Januari is de maand waarin de plannen voor het komend seizoen afgemaakt worden. En dat betekent ook dat het plantgoed en de zaden besteld worden. En daarbij is toch steeds weer de terugkerende vraag: gaan we voor zaadvaste rassen of hybride rassen?
Zaadvast
Als een ras zaadvast is, dan houdt dat in dat je van de zaden van die plant ook weer (ongeveer) dezelfde planten krijgt. Dus een zaadvast tomatenras dat een lekkere, kleine, rode kerstomaat geeft, blijft als je dat zaad uit zo'n tomaatje gebruikt, gewoon een lekkere, kleine, rode kerstomaat. Maar als een tomatenras niet zaadvast is, dan kan er uit zo'n zelfgewonnen zaadje een heel andere tomaat tevoorschijn komen. Zaadvaste rassen zijn dus bij uitstek geschikt voor (moes)tuinders die met hun zelfgewonnen zaad het volgende jaar weer nieuwe planten willen kweken.
Als een ras zaadvast is, dan houdt dat in dat je van de zaden van die plant ook weer (ongeveer) dezelfde planten krijgt. Dus een zaadvast tomatenras dat een lekkere, kleine, rode kerstomaat geeft, blijft als je dat zaad uit zo'n tomaatje gebruikt, gewoon een lekkere, kleine, rode kerstomaat. Maar als een tomatenras niet zaadvast is, dan kan er uit zo'n zelfgewonnen zaadje een heel andere tomaat tevoorschijn komen. Zaadvaste rassen zijn dus bij uitstek geschikt voor (moes)tuinders die met hun zelfgewonnen zaad het volgende jaar weer nieuwe planten willen kweken.
Er zijn bronnen die zeggen dat zaadvaste rassen ook gezonder en voedzamer zouden zijn dat hybride rassen. Maar of die claim klopt, weet ik niet.
Hybride
Hybride rassen hebben die eigenschap niet. Bij hybride rassen gebruikt de zaadleverancier een specifieke moeder- en vaderplant om steeds nageslacht te maken met vrijwel dezelfde eigenschappen. Waar exemplaren van zaadvaste planten onderling allemaal een klein beetje verschillen, is dat bij hybride rassen veel homogener. Het voordeel daarvan is dat bij hybride rassen de kans veel groter is dat al je bloemkolen, of al je pompoenen op hetzelfde moment oogstklaar zijn. Ze hebben veel meer de neiging om allemaal vruchten van dezelfde grootte of hetzelfde gewicht te geven. Hybride rassen passen daarom heel goed bij een industriële oogst en verwerking. Want omdat de oogst veel homogener is, kun je de machines die je voor de oogst en verwerking gebruikt beter ontwerpen of instellen. En hetzelfde geldt voor smaak of houdbaarheid. Daarin lijken de planten veel meer op elkaar dan bij zaadvaste rassen. Als je een consistente kwaliteit van een bepaalde eigenschap belangrijk vindt, dan kies je dus eerder hybride zaad dat precies die consistentie heeft van die eigenschap.
Hybride rassen hebben die eigenschap niet. Bij hybride rassen gebruikt de zaadleverancier een specifieke moeder- en vaderplant om steeds nageslacht te maken met vrijwel dezelfde eigenschappen. Waar exemplaren van zaadvaste planten onderling allemaal een klein beetje verschillen, is dat bij hybride rassen veel homogener. Het voordeel daarvan is dat bij hybride rassen de kans veel groter is dat al je bloemkolen, of al je pompoenen op hetzelfde moment oogstklaar zijn. Ze hebben veel meer de neiging om allemaal vruchten van dezelfde grootte of hetzelfde gewicht te geven. Hybride rassen passen daarom heel goed bij een industriële oogst en verwerking. Want omdat de oogst veel homogener is, kun je de machines die je voor de oogst en verwerking gebruikt beter ontwerpen of instellen. En hetzelfde geldt voor smaak of houdbaarheid. Daarin lijken de planten veel meer op elkaar dan bij zaadvaste rassen. Als je een consistente kwaliteit van een bepaalde eigenschap belangrijk vindt, dan kies je dus eerder hybride zaad dat precies die consistentie heeft van die eigenschap.
Maar er is ook een belangrijk nadeel van hybride rassen. De zaadleverancier heeft veel tijd en energie gestopt in het 'ontdekken' van de juiste combinatie van vader- en moederplant. En dat kunnen ze alleen maar terugverdienen met het verkopen van het nageslacht van deze planten: het zaad. Om die verkopen te waarborgen, houden ze de vader- en moederplant angstvallig geheim. Dus daarmee blijft de (moes)tuinder afhankelijk van de zaadleverancier om goede zaden te verkrijgen. Je zult er dus altijd voor moeten betalen. Terwijl dat in de natuur natuurlijk niet zo werkt.
Er zijn zelfs veredelaars die patenten op de genetische code van zaad proberen vast te leggen om ervoor te zorgen dat niemand anders 'hun' ontdekking kan gebruiken.
Overwegingen
De discussie tussen zaadvast en hybride gaat dus vaak over de toegang tot zaad en de afhankelijkheid van tuinders ten opzichte van (grote) veredelingsbedrijven.
Bij De Groentemeester maken we gebruik van zowel zaadvaste als hybride rassen. Maar ik neig de laatste tijd wel iets meer naar zaadvaste rassen. Het lijkt me leuk om met zelfgewonnen zaad verder te kweken. Misschien krijgen we daardoor dan wel soorten die steeds meer specifiek zijn ingesteld op ons plekje op de wereldbol. En wat ook belangrijk is, is dat het ons minder afhankelijk maakt van derde partijen. Dat vind ik qua toegang tot ons voedsel ook wel een belangrijk punt om op de lange termijn aan te werken. En daarbij kan het ook nog eens in de portemonnee schelen. Want van een zaadvast ras hoef je voor het volgende teeltseizoen geen nieuwe zaden te kopen als je dat niet wilt. Je kunt ze zelf winnen en weer gebruiken.
De discussie tussen zaadvast en hybride gaat dus vaak over de toegang tot zaad en de afhankelijkheid van tuinders ten opzichte van (grote) veredelingsbedrijven.
Bij De Groentemeester maken we gebruik van zowel zaadvaste als hybride rassen. Maar ik neig de laatste tijd wel iets meer naar zaadvaste rassen. Het lijkt me leuk om met zelfgewonnen zaad verder te kweken. Misschien krijgen we daardoor dan wel soorten die steeds meer specifiek zijn ingesteld op ons plekje op de wereldbol. En wat ook belangrijk is, is dat het ons minder afhankelijk maakt van derde partijen. Dat vind ik qua toegang tot ons voedsel ook wel een belangrijk punt om op de lange termijn aan te werken. En daarbij kan het ook nog eens in de portemonnee schelen. Want van een zaadvast ras hoef je voor het volgende teeltseizoen geen nieuwe zaden te kopen als je dat niet wilt. Je kunt ze zelf winnen en weer gebruiken.
Vorig seizoen heb ik van onze lekkere kerstomaat een fors aantal zaden gewonnen. Die heb ik gedroogd en netjes bewaard. En komend seizoen gaan we dus voor het eerst tomaten zaaien van zaad dat we zelf gewonnen hebben. Bij tomaten schijnt dit vrij ongecompliceerd te zijn. Bij gewassen zoals courgettes of pompoenen is er iets meer aandacht nodig bij het proces van bestuiven. En zo heeft ieder gewas daarin zijn eigen aandachtspunten. Als je daar meer over wil weten, raad ik je aan om het boekje 'Zelf zaden telen' van Velt aan te schaffen.
Rassenproeven
Afgelopen jaar deed ik mee met rassenproeven. Ooit is dit project geïnitieerd door stichting Zaadgoed. En toen ik van dit project hoorde, heb ik me meteen aangemeld. Binnen het project doen tuinders uit heel Nederland en België mee. En iedere tuinder kiest een handvol gewassen waarvan ze verschillende variëteiten willen proberen. Ik deed afgelopen jaar mee met bieten, snijbonen, aubergines en paprika's. Van ieder gewas kregen we uitgangsmateriaal van tot wel 9 verschillende variëteiten. En dat ging uitsluitend om zaadvaste rassen. Het idee was dat je je als tuinder veel bewuster werd van de verschillende eigenschappen die planten kunnen hebben door ze naast elkaar te telen. En voor de oogstgenoten (en andere belangstellenden) was er een smaakevenement waarbij de verschillende variëteiten van de gewassen blind geproefd konden worden.
Mijn deelname aan het project heeft bij mij wel wat bewustwording opgeleverd over het werken met zaadvaste rassen. En vandaar dat ik nu ook meer neig naar het gebruik van zaadvaste rassen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten