Posts tonen met het label tips. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tips. Alle posts tonen

zondag 15 maart 2026

5 afwegingen voor het bepalen van de afmetingen van teeltbedden

Toen ik in 2022 bezig was met de voorbereidingen om de tuin te starten, moest ik een enorme hoeveelheid keuzes maken over de inrichting van de tuin. Sommige van die keuzes zouden vrij permanent zijn. En dan is het wel handig om daar van te voren goed over nagedacht te hebben. 
Eén van die keuzes ging over de afmetingen van de teeltbedden waarmee ik zou willen werken. In dit blogje ga ik in op de afwegingen die meehelpen om jouw ideale bedlengte en -breedte te bepalen.


1. Maximalisatie teeltoppervlak
Je teeltoppervlak is de ruimte in de tuin die daadwerkelijk gebruikt wordt om gewassen te laten groeien. Feitelijk is dat dus de totale oppervlakte van je teeltbedden. De ruimte van de paden tussen de bedden tel je dan dus niet mee. Als je het teeltoppervlak wil maximaliseren, dan is het verstandig om per teeltbed zo min mogelijk pad in het plan op te nemen. Maar dat moet je dan natuurlijk op zo'n manier doen dat je wel overal kan komen. De makkelijkste manier om je paden tot het minimum te reduceren, is door met één hoofdpad over de hele lengte van de tuin te werken en de teeltbedden daar haaks op aan te leggen. De teeltbedden volgen dan aan de achterkant de contouren van het beschikbare gebied.

2. Efficiënte processen
De efficiëntie van processen in de tuin zit hem vaak in simpele dingen. Zo is het handig om met één maat teeltbedden te werken omdat je dan al je materialen op de maat van je teeltbedden kunt afstemmen. Als ieder bed bijvoorbeeld 10 meter lang is en 90 cm breed, dan kun je daar je doeken, netten, lijnen en bogen op afstemmen. En die passen dan overal. En dat scheelt iedere keer dat je met het planten of zaaien aan de slag gaat, een grote hoeveelheid tijd omdat je niet hoeft te zoeken naar de juiste materialen.

3. Kostenoverwegingen materialen
Dit punt staat in nauwe relatie met het vorige. Sommige teeltbenodigdheden kun je alleen krijgen in bepaalde maten of aantallen. Denk aan landbouwplastic, klimaatdoek, verenstalen staven, bamboestokken of vogelnetten. Het kan handig zijn om bij het bepalen van de afmetingen van je bedden rekening te houden met de maatvoering van deze spullen. Een rol klimaatdoek heeft bijvoorbeeld een bepaalde lengte en breedte. En je kunt dan met de verschillende maatvoeringen rekenen of je dan op hele rollen goed uitkomt. Als je dat slim doet voor al je teeltbenodigdheden, kan dat kostenbesparingen opleveren. 

4. Menselijke maat
Een ander aspect is wat ik de menselijke maat in de tuin noem. Als je de bedden (te) lang maakt, is een klus in een bepaald bed minder makkelijk te overzien. Alsof er geen einde aan zal komen. Of je 5 bedden van 10 meter hebt of 1 bed van 50 meter maakt qua teeltoppervlak niet uit. Maar die bedden van 10 meter zijn toch beter te overzien. Je kunt een bepaalde klus, zeg onkruid wieden, makkelijker in stukjes hakken en daarmee is de grote klus beter te overzien. Je hebt eerder het idee dat je vorderingen maakt. Want na 1 bed van 10 meter onkruidvrij maken, is er al één bed helemaal af. Bij het bed van 50 meter ben je na 10 meter nog niet eens op de helft. Daardoor wordt het werk bij kortere bedden sneller als prettiger ervaren. Simpelweg omdat het een betere menselijke maat heeft.

5. Mate van mechanisering
De dimensies van je bed (lengte en breedte) kun je ook laten bepalen door de mate van mechanisering die je wilt toepassen. Als je bijvoorbeeld met een woelvork je grondbewerking wilt doen, is het logisch om de breedte van de woelvork mee te nemen in de beslissing hoe breed het bed moet worden. Want dat kan je potentieel een werkgang schelen. En dat geldt ook als je gemechaniseerd aan de slag gaat. Dan is de breedte van je frees of rotorkopeg van belang voor de bepaling van je bedbreedte.
Daarnaast moet je bij gebruik van een (tweewiel)trekker ook nadenken over de ruimte die je overhoudt om de trekker te keren aan het einde van het bed. Hoe korter je bedden, hoe vaker je teeltoppervlak moet verspelen aan het aanleggen van paden om het keren van de machine mogelijk te maken. 
En als je gebruik zou willen maken van paardentractie om je land te bewerken, dan wil je je bedden zo lang mogelijk hebben. Want die paarden zijn niet zo maar gekeerd aan het eind van je bed. En dat valt met een woelvork of een frees weer reuze mee. Dus de mate van mechanisering zou invloed moeten hebben op de afmetingen van je teeltbedden.


Op de foto bovenaan deze blogpost zie je de schets die ik maakte voor de inrichting van De Groentemeester. Ik heb er toen voor gekozen om de bedden te standaardiseren op 10 meter lengte en 90 cm breedte met tussenpaden van 30 cm. Op die manier passen er 10 bedden van 10 meter in een akkertje. En totaal heb ik daardoor 21 gelijke akkertjes kunnen realiseren op het perceel. Ik ben dus niet gegaan voor het maximaliseren van het teeltoppervlak. Dat heeft uiteindelijk natuurlijk een negatief effect op de maximaal mogelijk productie, maar het zorgt er wel voor dat de tuin een gevoel van ruimte heeft. Bij een zelfoogsttuin is dat ook wat waard, omdat de beleving op de tuin een belangrijk element is.

Wat vind jij? Zijn dit inderdaad de afwegingen die er toe doen? Of mist er nog iets in dit rijtje?

woensdag 20 januari 2016

Zorg voor veilige wachtwoorden

Vandaag was in het nieuws dat het met veilige wachtwoorden nog steeds niet goed gesteld is. De wachtwoorden '123456' en 'password' waren de meest gebruikte wachtwoorden in 2015. Dat zegt volgens nu.nl een lijst op basis van een database met ruim 2 miljoen uitgelekte wachtwoorden.

Alvorens ik in ga op de bron van het bericht, eerst even het belang van de boodschap. Natuurlijk is het zo dat we voorzichtig moeten omgaan met onze wachtwoorden. Net zoals we dat doen met onze sleutels van de auto en de voordeur. Zonder wachtwoorden krijg je geen toegang tot applicaties, en van sommige applicaties wil je niet dat de gegevens 'op straat' komen te liggen. Dat weet iedereen wel.
Maar handel daar maar eens naar. Dat doen een heleboel mensen niet. En ik kan het (zoals iedere ict-coördinator) weten. Ik zie relatief een hoop wachtwoorden voorbij komen. Nee, de voornaam van één van je gezinsleden met daarachter het geboortejaar van één van je (andere) gezinsleden is geen sterk wachtwoord. Ook al voldoet dat wel aan alle regeltjes van het wachtwoordbeleid van de organisatie.
Sterker nog een wachtwoord zou strikt genomen niet eens gebaseerd moeten zijn op een bestaand woord.

Maar hoe dan?
Want je wilt je wachtwoord eigenlijk ingewikkeld te raden maken, maar ook makkelijk te onthouden. Dat hoeft elkaar niet tegen te spreken. Twee tips:

1. Gebruik een wachtwoordgenerator 
Dat levert geheid moeilijker wachtwoorden op dan je zelf zou kunnen verzinnen. Wat ik bij systeem-wachtwoorden vaak doe, is dat ik een wachtwoordgenerator (bijv. deze) een aantal wachtwoorden laat genereren en van dat lijstje dan de makkelijkste kies. Maar dit is eigenlijk alleen een optie voor wachtwoorden die je regelmatig gebruikt. Die onthou je namelijk niet met je hoofd, maar met je vingers is mijn ervaring. Zet een toetsenbord met een andere indeling neer, en je weet het niet meer,

2. Verbouw een zin tot wachtwoord
De tweede tip is beter te hanteren voor de gemiddelde gebruiker. Ik las ooit een artikel op Dutchcowboys over het genereren van wachtwoorden. Zij stellen de volgende simpele stappen voor:

"1 - Denk aan een zin die je gemakkelijk kunt onthouden, bijvoorbeeld: "Oasis en Simon & Garfunkel zijn de favoriete bands uit mijn jeugd".
2 - Neem de eerste letters van elk woord van deze zin: OESEGZDFBUMJ
Dit vormt de basis van je wachtwoord.
3 - Om het wachtwoord sterker te maken varieer je vervolgens in hoofdletters en kleine letters. Je wachtwoord ziet er dan als volgt uit: oESeGzDFbUMj
4- Wissel vervolgens sommige letters om voor een cijfer. De letter O wordt bijvoorbeeld een nul.
0ESeGzDFbUMj
5 - Voeg nu speciale tekens toe, je kunt bijvoorbeeld 'en' vervangen door + of &
0+S&GzDFbUMj"


Hoewel ik vind dat er door gebruikers veel meer aandacht besteed mag worden aan het gebruiken van veilige wachtwoorden, heb ik ook wel opmerkingen bij het bericht dat vandaag in het nieuws kwam. Die lijst blijkt dus samengesteld te zijn uit een database met gelekte wachtwoorden. Het lijkt mij dat er in een database met gelekte wachtwoorden relatief meer 'makkelijke' wachtwoorden zitten. Het feit dat een wachtwoord makkelijk te raden valt, maakt de kans toch groter dat hij in zo'n database met gelekte wachtwoorden terecht komt?
Daarnaast is het ook aardig om naar de bron te kijken. Voor zover ik het kan zien, gaat het om Splashdata, die twee diensten uitventen. Namelijk TeamsID en SplashID, beide oplossingen voor wachtwoordmanagement. Zo'n partij heeft er uiteraard veel baat bij dat beslissers denken dat het erg slecht gesteld is met het wachtwoordmanagement van de gemiddelde gebruiker. Slim om jaarlijks een bericht de wereld in te sturen met deze strekking dus.











maandag 18 januari 2016

10 tips voor een succesvolle inzet van gamification

Van de week schreef ik over 7 gamingprincipes die kunnen bijdragen aan leren. We hebben het dan over de term gamification. Op InformED kwam ik een artikel tegen met tips rondom het inzetten van gamification-principes in je onderwijs. Voor een succesvolle inzet adviseren zij:

1. Ga cijfers en beoordelingen niet gamificeren.
2. Wissel werkbladen af met games.
3. Maak falen noodzakelijk en low-stakes.
4. Verkort de feedbacktijd.
5. Gebruik actief experimenteren en ontdekken voor de harde wetenschappen.
6. Gebruik rollenspellen en verhalen voor de sociale wetenschappen.
7. Zorg voor concrete, passende uitdagingen.
8. Beloon oplossingen met moeilijke(re) problemen.
9. Verwacht niet dat game jargon genoeg is.
10. Maak het visueel.

Ik pik daaruit dat de voornaamste waarschuwing is dat je er niet komt met oppervlakkig wat gametermen toevoegen aan je lessen. Je moet structureel wel iets veranderen als je er effect van wil zien.
Ik denk dat gamification zich vooral leent voor lesaanbod dat je via mastery learning kunt laten passeren. En je hebt een hoop data nodig over de activiteiten van de leerlingen om tijdens het leren snel bij te kunnen sturen. Dat blijkt ondermeer uit de wens tot snelle feedback, de zone van naaste ontwikkeling willen blijven volgen, en een oplossing belonen met een moeilijker (maar niet te moeilijk) probleem.

Leren in een digitale (virtuele) omgeving zou het mijn inziens enorm veel makkelijker maken om op een effectieve manier met gamification-principes te gaan werken. Alles wat een leerling in zo'n omgeving kan namelijk theoretisch worden vastgelegd. (De vraag of we dat ook moeten willen, is overigens een andere.) Dat levert een berg data op, die je kunt gebruiken om de leerlingen op tijd de juiste uitdaging te bieden.

Interessant is daarnaast de vraag of gamification ook analoog kan. Ik denk dat je bepaalde elementen zeker wel kunt uitwerken in een analoge setting. Zo denk ik aan badges, low-stakes uitdagingen, en een falen-is-normaal-mentaliteit. Dus ook zonder digitale leeromgeving kun je je voordeel doen met principes uit de gamewereld.


donderdag 22 oktober 2015

Desktop weergave op je iPad

Binnen SCOH maken we gebruik van Office365. Zo rond de voorjaarsvakantie zullen al onze scholen aangesloten zijn op dezelfde omgeving. We doen dat omdat we graag de samenwerking tussen medewerkers van verschillende scholen willen faciliteren. En dan helpt één digitale omgeving waar je elkaar kunt vinden enorm.

Iedere week zetten we nu één of twee scholen over naar de stichtingsomgeving. En bij veel scholen ga ik dan achteraf even langs om een informatiesessie aan het team te geven. In een krap uur probeer ik dan te vertellen welke mogelijkheden de omgeving heeft. En daarbij zie ik steeds vaker ogen oplichten als ik vertel dat de omgeving ook werkt op een iPad. 'Ja, dan kun je makkelijk bij je bestanden via elk device', vertel ik dan.

Er is echter iets met de combinatie Office365 en een iPad dat ik wat minder handig vind. Ik zal dat toelichten. En ik heb ook een oplossing.
Wij hebben namelijk in Office365 een omgeving gebouwd in Sites (één van de onderdelen van Office365 dat vroeger aangeduid werd als Sharepoint Online). Die omgeving kun je via de browser benaderen en daar vind je (in ons geval) allemaal plekken waar verschillende organisatie-onderdelen met elkaar bestanden kunnen delen. Ieder overleg (directeurenoverleg, stafoverleg, verschillende werkgroepen) heeft daar zijn eigen plekje dat we hebben vormgegeven achter een 'tegel'. Een beetje zoals de applauncher van Office365 zelf ook werkt.
Maar de combinatie Office365 en iPad werkt juist hier niet zo lekker. Office365 'ziet' namelijk dat hij op een iPad in de browser geopend wordt. En dan schakelt hij over naar een iPad-weergave. En dan is de hele layout zoals we hem in de browser willen hebben, eigenlijk verdwenen. En ik had daar geen goede oplossing voor.

Tot ik deze post las van EducatorsTechnology. Daarin doen we verschillende tips voor het gebruik van een iPad uit de doeken. Tip 2 is in dit kader interessant. Je moet het maar net weten, maar als je de refresh-button in Safari ingedrukt houdt, kun je de desktopweergave van een site opvragen. En daarmee komt de layout zoals wij de Sites-omgeving van Office 365 graag willen tonen weer in beeld. Handig om te weten toch?


maandag 1 juni 2015

6 aanbevelingen om je wifi beter te laten werken

Niet zo heel lang geleden hebben we op één van onze basisschoollocaties een second opinion op de inrichting van het wifi-netwerk laten uitvoeren. In bepaalde lokalen traden er onduidelijke problemen op met de draadloze verbinding. Apparaten maakten (soms) moeilijk contact en de verbinding leek (soms) langzaam.

De rapportage met de bevindingen is inmiddels binnen en daar staat wat mij betreft een aantal generieke adviezen in die voor veel meer scholen van waarde kunnen zijn. Daarom leek het me handig dat hier te delen. In willekeurige volgorde zet ik de 6 belangrijkste bevindingen hieronder op een rij.

Nadenken over gebruik frequenties van acces points
Ga na op welke frequentie je acces points de verbinding opzetten. Daar zit verschil in. Je hebt er die gebruikmaken van de 2,4 Ghz-band, maar er zijn er ook die op de 5 Ghz-band werken. Sommige acces points ondersteunen beide frequenties, maar dan kan het weer zo zijn dat ze dat simultaan kunnen (dan werken beide frequenties tegelijk) óf dat je per acces point een frequentie kiest waarop hij moet werken. Op de 5 Ghz-band zijn hogere snelheden mogelijk, maar het bereik ervan is minder. Meestal kies je er bij acces points van 5 Ghz voor om in ieder lokaal een punt te monteren.
Ik dacht dat wij acces points hadden hangen die beide frequenties simultaan ondersteunden, maar dat bleek niet het geval. Van de 18 punten, waren er drie ingesteld op 2,4 Ghz en de rest op 5 Ghz. De apparaten die we in gebruik hebben, ondersteunen echter alle de 5 Ghz-band.
Dus de aanbeveling in dit geval was om alles over te zetten naar 5 Ghz en eventueel acces points bij te plaatsen.

Bij gebruik van meerdere netwerken het achterliggende systeem daarop instellen
Ik had bij de initiële inrichting gevraagd om twee netwerken in te stellen. Eén netwerk waarvan alleen de schoolbeheerder het wachtwoord weet, én een netwerk waarop we iedereen (leerlingen, ouders, externen) toegang konden geven. De gedachte was dan dat we dat tweede selectief konden 'afknijpen' zodat we het netwerk dat gebruikt werd door de apparaten van school voorrang konden geven. Tijdens het uitvoeren van de second opinion kwam men erachter dat de twee netwerken wel ingesteld waren, maar dat dat 'verkeerd' was aangesloten op de achterliggende systemen zoals de controller van de acces points en de firewall. En daarmee hadden we de mogelijkheid helemaal niet om bepaald netwerkverkeer voorrang te verlenen aan ander netwerkverkeer.
De aanbeveling was dus om de achterliggende systemen ook in te stellen op het gebruik van twee netwerken.

Storingsbronnen opsporen en verwijderen
Het hele gebouw is gescreend op externe storingsbronnen. Dat zijn apparaten die ook gebruik maken van de 2.4 Ghz-band of de 5 Ghz-band, maar verder los staan van het wifi-netwerk. Je moet dan denken aan draadloze beveiligingscamera's, bepaalde alarmmelders, de afstandbediening van de vergrendeling van auto's in de buurt of een magnetron.
In ons geval hingen op twee plekken in de school alarmmelders die stoorden op het netwerk. De aanbeveling was dus om die alarmmelders te vervangen voor een ander type.

Juiste montage van acces points
De meeste acces points zijn door het installatiebedrijf gemonteerd aan de muur. Maar de gebruikte acces points blijken eigenlijk bedoeld voor plafondmontage. "Nou en?", zul je denken. Maar dat maakt dus wel uit omdat het acces point vooral aan de voorkant een sterk signaal afgeeft en aan de achterkant veel minder. Als je ze aan het plafond - liefst in het midden van het lokaal - monteert, maak je optimaal gebruik van die voorkant.
De aanbeveling was dus om de acces points aan het plafond te laten monteren.

Kanalen juist kiezen
Ieder acces point zet zijn verbinding op over een bepaald kanaal. Er is de keuze uit kanaal 1 t/m 13. Acces points die naast elkaar hangen, laat je het liefst gebruik maken van verschillende kanalen, zodat ze elkaar niet storen. Die kanalen moeten dan wel ver genoeg uit elkaar liggen omdat naastliggende kanalen elkaar een beetje overlappen. Dus een keuze uit bijvoorbeeld 1, 6 en 11 is logisch. Of 2, 7 en 12. Bij ons waren de verschillende kanalen te dichtbij elkaar gekozen, waardoor de acces points elkaar mogelijk storen.
De aanbeveling was dus om de gebruikte kanalen opnieuw in te regelen.

Windowsapparaten regelmatig afsluiten
Wij maken op de locatie gebruik van Windowstablets op basis van Windows  8.1. Deze tablets werden niet altijd volledig afgesloten, maar soms in slaap- en/of sluimerstand in de laadkar opgeruimd. Daardoor kon het gebeuren dat sommige apparaten al meer dan twee weken achter elkaar aan stonden. Voor iPads is dat prima, maar Windowsapparaten kun je beter zo nu en dan helemaal afsluiten. De netwerkkaart van het apparaat vindt dat fijner. Hoe dat technisch precies zit, zal wel iets met drivers te maken hebben, maar dat weet ik eigenlijk niet.
De aanbeveling was in ieder geval dat we de windowsapparaten consequent zouden afsluiten.


Wij gaan op de gegeven locatie met de aanbevelingen aan de slag. Ik hoop dat deze informatie ook voor anderen handig is. Als dat zo is, laat dat dan eens weten. Vind ik leuk.

woensdag 27 mei 2015

Tip voor Office: meldingen uitzetten

Ik ben een groot voorstander van het gebruik van technologie. Maar dan wel technologie die je helpt de dingen beter, sneller of handiger te doen. In de praktijk zie ik veel mensen die daar een beetje onhandig mee omgaan. Neem nou notificaties. *Ting*, *Tweet*, *Klebeng*.
Notificaties kunnen heel handig zijn. Maar in veel gevallen storen die notificaties alleen maar en halen mensen uit de flow van hun werkzaamheden.
Ik zat van de week op een terrasje en hoorde ik het ene standaard-iPhonegeluidje na het andere. En ze kwamen allemaal uit de mobiel van een jongen achter ons. Ze stonden echt allemaal aan, zo leek het. Ik denk dan: waarom doe je daar niets aan?

Zo hoorde ik laatst een collega verzuchten dat ze het zo irritant vond dat Outlook bij ieder nieuw mailtje dat ze binnenkreeg, een popup vertoonde en een belletje liet rinkelen. Het was niet in haar opgekomen dat je dat ook uit kon zetten. (Ik heb het haar maar verteld. Ze is er nog steeds blij mee.)

Omdat ik het vermoeden heb dat er nog veel meer mensen rondlopen die datzelfde verzuchten, schrijf ik deze blogpost. Niet omdat jij, als lezer van mijn blog, niet weet dat je dat uit kunt zetten... Tuurlijk weet je dat, én heb je dat allang geregeld. Nee, ik schrijf dit voor al die collega's, vrienden en bekenden van jou die dat nog niet weten. Je bent hierbij van harte uitgenodigd om dit bericht te delen met hen.

Hoe zet je die vervelende geluidjes van Outlook uit? Hoe zorg je ervoor dat er nooit meer een nieuw mailtje uit de systeemklok omhoog komt? Als volgt:

1. Start Outlook (ik neem als voorbeeld Outlook 2013, maar in Outlook 2010 werkt het hetzelfde)
2. Ga naar tabblad bestand
3. Ga naar opties
4. Ga naar email
5. Scroll een stukje naar beneden naar het kopje 'Ontvangst van bericht'. Haal de vinkjes in dat lijstje weg. Zie screenshot:
6. Klik op 'OK'.

Klaar is Kees. Prettige werkdag.

Oja, op je mobiel kun je meldingen en notificaties ook helemaal naar je hand zetten. Verdiep je er eens in. De apps op je telefoon horen niet te bepalen wat jij belangrijk of urgent vindt. Dat ben jij zelf. Je leven wordt er een stuk rustiger van.


zondag 17 mei 2015

Tip voor Office: afdruk samenvoegen

Stel je voor: je gaat op kamp met groep 8. En je hebt bedacht dat je (om de kosten te drukken ofzo) aan iedere leerling vraagt om een broodbeleg mee te nemen. Maar om nou te voorkomen dat iedereen hagelslag en pindakaas meeneemt, wil je dat een beetje coördineren. Een voor de hand liggende manier om dat te doen is om op de kampbrief van iedere leerling te vermelden welk broodbeleg er van hem of haar verwacht wordt. Dan staat het mooi tussen de paklijst die toch ook al op die brief stond.
Dat kun je natuurlijk op de brief met de hand erbij schrijven nadat je ze allemaal uitgeprint hebt.

Maar er is een slimmere manier. Je laat de technologie een handje helpen. En dan komt 'afdruk samenvoegen' van pas. Een optie die gewoon in Office zit ingebouwd en helemaal niet moeilijk is. Deze blogpost laat je zien hoe je dat doet. Ik ga hierbij uit van Office 2013, maar in Office 2010 werkt het vergelijkbaar. (Aan het eind ga ik in op andere voorbeelden waarvoor je deze functionaliteit kunt gebruiken.)

Je hebt er twee bestanden voor nodig. Een lijst in Excel en een brief in Word. Het Exceldocument bevat twee kolommen, één voor de naam van de leerling en één voor het broodbeleg dat je die leerling wilt laten meenemen. Het Worddocument bevat de kampbrief waarin je bijvoorbeeld een uitgebreide paklijst beschrijft.

Die lijst in Excel ziet er dan zo uit:
naam broodbeleg
Daan hagelslag
Emma aardbeienjam
Ties pindakaas
Ilse kokosbrood
Desiree smeerworst
Nadat je het exceldocument af hebt, sla je het op. En je onthoudt waar je het opslaat.

Daarna open je de brief in Word en gaat op de Ribbon naar het tabje 'verzendlijsten'. 


Daar kies je voor 'Afdruk samenvoegen starten'. Helemaal onderin dat menu zie je de optie 'Stapsgewijze wizard Afdruk samenvoegen...'. Klik daarop. Rechts in beeld verschijnt een balk waarin je de stappen verder doorloopt.

Stap 1. Je kiest voor 'brieven'

Stap 2. Je kiest voor 'huidige document gebruiken'

Stap 3. Je kiest voor 'een bestaande lijst gebruiken' (dit is namelijk je excellijst die je al had). Als je nu op volgende stap klikt, vraagt de computer om een bestand aan te wijzen. Je gaat nu het Exceldocument koppelen aan het Worddocument. Kies hier als bestand de Excellijst met de gegevens over wie welk broodbeleg mee moet nemen. De computer wil vervolgens weten op welk tabblad van het exceldocument hij moet kijken voor de gegevens. Bij mij is dat Blad1. Zie onder. Ik klik op OK.


Daarna volgt een dialoogvenster waarin de volledige lijst met gegevens getoond wordt. Je kunt hier eventueel leerlingen aan- of uitvinken. Als je wil dat iedere leerling een brief krijgt, laat je ze allemaal aan staan. Klik op OK.



Stap 4. Je gaat nu je brief schrijven. Daarbij is het belangrijk dat je zogenaamde 'samenvoegvelden' gaat opnemen in je brief. Boven in je Ribbon vind je de knop 'samenvoegvelden invoegen'. Als je daarop klikt, verschijnt er een menuutje waarin de titels van je kolommen uit je Exceldocument staan. In mijn voorbeeld zijn dat 'naam' en 'broodbeleg'.

Ik schrijf mijn brief en was begonnen met 'Beste...' en voeg daarna het samenvoegveld 'naam' in. In je brief toont Word dat als <>. In de paklijst verderop in de brief neem ik het samenvoegveld <> op.
Daarna is mijn brief klaar.


Stap 5. Deze stap laat het briefvoorbeeld zien. Je ziet het samenvoegveld <> veranderen in Daan, en het samenvoegveld <> in hagelslag. Boven in de Ribbon kun je de gegevens uit een andere rij uit het Exceldocument in je brief laten tonen door het driehoekje naast de 1 aan te klikken. De 1 verandert dan in een 2 en je krijgt Emma en aardbeienjam te zien. Zie screenshot:


Stap 6. In deze stap ga je de samenvoeging voltooien. Je krijgt nu de keuze tussen het direct afdrukken van de brieven of het bewerken van de brieven voordat je ze afdrukt. Als je voor die laatste kiest, kun je de afzonderlijke brieven in één Wordbestand opslaan. Dat kan handig zijn als je een brief later nog een keer moet uitdraaien. Als je denkt dat je dat niet nodig hebt, kun je ook kiezen voor afdrukken.


In dit voorbeeld heb ik een uiterst simpel ideetje gegeven dat je kunt gebruiken om zelf de functionaliteit afdruk samenvoegen een keer te oefenen. Maar er kan veel meer met de functionaliteit. Op deze manier kun je ook cijferlijsten aan rapportdocumenten koppelen bijvoorbeeld. Voordat Esis en consorten al die online rapportmodules hadden ontwikkeld, gebruikten we dit al op de school waar ik toen werkte om de rapporten digitaal te 'schrijven'. 
Je kunt dezelfde functionaliteit ook gebruiken om gepersonaliseerde emails te maken. Nadat je brief dan af is, verzend je ze met Outlook. Het is dan wel nodig dat je de emailadressen waar de mails naartoe gestuurd moeten worden, opneemt in een kolom in de Excellijst. En je kiest in plaats van 'brieven' voor 'emails' in stap 1. 
Wij hebben de gepersonaliseerde al een aantal keer gebruikt binnen de projectgroep Office 365 om medewerkers op een vrij efficiënte manier van tijdelijke wachtwoorden van hun Office365-account te voorzien.

Het is een handigheidje in Office dat ik zeer waardeer, maar dat de gemiddelde gebruiker meestal niet kent. Daarom leek het me goed om het eens te delen op mijn blog.

Waar zou jij dit voor kunnen gebruiken? Of gebruik je het al?


zaterdag 9 mei 2015

3 tips om je didactische werkvorm bewust te kiezen

De didactische werkvorm die je hanteert, bepaalt in hoge mate het aangezicht van je les. De werkvorm beïnvloedt wat er geleerd wordt, hoe (goed) het geleerd wordt en hoe gemotiveerd en betrokken de leerlingen zijn. De vorm waarin je je onderwijs organiseert, bepaalt daarnaast ook nog hoeveel leerlingen je in een les kunt bedienen en de mate van personalisering.
Het is belangrijk om de didactische werkvorm die je gebruikt weloverwogen te kiezen, en niet op de automatische piloot te doen wat je altijd doet. Juist het variëren in werkvormen zorgt ervoor dat de betrokkenheid hoog blijft. En daarnaast moet de werkvorm passen bij het lesdoel. Het maakt uit of je cognitieve (individuele) lesdoelen hebt, of bijvoorbeeld sociaal-emotionele lesdoelen.

Standaardwerk
Ooit kocht ik 'Het didaktische werkvormen boek' van Piet Hoogeveen en Jos Zwinkels. Het boek achter de voorgaande link is een nieuwere uitgave van het boek dat bij mij in de kast staat. Voor mij is dit boek een soort standaardwerk over didactische werkvormen. Het boek biedt achtergrondinformatie over het kiezen van werkvormen. Je kunt bijvoorbeeld werkvormen kiezen bij het (type) lesdoel, de fase van de les of de groeperingsvorm. Daarnaast geven zij aan dat het ook handig is om rekening te houden met de beschikbare middelen. Het maakt nogal uit of je alleen pen en papier tot je beschikking hebt, of ook een digitaal schoolbord met voor iedere leerling een tablet. (Dat laatste bespreken ze overigens niet in het boek, want die technologie bestond toen nog niet.)

Reisgids Digitaal Leermateriaal
Een mooie aanvulling op een boek over didactische werkvormen is het initiatief van Louis Hilgers. In november 2014 bracht hij in samenwerking met een aantal andere auteurs de Reisgids Digitaal Leermateriaal uit. Iedere basisschool in het Nederlands taalgebied heeft een exemplaar van het boek ontvangen. Bij het boek hoort een website. En op die website wordt de informatie up-to-date gehouden. Het doel van het initiatief is om leraren concrete handvatten te geven over het werken met digitaal leermateriaal. En daarbij horen dus ook suggesties voor werkvormen die je kunt hanteren. In hoofdstuk 10 van het boek zetten ze er een aantal op een rij. En op de website is een werkvormenplanner te vinden. Dat lijkt me een handige tool om eens doorheen te gaan als je een geschikte werkvorm zoekt voor een te geven les.

Werkvormen-apps
Een andere manier om tot de keuze van didactische werkvormen te komen, is het gebruiken van een app. Ik ken er twee.
De eerste is de Onderwijs Tiptool van Educatheek & Docenttalent voor iOS. Deze app is gratis en geeft werkvormen in zes verscchillende categorieën: spel, sfeer, beweging, thema, concentratie en samenwerken.
De tweede is de werkvormen-app van Onderwijs Maak Je Samen voor iOS en Android. Deze kost respectievelijk 1,99 euro of 1,59 euro. Ze werken met vier verschillende categorieën die verwijzen naar een fase in je les: oriënteren, verwerven/bestendigen, reflecteren/evalueren en kennismaken.

De volgende keer dat je op zoek gaat naar didactische werkvormen, weet je dus waar je ze kunt vinden.


woensdag 16 april 2014

Jouw Schoolfilm neemt gedoe uit handen

Veel groepen 8 zijn hard bezig met het oefenen voor de eindmusical. Als het moment eenmaal zover is, wordt deze happening vaak opgenomen op film. Een leerkracht doet dat, of een welwillende ouder. Maar daarna begint het geregel. Komen er kopieën? Wie betaalt ervoor? Hoe distribueren we die films naar de andere ouders van de klas?
Dat moet Willem Wiers ook gedacht hebben. En daarom heeft hij de website www.jouwschoolfilm.nl bedacht. Als school kun je de film op de website uploaden. En daarna kunnen ouders die film via diezelfde website bestellen en downloaden. Jouwschoolfilm.nl neemt alle zorgen rondom bestellen en betalen uit handen.
Mocht je binnen het netwerk van je school geen goede camera tot je beschikking hebben, dan biedt jouwschoolfilm.nl ook een pakket waarbij de camera ook geleverd kan worden.

Het leek me een mooie tip om even te delen met de lezers van mijn blog. Gespot via Vives.

maandag 6 januari 2014

Breng eens een bezoek aan Vincents Tekenlokaal #Tilburg

In Tilburg waren wij in de kerstvakantie. Zeer aanbevelenswaardig is een bezoek aan Vincents Tekenlokaal. In het voormalig schoolgebouw waar Vincent van Gogh les heeft gehad is een ruimte gecreëerd waar kinderen van harte lust kunnen tekenen. Tafels, muren en andere oppervlakken mogen beschreven en betekend worden. Mijn kinderen (5 en 6 jaar) hebben zich er uitermate goed vermaakt. En ik ook.

Er was namelijk ook een digitaal tekenlokaal. Een modern ingericht lokaal met een groot scherm aan de muur en voor iedere deelnemer een Wacom Tekentablet. Voor wie dat niet kent: het is een computerscherm waar je met een digitale pen op kunt tekenen. De tablet is in verschillende standen te zetten zoals je dat met een geavanceerde tekentafel ook kunt. Op de computers was het programma Artrage geïnstalleerd. In combinatie met het tekentablet (echt anders dan een iPad hoor), maakte dat programma het mogelijk om het gevoel te krijgen dat je met echte verf aan de slag ging. Alleen zonder de rommel achteraf. En beter nog, als je iets fout deed, kon je gewoon de knop 'ongedaan maken' gebruiken. Kom daar maar eens om bij het maken van een echt schilderij.

Thuisgekomen ben ik eerlijk gezegd meteen op zoek gegaan naar de kosten voor zo'n tablet en het programma. Dat zette me meteen met beide benen op de grond. Van dat geld kan ik een hoop keer heen en weer naar Tilburg, zullen we maar zeggen. (De entree voor Vincents Tekenlokaal is maar 2,50 euro.)
De kosten voor het programma vielen wel mee. Maar een tekentablet is echt heel duur. En zonder tekentablet is dat programma niet zo zinvol. Een compromis werd het: voor de iPad is er ook een app van ArtRage. Die app kan hetzelfde als het programma. Je vinger is alleen dikker dan de pen, en dat maakt heel nauwkeurig werken moeilijker dan op zo'n echte tekentablet.

Voor gebruik in het onderwijs vind ik de ArtRage app zeer zeker de moeite waard. Een beter tekenprogramma ben ik nog niet tegengekomen.

De afbeelding bij deze blogpost laat trouwens de creatie zien die ik in Vincents Tekenlokaal gemaakt heb.

woensdag 20 november 2013

Sinterklaasspel voor het digibord


De Sint is afgelopen zaterdag gelukkig weer met al zijn Pieten in het land aangekomen. Dus in het basisonderwijs is het nu voorlopig even allemaal Sint wat er speelt in de hoofden van de jongste kinderen.

Van Bart Lamot ontving ik het volgende mailtje:

"Beste Remko,
Ieder jaar maken wij een Sinterklaas spel voor het digibord dat gratis en zonder reclame gebruikt kan worden. 
Ook dit jaar hebben wij het spel gemaakt en dit keer is het niet alleen op het digibord te spelen maar ook op de iPad/Tablet thuis.

Het spel is te spelen op: http://www.hetideeatelier.nl/sinterklaasspel

Wij zouden het leuk vinden als jij het bericht wil delen met jouw lezers.

Met vriendelijke groet,
Bart Lamot en Simone van Alphen"


Volgens mij is het een aardig spel dat je met je klas op het digibord kunt spelen. Het gaat uit van een kleurplaat die ingekleurd wordt als de vragen goed beantwoord worden. De vragen hadden wat mij betreft soms ook wel iets uitdagender gemogen, maar het idee is zeker leuk. Ik denk dat je er een hoop lol aan kunt beleven. En dat is, denk ik, precies de bedoeling.

Zie ook het blog van André Manssen (die hetzelfde verzoek had gekregen :-) )

woensdag 9 oktober 2013

Activerende werkvorm van Van der Schee #inhmli

In het kader van de Master Leren en Innoveren kregen we een tijdje geleden les van Prof. dr. Joop van der Schee (Vrije Universiteit, Amsterdam). Hij vertelde over een werkvorm die ervoor zorgt dat lerenden over de stof moeten nadenken. Die werkvorm heet: Odd one out.
Je krijgt als opgave een rijtje van vier woorden. En de opdracht is om te formuleren welke er niet bij hoort. Een voorbeeld dat hij gaf, was het volgende rijtje:

- Berlijn
- Portugal
- Madrid
- Lima

De grap is dat je van ieder van bovenstaande woorden een redenatie kunt volgen op basis waarvan dat woord er niet bijhoort. Er is dus niet één goed antwoord, maar vele goede antwoorden. En dat is nou precies de crux. Je laat dit rijtje eerst in tweetallen bespreken, en al gauw komen de lerenden erachter dat er meer mogelijkheden zijn. Het gaat uiteindelijk niet om het antwoord, maar om het feit dat de lerenden met de stof aan de slag gaan.
Ik wist bijvoorbeeld niet waar Lima precies lag. Ik dacht te weten ergens in Zuid-Amerika, maar om de redenatie sluitend te krijgen, moest ik dat wel eerst opzoeken. En daarmee heb ik dus wat geleerd.

Een ander voorbeeld:
- neerslag
- duinen
- waterkrachtcentrale
- reliëf
Wat hoort er niet bij?

Het mooie van deze werkvorm vind ik dat hij op ieder niveau en voor ieder vakgebied is in te zetten. Je hebt er alleen een leraar voor nodig die thuis is in de stof en thuis is in de interesse of het niveau van de lerenden. Want de kwaliteit van de rijtjes doet er uiteraard wel toe.


Bijgaand zie je overigens een plaatje dat Claire Boonstra gebruikte in een presentatie waarin ze een citotoets bekritiseert. Het plaatje is een opgave uit zo'n toets waarbij cito er van uit gaat, dat er maar één antwoord goed is. Ai...

(bron  plaatje)


woensdag 2 oktober 2013

Aan de slag met digitale prentenboeken in de kinderboekenweek

"- Elektronische boeken stimuleren verhaal- en taalbegrip, vooral als leerlingen al enige interesse in verhalen hebben ontwikkeld.
- Elektronische boeken vervangen niet de leerkracht en het prentenboek
  op papier. Een combinatie van de drie is het meest effectief.
- Levende boeken worden gezien als nuttige en aantrekkelijke
  ondersteuning van het lezen en voorlezen." (bron: Kennisnet, Taal en ICT)

Uit onderzoek blijkt dat het heel effectief kan zijn om met digitale prentenboeken in je klas te werken. Via André Manssen stuitte ik een tijdje geleden op een brochure met als titel "Digitale boeken zelf maken en gebruiken in de groep". De brochure is een uitgave van Sardes en mede ontwikkeld door het Expertisecentrum Nederlands als materiaal bij de Taallijn. Het is een uitgave uit 2008.
Ze beschrijven het gebruik van verschillende soorten boeken: verhalenboeken, letterboeken, rekenboeken woordenboeken en versjesboeken. Daarnaast gaan ze ook in op het zelf maken van prentenboeken. Dat stappenplan is inmiddels wel een beetje verouderd. Tot slot zetten ze ook nog het één en ander op een rij over auteursrecht.

Mocht je met digitale prentenboeken aan de slag willen gaan (en natuurlijk wil je dat: Kinderboekenweek, he...), maar je wilt om welke reden dan ook geen tijd besteden aan het zelf ontwikkelen van materiaal, kijk dan eens naar de volgende websites:

(bron afbeelding)

woensdag 25 september 2013

5 krachtige manieren om een presentatie te openen

Op het blog van Slideshare las ik laatst een bijdrage die ik wil bewaren voor later gebruik. Zij gaan in die blogpost in op vijf manieren om een presentatie te openen. Gezien het feit dat ik nog wel eens wat moet (wil) presenteren, is deze kennis wel handig om even op te slaan.
In het kort zijn dit de vijf manieren die zij noemen:

  1. Gebruik stilte
  2. Wijs naar de toekomst of naar het verleden
  3. Citeer iemand
  4. Deel iets bijzonders
  5. Vertel een verhaal of anekdote 

Hier vind je de toelichting van ieder punt.

dinsdag 17 september 2013

2 tips: Gids voor Blogger in Scholen en #klassepret

Voor wie 'iets' wil doen met blogs in zijn onderwijs, is de eerste tip bedoeld. Op het blog van Richard Byrne (FreeTech4Teachers) vind je een 'Complete Guide for Blogger in Schools'. Hij schrijft dat hij het een maand gratis ter beschikking stelt. Inmiddels is de maand volgens mij afgelopen, maar je kunt het nog steeds gratis downloaden. (Daar houden we van, niet..?)
Hij heeft op deze gids ook nog twee aanvullingen geschreven, namelijk een aanvulling voor iOS en een aanvulling voor Android. Ook handig.

De tweede tip is die van de hashtag #klassepret. Op Twitter kun je via hashtags heel makkelijk berichten bijhouden die over hetzelfde onderwerp gaan. TV-programma's maken daar bijvoorbeeld veelvuldig gebruik van.
In het onderwijs is #lespo een veelgebruikte, maar daar heeft Juf Inger nu dus een leuke aan toegevoegd. Het idee is dat als er in jouw les iets leuks, positiefs of aardigs gebeurt, je er een tweet over schrijft en hem deelt met de hashtag #klassepret. Ik vind het een heel sympathiek idee en daarom deel ik het hier.