lekkerder voelt bij een net een iets andere aanpak die leidt tot hetzelfde resultaat, dan moet dat mogelijk zijn. Standaarden zijn geen heilige regels. Maar ze geven wel overzicht, rust en voorspelbaarheid bij goed gebruik. En daar is iedereen bij gebaat.

--

Meer weten over Zelfoogsttuin De Groentemeester?

zondag 8 februari 2026

De rol van oogstgenoten

Er is goed nieuws! Voor komend seizoen heeft De Groentemeester het maximaal aantal oogstgenoten bereikt. In 2026 kunnen 100 oogstgenoten straks weer genieten van knetterverse groenten van het land. Voor het zover is, moet er nog wel een hele hoop gebeuren. Maar dat komt wel goed. De voorbereidingen liggen in ieder geval op schema.

In deze blogpost wilde ik eens ingaan op de rol van oogstgenoten. Die rol is namelijk cruciaal om een initiatief zoals De Groentemeester levensvatbaar te maken en te houden. En we zijn vanaf het begin gezegend geweest met voldoende animo oogstgenoot te worden bij de zelfoogsttuin.

We werken volgens het principe van Community Supported Agriculture. Het gaat er daarbij om dat de gemeenschap die om de tuin heen staat, ervoor zorgt dat we voedsel kunnen produceren voor die gemeenschap. Bij ons heten de deelnemers aan die gemeenschap 'oogstgenoten'. De oogstgenoten delen met elkaar in de oogst. In voor- en tegenspoed. Dus als de oogsten groot en overvloedig zijn, dan is er veel te kiezen. En als het tegenzit, wordt dat ook met zijn allen gedragen. 

De oogstgenoten brengen voordat het seizoen begint met zijn allen het kapitaal samen om zaden, plantgoed, compost en gereedschap te kunnen betalen. En omdat één en ander ook coördinatie en (een hoop) werk vraagt, is het ook handig als er genoeg geld bijeen gebracht wordt om de tuinder een eerlijk loon te geven. Meewerken in de tuin mag, maar is niet verplicht. En als je meewerken wel fijn vindt, maar geen oogstgenoot wil zijn, kan dat ook. Dan word je vrijwilliger. Ieder draagt bij naar eigen kunnen. En alle inzet wordt gewaardeerd.

Community Supported Agriculture is dus inherent een solidaire organisatievorm. Solidair naar elkaar toe omdat je de oogst van dat seizoen met elkaar deelt. En solidair naar de tuinder toe omdat hem een eerlijk loon gegund wordt. Hij is er immers verantwoordelijk voor dat er überhaupt oogst is om te verdelen.

Maar wat mij betreft gaat het verder dan alleen een financieel plaatje dat werkt. De gemeenschap die zich rondom zo'n plek vormt, gaat ook andere verbindingen met elkaar aan. Vriendschappen ontstaan, het landschap wordt nieuw leven in geblazen, biodiversiteit ontwikkelt zich en de menselijke maat wordt weer teruggevonden. Er wordt weer samengewerkt met de natuur. En creativiteit, gezondheid en ondernemerschap worden gestimuleerd.

Zo hebben we ook dit jaar weer een prachtig workshopprogramma. Met rondleidingen door zowel de tuin als het voedselbos, maar ook tekenworkshops, bloembindworkshops, kruidenwandelingen, natuurgeneeskunde voor dieren, yogalessen en workshops ecoprinten. En dat is slechts een greep uit het komende aanbod. Met dit workshopprogramma hopen we nog meer betrokkenheid te kweken bij alle activiteiten die we ontplooien. Samen zorgen we zo voor een mooie natuurlijke plek, met leuke en leerzame activiteiten en gezellige mensen. 

En het is dus dankzij de oogstgenoten dat deze plek heeft kunnen groeien. Zonder het spreekwoordelijke zaadje dat zij met zijn allen geplant hebben, hadden we niet zo ver kunnen komen. Dank!

dinsdag 3 februari 2026

Organiseren van eigen leren

Even een blogje over het organiseren van mijn eigen leren.

Ik ben vanaf mijn vroegste jeugd al gezegend met een groot leervermogen. Mijn interesses zijn breed en nieuwe dingen doen en uitzoeken blijf ik het leukste vinden. In 2020 kwam ik erachter dat ik mezelf tot de multipotentialisten mag rekenen. Ik creëer en verbind graag.

Maar met alleen een potentieel leervermogen ben je er niet. Dat vermogen moet wel aangewend kunnen worden. En dat moet je dus organiseren. Deze blogpost gaat erover hoe ik dat organiseer.


Schrijfsels 
Ten eerste is dit blog een manier om het leren vorm te geven. Ik ben zelfs een keer gestopt met bloggen én weer begonnen omdat ik het blog als motor van het leren miste. 
Maar ook het wekelijks schrijven van een nieuwsbrief schaar ik onder het organiseren van mijn eigen leren. Want door dingen op te schrijven en uit te leggen kom je erachter hoe ver je zelf (wel of niet) boven de stof staat. En dat helpt dus heel erg om de dingen beter te leren snappen en verbanden te zien.

Peers
Ten tweede is het handig om mensen om je heen te verzamelen die dezelfde dingen interessant vinden. Want dan kun je vragen stellen (en beantwoorden) en samen dingen uitzoeken die te ingewikkeld zijn om alleen te doen. Ik heb inmiddels via mijn opleiding aan de Warmonderhof een heel netwerk van mensen om me heen gebouwd die zich bezig houden met groenteteelt en kleinschalige landbouw. 
Zo bestaat er een appgroep die Willems Wever heet: wereldberoemd in het wereldje van kleinschalige en bio-landbouw. In die groep zitten ruim 600 leden en iedere teeltgerelateerde vraag kun je daar stellen. Of het nou om het gebruik van een zaaimachine gaat, de kiemtemperatuur van tomaten of de beste leverancier van zaaitrays, je krijgt altijd wel een geschikt antwoord. Daarmee vertoont deze simpele appgroep veel kenmerken van een leernetwerk.

Verenigingen
Het lidmaatschap van verenigingen zorgt er ook voor dat ik bij blijf. Zo ben ik lid van het CSA-netwerk, van vereniging Voedsel uit het Bos en van Toekomstboeren. Die clubs vragen lidmaatschapsgeld en organiseren bijeenkomsten en conferenties of symposia waar je aan mee kunt doen. En uiteraard versturen ze nieuwsbrieven en proberen hun leden zoveel mogelijk met elkaar in contact te brengen. Zo komen er soms onderwerpen op je pad waar je zelf nog niet aan gedacht had. Of ze schetsen ontwikkelingen die je vervolgens ook kunt gaan volgen.

Projecten
Meedoen met relevante projecten is ook een manier om iets op te steken. Via stichting Zaadgoed worden bijvoorbeeld jaarlijks rassenproeven georganiseerd. Ik heb me vorig jaar met de tuin opgegeven om daaraan deel te nemen. In 2025 deed ik mee met aubergines, paprika's, snijbonen en bieten. Komend seizoen heb ik me opgegeven voor deelname met wortel en pompoen. Je krijgt dan van die groentesoorten een aantal verschillende variëteiten. En met die verschillende variëteiten doe je dan ervaring op als teler. De opgedane ervaringen worden binnen het project met elkaar gedeeld. 
Doel van het project is dat tuinders (en oogstgenoten) zich veel bewuster worden van het belang van het gebruik van patentvrije, zaadvaste rassen. Voor mij is het vooral ook een manier om aan mijn eigen professionele ontwikkeling te blijven werken. Want het project dwingt je om goed naar gewassen te kijken en ook na te denken over selectie bijvoorbeeld. Binnen het project leerde ik nieuwe tuinders en andere belanghebbenden kennen die ik op andere plekken ongetwijfeld ook weer tegen ga komen.

Samenwerkingsverbanden
In onze provincie ben ik niet de enige die een kleinschalige tuinderij gestart is. Er zijn zo nog een tiental initiatieven. Via mijn oude stage ben ik vrij snel bij deze groep terecht gekomen. En sinds Jongerius gestopt is, is de samenwerking tussen deze tuinderijen nog steviger geworden. We gingen al een tijdje steeds bij elkaar op bezoek. We bekeken elkaars tuinderijen en bespraken bijvoorbeeld ook met elkaar de financiële uitdagingen rondom het runnen van een tuinderij. En dit jaar werken we voor het eerst samen binnen een inkoopcollectief. Op die manier bundelen we krachten om bij een Belgische plantenkwekerij plantgoed te kunnen afnemen. Zo'n samenwerkingsverband is van onschatbare waarde in onze professionele ontwikkeling. Fijn om een niet-anonieme groep te hebben bij wie je terecht kunt met vragen en zorgen.

Nieuws en boeken
Via bovenstaande kanalen worden relevant nieuws en interessante publicaties ruim gedeeld. Zorgen dat je dat op gezette tijden tot je neemt helpt natuurlijk ook enorm. Mijn boekenkast is inmiddels ruim gevuld met boeken rondom (biologische) groenteteelt, herstellende landbouw, permacultuur en voedselbossen.

Gelukkig raak ik nooit uitgeleerd. Er is zoveel te weten in de wereld. En ik heb inmiddels (aan mezelf) bewezen dat ik me vrij snel in een nieuw vakgebied kan inwerken. Nieuwe vaardigheden maken je als persoon rijker. En dat bedoel ik niet in financiële zin. Dat is uiteindelijk bijzaak.


zondag 25 januari 2026

Ritme en regelmaat

Veel mensen realiseren zich niet dat het runnen van een tuinderij een hoge mate van complexiteit met zich meebrengt. Bij De Groentemeester telen we groenten en kruiden voor 100 oogstgenoten. Dat komt neer op zo'n 90 tot 100 verschillende gewassen. Daarnaast doen we ook nog eens 20 tot 30 verschillende soorten bloemen in een seizoen. Ieder gewas heeft zijn eigen tijd van zaaien, planten en oogsten. En dat stemmen we in het teeltplan allemaal op elkaar af.

Bovendien faciliteren we op de tuin ook nog eens activiteiten zoals lessen voor basisschoolgroepen, uitjes voor teams en rondleidingen voor algemeen belangstellenden. En natuurlijk zijn er ook dagen waarop de oogstgenoten hun oogst komen binnenhalen. Een drukke bedoening die zich voornamelijk in het seizoen afspeelt.

Gelukkig hoef ik het allemaal niet in mijn eentje te doen. Ik krijg regelmatig hulp van een flinke club vrijwilligers. Totaal zo'n dertig mensen sterk. Dat is gezellig en zorgt ervoor dat de tuin er steeds weer mooi bij ligt.

Mijn behoefte aan structuur is vrij groot. Niet om me daar rigide aan vast te houden. Maar het geeft me een raamwerk waarbinnen ik flexibel kan opereren. Een goede structuur geeft rust en voorspelbaarheid. Mijn teeltplan denk ik tijdens de winterperiode van het jaar helemaal uit. Zo weet ik straks precies wat ik waar wanneer wil gaan doen. Ieder gewas krijgt zijn eigen plek op zijn eigen tijdstip.

Maar ook in de besteding van onze tijd breng ik structuur aan. Zo zijn er dagen waarop de oogstgenoten welkom zijn. We werken met vaste vrijwilligerswerkdagen. En andere dagen in de week zijn bedoeld voor het geven van lessen aan basisscholen. Zo zitten die verschillende activiteiten elkaar niet in de weg. En ik moet bekennen dat ik het ook heerlijk vind om zo nu en dan helemaal alleen in de tuin bezig te zijn. Dus ook voor die momenten wordt ruimte gemaakt in de wekelijkse agenda.

Samen maakt die planning dat er een ritme en regelmaat in alle (wekelijkse) activiteiten zit. Daarmee wordt je week voorspelbaar en overzichtelijk. Drukke momenten wisselen af met rustige tijdstippen. Ik zou niet weten hoe ik een tuinderij als De Groentemeester moest runnen zonder gebruik te maken van ritme en regelmaat.

Er is ook iets opmerkelijks (en moois). Dat zal ik uitleggen. Vrijwilligers zijn bij mij niet gebonden aan een bepaalde vrijwilligerswerkdag. Zo kunnen mensen komend seizoen komen meehelpen op dinsdag, donderdag en/of zaterdag. Maar ze kiezen zelf óf, wanneer en hoe lang ze komen helpen. Dat mag per keer. Het enige wat ik verwacht is dat men het van te voren aangeeft wanneer en hoe lang men er is. Dat geeft mensen een grote mate van flexibiliteit en regie over de besteding van hun eigen tijd. 

Het opmerkelijke is dat vrijwel iedereen er een bepaald ritme op nahoudt. De meeste mensen kiezen één bepaalde dag in de week en een vaste tijd waarop ze er zullen zijn. Een ander gebruikt het werk in de tuin om even een half uurtje los te komen van kantoorwerk dat ze thuis aan het doen is en komt dus zo en dan aanwaaien. En weer een ander heeft geen behoefte aan iedere week een meewerkmoment, maar vindt het wel leuk om één keer in de maand te helpen. Al die verschillende ritmes en vormen van regelmaat zijn mogelijk. Maar het is wel fijn dat er ritmes zijn. Dat maakt het leggen van de grote puzzel op de tuin een stuk eenvoudiger.


Lijkt het je nou trouwens ook leuk om eens te helpen? Dat kan! Je hoeft er geen oogstgenoot voor te zijn, en je krijgt er veel gezelligheid, zinvolle lichaamsbeweging en een neus voor natuur voor terug. Kijk op www.degroentemeester.nl voor meer informatie. Of meld je gelijk aan als vrijwilliger via dit formulier.

--

Voor wie geïnteresseerd is in meer tips over timemanagement. Kijk eens in het aanbod van De Polderij. Ik kan een workshop verzorgen met de titel 'Handige handvatten'.

maandag 19 januari 2026

Zaadvast of hybride?

Januari is de maand waarin de plannen voor het komend seizoen afgemaakt worden. En dat betekent ook dat het plantgoed en de zaden besteld worden. En daarbij is toch steeds weer de terugkerende vraag: gaan we voor zaadvaste rassen of hybride rassen?

Zaadvast
Als een ras zaadvast is, dan houdt dat in dat je van de zaden van die plant ook weer (ongeveer) dezelfde planten krijgt. Dus een zaadvast tomatenras dat een lekkere, kleine, rode kerstomaat geeft, blijft als je dat zaad uit zo'n tomaatje gebruikt, gewoon een lekkere, kleine, rode kerstomaat. Maar als een tomatenras niet zaadvast is, dan kan er uit zo'n zelfgewonnen zaadje een heel andere tomaat tevoorschijn komen. Zaadvaste rassen zijn dus bij uitstek geschikt voor (moes)tuinders die met hun zelfgewonnen zaad het volgende jaar weer nieuwe planten willen kweken.
Er zijn bronnen die zeggen dat zaadvaste rassen ook gezonder en voedzamer zouden zijn dat hybride rassen. Maar of die claim klopt, weet ik niet.

Hybride
Hybride rassen hebben die eigenschap niet. Bij hybride rassen gebruikt de zaadleverancier een specifieke moeder- en vaderplant om steeds nageslacht te maken met vrijwel dezelfde eigenschappen. Waar exemplaren van zaadvaste planten onderling allemaal een klein beetje verschillen, is dat bij hybride rassen veel homogener. Het voordeel daarvan is dat bij hybride rassen de kans veel groter is dat al je bloemkolen, of al je pompoenen op hetzelfde moment oogstklaar zijn. Ze hebben veel meer de neiging om allemaal vruchten van dezelfde grootte of hetzelfde gewicht te geven. Hybride rassen passen daarom heel goed bij een industriële oogst en verwerking. Want omdat de oogst veel homogener is, kun je de machines die je voor de oogst en verwerking gebruikt beter ontwerpen of instellen. En hetzelfde geldt voor smaak of houdbaarheid. Daarin lijken de planten veel meer op elkaar dan bij zaadvaste rassen. Als je een consistente kwaliteit van een bepaalde eigenschap belangrijk vindt, dan kies je dus eerder hybride zaad dat precies die consistentie heeft van die eigenschap.

Maar er is ook een belangrijk nadeel van hybride rassen. De zaadleverancier heeft veel tijd en energie gestopt in het 'ontdekken' van de juiste combinatie van vader- en moederplant. En dat kunnen ze alleen maar terugverdienen met het verkopen van het nageslacht van deze planten: het zaad. Om die verkopen te waarborgen, houden ze de vader- en moederplant angstvallig geheim. Dus daarmee blijft de (moes)tuinder afhankelijk van de zaadleverancier om goede zaden te verkrijgen. Je zult er dus altijd voor moeten betalen. Terwijl dat in de natuur natuurlijk niet zo werkt.
Er zijn zelfs veredelaars die patenten op de genetische code van zaad proberen vast te leggen om ervoor te zorgen dat niemand anders 'hun' ontdekking kan gebruiken. 

Overwegingen
De discussie tussen zaadvast en hybride gaat dus vaak over de toegang tot zaad en de afhankelijkheid van tuinders ten opzichte van (grote) veredelingsbedrijven.
Bij De Groentemeester maken we gebruik van zowel zaadvaste als hybride rassen. Maar ik neig de laatste tijd wel iets meer naar zaadvaste rassen. Het lijkt me leuk om met zelfgewonnen zaad verder te kweken. Misschien krijgen we daardoor dan wel soorten die steeds meer specifiek zijn ingesteld op ons plekje op de wereldbol. En wat ook belangrijk is, is dat het ons minder afhankelijk maakt van derde partijen. Dat vind ik qua toegang tot ons voedsel ook wel een belangrijk punt om op de lange termijn aan te werken. En daarbij kan het ook nog eens in de portemonnee schelen. Want van een zaadvast ras hoef je voor het volgende teeltseizoen geen nieuwe zaden te kopen als je dat niet wilt. Je kunt ze zelf winnen en weer gebruiken.

Vorig seizoen heb ik van onze lekkere kerstomaat een fors aantal zaden gewonnen. Die heb ik gedroogd en netjes bewaard. En komend seizoen gaan we dus voor het eerst tomaten zaaien van zaad dat we zelf gewonnen hebben. Bij tomaten schijnt dit vrij ongecompliceerd te zijn. Bij gewassen zoals courgettes of pompoenen is er iets meer aandacht nodig bij het proces van bestuiven. En zo heeft ieder gewas daarin zijn eigen aandachtspunten. Als je daar meer over wil weten, raad ik je aan om het boekje 'Zelf zaden telen' van Velt aan te schaffen. 

Rassenproeven
Afgelopen jaar deed ik mee met rassenproeven. Ooit is dit project geïnitieerd door stichting Zaadgoed. En toen ik van dit project hoorde, heb ik me meteen aangemeld. Binnen het project doen tuinders uit heel Nederland en België mee. En iedere tuinder kiest een handvol gewassen waarvan ze verschillende variëteiten willen proberen. Ik deed afgelopen jaar mee met bieten, snijbonen, aubergines en paprika's. Van ieder gewas kregen we uitgangsmateriaal van tot wel 9 verschillende variëteiten. En dat ging uitsluitend om zaadvaste rassen. Het idee was dat je je als tuinder veel bewuster werd van de verschillende eigenschappen die planten kunnen hebben door ze naast elkaar te telen. En voor de oogstgenoten (en andere belangstellenden) was er een smaakevenement waarbij de verschillende variëteiten van de gewassen blind geproefd konden worden. 
Mijn deelname aan het project heeft bij mij wel wat bewustwording opgeleverd over het werken met zaadvaste rassen. En vandaar dat ik nu ook meer neig naar het gebruik van zaadvaste rassen. 

maandag 17 februari 2025

30+ gereedschappen die een tuinderij nodig heeft

Ieder jaar maakt het Market Gardener Institute een overzicht van 'Must-Have Tools For Small Regenerative Farms & Market Gardens' (youtube). Dit jaar bevatte de lijst 30 gereedschappen die volgens Jean-Martin Fortier onmisbaar zijn op een tuinderij. Dat maakt bij elkaar een interessante lijst.

Maar tegelijk vind ik het ook een (iets te) flinke lijst. Als je een tuinderij wilt starten, en je wilt er ook nog iets aan overhouden, dan zul je kritisch moeten kijken naar de kosten die je maakt. En ieder gereedschapje kost nou eenmaal geld. Dus: wat koop je wel, wat koop je niet en wat koop je later? 

In deze blogpost loop ik de suggesties uit hun video langs en geef daarbij mijn ervaring. Mijn context is wel iets anders. Zij gaan uit van een Market Garden die levert pakketten levert of produceert voor verkoop op markten. Dat betekent dat ze ook spullen moeten hebben om (snel) te oogsten en faciliteiten om dingen te bewaren tot de verkoopdag. Op mijn tuinderij zijn veel vrijwilligers actief en we hanteren het model van zelfoogst. Dus dat betekent dat een deel van het werk dat op andere tuinderijen door de tuinders gedaan wordt, bij ons door de oogstgenoten opgelost wordt. Zij oogsten namelijk het grootste deel zelf.


Nou, komt-ie.


1. Broadfork 
De woelvork is een mooi gereedschap als je de bodem zo min mogelijk wil bewerken. Deze zou ik echter niet classificeren als must-have. Behalve als je met een systeem gaat werken waarbij je geen kerende grondbewerking wilt doen. Dan is dit absoluut een must-have. Je hebt ze in verschillende breedtes. Bij lichte gronden zou ik dan een woelvork aanschaffen die precies de bedbreedte heeft. Bij zwaardere gronden zou ik naar een kleinere variant gaan. Dat betekent wel dat je misschien twee keer door een bed moet om het hele bed te doen, maar anders wordt het heel zwaar werk. En je moet je lijf ook heel houden.

2. Push Seeder en 3. Pinpoint Seeder
Deze schaar ik voor het gemak maar even allebei onder de noemer handzaaimachines. Dit vind ik wel een must-have. Je hebt er veel verschillende varianten van die ook erg kunnen verschillen in prijs. De Jang Seeder is een mooi apparaat waarmee je heel precies kan zaaien. Maar die is door alle verschillende zaaischijven die je nodig hebt voor verschillende gewassen ook erg duur. Ik heb zelf gekozen voor een eenvoudige Thilot zaaimachine. Nadeel is dat je een bed soms erg moet uitdunnen omdat de afstanden in de rij niet goed instelbaar zijn. Maar hij is wel extreem eenvoudig in gebruik en doet het op zwaardere gronden ook goed.

4. Bed Prep Rake 
Feitelijk is dit een grote hark. En ik ben het met hen eens dat je niet zonder hark kunt, als je een tuin runt. Maar in mijn ervaring maakt de grootte ervan niet zo uit. Een gewone huis-tuin-en-keuken-hark voldoet ook. Zij gaan er vanuit dat ze de grote hark ook gebruiken om rijen te markeren. Daar gebruik ik geen hark voor, maar een zelfgeknutseld houten rekje dat ik door het bed trek. Dat werkt ook.

5. Blind Weeder
Dit gereedschap heb ik (nog) niet aangeschaft. In het Nederlands heet het volgens mij een tandeneg. Als je dit gereedschap op het juiste moment gebruikt, kun je heel snel een bed van kleine onkruidjes ontdoen. Maar dan moet je gewas wel groot genoeg zijn en het onkruid nog klein. Je kunt het je met dit gereedschap niet veroorloven om achter te lopen op onkruidverwijdering. Maar daarom werkt het misschien ook wel zo goed. Dit vind ik geen must-have, maar een nice-to-have.

6. Stirrup Hoe
Hier gaat het ook om onkruid verwijderen. Dit is geen klassieke schoffel, maar heeft een hoefijzervorm die je langs je gewassen trekt. De kans dat je met deze schoffel je gewas zelf ook raakt, is veel kleiner. Deze omegaschoffel wil ik nog wel een keer aanschaffen, maar tot nu toe hebben we vooral gewone schoffels van verschillende breedtes. Schoffels zijn een must-have. Maar of het een omegaschoffel moet zijn, laat ik aan degene die gaat schoffelen. Wat ik zelf wel een vereiste vind bij een gewone schoffel is dat op het uiteinde van de steel een handgreep zit die haaks staat op de steel. Daarmee kun je hem veel beter hanteren.

7. Wheel-Hoe 
Op één van mijn stages heb ik gewerkt met een wielschoffel. In theorie kun je snel door een bed heenrijden, maar ik vond dat wat tegenvallen. Als het bed iets te veel 'vergrast' is, werkt dit al niet meer lekker. Dan kun je maar beter een gewone schoffel gebruiken. Dit is een overbodig stuk gereedschap wat mij betreft.

8. Flame Weeder
Deze heb ik ook (nog) niet aangeschaft. Je hebt hier verschillende varianten van. Met een enkele kop waaruit de warmte komt, of met een verdeelsysteem zodat je de volledige bedbreedte in één keer kan verhitten. Als ik zoiets zou aanschaffen, zou ik voor dat laatste gaan.
Het idee is dat je met de warmte de kiemplantjes van het onkruid zodanig verhit dat ze in de kiem gesmoord worden. Letterlijk. Bij het gebruik van dit apparaat gaat het ook weer heel erg om de timing. Want als jouw gezaaide zaad ook net aan het opkomen is, draai je je gewenste gewas natuurlijk ook de nek om. En dat is dan weer net niet de bedoeling. De onkruidbrander is een nice-to-have.

9. Landscape Fabric 
Hier gaat het om worteldoek. Dit pas ik toe bij vruchtgewassen als pompoen, courgette en komkommer. Je dekt het bed af met worteldoek waar je op gezette afstanden gaten in brandt. In die gaten komen dan de plantjes. Het worteldoek zorgt ervoor dat er geen licht op de bodem komt en daardoor gaat er geen onkruid groeien. Omdat het bij worteldoek om een gewezen structuur gaat, loopt water er wel gewoon doorheen. Want anders zouden je gewassen natuurlijk niet goed groeien.
Het grote nadeel van worteldoek is meteen ook die geweven structuur. Het heeft de neiging om te rafelen en daardoor kan er potentieel plastic onbedoeld in het milieu terecht komen. Om dat te voorkomen, hebben we de randen van al het gebruikte worteldoek dicht gebrand. En we hergebruiken dit worteldoek ieder jaar.
Dit zit ergens tussen must-haven en nice-to-have in. Het scheelt een berg wiedwerk in ieder geval.

10. Bio-discs
Dit is ook een manier om onkruid te verwijderen. Het is een systeem waarbij er twee schijven door de aarde langs je plantjes snijden. Ik zou dit niet willen classificeren als een must-have.

11. 2-wheel-tractor
Bij het starten van een tuinderij vind ik dit een absolute must-have. Een tweewieltrekker is gewoon een motor met twee wielen en een stuur waar je achter (of naast) kan lopen. Aan de tweewieltrekker kun je allerlei gereedschappen koppelen: een rotorkopeg, een frees, een compostverspreider of een klepelmaaier bijvoorbeeld. Ik heb alleen gekozen voor een frees. Al zou ik een rotorkopeg op termijn ook nog wel interessant vinden omdat die de grond bewerkt zonder hem te keren. Maar de frees was in aanschaf veel goedkoper. En dat is ook een factor om rekening mee te houden.

12. Tilther
Ik weet niet zo goed hoe je dit in het Nederlands precies zou moeten vertalen. Het is een soort freesje dat heel oppervlakkig de grond bewerkt. En die hebben ze dan zo in elkaar geknutseld dat hij werkt op aandrijving van een accu-boormachine. Als je al een tweewieltrekker met frees hebt, zie ik niet in waarom je dit ook zou willen hebben.

13. Greenhouses and Tunnels
Dit een grote investering. Maar het is ook een investering die zichzelf kan terugverdienen omdat je hiermee je seizoen aanzienlijk kunt verlengen. We hebben het dan over een onverwarmde kas. Als je eigen opkweek wilt doen, heb je wel iets van een ruimte nodig waarin je dat kunt doen. En als die ruimte groot genoeg is, kun je hem ook gebruiken voor seizoensverlenging van je teelten. Dan kun je bijvoorbeeld in het voorseizoen al veel eerder bladgewassen zoals spinazie of sla klaar hebben. 
Ik heb twee kleine hobbykassen die eigenlijk alleen bedoeld zijn voor de opkweek die we doen in de periode van maart tot en met mei. Daarna gebruik ik ze nog om wat peperplanten te huisvesten en de uien en knoflook in te drogen. Ik ben het met hen eens dat een kas(je) een must-have is.

14. Seeding Trays 
Een absolute must-have. En hier moet je er voldoende van hebben. Ik heb gekozen voor kwalitatief goede zaaitrays van Quickpot. En die staan bij mij op Deense onderzetters zodat ik ze allemaal van onderaf water kan geven. Verder heb ik er ook een uitdrukplaat bij aangeschaft want dat zorgt ervoor dat je vrij eenvoudig en snel de plantjes ook weer uit de trays gedrukt krijgt. En dat versnelt het werk enorm bij het planten.

15. Dibber
Dit een leuk gereedschapje waarvan ik vind dat hij alleen bij het planten van prei ertoe doet. Wij gebruiken daar geen aparte plantstok voor, maar gewoon de steel van een hark. En op die steel heb ik dan een lijntje getekend dat de gewenste diepte aangeeft. De plantstok mag van mij van de lijst must-haves afgehaald worden.

16. Irrigation
Een vorm van irrigatie die verder gaat dan een gieter, is een absolute must. Dat betekent dat je een pomp moet hebben die sterk genoeg is. Ik haal water uit de sloot. Dus een goed aanzuigfilter is dan ook essentieel. En verder heb je genoeg slangen en sproeiers nodig om het water te verdelen naar de plekken waar het nodig is.
Vorig jaar heb ik samen met een adviseur gekeken naar mijn irrigatiesysteem. We hebben nu op het terrein tien kranen geïnstalleerd die via ondergrondse leidingen met de pomp verbonden zijn. Op die kranen kan ik naar behoefte sproeiers of druppelslangen aansluiten. En dit jaar ga ik nog investeren in een systeem met een frequentieverdeler. Daardoor slaat de pomp straks vanzelf aan als ik een kraan open zet. Dat scheelt een hoop heen-en-weer geloop.

17. Row Cover
Als je geen gebruik wilt maken van bestrijdingsmiddelen (en dat willen we), dan moet je je gewassen wel beschermen tegen allerlei vraat. Beschermdoeken zoals agrocover helpen daarbij. Daarnaast zorgen ze er ook voor dat de planten iets luwer staan. Ik gebruik doeken net na het zaaien om te voorkomen dat vogels de zaden meteen uit de grond pikken. En ik gebruik doeken die ik als tunneltjes over de gewassen heen zet om vraat van rupsen, duiven en hazen te voorkomen. 

18. Insect nets
Hier heb ik nog niet in geïnvesteerd. Mede omdat de beschermdoeken die ik hierboven noemde een deel al voor hun rekening neemt. Maar de echt kleine insecten, zoals de preimineervlieg of de wortelvlieg gaan gewoon door de mazen van de beschermdoeken heen. Daarvoor zijn insectennetten dan wel weer handig. Dus die zullen er op onze tuin ook nog wel komen. Vorig jaar hebben we relatief veel last gehad van die preimineervlieg en dat wil ik komend seizoen wel voorkomen.

19. Black silage tarps
In onkruidbestrijding is landbouwplastic onovertroffen. Je dekt een bed of een veld een paar weken af met landbouwplastic en daarna komt het grondje er vrijwel helemaal schoon onder vandaan. In het voorjaar helpt het ook om de bodem iets sneller te laten opwarmen omdat het zwarte plastic veel warmte opneemt. Als je hiervan gebruik wilt maken, dan heb je ook een voorraad aan grind- of zandzakken nodig. Bij harde wind ben je anders je doeken zo kwijt. Bij elkaar een flinke kostenpost, maar zeker de moeite waard om aan te schaffen.

20. Backpack sprayer
Dit apparaat is natuurlijk niet bedoeld om gif mee te verspreiden. Maar om de gewasgezondheid te bevorderen kun je zo nu en dan wel gebruik maken van bepaalde gieren. Zo heb ik vorig jaar gesproeid met een gier van boerenwormkruid en lavas tegen witte vlieg. En dan is zo'n sproeier wel handig. Verder gebruik ik hem ook om de zaaitrays tijdens het kiemingproces vochtig genoeg te houden. Dus dit is wat mij betreft ook een 'must-have'. 

21. Harvest Knife
Zoals Jean-Martin Fortier in het filmpje aangeeft, is een oogstmes van Opinel aan te raden. Ik heb zelf ook de nummer 10. Het is een fijn mes dat makkelijk is in onderhoud. Ik heb het altijd bij me als ik op de tuin ben. Zeker een must-have.

22. Pruning Shears
Eén of twee van deze scharen zijn inderdaad aan te bevelen. Wij hebben ze liggen om bloemen te laten plukken in de bloemenpluktuin.  Maar ik gebruik ze ook om paprika's en pepers te oogsten. Fijn om enkele van deze scharen te hebben.

23. Tool Sharpener
Logisch. Als je wilt dat je schoffels, messen en scharen scherp blijven, heb je een slijpsteen nodig. Hoe dat er verder uitziet, maakt in wezen niet zoveel uit. Het gaat erom dat je de mogelijkheid hebt om te slijpen. Hoe en waarmee dat is vooral een persoonlijke voorkeur volgens mij.

24. Quick Cut Greens Harvester
Dit apparaat zou ik een 'must-have' vinden in hun context. Zij oogsten babyleaf bladgroenten direct van het bed. Dat willen ze snel en schoon kunnen doen. En daar is dit het ideale apparaat voor. In een zelfoogstsysteem slaat het nergens op om dit apparaat aan te schaffen. Dus ik heb hem dus ook niet.

25. Harvest Cart
Je hebt een manier nodig om je oogst van het bed naar de voorraadkamer te brengen. Dat geldt voor ons bij gewassen die we vooroogsten. Bijvoorbeeld aardappels, pompoenen en uien. Wij hebben daarvoor geen aparte oogstkar. We gebruiken daarvoor een ramenwagen. Dat is een soort platte kruiwagen waarop je kisten kan stapelen. Zo'n soort wagen of kar vind ik ook inderdaad een must-have.

26. Harvest Bins
Dit kun je zo ingewikkeld maken als je zelf wilt. Met allerlei kleurtjes en maten voor bepaalde gewassen. Waar ik op zou letten bij de aanschaf zijn twee dingen: 1. Zijn ze makkelijk schoon te maken? En: 2. Zijn ze makkelijk op te bergen?
Ik heb gekozen voor klapkratten uit het europoolsysteem. Op marktplaats zijn soms oude ongebruikte partijen te vinden.

27. Cold Room
Eén of andere opslagruimte voor geoogste gewassen is wel nodig. Of die ook actief gekoeld moet zijn, hangt een beetje af van wat je hoe lang wilt bewaren. Ik kan me voorstellen dat in hun context een actief gekoelde ruimte nodig is. Ik gebruik een oude kleedkamer van het clubgebouw van de voormalige ijsbaan voor de opslag van aardappels, pompoenen en uien. En dat voldoet.

28. Rain Gear
Ja, regenkleding. Een absolute must-have. Als je de hele dag op het land bezig bent terwijl het regent dat het giet, is het zaak om zelf zo droog mogelijk te blijven. Een goede wind- en waterdichte regenjas en een een sterke regenbroek zijn vereist. Daarnaast moet je er ook voor zorgen dat je voeten droog blijven. Dus stevige waterdichte laarzen zijn ook aanbevelenswaardig.

29. Knee Pads
Ik heb werkbroeken waar ook kniestukken bij zitten. Ooit aangeschaft toen ik nog wat stratenmakerswerk ging doen. Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik die kniestukken nooit gebruik. Ze zitten gewoon niet lekker. En ik heb ook niet zo'n moeite om een tijdje op mijn knieën te zitten. Als ik dat zat wordt, ga ik gewoon op mijn hurken zitten. Of een tijdje gebukt werken. Afwisselen van verschillende houdingen is sowieso aan te raden. Dus kniestukken hoeven van mij niet. Maar ik realiseer me ook dat dit ook met persoonlijke voorkeur te maken heeft. Want een aantal vrijwilligers bij mij op de tuin gebruikt graag van die knielmatjes voor in de tuin.

30. Crop Planning Software
Ik heb de indruk dat hun hele filmpje uiteindelijk ook een soort reclame is voor dit laatste puntje. Ze hebben een pakket ontwikkeld dat Heirloom heet. Het ziet er goed uit, maar ik betwijfel of dit echt een must-have is. Ik denk niet dat de software een must-have is. De must-have zit hem in het hebben van een teeltplan. En hoe je dat maakt, doet er niet écht toe. Dat kan in Heirloom, maar ook in een willekeurig spreadsheet programma of gewoon op papier. Als je maar zorgt dat je een plan hebt.


Dit was hun lijst, maar eerlijk gezegd mis ik daarop nog wel een paar gereedschappen die ik wel aangeschaft heb. Ik zou nog willen toevoegen:

1. Aardappelpoter
In onze vruchtwisseling hebben we ook een vak met aardappels. Om die met een beetje snelheid te kunnen poten is een aardappelpoter onontbeerlijk.

2. Spitvork
Wij oogsten de aardappels met de hand. Een goede spitvork is in mijn ogen dan nodig.

3. Gieters
We doen deels onze eigen opkweek. Om alle zaaitrays van water te voorzien is een gieter zo nu en dan ook gewoon heel handig.

4. Bamboestokken, palen en netten
Sommige gewassen hebben ondersteuning nodig waarlangs ze kunnen groeien. Een voldoende hoeveelheid aan bamboestokken, houten palen en netten is dan een echte must-have.

5. Oogstvlaggen
Waar mag wel en niet geoogst worden? Eén of andere markering daarvoor is in een zelfoogsttuin nodig. Ik heb oogstvlaggen gemaakt van bamboestokken en een stuk rood vrachtwagenzeil. 

6. Beschrijfbare informatiebordjes
In een zelfoogsttuin is communicatie belangrijk. Wat zijn aandachtspunten bij het oogsten? Ik gebruik daarvoor beschrijfbare informatiebordjes. Ik heb daarvoor witte A4-tjes gelamineerd die ik met een whitebordstift beschrijf. En die A4-tjes schuif ik dan bij het bed in een etikethouder van staal. 

7. Kruiwagens
Voor het verspreiden van compost over de bedden heb je kruiwagens nodig. En ze zijn ook handig voor allerlei andere klussen. Kruiwagens hoeven niet fonkelnieuw te zijn. Ik heb marktplaats afgestruind om ongeveer 7 kruiwagens te scoren. Handig als je veel vrijwilligers hebt.

8. Warmtemat
Voor de opkweek van bepaalde gewassen (denk aan tomaten, zoete aardappel, paprika en pepers, maar ook aan een aantal bloemen) heb je genoeg warmte nodig. Ik heb daarom twee warmtematjes onder mijn zolderraam geïnstalleerd. Daar kweek ik de kleine plantjes warm op totdat ze te groot worden. Dan verhuizen ze naar de koude kas. Een warmtemat is essentieel als je zelf opkweek doet.



Concluderend kunnen we vaststellen dat het al gauw een hele lijst wordt. Ik zou van de lijst van het Market Gardener Institute uiteindelijk ongeveer 19 items als must-have classificeren. En daar zou ik dan nog 8 zaken aan willen toevoegen. Dus aan de 30 verschillende gereedschappen die je moet hebben om een tuinderij te starten, kom je al gauw.

Hoe kijk jij hier tegen aan? Welke ben ik volgens jou vergeten?

dinsdag 4 februari 2025

Community Supported Agriculture bij De Groentemeester

In 2023 startte ik op het perceel van de oude natuurijsbaan in Maassluis een zelfoogsttuin. Als je de metro naar Rotterdam wel eens neemt vanuit Hoek van Holland of Maassluis dan rijd je er langs. Momenteel is de tuin nog in winterrust, maar daar zal de komende weken langzaamaan verandering in komen. Zeker als je er regelmatig langskomt, is het leuk om de veranderingen zich te zien voltrekken.

De tuin maakt gebruik van het model van Community Supported Agriculture, kortweg CSA genoemd. Er zijn zelfoogsttuinen, bloemenpluktuinen en groentepakketbedrijven die volgens dit model werken. Feitelijk komt het er op neer dat je als tuinder vooraf meer zekerheid hebt over je inkomen. Waar een gewone boer alle investeringen vooruit doet en dan nog maar moet zien of hij al zijn geproduceerde groenten ook echt op tijd verkoopt, is dat bij deze vorm niet het geval. 

Vooraf wordt de gemeenschap betrokken. Mensen die mee willen delen in de oogst, worden oogstgenoot. Zij betalen vooraf in het seizoen een bijdrage waardoor ze recht krijgen op een eigen oogstaandeel. Al die bijdragen samen zorgen voor het kapitaal om de kosten van de tuin te dragen én er blijft een loon voor de tuinder over. Daardoor is de continuïteit van de tuinderij veel beter gewaarborgd. De financiële kant van het bedrijf is als het ware afgedekt door de deelname van de gemeenschap.

Ik heb heel wat oogstgenoten die zelf eigenlijk geen tijd hebben voor het onderhouden van een moestuin, maar daar wel graag uit zouden willen eten. De zelfoogsttuin lost dat probleem op. Want ik verzorg voor hen het zaaien, planten en wieden. En het leukste - het oogsten - mogen ze dan iedere week zelf komen doen. Die oogst verdelen we eerlijk over de 100 oogstgenoten die dit jaar mee doen.

Sommigen zien een CSA als een zuiver financieel of economisch model. Maar ik heb inmiddels geleerd dat het veel meer waarde heeft. De gemeenschap die betrokken wordt, bestaat bij mij niet alleen uit oogstgenoten. Er is ook ruimte voor vrijwilligers, supporters en bezoekers. Ieder kan op zijn eigen wijze deelnemen of genieten van de tuin. Dat maakt dat het langzamerhand een plek is geworden die op veel meer manieren gedragen wordt door de gemeenschap dan alleen via de financiële bijdragen die aan het begin van het seizoen worden gedaan. Het kan mensen écht iets schelen hoe het met de tuin gaat. En dat vind ik op zichzelf een zeer motiverend gegeven om er ieder jaar vol voor te gaan. Het is een plek voor ons en door ons.

Mocht je nou ook willen meedoen, dan kan dat. Er zijn nog een paar plekjes voor oogstgenoten voor komend seizoen. Of je kunt aansluiten als vrijwilliger. Lekker met je vingers in de aarde, de zon op je bol en je neus in de frisse lucht. Of je komt vanaf half mei gewoon een keertje een kopje koffie doen of een boeketje onbespoten bloemen plukken. Kies een manier die bij je past. Meer informatie vind je op www.degroentemeester.nl

zondag 14 juli 2024

Over tekenen, kennis, levenslessen, bijen en PFAS

Dit seizoen organiseren we bij Weij allerlei activiteiten. Dat is leuk. Dat is gezellig. Omdat het mensen bij elkaar brengt.
Eén van mijn oogstgenoten is een fervent tekenaar. Zij maakt de mooiste illustraties en vind het leuk om haar kennis, vaardigheden en enthousiasme voor tekenen over te brengen op anderen. 

Daarom doet zij mee met het activiteitenprogramma bij Weij. Ze verzorgt workshops tekenen in en om de zelfoogsttuin. Deze keer deed ik zelf ook mee. We gingen aan de slag met het thema 'OOGST'.

We leerden iets over compositie en mochten oefenen met het tekenen van een stilleven. Speciaal daarvoor had ik die ochtend wat bloemen en groenten uit de tuin geoogst. Het was een erg leuke workshop. En ik was best tevreden over het resultaat. 

Wil je ook wel eens meedoen met zo'n tekenworkshop? Houd dan de agenda van AtelierDT in de gaten.
Of kijk voor andere activiteiten op de kalender van Weij. Je bent altijd van harte welkom!

(Bijvoorbeeld tijdens de rondleiding die ik komende zaterdag over de tuin geef.)


--

De leestips

We weten zóveel niet.

Op veel plekken zijn mensen met goede dingen bezig. Hier claimt Crisp dat zij de eerste zijn met een regeneratieve doelstelling. Maar klopt dat wel? Hofweb is ook al een tijdje bezig, volgens mij. Maar uiteindelijk doet die vraag er ook niet toe. Er is langzamerhand een beweging te zien die steeds meer aan kracht wint. En daar dragen al deze initiatieven, klein of groot, aan bij.

Vooral de plaatjes bij deze post spreken boekdelen. Knap in beeld gebracht.

Weer wat geleerd.

Als we deze analogie doortrekken naar grote grazers wordt het helemaal interessant. Want koeien maken gebruik van dezelfde voedselbronnen als wilde runderen. Toch?

Qua opvatting sta ik zo’n beetje naast hen.

--

De kijktip

Het boek waar hij het in het begin over heeft, heb ik in de jaren negentig gelezen. Dat boek heeft best wat indruk op me gemaakt en me voor een deel ook gevormd. Vooral het gegeven dat emoties besmettelijk zijn, is me altijd bijgebleven. En dat kun je dus ook in positieve zin gebruiken om de wereld een betere plek te maken.
Dat boek moet hier nog ergens in huis staan. Misschien moest ik het eens herlezen.



zondag 7 juli 2024

Over ruimte maken, bloemenpluk, wildschade, stroomverbruik, hermelijnen en waarnemen

Er gebeurde deze week weer genoeg in de tuin. Volgende week komt er weer een bulk nieuw plantgoed. We gaan allerlei vervolgteelten planten. Zo komt er nieuwe andijvie, ijsbergsla, boerenkool, prei, spitskool, koolrabi en broccoli. En we gaan een nieuwe batch sperziebonen zaaien.

Om al die groenteplantjes straks kwijt te kunnen, maakten we deze week vrij veel bedden leeg. Zo gingen alle oude broccoliplanten de composthoop op. En ook een aantal bloemkoolplanten en stronkjes van de spitskolen moesten het veld ruimen.
Verder oogstten we alle tuinbonen af en die planten konden dus ook op de hoop. Van al die afgedragen planten maken we nieuwe compost die we kunnen gebruiken om de bodem van de bloementuin te verbeteren.

Over de bloementuin gesproken. Het moment is nu toch echt aangebroken. De bloemenpluk is begonnen. Afgelopen week werden de eerste drie bosjes geplukt. Er gingen vrolijke gezichten naar huis.

Om bloemen te komen plukken hoef je geen oogstgenoot te zijn. Iedereen kan tijdens de oogsttijden op woensdag- en vrijdagmiddag en op de zaterdag gewoon langskomen. Je kunt dan zelf een bosje natuurvriendelijke seizoensbloemen plukken en rekent af voor wat je geplukt hebt. 

Op de foto zie je het bedje met leeuwenbekjes en daarachter het bed met akkerscherm. Maar in de tuin hebben we ook rode zonnehoed, papaver, ridderspoor, juffertje in het groen, korenbloem, kaasjeskruid, dille en goudsbloem bijvoorbeeld. Bloemen die er binnenkort nog bij komen, zijn zonnebloem, cosmea, zinnia, amaranth, dahlia en hemelsleutel. En ook duizendschoon, duizendblad, hanenkam, rudbeckia, boekweit, kaardebol, prachtriet en pluimgierst doen hun uiterste best om groot genoeg te worden. En dan vergeet ik er ongetwijfeld nog een paar te noemen. In ieder geval is het een feest om de bloementuin gestaag in bloei te zien komen.

Kom dus gerust een keertje kijken. En neem voor de zekerheid een schaartje mee. Want de kans is groot dat je iets voor thuis in een vaasje wilt meenemen.

--

De leestips

Goede ontwikkeling. Maar… ik vind het ongelooflijk om te zien dat zakelijke vluchten buiten deze monitoring worden gehouden. Waarom krijgt de luchtvaart nou weer een uitzonderingspositie?

Bijzonder.

Als de hoge wildstand een probleem is voor bosverjonging, waarom worden roofdieren als de wolf of de lynx dan niet genoemd als mogelijke oplossing. Die zijn immers ook biologisch afbreekbaar.

Hier ben ik geloof ik wel blij mee.

Het gaat maar door.

Heldere uitleg van Eneco over het slim gebruiken van je eigen zonne-energie. Laat de zon maar gaan schijnen.

Goed zo.

Jagen ze ook op hazen? Doe mij maar zo’n hermelijn dan.

Leuk dit. Als je obsidentify gebruikt, doe je automatisch mee. Ik zag dat ze zelfs een paar van mijn waarnemingen bij de Groentemeester mee hebben gerekend als waarnemingen in een achtertuin. Dat is een flinke achtertuin dan… 

--

De kijktip

Kijken naar jezelf zoals je bent, is best moeilijk. Vaak zijn we te kritisch. Alsof we van nature niet goed genoeg zijn, maar moeten doen alsof we beter zijn dan dat we zijn. Dat kan een slechte gewoonte worden die ervoor zorgt dat we niet meer zijn wie we zijn. Charles Eisenstein legt hier uit waarom we anderen nodig hebben die het goede in ons zien. Wijze woorden.

zondag 9 juni 2024

Over rondleidingen, energiegebruik, biodiversiteit, bloemen, optimisme en stadslandbouw

Dit fotootje was niet van deze week. Maar omdat het toch leuk is om hier iets over te vertellen, kies ik deze week dit beeld van 23 mei. (En -niet verder vertellen-  ik had deze week ook niet echt een andere geschikte foto eigenlijk... We hebben vooral hard gewerkt om de hele klussenlijst klein te krijgen. En dat is voor een groot deel gelukt!)

Op donderdag 23 mei organiseerde Fonds Schiedam Vlaardingen een netwerkbijeenkomst voor groene initiatieven in Maassluis, Vlaardingen en Schiedam, onder de noemer: Natuurlijk Netwerken. Dat doen ze vaker, met als doel dat de deelnemers elkaar steeds beter weten te vinden. Deze keer mochten we iedereen welkom heten bij Weij. 

Er waren onder andere mensen bij van Code Groen, Stadslandbouw Ruytenburch, Voedselbos Vlaardingen en Duurzame Maassluizers en wij van Weij en het Fonds zelf natuurlijk. Ik heb niet de hele gastenlijst paraat, dus ik vergeet ook vast nog wel organisaties. In ieder geval was het gezellig druk. En we hadden gelukkig goed weer.

Het leuke aan het zijn van de gastlocatie is dat je van alles mag vertellen over je project. Ik gaf de aanwezigen dan ook met veel plezier een rondleiding over de tuin. Er was veel échte belangstelling en verwondering over de snelheid en de professionaliteit waarmee ik de zelfoogsttuin heb opgezet.

Tijdens zo'n rondleiding leg ik altijd uit dat we volgens biologische principes werken, maar niet biologisch gecertificeerd zijn. En uiteraard waarom ik die keuze heb gemaakt. Ik vertel over de start van het project en hoe de Groentemeester ingebed is in het grotere project van Weij. Ik geef aan dat we dankbaar gebruik maken van heel veel hulp van vrijwillige handen en dat we die betrokkenheid juist nastreven. Ik laat zien welk gereedschap we gebruiken en welke keuzes daaraan ten grondslag liggen. En uiteraard laat ik weten dat de oogst vorig jaar overvloedig was, en dat we er nu net zo hard aan werken om dat dit jaar ook voor elkaar te krijgen. Bovenal maken we het een plek waar het voor iedereen goed toeven is.

Veel deelnemers geven na zo'n rondleiding aan dat ze het een inspirerend verhaal vinden. Dat was ook nu weer zo. En dat is fijn om terug te krijgen.

Je kunt trouwens zelf ook een keer zo'n rondleiding meemaken, als je dat leuk vindt.
Iedere derde zaterdag van de maand geef ik er één vanaf een uur of twee. De eerstvolgende is komende zaterdag, op 15 juni.
Meer informatie vind je hier.

--

De leestips

Ik begrijp de activisten dat ze het proberen tegen te houden. Ik begrijp ook de overheid die niet afhankelijk wil zijn van gas uit het buitenland. Ik weet niet of het bezetten van dit platform op de lange termijn nou de meest effectieve actie is die je kunt uitvoeren. De echte actie is dat we onze verslaving aan fossiele brandstoffen moeten inperken. En eigenlijk zouden we misschien nog wel verder moeten gaan en ons algehele energieverbruik onder de loep nemen. We verspillen echt enorme hoeveelheden energie met zijn allen. Omdat het kan. (Maar eigenlijk kan het helemaal niet…)

Mooie ontwikkelingen. Van dit soort innovatie moeten we het hebben.

Misschien een mooie kans voor die bloemisten die aan de kant gezet worden om te gaan samenwerken met Wilderful. Daar wordt de wereld mooier van, want zij leveren uitsluitend natuurvriendelijke bloemen uit het seizoen. Wilderful werkt juist wel met lokale bloemisten en wil toe groeien naar een landelijke dekking.

Is dat zo?

Kijk, dat gaat de goede kant op.

Wij koken vrijwel nooit meer met zakjes en pakjes. Maar toen wij net leerden koken, was het wel handig om gewoon de beschrijvingen op de pakjes te kunnen volgen. Je moet het uiteindelijk wel op een of andere manier leren. En ons onderwijs schiet daarin gewoonweg tekort. Raar eigenlijk dat we zoiets belangrijks als voor je eigen voeding kunnen zorgen, bijna geen aandacht krijgt in ons onderwijsbestel.

Via de nieuwsbrief van Hofweb werd ik gewezen op deze verkiezingen. Ik vond het leuk om door al die initiatieven te bladeren. Natuurlijk heb ik ook mijn stem uitgebracht. Je mag in totaal 10 punten verdelen over verschillende VOORbeelden. Dat is ook sympathiek. 

--

De kijktip

Goede tips. Hij weet waar hij het over heeft.