Posts tonen met het label digitale didactiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label digitale didactiek. Alle posts tonen

zaterdag 2 januari 2021

Heldere uitleg over opdrachten en cijfers in Teams

 

Komende maandag gaat een nieuwe periode les op afstand beginnen. Veel scholen hebben de dagen voor de kerstvakantie gebruikt om afspraken te maken en dingen geregeld te krijgen om deze periode zo succesvol mogelijk te laten zijn. "Leuk is anders", zeggen sommigen. Maar tegelijk geldt ook: "Het wordt zo leuk als dat je het maakt." En er valt best wat van te maken, denk ik.

Bij SCOH maken we gebruik van Teams. Voor alle klassen die hebben aangegeven een Klassenteam te willen gaan gebruiken, hebben we die in Teams aangemaakt. Leerlingen hebben inloggegevens gekregen, en leraren hebben de Teams kunnen inrichten. De realiteit gebiedt te zeggen dat veel leraren (toch weer opnieuw) moeten uitzoeken hoe het in Teams allemaal werkt. Gelukkig is er veel materiaal beschikbaar waarmee je je dat relatief snel eigen kunt maken.

Een voorbeeld daarvan wil ik vandaag noemen: het Youtubekanaal van Kevin Stratvert. Hij is oud-medewerker van Microsoft en is vorig jaar voor zichzelf begonnen. Hij maakt heldere no-nonsense uitlegvideo's over allerlei software. Zo ook over Teams en het educatieve gebruik ervan. Zijn kanaal vind je hier.

Een voorbeeld van zo'n uitleg is die over Assignments & Grades in Teams die je bovenaan deze blogpost vindt. Dat is basis-functionaliteit in Teams die voor klassen zijn aangemaakt. In het Nederlands is dat vertaald als Opdrachten en Cijfers. Die tabbladen vind je dan ook bovenaan in je Team, als het Team is aangemaakt als klassenteam.



In zijn video laat hij ook kort de functionaliteit zien om rubrics te maken. Dat helpt je bij het beoordelen van het ingeleverde werk. Hij loopt daar met wat grote stappen doorheen, wat mij betreft. Maar hij is dan ook vooral een techneut en zijn insteek is wat minder onderwijskundig, denk ik. Als je rubrics goed opzet, helpt het de kwaliteit van het ingeleverde werk te verhogen. En het kan er ook voor zorgen dat je de ontwikkeling van een leerling zichtbaar maakt. Meer informatie over rubrics vind je in deze blogpost die ik in 2013 schreef.

Voor komende maandag wens ik iedereen veel succes met de mogelijkheden die technologie ons biedt. Het is echt de moeite waard om je daar een beetje in te verdiepen.





dinsdag 27 maart 2018

Studietweedaagse SCOH: Kennisnet over onderwijs en ict

Op 15 en 16 maart werd de jaarlijkse studietweedaagse van SCOH voor directies en stafmedewerkers gehouden. We kwamen hiervoor bij elkaar op het Forteiland in IJmuiden.
Ik kon zelf alleen op de donderdag aanwezig zijn. Er stonden drie workshops op het programma waarvan ik in deze blogpost de workshop van Kennisnet met als titel 'Onderwijs en ict' wil bespreken.

Namens Kennisnet verzorgde Alfons ten Brummelhuis deze sessie. Aan alle medewerkers van de scholen was voorafgaand aan de studietweedaagse gevraagd om een vragenlijst in te vullen over hun ict-gebruik in relatie tot hun onderwijs. Op basis van de resultaten van deze vragenlijsten ontving iedere directeur een 'schoolfoto' van het ict-gebruik van hun team. Die schoolfoto liet (bij voldoende respons) zien waar een team staat met betrekking tot hun ict-gebruik. In een overzichtelijk staafdiagram werd getoond op welke punten er veel ict-gebruik was en op welke punten minder. En de resultaten van de school werden afgezet tegen het landelijke gemiddelde. Een voorbeeld van zo'n item was 'ik gebruik het digibord tijdens mijn instructie'.
Helaas was bij veel scholen het aantal respondenten niet hoog genoeg om echte conclusies te kunnen verbinden aan de schoolfoto. Maar interessanter vond ik uiteindelijk het dilemma dat Alfons de aanwezigen voorlegde. (En dat kwam ook wel een beetje omdat ik daar niet als directeur zat, en om die reden geen eigen schoolfoto kon bekijken.)
Hij vertelde dat eigenlijk ieder schoolteam een zelfde soort opbouw heeft in ict-gebruik. Er is een kopgroep die openstaat voor nieuwe ontwikkelingen en veel uitprobeert. Zij integreren de zinvolle toepassingen in hun lessen en laten de minder zinvolle toepassingen links liggen. Dan is er het 'peloton'. Dat is de middengroep. Zij wachten eerst af, maar volgen uiteindelijk de kopgroep in het zinvolle gebruik van ict-toepassingen. En als laatste heb je de staartgroep. Dat zijn de mensen die eigenlijk maar heel moeizaam in beweging komen. Ze willen niet, vinden de dingen te moeilijk of zitten hun tijd uit.
Vervolgens plaatste hij die drie groepen in een metafoor van eilanden. Groei-eiland, kanseneiland en rusteiland. De mensen op de eilanden zijn op weg naar toekomstland, een metafoor voor de situatie waarin je als school terecht wil komen. Daar maken de leraren op een zinvolle, beredeneerde wijze gebruik van ict in hun lessen.
En toen kwam het dilemma voor de schooldirecteur. Want de grote vraag is nu hoe je de mensen op de verschillende eilanden naar toekomstland brengt. Van Alfons mochten we één brug bouwen tussen toekomstland en één van de eilanden. Welke brug zou je bouwen?
Toen we daar (ongeveer) een antwoord op geformuleerd hadden, kregen we de vraag welke brug we dan wilden bouwen. Wilden we een brug waar mensen te voet over konden gaan? Of een brug die geschikt was voor auto's? Of wilden we een brug waar een trein over kon rijden? Deze metafoor gebruikte hij om te benadrukken dat budgetten op school eindig zijn. En dat de directeur beslist welk budget hij voor welk doel inzet.
Eén van de aanwezige directeuren vroeg aan Alfons wat hij zou adviseren om te doen. Maar daar gaf hij wijselijk geen antwoord op. Dat was nou eenmaal het dilemma van de schooldirecteur...

Een andere zaak die ter sprake kwam was de relatie tussen de bekwaamheden van de leraar. Je hoopt dat iedere leraar even bekwaam is in zijn didactisch repertoire. Afwisselend, divers en afgestemd op de doelgroep. Maar in de praktijk zijn er grote verschillen tussen individuele leraren. Op het gebied van ict-vaardigheden en ict-gebruik in hun lessen bestaan ook zulke grote verschillen tussen leraren. Volgens Alfons heeft onderzoek inmiddels duidelijk gemaakt dat de leraren die meer ict gebruiken in hun lessen, ook de leraren zijn die een gevarieerder didactisch repertoire hebben. Kortweg: de betere leraren gebruiken meer ict. Interessante vaststelling vond ik dat.




maandag 10 oktober 2016

Goede voorbeelden van ict in het onderwijs zichtbaar maken


SCOH wil haar scholen ondersteuning gaan bieden op het beter (gaan) gebruiken van technologie in het primaire proces van onderwijs. Over het 'hoe' wordt op het moment nagedacht. In de voorbereidende stukken hebben we nu onder andere opgenomen dat we de goede voorbeelden op de scholen in de stichting zichtbaar willen maken.
We hebben echter (nog) geen concrete uitwerking in welke vorm we dat het beste kunnen doen.

En toen stuitte ik op de uitgave: 'Practitioner's Guide to Technology Pedagogy and Content Knowledge (TPACK), Rich Media Cases of Teacher Knowledge' (pdf). In die uitgave worden voorbeelden van technologiegebruik beschreven.  Achtereenvolgens beschrijven ze van een casus de volgende onderdelen.
  1. Scenario
  2. Maak kennis met de leraar
  3. De activiteit
  4. De technologie
  5. Klas in actie
  6. Leerlingwerk
  7. Reflectie van de leraar
En voor ons is dat format waarin ze iedere casus beschrijven volgens mij best wel bruikbaar. Eens even verder op broeden...



dinsdag 20 september 2016

Studiedag SCOH 2016: ict als middel

Gisteren vond de gezamenlijke SCOH-studiedag plaats. Alle medewerkers van SCOH en SPCP kwamen samen in het World Forum in Den Haag, dat voor de gelegenheid was afgehuurd voor onze studiedag. Het programma van de dag bestond uit een lezing van Steven Pont over het belang van hechting, twee workshoprondes en een afsluiting door Leo Blokhuis. Uiteraard waren er tussendoor de nodig pauzemomenten om elkaar te kunnen ontmoeten.
 
Tijdens deze studiedag was ik deze keer niet alleen deelnemer, maar ook workshopleider. Samen met mijn collega en vriend Ronald Akkerboom heb ik twee keer de workshop 'ict als middel' verzorgd. In onze workshop ging het ons erom om bij de deelnemers 'het knopje aan te zetten' waardoor ze gingen nadenken over het ict-gebruik in hun les(sen).
Met de boeken 'Expliciete Directe Instructie', 'Kleppen Dicht!' en onderzoek van Marzano in de hand hadden we deze workshop voorbereid. Wat we grofweg gedaan hebben, is een les geven aan de hand van het directe instructiemodel. En bij iedere fase gaven we voorbeelden aan van ict-tools of -middelen die wat ons betreft pasten bij de betreffende fase van de les.
 
Hoe zag dat er uit? In schema:
1. Terugblik - Plickers
2. Orientatie - Answergarden
3. Instructie - PowerPoint, Leraar24, Youtube
4. Begeleide inoefening - Cram, Padlet
5. Zelfstandige verwerking - Padlet
6. Evaluatie - Quickkey
7. Vooruitblik - TPACK-oefening
 
Tijdens de eerste twee fases van de les hebben we Plickers en Answergarden gebruikt. Plickers is een stemtool. Je stelt een meerkeuzevraag en de deelnemers antwoorden door een kaart met een QR-code in de lucht te steken. Je kunt de antwoorden dan scannen met de app 'Plickers' op je iPad of telefoon. Vervolgens kun je de resultaten daarvan op het scherm, dat voorin de klas hangt, tonen. Wij hebben ervoor gekozen om hiermee even 'in te tunen' op de groep. Vragen die we stelden waren bijvoorbeeld:
  • Ken je het directe instructiemodel?
  • Weet je wat TPACK is?
  • Hoeveel apparaten heb je in je klas maximaal tot je beschikking?
Vervolgens hebben we Answergarden ingezet om te inventariseren welke tools en middelen de aanwezigen kenden en gebruikten in hun lessen. Op de inventarisatie zouden we later terugkomen, in de fase van de zelfstandige verwerking. Het mooie van Answergarden is dat het heel snel duidelijk wordt als een antwoord vaker gegeven wordt, omdat dat antwoord dan groter in beeld komt te staan.
 
In fase 3 deed Ronald een instructie waarvoor hij een PowerPoint-presentatie had voorbereid. Hij liep het directe instructiemodel nog eens door en vertelde vervolgens het één en ander over het (ontstaan van het) TPACK-model. De stelling die we daarbij hebben aangehouden is dat je eerst moet zorgen voor een goede les in de zin van het koppelen van de juiste pedagogisch-didactische werkvorm en de vakinhoud. En pas daarna een technologisch component toevoegt. Onder het motto: ict maakt een goede les sterker, maar een slechte les zwakker.
 
Voor de begeleide inoefening (fase 4) hebben we ervoor gekozen om gewoon eens samen met de groep twee tools van dichterbij te bekijken. Ik had daarvoor als eerste de tool 'Cram' gekozen. Dat is een (willekeurige) tool waarmee je sets van flitskaarten kunt maken en (laten) oefenen. En als tweede tool heb ik Padlet besproken. Die twee tools heb ik gekozen omdat je van deze twee tools heel goed het versterkende effect kunt beargumenteren.
Flitskaarten kun je ook op papier maken. En dan zijn ze (denk ik) net zo effectief als digitale kaartjes. Maar het versterkende effect van digitale flitskaarten zit hem in het feit dat je meer kinderen tegelijkertijd kunt bedienen met dezelfde set die je gemaakt hebt, en dat je er eventueel oefenmomenten mee kunt 'programmeren' die optimaal inspelen op kennis over de vergeetcurve.
 
De manier waarop wij Padlet gingen inzetten, had ook op papier gekund. De opdracht (bij de fase van de zelfstandige verwerking) was dat ze de tools die ze genoemd hadden op de pagina van Answergarden moesten gaan indelen bij de fases uit het directe instructiemodel. Ik had een Padlet klaargezet waarop 7 kolommen gemaakt waren, met boven iedere kolom de titel van een fase. De deelnemers moesten in groepjes van vier steeds een tool uit de Answergarden bespreken. En als ze consensus hadden over in welke fase van het directe instructiemodel de tool paste, dan mochten ze hem op de Padlet neerzetten.
Zoals gezegd: met een flapover en stickynotes had dit ook gekund. Waarom dan op deze manier met ict? De meerwaarde tijdens de les zit hem in het voorkomen van het lopen in het lokaal waardoor het een veel rustiger pedagogisch klimaat schept om overleg mogelijk te maken. Daarnaast kun je de Padlet eenvoudiger achteraf delen. Dat was nu voor ons niet zo zinvol, maar er kunnen situaties zijn waarbij je dat wel zou willen.
 
Bij de fase van de evaluatie gebruikten we Quickkey. We hadden een toetsje voorbereid met hier en daar wat 'flauwe' meerkeuzevragen waarvan er steeds één antwoord goed was. Van te voren hadden we antwoordformulieren op naam uitgedeeld waarop de deelnemers hun antwoorden konden invullen. Met de app Quickkey op mijn iPad ging ik vervolgens bij de deelnemers langs om het formulier na te kijken. De app scant de antwoorden en geeft de uitslag direct op het scherm. Een overzicht kun je nadien weer tonen op het scherm voorin de klas.
 
In de eerste workshopronde was de tijd daarna helaas op omdat de opening van de dag was uitgelopen. Dus toen hebben we onze workshop afgerond na de zesde fase. In de tweede workshop konden we ons originele plan afmaken en ook de laatste fase van het DIM-model doen: de vooruitblik. Van tpack.nl hadden we kaartjes gehaald met werkvormen, vakken en tools. De deelnemers gingen met die kaartjes aan de slag om alvast een beetje vooruit te kijken op een les die ze konden gaan geven.
 
Tijdens iedere fase hebben we gepoogd de deelnemers te laten nadenken over het waarom van de inzet van een bepaald ict-middel. De reacties die we achteraf via collega's van sommige deelnemers hoorden, doet ons vermoeden dat we aardig in onze opzet zijn geslaagd.
Het was zeker leuk om te doen. Wie weet voor herhaling vatbaar.

 
 

maandag 23 mei 2016

Ict en educatie in onze organisatie

Als je aan de slag gaat met ict in het onderwijs kom je erachter dat het een onderwerp is met heel veel facetten. Om het handen en voeten te geven, hebben we er bij SCOH voor gekozen om structuur in onze aanpak aan te brengen. Ons ICT programmamanagement heeft drie beleidsterreinen geformuleerd waarop we met ict aan de slag gaan. We noemen dit de pijlers waar onze aanpak op rust.
Die pijlers zijn:
1. Ict en informatiebeveiliging
2. Ict en communicatie
3. Ict en educatie

We zijn ook in deze volgorde aan de slag gegaan om procedures te ontwikkelen en duidelijkheid te verschaffen naar onze scholen toe over wat er wel en niet gedaan gaat worden met ict binnen onze organisatie. Ik wil straks vooral even ingaan op de derde pijler: ict en educatie. Maar eerst is het misschien aardig om even kort te benoemen wat die andere twee pijlers inhouden.

Pijler 1: Ict en informatiebeveiliging
Ict en informatiebeveiliging gaat over de manier waarop wij er voor zorgen dat onze gegevens beschermd zijn. We hebben ons te houden aan de Wet bescherming Persoonsgegevens. En deze pijler beschrijft hoe wij dat zo goed mogelijk doen. Wij waren één van de eerste schoolbesturen in Nederland die hiermee gestructureerd aan de slag zijn gegaan.

Pijler 2: Ict en communicatie
Ict en communicatie gaat over de manier waarop we onze interne en externe communicatie faciliteren met ict. Dat heeft er bijvoorbeeld in geresulteerd dat we stichtingsbreed met Office365 zijn gaan werken en dat we nu bezig zijn met een traject om de websites te updaten en de nieuwsbrief van de stichting verder vorm te geven.

Pijler 3: Ict en educatie
Maar zoals gezegd gaat het in deze blogpost vooral om de derde pijler. Ict en educatie. Ongeveer een jaar geleden zijn we gestart om dit onderwerp daadwerkelijk 'beet te pakken'. Er werd een werkgroep geformeerd die zich ging buigen over ict-gebruik dat plaatsvindt in het primaire proces in de klas.
Al snel kwamen we erachter dat we een benadering zochten die de verschillende facetten van ict-gebruik beter in kaart bracht. De werkgroep werd onderverdeeld in vijf verschillende subgroepen die zich ieder zouden gaan buigen over een specifiek deel. Die vijf subgroepen gingen aan de slag met de volgende onderwerpen:

1. Ict en infrastructuur.
Wat is er in de voorwaardelijke sfeer nodig? Hoe zorgen we ervoor dat leerkrachten niet of zo min mogelijk tegen technische belemmeringen aanlopen? Kortom het moet gewoon werken. Deze subwerkgroep ging aan de slag met zaken als connectiviteit, wifi, netwerkbeheer.

2. Ict en leerkrachtvaardigheden.
Wat mogen we verwachten van leerkrachtvaardigheden op het gebied van ict? Welke zaken moeten alle leerkrachten binnen onze organisatie kennen en kunnen om optimaal te kunnen functioneren? En hoe verhoudt zich dat tot ons personeelsbeleid? Dat is waar deze subwerkgroep mee aan de slag ging.

3. Ict als leermiddel.
We willen dat leraren technologie inzetten in het onderwijsleerproces. De manier waarop ze dat doen, doet er toe. Het gaat er bij deze subwerkgroep om dat ict gebruikt wordt om leerdoelen te behalen op andere vakgebieden: rekenen, taal, woordenschat, topografie e.d. Leraren moeten dan in staat zijn om te beoordelen wanneer je ict wel en wanneer je ict niet gebruikt. En hoe je dat in de praktijk doet. Je krijgt dan te maken met zaken als learning analytics, aansluiten bij leertheorieën en het hanteren van effectieve werkvormen. Zowel digitaal als analoog. Waarom kies je voor het één, of waarom kies je voor het ander?

4. Ict als doel.
We willen ook dat leerlingen technologie leren hanteren. Zij moeten ict-vaardig(er) gemaakt worden. Het gaat er bij deze subwerkgroep om dat we aanbod in onze scholen hebben dat ervoor zorgt dat leerlingen leerdoelen behalen op het gebied van beheersing van technologie. Onderwerpen die op de agenda van deze subwerkgroep staan, zijn mediawijsheid, programmeerlessen en maakonderwijs. In onze optiek kunnen deze onderwerpen niet aangeboden worden zonder basis ict-vaardigheden. Dus ook daarin zou iedere school dan een aanbod moeten (gaan) formuleren.

5. Ict voor het jonge kind.
Behalve kinderen van de basisschoolleeftijd, bedienen we vanuit onze organisatie ook kinderen op peuterspeelzalen. Deze doelgroep (met hun ouders) verdienen wat ons betreft aparte aandacht. Deze subwerkgroep ging aan de slag met adviezen over technologiegebruik bij zeer jonge kinderen. Waar doe je verstandig aan zowel qua inhoud, als qua tijdsduur? En hoe ondersteun je ouders in deze keuzes? Dat is waar deze subwerkgroep zich over boog.

Belangrijk feit over de bovengenoemde subgroepen is dat we vanuit onze bovenschoolse organisatie met betrekking tot de eerste twee onderwerpen uitdrukkelijk de ambitie uitspreken om bepalend te zijn naar onze scholen toe. Dat betekent dat er een verplichtend karakter in de uitwerking en opvolging van de onderwerpen van die subgroepen is. Daarmee hopen we in de voorwaardelijke sfeer een soort minimumniveau van faciliteiten en vaardigheden te garanderen.
De andere drie subgroepen zijn veel meer bedoeld als ondersteunend. De school (of peuterspeelzaal) moet wat ons betreft zelf nadenken over hun beoogd ict-gebruik. De school ontwikkelt zelf een visie en vanuit die visie kan er een beroep gedaan worden op ondersteuning vanuit de bovenschoolse organisatie. Het zou dus ook zomaar kunnen zijn dat een school er (beredeneerd) voor kiest om minimaal ict te gebruiken in de lessen. Het beleid is er niet op gericht om onze scholen zo ver mogelijk te digitaliseren. Het gaat om visievorming en beredeneerde inzet van ict.

De derde pijler die ik hier beschreven heb, is volop in ontwikkeling. Binnenkort komen de subwerkgroepen weer bij elkaar om alle bevindingen bij elkaar te vegen. Daaruit moet uiteindelijk een plan voortkomen waarmee we de komende jaren aan de slag gaan. Wordt ongetwijfeld vervolgd...


maandag 1 februari 2016

Office365 gebruiken in de klas met deze 5 tools

Op OfficeBlogs vond ik vandaag een aardig artikel over de inzet van Office365 in de klas. Zij geven aan dat de volgende vijf tools erg geschikt zijn om daar zinvolle dingen mee in de klas te doen. Deze tools zijn:

  1. OneNote Class Notebook
  2. Sway
  3. Office Online
  4. OneDrive
  5. Skype


Als je wilt weten wat zij daarvoor inhoudelijk voorstellen, zou ik de blogpost zelf maar even lezen.

Voorwaarde voor het gebruik van deze tools met en door leerlingen is natuurlijk wel dat je ook leerlingaccounts toevoegt aan je Office365-omgeving. Anders valt er niet op deze manier te werken. Een leerlingadministratie in Office365 bijhouden, vind ik echter relatief veel werk. Het zou mooi zijn als je op de één of andere manier een koppeling kon maken met je leerlingadministratiesysteem zoals Esis of Parnassys. Misschien is dat al in enige vorm al mogelijk. Dat weet ik eerlijk gezegd (nog) niet.

Daarnaast zijn de genoemde mogelijkheden om samen te werken ook prima te gebruiken voor medewerkers onderling. Dat is de fase waarin SCOH zich nu begeeft. Van bijna alle scholen en medewerkers is de mail nu gemigreerd. Na ongeveer een jaar school voor school (iedere week één) overzetten qua mailomgevingen hebben we straks alle gebruikers binnenboord, in dezelfde Office365-omgeving. Voor Pasen moet dat helemaal voor elkaar zijn.
Dan wordt het tijd om volgende stappen te zetten in het gebruik van de omgeving.

Gebruikt jouw stichting al leerlingaccounts in de Office365-omgeving? Van welke tools laat je ze dan gebruik maken?

maandag 18 januari 2016

10 tips voor een succesvolle inzet van gamification

Van de week schreef ik over 7 gamingprincipes die kunnen bijdragen aan leren. We hebben het dan over de term gamification. Op InformED kwam ik een artikel tegen met tips rondom het inzetten van gamification-principes in je onderwijs. Voor een succesvolle inzet adviseren zij:

1. Ga cijfers en beoordelingen niet gamificeren.
2. Wissel werkbladen af met games.
3. Maak falen noodzakelijk en low-stakes.
4. Verkort de feedbacktijd.
5. Gebruik actief experimenteren en ontdekken voor de harde wetenschappen.
6. Gebruik rollenspellen en verhalen voor de sociale wetenschappen.
7. Zorg voor concrete, passende uitdagingen.
8. Beloon oplossingen met moeilijke(re) problemen.
9. Verwacht niet dat game jargon genoeg is.
10. Maak het visueel.

Ik pik daaruit dat de voornaamste waarschuwing is dat je er niet komt met oppervlakkig wat gametermen toevoegen aan je lessen. Je moet structureel wel iets veranderen als je er effect van wil zien.
Ik denk dat gamification zich vooral leent voor lesaanbod dat je via mastery learning kunt laten passeren. En je hebt een hoop data nodig over de activiteiten van de leerlingen om tijdens het leren snel bij te kunnen sturen. Dat blijkt ondermeer uit de wens tot snelle feedback, de zone van naaste ontwikkeling willen blijven volgen, en een oplossing belonen met een moeilijker (maar niet te moeilijk) probleem.

Leren in een digitale (virtuele) omgeving zou het mijn inziens enorm veel makkelijker maken om op een effectieve manier met gamification-principes te gaan werken. Alles wat een leerling in zo'n omgeving kan namelijk theoretisch worden vastgelegd. (De vraag of we dat ook moeten willen, is overigens een andere.) Dat levert een berg data op, die je kunt gebruiken om de leerlingen op tijd de juiste uitdaging te bieden.

Interessant is daarnaast de vraag of gamification ook analoog kan. Ik denk dat je bepaalde elementen zeker wel kunt uitwerken in een analoge setting. Zo denk ik aan badges, low-stakes uitdagingen, en een falen-is-normaal-mentaliteit. Dus ook zonder digitale leeromgeving kun je je voordeel doen met principes uit de gamewereld.


zondag 17 januari 2016

9+ aanbevolen apps voor kleuterklassen met iPad

Zoals ik afgelopen woensdag al schreef, was ik maandag op de school van mijn kinderen om hen van advies te voorzien over het gebruik van iPads in de klas. De vraag welke apps te gebruiken kwam al snel op tafel. Ik had hen toen beloofd om een lijstje te maken van apps waarvan ik vind dat ze geschikt zijn voor gebruik in kleuterklassen. Onderstaand lijstje is niets meer en niets minder dan dat.

Letterschool
Een app voor ontluikende geletterdheid en schrijven. Mijn eigen kinderen hebben er op de kleuterleeftijd veel plezier van gehad wanneer ze thuis op de iPad mochten.

Letterlegger
Geschikt voor 'snelle' kleuters op het gebied van lezen. Eigenlijk een ondersteunende app voor leerlingen in groep 3, maar mijn inziens ook prima in de kleuterklas in te zetten. Het is een app van Zwijsen die prima past bij de gehanteerde methode.

Rompompom ik leer letters
Ook een app van Zwijsen. Zij geven een maandblad uit met de naam Rompompom. Het figuurtje begeleid jonge kinderen met allerlei spelletjes rondom letters en woordjes. Aardig is bijvoorbeeld het spelletje waarbij de gyroscoop van de iPad gebruikt wordt om kaartjes in het juiste kistje te 'schudden'.

Lego Friends Story Maker
Van Lego is er een hele rits aan apps te downloaden. De meeste zijn gewoon leuk voor thuis voor simpel vermaak. De Story Maker van Lego Friends is mijn inziens ook educatief in te zetten bij taalonderwijs. De kinderen kunnen op een vrij eenvoudige manier een verhaal in elkaar zetten en opnemen. Je zou het daarna via een Apple TV kunnen laten zien aan de klas.

Kodable
Voor kleuters (en juffen) die de eerste stappen willen zetten met een programmeerleerlijn. De bedoeling is dat je een pluizig bolletje een bepaald pad laat volgen door vooraf de route die hij moet nemen te programmeren. De opdrachten worden al gauw steeds moeilijker waardoor leerlingen leren om stapsgewijs vooruit te denken.

Slate Math
De beste rekenapp die ik ooit gezien heb. Ontwikkeld onder regie van een Israëlische computerwetenschapper. De meeste rekenapps begeven zich op het gebied van automatiseren en 'stampen'. Deze app werkt aan het inzicht en begrip. De app is zo omvangrijk dat ik de gelegenheid nog niet heb gehad om alles helemaal te bekijken. (Mijn dochter overigens wel, hoor.)

Matrix game 3
Hiervan bestaan eigenlijk drie apps die opklimmen in moeilijkheid. De bedoeling is dat de kleuters een kaartje op de juist plek in een matrix neerleggen. Hoewel ik denk dat het sommige kleuters snel kan vervelen, ben ik ook van mening dat het een goede oefening is. En ze krijgen direct feedback op wat ze neerleggen. Beter dan dezelfde oefening op papier in ieder geval. (Matrix game 1, Matrix game 2.)

Bobo vormen en kleuren
Van de lijn Bobo zijn er meerdere educatieve apps. Net als het tijdschrift zitten deze apps boordevol zinvolle spelletjes. Vormen en kleuren is maar één van de vele apps van Bobo.

Jop gaat slapen
Eigenlijk geldt hetzelfde voor de serie van Jop. Dat zijn eigenlijk een soort interactieve prentenboekjes waarin een bepaald thema centraal staat. Jop is een giraf die een hoop meemaakt. En de kleuter wordt daar deelgenoot van. Ondertussen leert Jop hem van alles.


Zoals gezegd is dit maar een lijstje dat ik toevallig heb samengesteld toen mijn kinderen zelf in de kleuterperiode zaten. Maar ik heb ook maar één mening. Als een school aan de slag gaat, is het zinvol om met zoveel mogelijk collega's op zoek te gaan naar geschikte apps. Daarbij zou ik willen aanbevelen dat je eerst op een rij zet voor welke vakgebieden of thema's je geschikt materiaal zoekt, en waar dat materiaal aan moet voldoen. Dat zoekt een stuk makkelijker.
En maak daarbij gebruik van de kennis van velen: bijvoorbeeld een platform als Eduapp.



donderdag 14 januari 2016

7 manieren waarop gamingprincipes kunnen bijdragen aan onderwijs

De titel van deze blogpost komt rechtstreeks van een blogpost op Educational Technology and Mobile Learning: '7 Ways Video Games Enhance Learning'.
In dat artikel bespreken ze dat het onderwijs iets zou kunnen leren van principes die in de game-industrie vrij normaal zijn. De argumentatie is dat de spellenmakers moeten zorgen voor uitdagende, boeiende en motiverende ervaringen, omdat ze anders de concurrentie niet overleven. Er worden 7 principes besproken die weer 'geleend' zijn uit een TED video uit 2010.

De spreker (Tom Chatfield) gaat in op wat computerspellen doen met het brein. Hij schetst dat in een (online) spel van tegenwoordig eigenlijk alles wordt gemeten wat de speler doet. Door die enorme berg data kunnen spellenmakers volgens hem een beloningsschema opstellen. Ze kunnen nauwkeurig voorspellen wanneer iemand zal afhaken, en dus programmeren ze op precies dat punt in het spel een beloning, of een nieuwe opdracht, of ... nouja, iets.
Hij vergelijkt het spelen van een spel eigenlijk met het continu openen van doosjes, of cadeautjes, zo je wilt. En de spellenmakers bepalen hoe vaak er cadeautjes zijn, hoe groot ze zijn en wie ze krijgt.

Omdat alles in een game gemeten wordt, kun je ook op heel veel manieren terugkoppelingen doen van dat meten naar de speler. En die terugkoppelingen zijn de manieren waarop spellenmakers het spel interessant houden.
De spreker in de TED talk noemt deze zeven:
- Ervaring wordt geteld. Dat zijn de XP-points in games. Bij alle kleine dingen die je doet in het spel, krijg je ervaringspunten. En die worden zichtbaar gemaakt.
- Meerdere doelen tegelijkertijd op korte en lange termijn. De speler heeft een keuze met welke opdracht of missie hij aan de slag gaat. Hij kan kiezen tussen een snelle opdracht met een kleine beloning of een lange opdracht met een grotere beloning.
- Inzet belonen. Het maakt niet uit of je een doel haalt of niet. Als je het geprobeerd hebt, krijg je daar ook een beloning voor.
- Snelle, regelmatige en duidelijke feedback. De speler moet weten of hij op de juiste weg is.
- Element van onzekerheid. Als iedere actie een beloning oplevert, dan raken mensen gauw verveeld. Er moet een element van onzekerheid in zitten. Krijg ik het wel of niet, en wanneer dan wel? Dat houdt mensen aan de gang.
- Gebruik maken van momenten van verbeterde aandacht. De spellenmakers kunnen volgens de spreker steeds beter voorspellen wanneer spelers gevoelig zijn voor bepaalde input. Dit noemt hij momenten van verbeterde aandacht. Die momenten kun je gebruiken om het geheugen of het zelfvertrouwen van mensen te versterken.
- Andere spelers. Spelers houden elkaar gemotiveerd. Er zijn taken die je in je eentje in een spel niet kunt volbrengen. Daar heb je anderen voor nodig. En je hebt het gevoel dat er op jou gerekend wordt.

Vervolgens gaat hij in kansen voor bedrijven en onderwijs om van deze kennis gebruik te maken. Daar zit wel iets in wat onderwijs betreft. Er wordt in het onderwijs ook steeds meer mogelijk met digitale leeromgevingen waarin allerlei datapunten worden vastgelegd. Als we deze bovenstaande kennis daarop kunnen toepassen, maken we leren voor een hoop kinderen misschien wel makkelijker en leuker.
Maar... ik zie ook een denkfout. (Denk ik). Hij past namelijk de kennis die ontwikkeld is bij een specifieke groep (namelijk mensen die online spelletjes spelen leuk vinden) toe op een veel grotere groep (namelijk alle mensen).

Zijn er al onderwijsapplicaties die op deze manier met data kunnen omgaan? Ik ken ze niet.


Hieronder de TED talk:





woensdag 13 januari 2016

Eduapp biedt vanaf nu twee smaken

Afgelopen maandagochtend was ik op de school van mijn kinderen. Ze werken daar sinds enige tijd met iPads bij de kleuters. Ik had aangegeven dat ik ook wel enig verstand van ict in het onderwijs had. Daarop vroegen ze me of ik een keer tijd had om daarover ideeën te komen uitwisselen. Zo gezegd, zo gedaan.

We hebben het (vrijwel) niet over beheer van de apparaten gehad. De grootste vraag die op tafel lag, was eigenlijk: "Hoe komen we erachter welke apps geschikt zijn?" En: "Kun je ze bijvoorbeeld het best rubriceren op vakgebied of op thema?"
Ik heb daar wel ideeën over, maar ik ben ook maar één mens, met één mening. Ik heb hen voorgesteld om gebruik te maken van relevante bronnen op het internet. (Nadat ik uiteraard mijn mening eerst verteld had... ;-) )

Eén van die bronnen om te komen tot een goede selectie van apps is wat mij betreft nog steeds Eduapp. En laat het toeval nou beslist hebben dat ik deze week ook een mailtje kreeg van Eduapp dat ze er vanaf nu zijn in twee smaken.

1. Gratis - Eduapp voor leraren
De eerste smaak is het gratis (individuele) account. Wat krijg je daarvoor?

  • Wekelijks nieuwe educatieve apps in je dashboard
  • Onbeperkt zoeken naar apps, lijsten, personen en organisaties, inclusief alle filters zoals vakgebied en type systeem
  • Onbeperkt lijsten maken
  • Onbeperkt werken met privacy-instellingen, dus je lijsten op privé zetten


2. Betaald - Eduapp voor scholen
De tweede smaak is het betaalde account waarmee je binnen een school kunt samenwerken. Wat krijg je daarvoor?

  • Onbeperkt zoeken naar lesideeën, inclusief alle filters zoals vakgebied en type lesidee
  • Onbeperkt lesideeën maken
  • Je gemaakte lijsten en lesideeën alleen delen met de teamleden van je school
  • Berichten en foto’s met teamleden delen zodat je altijd weet wat er speelt.

Ik vind de scheiding die ze maken tussen de twee vormen wel logisch. Je legt duidelijk de educatieve inzet van de apps (lesideeën) bij scholen. Daarmee zou je voor een bepaalde kwaliteit van de lesideeën kunnen zorgen. Ik ben benieuwd hoe dit gaat uitpakken. 
Als ik echter naar onze stichting kijk, zie ik voor het gebruik van het platform nog niet heel erg veel belangstelling. En toch worden de vragen - zoals hierboven door de school van mijn kinderen - ook gesteld door onze scholen. 
De vraag die hier eigenlijk aan ten grondslag ligt, is de vraag of scholen voor deze dienst willen betalen. Maar dat is een andere vraag dan waar ik deze blogpost mee begon. Want het antwoord op die vraag is eigenlijk heel helder: Eduapp. 




zaterdag 9 januari 2016

3 kleine notities over OneNote

Een bijdrage op het blog van Richard Byrne (Free Technology for Teachers) gaat over OneNote. Het gaat om een gastblog van Beth Holland met de titel 'Digital Note-Taking with OneNote'. Een waardevolle bijdrage wat mij betreft.

Hoewel ik aardig ingevoerd ben in de functionaliteiten van Office365 - waar OneNote ook onderdeel van is -, heb ik (nog) niet zo veel ervaring met OneNote. Ik gebruik zelf al jaren Evernote. Maar Beth beschrijft dat OneNote op een aantal punten toch echt verschilt van (de gratis versie van) Evernote.
Ik had me bijvoorbeeld niet gerealiseerd dat:

  • je in OneNote realtime kunt samenwerken.
  • je in OneNote vanaf meerdere devices (maar vanuit hetzelfde account) in hetzelfde notebook kan werken. Beth beschrijft daarbij het voorbeeld dat je foto's van je telefoon kunt toevoegen terwijl je de OneNote applicatie op je bord open hebt staan. Daarmee wordt OneNote ook geschikt voor een simpele vorm van bestandsoverdracht.


Daarnaast kun je OneNote gebruiken als pdf-bewerkingstool. Dat is natuurlijk handig voor vergaderstukken als je op je eigen 'papiertje' wilt kunnen droedelen.

Bovenal is OneNote gratis op elk device voor de volledige functionaliteit. Dat is ook onderscheidend ten opzichte van Evernote. Die werken met een gratis basisplan, maar voor realtime samenwerken moet je bijvoorbeeld betalen, naar ik meen.

maandag 29 juni 2015

Leerlingen in Office 365

Vorige week organiseerde stichting Flore voor pionierende leerkrachten van hun stichting een bijeenkomst over het werken met leerlingen vanuit Office 365. Ik was daar wel in geïnteresseerd en vroeg of ik samen met Maurits vanuit SCOH mocht aansluiten. En dat mocht.
Ik had daar bepaalde verwachtingen bij, maar die pakten anders uit.

Met leerlingen in Office 365 samenwerken is iets dat Microsoft heel erg aan het promoten is. Dat doen ze vooral door OneNote Class Notebook onder de aandacht te brengen. Hierin kun je als leraar een klasomgeving in OneNote opzetten waarin je drie verschillende Notebooks aanmaakt. Je maakt een gedeeld Notebook voor de hele klas, waarin iedereen kan lezen en bijdragen. Dat Notebook is bedoeld om samen te werken in projectvorm. Daarnaast maak je een Notebook aan als inhoudsbibliotheek. Daarin mogen leerlingen lezen en jij kunt bijdragen. Daarin kun je dus lesmateriaal en naslag wegzetten dat de leerlingen nodig hebben tijdens de lessen. Als laatste maak je per leerling een persoonlijk Notebook aan. Daarin kan alleen die ene leerling lezen en schrijven. En jij kunt dat ook in ieder persoonlijk Notebook. Ze zien elkaars werk niet. Hierin kunnen de leerlingen hun opdrachten maken en inleveren. En jij kunt het dan nakijken.
Voor het opzetten van die omgeving heeft Microsoft een tool gemaakt die het aanmaken van de Notebooks voor je doet: de OneNote Class Notebook Creator

Mijn verwachting was eigenlijk dat stichting Flore deze omgeving voor een paar klassen ingeregeld had en daar de aftrap van ging doen tijdens de bijeenkomst. Maar dat was niet zo. Zij vliegen het vanuit een andere hoek aan.
In Office365 heb je namelijk ook een functionaliteit die 'groepen' heet. En Microsoft is heel erg bezig om die functionaliteit uit te bouwen. Flore gaat daarmee aan de slag. Zij hebben simpelweg voor iedere klas een 'groep' in Office 365 aangemaakt. En zo'n groep heeft een gedeelde OneDrive waarin ze allemaal kunnen lezen en schrijven. In die OneDrive zijn dan mapjes aangemaakt per leerling zodat het werk van een leerling in ieder geval in een eigen map komt te staan. Die functionaliteit zorgt er verder voor dat er een gedeelde klasagenda is, en ook dat er makkelijk gechat en gemaild kan worden met elkaar. En dit is waar zij nu eerst ervaring mee op gaan doen.
Ik vond het vrij origineel om het op deze manier te gaan organiseren. Het maakt gebruik van standaardfunctionaliteit uit de Office365 omgeving en is ook simpel op te zetten door een leraar die een beetje thuis is in Office365. Vooral de gedeelde agenda werd door de aanwezige leraren goed ontvangen.

Ik ben zeer benieuwd naar de ervaringen met deze manier van werken. Een vraag die wij bijvoorbeeld stelden, was hoe je ervoor zorgt dat de profielinformatie van leraren (zoals bijvoorbeeld 06-nummers) afgeschermd kan worden voor leerlingen, terwijl dat voor de collega's wel zichtbaar blijft. En zo zijn er nog wel meer vragen te stellen en te beantwoorden.

Wordt vervolgd.


Ben jij ook bezig met de invoering van Office 365 en je wilt kennis uitwisselen, neem dan eens contact op. Wie weet valt er iets zinvols te organiseren.



maandag 15 juni 2015

4 soorten gratis educatieve tools

Laten we het eens hebben over computergebruik in de klas. Als de gemiddelde leraar daar over nadenkt, komt hij veelal uit bij software die bij de methode hoort. Rekenen, taal, spelling, topografie. De leerlingen nemen dan achter de computer plaats en doen hun oefeningen.
Vaak wordt er een schemaatje gemaakt waarop staat wie wanneer aan de beurt is om achter de computer te mogen. Voor de leraar en leerling is het erg behapbaar om het op deze manier te doen.

Maar er kan meer. Computergebruik in de klas is wat mij betreft niet synoniem met zelfstandig werken achter de computer. In deze blogpost zet ik vier mogelijkheden op een rij waar je de computer ook voor kunt gebruiken voor en tijdens je lessen. En het mooiste is: je kunt er gratis gebruik van maken. In veel gevallen moet je alleen de moeite nemen om een account aan te maken en je een uurtje verdiepen in de mogelijkheden en werking van de tool. Geloof me, daar kun je een hoop plezier van hebben als je de tool eenmaal beheerst.

Polling
Om gebruik te maken van deze mogelijkheid hebben je leerlingen iedere een eigen device nodig. Dat hoeft niet per se allemaal hetzelfde device te zijn. Het enige dat ze nodig hebben, is internettoegang. Als je dat voor elkaar krijgt door ze hun eigen telefoon of tablet te laten gebruiken, is dat prima. Het idee van de tool is dat je een vraag of opdracht op het bord zet. En daar laat je de leerlingen dan op stemmen of antwoorden.
Je kunt deze werkvorm gebruiken om te checken of je leerlingen het kernconcept van de les hebben begrepen. Dat doe je dan door een goede vraag te stellen aan het eind van de les.
Of je gebruikt de tool om de betrokkenheid tijdens de les te vergroten. In plaats van het geven van de beurt aan één leerling, moeten ze nu allemaal antwoord geven en die antwoorden kun je vervolgens ook nog eens met elkaar vergelijken.
Of je maakt er een kleine competitie van. Dat kan voor bepaalde typen leerlingen ook zeer uitdagend zijn. Persoonlijk zou ik daar voorzichtig mee zijn, omdat het voor andere typen leerlingen juist weer bedreigend kan zijn.
Tools die voor polling gebruikt kunnen worden, zijn: Socrative, Mentimeter, Prowise Connect, Kahoot, Google Forms, Excel Online Enquêtes en Survey Monkey.

Namenkiezers
Iedere leraar is geneigd om bepaalde leerlingen meer beurten te geven dan andere. Dat heeft te maken met de vaart de je in de les wilt houden en het gevoel van veiligheid dat je onbewust wilt creëren voor leerlingen die wat minder presteren. Het gevolg is echter dat betrokkenheid van de best-presterende leerlingen vergroot wordt, en de betrokkenheid van de slechts-presterende leerlingen verkleind wordt. Daar is iets aan te doen: geef beurten aan iedereen en geef beurten willekeurig. Dat kun je doen door een potje met ijslolliestokjes in je klas te hebben waarop alle namen van de leerlingen geschreven staan. Je trekt een stokje en diegene krijgt de beurt. Een hogere betrokkenheid gegarandeerd.
Maar daar zijn ook digibord-tools voor. Zie het bericht over namenkiezers dat ik hier schreef.

Mindmaps
Mensen maken zich concepten eigen door daar een mentale kaart van te maken. Kennis beklijft het best als het gelinkt wordt aan kennis die de leerling al bezit. Mindmaps ondersteunen dat proces. Een Mindmap kun je heel goed maken op een groot vel papier. Maar iedereen die dat wel eens gedaan heeft, is er vroeg of laat achter gekomen dat er op een bepaald deel van het vel dan ineens ruimte te kort is.
Daarom zou ik aanraden om mindmaps digitaal te maken. Op een scherm waarop je de verschillende 'knooppunten' gedurende het creatieproces nog kunt verschuiven en kunt herverdelen. Tools die je daarvoor kunt gebruiken, zijn talrijk. Hier en hier vind je inspiratie.

Rubric makers
Vaardigheden of competenties zijn vaak op verschillende niveaus te beheersen. Als je leert jongleren, kun je zeggen dat je het kunt als je twee ballen in de lucht kunt houden. Maar iemand die drie ballen in de lucht kan houden, is beter in jongleren. En iemand die er vijf in de lucht kan houden is nog weer beter. Dat gaat op voor heel veel vaardigheden die we onze leerlingen proberen bij te brengen. En binnen iedere vaardigheid is er eigenlijk altijd wel weer iets te leren.
Een rubric is een tabel waarin je voor een bepaald onderdeel de verschillende kennis- of vaardigheidsniveaus beschrijft. Als je dat goed doet, kan een leerling zelf checken op welk niveau hij al zit. Rubrics kun je maken in iedere tekstverwerker.
Maar er zijn ook aparte tools voor te vinden op internet. Meer informatie en tools vind je in deze blogpost.


Waar gebruik jij de computers in de klas eigenlijk voor?

dinsdag 26 mei 2015

Gebruik je iPad als digibord met deze 5 apps

In twee eerdere posts ging ik in op het gebruik van het digibord. In deze blogpost maakte ik een lijstje van 11 mogelijke smaken digibordsoftware en in deze post ging ik in op 9 gebruiksmogelijkheden van het digibord. Die twee posts passen erg bij een normale configuratie die je in de meeste klassen tegenkomt: een pc die verbonden is met een beamer en bord of met een touchscherm. Maar het kan ook anders.

Je kunt ook een scherm in de klas ophangen dat je verbindt met een iPad. Daarmee maak je de touchinterface van het grotere scherm zelf ineens minder belangrijk, want je bestuurt het allemaal op je iPad. En wat je op de iPad toont, komt ook op het grotere scherm te staan. Dan heb je geen touchscherm meer nodig, maar een gewone televisiemonitor. Én dan heb je een digibord-app nodig. En gelukkig zijn die er. En bovendien heb je ook nog wat te kiezen. Hieronder een greep van 5 uit tal van mogelijkheden.

Explain Everything
Met Explain Everything krijg je niet alleen een interactief whiteboard op iPad formaat. Maar het is tegelijkertijd ook een screenrecorder. Dus je kunt een uitleg op je bord ook gelijk opnemen en voor later gebruik beschikbaar maken. De app is beschikbaar voor Windows, iOS en Android. Hij is niet gratis, maar kost voor de iPad-app bijvoorbeeld €2,99. Meer info.

Educreations
Met Educreations krijg je een app die qua functionaliteit erg lijkt op Explain Everything. Maar het verdienmodel erachter verschilt. Zij bieden de app gratis aan als toegang tot de clouddienst die het eigenlijk is. En die dienst kent een freemiummodel. Dat betekent dat het basisgebruik gratis is, maar als je meer functies wilt, of meer opslag o.i.d. dan moet je ervoor gaan betalen. Meer info. Alleen beschikbaar voor iOS.

Screenchomp
Deze app is gemaakt door TechSmith, de makers van onder andere Snagit, Jing, Coach's Eye en Camtasia. Het levert een simpel whiteboard op waarachter je een foto kunt plaatsen (waarop je dus kunt annoteren). Er zit een record-tool op, zodat je je uitleg beschikbaar kunt maken voor een later moment. De app is gratis en alleen beschikbaar voor iOS. Meer info.

Doceri
Deze app is er in twee smaken. Een iPad-app en een Windows-app. En daarnaast hebben kun je ook gebruik maken van Doceri Desktop. Als je dat programmaatje installeert op je pc, kun je met je tablet-app van Doceri de pc overnemen en vanaf je tablet je pc besturen. De app zelf levert ongeveer hetzelfde als de bovenstaande varianten, namelijk een whiteboard met tools en een opnameknop. Apart detail is wel dat de iPad-app gratis is, en de Windows-app bijna 5 dollar kost.
Meer info.

Prowise Presenter
Prowise is digibordsoftware die via de browser werkt. Maar op een iPad doet flash het niet. En daar heeft Prowise wat op gevonden. Want ze hebben van hun cloudsoftware gewoon een app gemaakt. En die is gratis beschikbaar. Ze leveren een whiteboard-app met tools zoals je ook in de webbased versie kunt terug vinden. Je hebt er wel een Prowise account voor nodig. En dat werkt volgens het freemium model. De basisfunctionaliteit is gratis. Als je meer wilt, ga je betalen.
Meer info.


Gebruik jij je iPad al voor instructie op je bord? Hoe dan?

zondag 24 mei 2015

6 dimensies die scholen typeren

Jos Cöp en Albert Rouschop zetten in januari van dit jaar online een artikel online met de titel 'leren in 2020'. Zij gaan in dat artikel in op de onderwijsvernieuwingen die op dit moment langzaam gaande zijn onder invloed van ICT en digitalisering.
Om het denken daarover wat handen en voeten te geven, typeren zij scholen aan de hand van zes dimensies. Die zes dimensies zijn:

1. Pedagogiek
Is dat strak leidend (autoritair) of meer loslatend en zelf keuzes laten makend (laissez-faire)?

2. Didactiek
Is de gehanteerde didactische aanpak gesloten en volgend (zoals instructie en daarna verwerking van de instructie) of is die open en interactief (groepswerk, projectonderwijs)?

3. Organisatievorm
Is die leraargestuurd of leerlinggestuurd?

4. Differentiatie
Wordt er convergent of divergent gedifferentieerd? Convergent houdt in dat iedereen met dezelfde stof bezig is, maar er gewerkt wordt met bijvoorbeeld drie niveaus. Divergent houdt in dat leerlingen ieder hun eigen pad volgen en op verschillende momenten aan verschillende doelen werken.

5. Leerstof
Biedt de school vooral gestandaardiseerde leerstof aan, of maakt het ook eigen keuzes of laat het leerlingen zelf kiezen wat ze willen leren?

6. Leermiddelen
Is de drager van de leermiddelen vooral papier of wordt er (ook) gebruik gemaakt van digitaal leermateriaal?

Na het beschrijven van de zes dimensies (wat de auteurs veel uitgebreider doen dan ik hierboven), gaan ze in op drie verschillende soorten schoolconcepten. Dat zijn 'traditioneel', 'modern volgend' en 'modern innovatief'.

Ik vind het een verhelderend artikel. Volgens mij kan het wel van nut zijn als je met je team wilt nadenken over wat voor school je bent, en wat voor school je wilt zijn. Het splitst het denken over je onderwijs in verschillende onderdelen die voor je gevoel vrij dicht bij elkaar liggen, maar net een andere invalshoek hebben. Ik vind bijvoorbeeld 'autoritair' en 'leraargestuurd' vrij dicht bij elkaar liggen, maar het zijn wel echt anderen begrippen. En dat wordt hier mooi benoemd.

Een aanmerking die ik kan maken op het artikel gaat over de plaatjes die zij hanteren. Ze maken gebruik van de 'sliders' om de drie verschillende scholen te typeren. En in de uitleg vooraf geven ze aan dat het gebruik van ICT en de digitalisering op zichzelf neutraal zijn. En ook dat scholen echt niet allemaal richting 'modern innovatief' hoeven te gaan. Maar bij de 'sliders' wordt er vervolgens gebruik gemaakt van kleurtjes. En de kleurtjes van de traditionele school zijn rood en die van de modern-innovatieve school zijn groen. Kun je daaruit dan toch filteren dat de auteurs vinden dat scholen maar eens aan de slag moeten met digitalisering en ict?


Hoe staat jouw school er eigenlijk voor? En is dat de school die de school wil zijn?





zaterdag 16 mei 2015

9 gebruiksmogelijkheden van het digibord

In een vorige blogpost ging ik in op de verschillende smaken digibordsoftware die er zijn. Met het risico open deuren in te trappen wil ik vandaag aandacht besteden aan de gebruiksmogelijkheden van het digibord in je onderwijs. Ik pretendeer allesbehalve volledig te zijn. Mocht je aanvullingen of kritische opmerkingen hebben, dan hoor ik dat gaarne.

Leren doe je immers samen.

Multimedia
De eerste en makkelijkste verdienste van een digibord tot je beschikking hebben, is het feit dat je meteen toegang hebt tot een groot aantal vormen van media. Je kunt filmmateriaal afspelen, infographics en animaties laten zien, geluidsopnamen afspelen en interactieve modellen gebruiken die je instructie positief kunnen ondersteunen.
Bronnen daarvoor zijn youtube, methodegebonden software, en bijvoorbeeld Pinterestborden (erg handig voor lessen beeldende vorming).

Oneindig gebruik van de ruimte
Een digitaal schoolbord geeft je een oneindig gebruik van de ruimte op je scherm. Sommige applicaties kunnen binnen modellen inzoomen en uitzoomen, andere applicaties geven een oneindig aantal "pagina's" (eigenlijk een term die er digitaal niet toe doet, maar die uit de analoge wereld komt), en er zijn applicaties die het schrijfoppervlak oneindig uitbreiden. De wisser van het bord is hiermee gereduceerd tot gum die je gebruikt als je een schrijf- of tekenfoutje maakt. Je hoeft nooit meer je bord volledig te wissen.

Plaatsonafhankelijk voorbereiden, opslaan en delen van lessen
De traditionele digibordsoftware werd lokaal op een pc geïnstalleerd en werkt met een eigen bestandsformaat. Als je het pakket ook op je computer thuis installeert (of elders) dan kun je een les op die andere computer voorbereiden en hem op je klascomputer weer inladen. Ook kun je de losse bestanden via een gedeelde schijf, een dropbox of via mail delen met collega's van binnen en buiten je school.
De komst van online, cloudbased digibordsoftware (zoals Gynzy en Prowise) maakt die mogelijkheid nog laagdrempeliger. Want alles wat je nodig hebt, is een browser met toegang tot internet om het te laten werken. De bestanden worden binnen de cloudapplicatie opgeslagen en zijn vanaf iedere computer toegankelijk.

Opnemen van lesonderdelen voor later gebruik
Met zogenaamde screencapture software kun je je les die je geeft (of onderdelen daarvan) opnemen en ter beschikking stellen aan de leerlingen zodat ze het later nog eens kunnen terugkijken. Voor dat terugkijken kun je ze in de gelegenheid stellen tijdens vervolglessen, of je zet het online en dan kunnen ze er thuis nog eens naar kijken, bijvoorbeeld tijdens het maken van het huiswerk. In dat laatste geval werk je een beetje toe naar een werkvorm die flipped classroom heet.

Verbinding met buitenwereld
Met online collaboration tools zoals Skype, Padlet, of Twiddla kun je de buitenwereld in de klas halen, of de klas naar de buitenwereld toe brengen (net vanaf welk perspectief je het bekijkt). Kennisnet heeft ooit een project gedraaid dat 'expert op afstand' heette. Ik weet niet of dat nog ergens te vinden is. Ik heb er ooit over geblogd.
Verder maken die tools dat (langdurig) zieke leerlingen de lessen mee zouden kunnen volgen. Ze kunnen met de juiste tools zelfs meekijken met wat er op het bord gebeurt.

Terugkijken van lessen
Een steeds terugkerend onderdeel in je lesgeven zal ongetwijfeld zijn dat je terugkijkt op eerdere lessen om te zien wat je toen geleerd hebt. En daarmee maak je dan de aansluiting tussen twee of meerdere lessen. Door de aantekeningen erbij te pakken die toen op het bord stonden, maak je het teruggrijpen op de eerdere les nog weer wat makkelijker. Je kunt letterlijk laten zien waar je het toen over gehad hebt.

Realtime samenwerken
Sommige tools (zoals RealtimeBoard en Scribblar) geven je de beschikking over een whiteboard dat je vanaf ieder apparaat met internettoegang via de browser kunt delen. Als je leerlingen over genoeg apparaten beschikken, maakt dat brainstormsessie wel heel eenvoudig. Maar je zou ook een werkvorm kunnen bedenken waarbij je samen met een andere klas (de parallelklas of een klas van een andere school) laat samenwerken aan bepaalde opdrachten.

Polling
Steeds meer digibordsoftware heeft functionaliteit in zich om polling mogelijk te maken. De leerlingen hebben dan wel iets van een apparaat nodig om hun stem of antwoord in te geven. Bij Activboards zat die functionaliteit bijvoorbeeld al heel vroeg ingebouwd, maar daarvoor moet je dan aparte hardware aanschaffen (stemkastjes) om daarvan gebruik te kunnen maken. Bij de software van Prowise zit een module die ProConnect heet. Het voordeel van dit module is dat het met ieder apparaat met internettoegang werkt. Je kunt afbeeldingen, tekst en meerkeuze vragen naar het apparaat van de leerlingen toesturen en zij kunnen dan ieder individueel antwoorden. Het vergroot de betrokkenheid ten opzichte van het traditionele beurten geven enorm, omdat je van ieder leerling een antwoord verwacht. Daarnaast kun je in veel gevallen ook de antwoorden van de leerlingen opslaan, zodat je achteraf een analyse zou kunnen doen op die resultaten. Je krijgt daardoor veel meer feedback over of je les is aangekomen en of je je doelen gehaald hebt.

Gebruik zoals traditioneel krijtbord / whiteboard
En als laatste kun je een digibord uiteraard gewoon gebruiken als traditioneel krijtbord of whiteboard. Alles wat zo'n bord kon, is ook mogelijk op je digibord. En meer... zoals hierboven blijkt.


zaterdag 9 mei 2015

3 tips om je didactische werkvorm bewust te kiezen

De didactische werkvorm die je hanteert, bepaalt in hoge mate het aangezicht van je les. De werkvorm beïnvloedt wat er geleerd wordt, hoe (goed) het geleerd wordt en hoe gemotiveerd en betrokken de leerlingen zijn. De vorm waarin je je onderwijs organiseert, bepaalt daarnaast ook nog hoeveel leerlingen je in een les kunt bedienen en de mate van personalisering.
Het is belangrijk om de didactische werkvorm die je gebruikt weloverwogen te kiezen, en niet op de automatische piloot te doen wat je altijd doet. Juist het variëren in werkvormen zorgt ervoor dat de betrokkenheid hoog blijft. En daarnaast moet de werkvorm passen bij het lesdoel. Het maakt uit of je cognitieve (individuele) lesdoelen hebt, of bijvoorbeeld sociaal-emotionele lesdoelen.

Standaardwerk
Ooit kocht ik 'Het didaktische werkvormen boek' van Piet Hoogeveen en Jos Zwinkels. Het boek achter de voorgaande link is een nieuwere uitgave van het boek dat bij mij in de kast staat. Voor mij is dit boek een soort standaardwerk over didactische werkvormen. Het boek biedt achtergrondinformatie over het kiezen van werkvormen. Je kunt bijvoorbeeld werkvormen kiezen bij het (type) lesdoel, de fase van de les of de groeperingsvorm. Daarnaast geven zij aan dat het ook handig is om rekening te houden met de beschikbare middelen. Het maakt nogal uit of je alleen pen en papier tot je beschikking hebt, of ook een digitaal schoolbord met voor iedere leerling een tablet. (Dat laatste bespreken ze overigens niet in het boek, want die technologie bestond toen nog niet.)

Reisgids Digitaal Leermateriaal
Een mooie aanvulling op een boek over didactische werkvormen is het initiatief van Louis Hilgers. In november 2014 bracht hij in samenwerking met een aantal andere auteurs de Reisgids Digitaal Leermateriaal uit. Iedere basisschool in het Nederlands taalgebied heeft een exemplaar van het boek ontvangen. Bij het boek hoort een website. En op die website wordt de informatie up-to-date gehouden. Het doel van het initiatief is om leraren concrete handvatten te geven over het werken met digitaal leermateriaal. En daarbij horen dus ook suggesties voor werkvormen die je kunt hanteren. In hoofdstuk 10 van het boek zetten ze er een aantal op een rij. En op de website is een werkvormenplanner te vinden. Dat lijkt me een handige tool om eens doorheen te gaan als je een geschikte werkvorm zoekt voor een te geven les.

Werkvormen-apps
Een andere manier om tot de keuze van didactische werkvormen te komen, is het gebruiken van een app. Ik ken er twee.
De eerste is de Onderwijs Tiptool van Educatheek & Docenttalent voor iOS. Deze app is gratis en geeft werkvormen in zes verscchillende categorieën: spel, sfeer, beweging, thema, concentratie en samenwerken.
De tweede is de werkvormen-app van Onderwijs Maak Je Samen voor iOS en Android. Deze kost respectievelijk 1,99 euro of 1,59 euro. Ze werken met vier verschillende categorieën die verwijzen naar een fase in je les: oriënteren, verwerven/bestendigen, reflecteren/evalueren en kennismaken.

De volgende keer dat je op zoek gaat naar didactische werkvormen, weet je dus waar je ze kunt vinden.


vrijdag 1 mei 2015

Leestips t/m 1 mei 2015

Creativiteit, didactiek en tools. Dat is kort samengevat waar de leestips van deze week over gaan. En een kijkje in de toekomst. Met Windows 10, robots en de vraag wat er gebeurt als technologie slimmer wordt dan de mens. Want volgens de spreker uit de afsluitende video is het niet zozeer de vraag óf we dat punt gaan passeren, maar meer de vraag wanneer dat zal plaatsvinden. En hoe bereiden we ons daarop voor? Ook een goede vraag.

Veel leesplezier. Goed weekend.


Teacher's Guide to Polling in the Classrooms - Pamela DeLoatch op Edudemic
"After you’ve introduced your class to the concept of derivatives, how can you be sure your students understood the topic? How can you increase student-to-student interaction? So many teachers feel like they only get feedback from the most outgoing students. They wonder what the quieter students are thinking and how much of the lesson the class really understands. Great educators know that teaching is not a one-way street. Getting students involved and engaged is key to helping lessons stick. Technology that builds engagement can help students learn better. Lees verder...

21 Educational Apps Approved By Teachers - Saga Briggs op InformED
"Tired of reading the same old list of recommended apps? We’ve curated twenty-one fresh ones for you here, and you won’t find Dropbox or Evernote among the ranks. The best part is, they’re all approved and used by actual teachers. Take a look and feel free to suggest your own favourites in the comments. Lees verder...

De verleidingen van toegevoegde waarde. Een alternatief - Dick van der Wateren op Onderwijscoöperatie
"De overheid wil dat kinderen worden voorbereid op de eisen die de 21ste eeuw aan hen stelt. Dat betekent meer aandacht voor kritisch denken, creativiteit en problemen oplossen in het onderwijs. Tegelijkertijd wil die zelfde overheid de resultaten van het onderwijs meetbaar maken door middel van standaardtoetsen, leerwinst en toegevoegde waarde. Helaas. Je kunt niet alles hebben. Die twee eisen zijn onverenigbaar. Lees verder...

Robot als leerkracht: een goed idee? - Marcel de Jager op Expanding Visions
"De impact die robotisering gaat hebben op de maatschappij houdt de gemoederen de laatste tijd flink bezig. Het begint langzamerhand door te dringen dat de gevolgen hiervan heel groot kunnen zijn. En natuurlijk zowel in positieve als negatieve zin. Zomaar even twee krantenkoppen: ‘Robotisering heeft ongekend potentieel’ en ‘Robotisering kost tot 3 miljoen banen’. Het zijn natuurlijk twee kanten van dezelfde medaille." Lees verder...

Het gaat niet om ICT, het gaat om D - Frans Droog op Droog's leren delen
"Alweer een aantal jaar maak ik bij mijn lesgeven gebruikt van Flipping the Classroom, ofwel Flip de Klas. Leerlingen krijgen de informatie voorafgaand aan de les aangeboden via een video of een animatie of een te bestuderen bron. Vervolgens hebben we in de les meer tijd voor vragen, verdieping, interacties. Regelmatig geef ik workshops over hoe dit voor mij in de praktijk werkt. Regelmatig krijg ik tijdens deze workshops vragen. En sommige vragen komen regelmatig terug." Lees verder...

Eerste indruk: Vertrouwd Windows 10 met startmenu en nieuwe browser - Nu.nl
"Microsoft vervangt Windows 8 relatief snel door Windows 10. Het nieuwe besturingssysteem moet vooral een betere ervaring bieden op apparaten zonder touchscreen en voegt onder meer een nieuwe browser en spraakbesturing toe." Lees verder...

What Schools Can Learn from Google About Nurturing Creativity - Dustin Le op Edudemic
"What motivates people to work? Most people would say money, and those people would only be partially correct. In Drive: The Surprising Truth About What Motivates Us, author Daniel Pink writes about radical practices implemented by Australian software company Atlassian and search engine giant Google that have taught us a lot about what really motivates human beings to work. Hint: it is not the proverbial carrot on a stick.(...) But all is not lost. As Pink writes in his book, Drive, human beings are motivated by three things: autonomy, mastery, and purpose." Lees verder...

Vernieuwde ict-dossiers Leraar24 uitgebreid met kennis, praktische tips en handreikingen - Kennisnet
"De ict-dossiers op Leraar24 zijn vernieuwd en uitgebreid met de laatste wetenschappelijke kennis en inzichten. Ook zijn veel praktische tips en handreikingen voor leraren toegevoegd. Door de nieuwe combinatie van kennis en praktijk helpen de ict-dossiers leraren nog beter bij het succesvol toepassen van ict." Lees verder...

What happens when our computers get smarter than we are? - Nick Bostrom op TED
"Artificial intelligence is getting smarter by leaps and bounds — within this century, research suggests, a computer AI could be as "smart" as a human being. And then, says Nick Bostrom, it will overtake us: "Machine intelligence is the last invention that humanity will ever need to make." A philosopher and technologist, Bostrom asks us to think hard about the world we're building right now, driven by thinking machines. Will our smart machines help to preserve humanity and our values — or will they have values of their own?" Kijk hieronder of op youtube



woensdag 1 april 2015

Gastblog: Airserver

Sander Drop schreef al eerder een gastblog op WitBlauw. Hij is leraar van een groep 8. Enthousiast geworden over een berichtje dat ik niet zo lang geleden schreef, is hij aan de slag gegaan met Airserver. Daarvan doet hij hieronder verslag.

Sinds een tijdje maak ik in mijn klas gebruik van het programma Airserver. Graag vertel ik jullie mijn ervaringen met dit programma.

Wat is Airserver?
Met Airserver kun je het scherm van de iPad kopiëren naar het digibord. Ik schrijf iPad, maar het werkt ook met Android-devices, maar alleen vanaf Windows 8.1. Aangezien wij op school Windows 7 draaien, heb ik dat dus niet kunnen uitproberen.
Eigenlijk doet Airserver hetzelfde als een Apple TV, maar er zijn een paar belangrijke verschillen:
Het is veel goedkoper
Ik hoef niet meer te switchen tussen verschillende sources op het bord
Je kunt met meer apparaten tegelijk (!) op het bord werken
Een Apple TV kost toch al gauw 100 euro en die sluit je aan met een HDMI kabel op het bord. Als ik mijn iPad op het bord wilde laten zien, dan moest ik op het bord switchen naar een andere source. Een ander kanaal op het bord. Dat was onhandig. Het switchen kost tijd. Met Airserver kan ik mijn iPad scherm over mijn gewone bureaublad laten zien.

Installeren
Het installeren is niet heel moeilijk, maar je moet wel even goed opletten.
Bij het installeren kijkt Airserver eerst of je computer wel geschikt is voor Airserver. Je hebt nodig:
Voor iOS: Windows 7 en iTunes (of Bonjour) geïnstalleerd
Voor Android: Windows 8.1
Ik heb bij het installeren dus de Android onderdelen uitgezet.
Verder werkte het na installeren bij ons meteen. Ik hoefde verder niets in te stellen, geen firewall instellingen te veranderen of iets dergelijks. Wij gebruiken als netwerk overigens Skool.

De werking
Het werkt heel erg makkelijk in de praktijk. Veeg op je iPad naar boven voor het instellingen scherm. Druk op Airplay en even later staat je iPad scherm ook op je bord. Dit kan zowel in volledig scherm of als window.
Alles wat je op je iPad doet zie je ook op het bord. Er zit wel soms een heel kleine vertraging in.
Zijn er meer iOS-apparaten? Geen probleem. Airserver laat ze allemaal tegelijk zien. In de klas is het gelukt tot 6 apparaten tegelijk op het digibord. Maar het was duidelijk dat je toen niet teveel kon doen op de apparaten want dan trekt het netwerk het niet meer. Maar twee of drie apparaten naast elkaar is geen enkel probleem.
Grappig detail: je hoeft niet eens in de klas aanwezig te zijn met je iPad. Je kunt vanuit de hele school het bord overnemen.

Wat doe je er mee?
Ik gebruik Airserver vooral als ik lesgeef in een kleinere groep. Ik kan voor het groepje gaan zitten en op mijn iPad werken. De kinderen zien alles achter op het bord. Als programma gebruik ik hiervoor: Explain Everthing. Dit programma is een complete bord-app waarmee je heel veel dingen kunt doen.
Ook kun je Airserver mooi gebruiken om digitale dingen van kinderen op het bord te laten zien. Enkele ideeën:
Foto’s van verkeerssituaties in de wijk
Filmpjes die ze zelf hebben gemaakt
Presentaties (bijvoorbeeld met Adobe Voice)
De kinderen moeten natuurlijk wel een iOS device met Airplay hebben en toegang tot het draadloze netwerk.

De nadelen
Af en toe heeft het programma wat kuren. Je kunt dan nog zo vaak op Airplay op je iPad drukken, hij wil dan maar niet op het bord komen. Een herstart van Airserver lost het probleem vaak wel op, maar kost tijd en is dus jammer.
Teveel devices kan het programma ook niet aan. Maar ik denk dat dat vooral een netwerkprobleem is, en niet zozeer  te wijten aan het programma.
Jammer dat voor Android Windows 8.1 vereist is. Hoewel de meeste kinderen iOS devices hebben, vallen nu wel een aantal apparaten buiten de boot.

Conclusie
Een heel fijn programma als je je iPad veel in de klas gebruikt om les mee te geven. Ik gebruikte altijd een Apple TV maar nu ik Airserver heb ontdekt, is de Apple TV weg. Airserver is sneller, goedkoper en handiger in gebruik.



Wil je ook een keer een gastblog schrijven op dit blog? Neem dan contact op. Het onderwerp moet uiteraard passen bij het thema onderwijs en technologie. (Commerciële uitingen en verzoeken worden genegeerd.)

woensdag 28 januari 2015

Gastblog: Klasbord en Edmodo in groep 8

Dit is een gastblog van juf Britt. Zij werkt op een basisschool in Den Haag.

Als leerkracht van groep 8 op een basisschool in Den Haag zocht ik naar een manier om informatie uit te wisselen met ouders en kinderen. De rapport- en oudergesprekken vinden altijd netjes plaats, maar waar en wanneer is er nu tijd en ruimte om de dagelijkse praktijk te delen? Bij een oudergesprek merk je dat ouders het erg kunnen waarderen wanneer er iets persoonlijks over het kind of een leuke anekdote uit de groep wordt verteld. Ook ik voel de behoefte om niet alleen de prestaties te delen.
De inzet van sociale media leek een mogelijkheid. Vorig jaar gaf ik les aan groep 6 en was ik gestart met Twitter. Dit was een redelijk succes, veel kinderen en ouders waren actief dan wel passief betrokken. Dit jaar gebruik ik in plaats van Twitter, Klasbord. Klasbord lijkt veel op Twitter en is goedgekeurd door het bestuur van onze scholengemeenschap. Ook Edmodo gebruik ik sinds dit jaar. Dit is een site en app waar kinderen en ouders het huiswerk kunnen zien en eventueel downloaden.
Ik zie Edmodo als een site voor zakelijk gebruik en Klasbord voor alle andere zaken.

Klasbord
Wat is het?
Onderwijsapp/site. Lijkt op een combi tussen Twitter en Facebook. Leerkracht (en leerlingen) plaatsen berichten en/of foto’s. Reacties kunnen hieronder geplaatst worden evenals zogenaamde ‘toppies’. Denk aan de ´vind-ik-leuk-knop´ op Facebook.

Voordelen:

  1. Uitwisselen dagelijkse praktijk op school.  Kinderen willen niet altijd thuis vertellen. Ouders krijgen een inkijkje. Ouderbetrokkenheid wordt gestimuleerd.
  2. Leerlingen (en ouders) reageren  op berichten/foto’s. Leuk voor het groepsgevoel.  
  3. Positieve omgeving. Sociale controle, iedereen kan het lezen.
  4. Gesloten omgeving. Veilig. Eventueel als leerkracht berichten controleren voor  het plaatsen.
  5. Je kunt een poll houden onder de actieve leden.
  6. Gemakkelijk en snel in het gebruik.
  7. Gewoon leuk!


Nadelen:

  1. Leerlingen plaatsen zelf berichten (is optioneel). Niet altijd relevant: ‘vervuiling’
  2. Als leerkracht ziet dat leerlingen nog zeer laat actief zijn, roept dat vragen op; opvoedingstaak of is dit een taak voor de leerkracht om hier iets mee te doen?
  3. Moet via een e-mailaccount geactiveerd worden. 
  4. Niet iedereen is lid of actief.
  5. Je moet beschikken over een smartphone, tablet of internetverbinding op PC.
  6. De app valt nog wel eens uit. De lay-out is mooi, maar de zogenaamde ‘toppies‘ staan in de foto’s, waardoor de foto soms niet goed zichtbaar is.  


Edmodo 
Wat is het?
Edmodo is een huiswerksite. Er is een agenda van de klas met uitjes en huiswerk. Belangrijke mededelingen kunnen hier geplaatst worden. Wanneer er veel foto’s zijn om te delen, bijvoorbeeld van een schoolreis of sportdag, dan kan dat hier.
Leerlingen kunnen op Edmodo thuis vragen stellen aan de leerkracht. Digitaal huiswerk kan gedownload worden.
Leerlingen krijgen een code om in te loggen. Ook ouders kunnen zich op Edmodo aanmelden en zien wat een leerling te doen heeft. Lijkt op een versimpelde versie van Magister op het VO, cijfers van de leerlingen staan hier niet op.

Voordelen:

  1. Leerlingen krijgen niet alleen op school overzicht in wat er staat te gebeuren, maar ook thuis.
  2. Ouders kunnen meekijken met hun kind. Meer controle. 
  3. Huiswerk digitaal geven. ‘Juf, ik ben mijn blaadje kwijt’, is niet meer voldoende…


Nadelen:

  1. Ouders kunnen meekijken met hun kind. Meer controle. 
  2. Kinderen kunnen na schooltijd en in het weekend vragen stellen. Niet elke leerkracht vindt dit prettig. Maak afspraken met de kinderen wanneer je wel en niet reageert. 
  3. De site werkt soms wat log. 
  4. De app is niet zo uitgebreid als de site.


Tips voor op een app of site zoals Klasbord:

  • Toetstip: een vraag die je een extra bonuspunt kan geven op een aankomende toets. Leuk bij de zaakvakken.
  • De kledingtweeling: foto van kinderen die hetzelfde aan hebben
  • Raadplaatje (bijv. ingezoomde foto)
  • Foto’s van gymles of creatieve les 
  • Gebruik een app als PhotoGrid om meerdere foto’s in één plaatje te vangen


Britt, hartelijk bedankt voor jouw bijdrage.
Deze gastblog is de vijfde in een serie gastblogs die op WitBlauw verschijnen. Gedurende mijn werkzame leven ben ik inmiddels veel voorbeelden tegengekomen van onderwijsmensen die technologie op een doordachte, handige of pragmatische manier inzetten in hun onderwijs. Deze goede voorbeelden verdienen het om gedeeld te worden. Met deze gastblogs wil ik bijdragen aan de zichtbaarheid hiervan.
Als je ook zo'n gastblog wilt schrijven, omdat je technologie op een doordachte, handige of leuke manier inzet, laat het dan weten. Je kunt hieronder reageren of via het reactieformulier op het tabblad contact. Commerciële uitingen zullen overigens genegeerd worden.