Posts tonen met het label ontwerp. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ontwerp. Alle posts tonen

zondag 15 maart 2026

5 afwegingen voor het bepalen van de afmetingen van teeltbedden

Toen ik in 2022 bezig was met de voorbereidingen om de tuin te starten, moest ik een enorme hoeveelheid keuzes maken over de inrichting van de tuin. Sommige van die keuzes zouden vrij permanent zijn. En dan is het wel handig om daar van te voren goed over nagedacht te hebben. 
Eén van die keuzes ging over de afmetingen van de teeltbedden waarmee ik zou willen werken. In dit blogje ga ik in op de afwegingen die meehelpen om jouw ideale bedlengte en -breedte te bepalen.


1. Maximalisatie teeltoppervlak
Je teeltoppervlak is de ruimte in de tuin die daadwerkelijk gebruikt wordt om gewassen te laten groeien. Feitelijk is dat dus de totale oppervlakte van je teeltbedden. De ruimte van de paden tussen de bedden tel je dan dus niet mee. Als je het teeltoppervlak wil maximaliseren, dan is het verstandig om per teeltbed zo min mogelijk pad in het plan op te nemen. Maar dat moet je dan natuurlijk op zo'n manier doen dat je wel overal kan komen. De makkelijkste manier om je paden tot het minimum te reduceren, is door met één hoofdpad over de hele lengte van de tuin te werken en de teeltbedden daar haaks op aan te leggen. De teeltbedden volgen dan aan de achterkant de contouren van het beschikbare gebied.

2. Efficiënte processen
De efficiëntie van processen in de tuin zit hem vaak in simpele dingen. Zo is het handig om met één maat teeltbedden te werken omdat je dan al je materialen op de maat van je teeltbedden kunt afstemmen. Als ieder bed bijvoorbeeld 10 meter lang is en 90 cm breed, dan kun je daar je doeken, netten, lijnen en bogen op afstemmen. En die passen dan overal. En dat scheelt iedere keer dat je met het planten of zaaien aan de slag gaat, een grote hoeveelheid tijd omdat je niet hoeft te zoeken naar de juiste materialen.

3. Kostenoverwegingen materialen
Dit punt staat in nauwe relatie met het vorige. Sommige teeltbenodigdheden kun je alleen krijgen in bepaalde maten of aantallen. Denk aan landbouwplastic, klimaatdoek, verenstalen staven, bamboestokken of vogelnetten. Het kan handig zijn om bij het bepalen van de afmetingen van je bedden rekening te houden met de maatvoering van deze spullen. Een rol klimaatdoek heeft bijvoorbeeld een bepaalde lengte en breedte. En je kunt dan met de verschillende maatvoeringen rekenen of je dan op hele rollen goed uitkomt. Als je dat slim doet voor al je teeltbenodigdheden, kan dat kostenbesparingen opleveren. 

4. Menselijke maat
Een ander aspect is wat ik de menselijke maat in de tuin noem. Als je de bedden (te) lang maakt, is een klus in een bepaald bed minder makkelijk te overzien. Alsof er geen einde aan zal komen. Of je 5 bedden van 10 meter hebt of 1 bed van 50 meter maakt qua teeltoppervlak niet uit. Maar die bedden van 10 meter zijn toch beter te overzien. Je kunt een bepaalde klus, zeg onkruid wieden, makkelijker in stukjes hakken en daarmee is de grote klus beter te overzien. Je hebt eerder het idee dat je vorderingen maakt. Want na 1 bed van 10 meter onkruidvrij maken, is er al één bed helemaal af. Bij het bed van 50 meter ben je na 10 meter nog niet eens op de helft. Daardoor wordt het werk bij kortere bedden sneller als prettiger ervaren. Simpelweg omdat het een betere menselijke maat heeft.

5. Mate van mechanisering
De dimensies van je bed (lengte en breedte) kun je ook laten bepalen door de mate van mechanisering die je wilt toepassen. Als je bijvoorbeeld met een woelvork je grondbewerking wilt doen, is het logisch om de breedte van de woelvork mee te nemen in de beslissing hoe breed het bed moet worden. Want dat kan je potentieel een werkgang schelen. En dat geldt ook als je gemechaniseerd aan de slag gaat. Dan is de breedte van je frees of rotorkopeg van belang voor de bepaling van je bedbreedte.
Daarnaast moet je bij gebruik van een (tweewiel)trekker ook nadenken over de ruimte die je overhoudt om de trekker te keren aan het einde van het bed. Hoe korter je bedden, hoe vaker je teeltoppervlak moet verspelen aan het aanleggen van paden om het keren van de machine mogelijk te maken. 
En als je gebruik zou willen maken van paardentractie om je land te bewerken, dan wil je je bedden zo lang mogelijk hebben. Want die paarden zijn niet zo maar gekeerd aan het eind van je bed. En dat valt met een woelvork of een frees weer reuze mee. Dus de mate van mechanisering zou invloed moeten hebben op de afmetingen van je teeltbedden.


Op de foto bovenaan deze blogpost zie je de schets die ik maakte voor de inrichting van De Groentemeester. Ik heb er toen voor gekozen om de bedden te standaardiseren op 10 meter lengte en 90 cm breedte met tussenpaden van 30 cm. Op die manier passen er 10 bedden van 10 meter in een akkertje. En totaal heb ik daardoor 21 gelijke akkertjes kunnen realiseren op het perceel. Ik ben dus niet gegaan voor het maximaliseren van het teeltoppervlak. Dat heeft uiteindelijk natuurlijk een negatief effect op de maximaal mogelijk productie, maar het zorgt er wel voor dat de tuin een gevoel van ruimte heeft. Bij een zelfoogsttuin is dat ook wat waard, omdat de beleving op de tuin een belangrijk element is.

Wat vind jij? Zijn dit inderdaad de afwegingen die er toe doen? Of mist er nog iets in dit rijtje?

zondag 22 februari 2026

Het belang van standaarden

Iedereen die regelmatig op een tuinderij komt, of je nou eigenaar, medewerker, vrijwilliger of oogstgenoot bent, zal herkennen dat er in het zomerseizoen heel veel werk verzet moet worden. En vaak 'moet' er ook van alles tegelijk. Om er dan voor te zorgen dat je hoofd niet over loopt, is het handig om structuur aan te brengen in de manier waarop de dingen op de tuin georganiseerd zijn.

Inmiddels zullen jullie wel weten dat ik vrij gestructureerd te werk ga. Ik vind dat prettig. Niet om me rigide vast te houden aan allerlei verzonnen regeltjes. Maar om ervoor te zorgen dat er een kader is waarbinnen je flexibel kunt opereren.

Een ontwerpelement daarbij is het gebruik van standaarden. Standaarden maken de werkzaamheden bij goed gebruik een heel stuk overzichtelijker. En daarom heb ik bij het opzetten van de tuin nagedacht over het gebruik van standaarden.

Zo hebben alle teeltbedden in de tuin dezelfde afmetingen. Alle groentenbedden zijn 10 meter lang en 90 centimeter breed. Alle kruiden- en bloemenbedden zijn 5 meter lang en ook 90 cm breed. Daardoor zijn al mijn doeken, netten en plantlijnen afgestemd op deze maten. Ieder doek past op ieder bed en dat zorgt ervoor dat we geen waardevolle tijd hoeven te verdoen aan het passen en meten van het geschikte materiaal.

Ook voor de werkwijzen hanteren we standaarden. De volgorde van het planten van een bed is bijvoorbeeld altijd hetzelfde: eerst frezen, dan bedden uitmeten, dan paden lopen, dan compost verdelen, dan plantlijnen trekken, dan plantgoed op de juiste afstand neerzetten en dan planten. Voordat we het plantgoed planten, gaat iedere kist een kwartiertje in een badje zodat de kluitjes goed nat zijn als ze de grond in gaan. Na het planten trekken we een tunnel of een doek over het bed. En zo gaat iedere plantactie, of het nou broccoli, sla of knolselderij is, in zijn werk.

Zo'n standaardwerkwijze wordt ook wel een SOP genoemd. Dat staat voor Standard Operating Procedure. In de meeste gevallen gaat het bij ons op de tuin om een simpel stappenplan. Maar een SOP kan ook hiërarchisch in elkaar zitten of als stroomdiagram opgesteld worden. Een ander format waarin een SOP opgemaakt kan worden is een checklist
. Het gaat erom dat voor iedereen duidelijk is (vrijwilligers, oogstgenoten of medewerkers) hoe ze een taak moeten uitvoeren. Als je meer wilt weten over SOP's, zou ik hier even kijken. 

Je kunt standaarden zo ver doorvoeren als dat je zelf wilt. Wat voor mij belangrijk blijft, is dat de gehanteerde standaarden zorgen voor genoeg structuur zodat werkzaamheden veilig, gezellig en enigszins efficiënt uitgevoerd kunnen worden. Maar de structuur moet niet te beklemmend worden. Als iemand die vrijwillig komt helpen, zich lekkerder voelt bij een net een iets andere aanpak die leidt tot hetzelfde resultaat, dan moet dat mogelijk zijn. Standaarden zijn geen heilige regels. Maar ze geven wel overzicht, rust en voorspelbaarheid bij goed gebruik. En daar is iedereen bij gebaat.

--

Meer weten over Zelfoogsttuin De Groentemeester?

maandag 27 december 2021

Leestips week 51: over het avontuur van je leven, bouwstenen voor biodiversiteit, gewoontes en mooie landbouwvormen

Stilstand. Deze tijd in het jaar kenmerkt zich door een korte periode van stilstand. De natuur maakt een pas op de plaats. Dit is niet de stilstand uit het spreekwoord: 'stilstand is achteruitgang'. Nee, deze stilstand heeft voor mij een veel positievere betekenis. Dit is de periode waarin verstilling op zijn plaats is. Een periode van rust. Reflecteren. Nieuwe moed verzamelen en hernieuwde energie aanboren. In alle rust terugkijken naar hoe de dingen gaan en gegaan zijn. Het positieve eruit filteren en koesteren. Het negatieve weg laten lopen. Nieuwe ideeën geboren laten worden. Plannen voor het komende jaar concretiseren. Wat mij betreft is deze periode van het jaar daar bij uitstek geschikt voor.
Ik maakte afgelopen dinsdag een foto in de Maatwerk Moestuin die wel een beetje weergeeft wat ik probeer ik te vangen in woorden.

Ik hoop dat jullie fijne momenten hebben beleefd tijdens de kerstdagen. En ik wens iedereen een goede jaarwisseling, maar bovenal de creativiteit om van 2022 iets moois te maken.

Hieronder de leestips die ik afgelopen week geoogst heb. Doe er je voordeel mee.


--

Altijd handig om zo’n lijstje eens langs te lopen. Energie, water en voedsel. Hoe doe je dat duurzaam? Daar gaat het om.

Tijdens het werken aan een opdracht voor school, kwam ik dit artikeltje tegen op de site van Natuurmonumenten. Dit gaat over Boerderij Landlust waar mijn stageplek gevestigd is. Heldere uitleg over wat boer Roel voor ogen heeft met dit mooie stukje Midden-Delfland. Dat zouden meer boeren moeten doen.

Het rapport waar dit artikel over gaat lijkt me handig om erbij te pakken als je biodiversiteit wil verhogen. Het geeft bouwstenen die in ieder plan in te passen zijn. Bedoeld voor ontwerpers en projectleiders, maar voor ieder met interesse hiervoor natuurlijk ook interessant.

Goed nieuws dus. Agroforestry begint steeds meer voet aan de grond te krijgen. Daarnaast ben ik ook altijd voorstander geweest van leernetwerken waarin mensen uit de praktijk kennis delen. Dit netwerk begint steeds robuuster te worden.

Er zijn ongetwijfeld ook goede gewoontes die makkelijk te realiseren zijn. Je kunt chocola en groente tegenover elkaar zetten. Maar het speelveld wordt al veel gelijker als je chocola en aardbeien met elkaar vergelijkt bijvoorbeeld. Er zijn tal van manieren om goede gewoontes in te bouwen zonder dat dat per se moeilijk is. Begin met kleine makkelijke dingen. Link nieuwe gewoontes aan dingen die je toch al doet. Of gebruik sociale druk door rond te bazuinen wat de nieuwe gewoonte is. 
Desalniettemin een leerzaam stukje tekst. Het gaat dus om de kleine dominosteen.
 
En de kijktip van deze week: The world is poorly designed. But copying nature helps.
“Kijk pap, dit is een video die jij leuk vindt.” Robin wees me op deze video over biomimicry. Hij heeft gelijk dat het me interesseert. We hebben veel te leren van de natuur. Ik heb hem meteen een boek uit mijn boekenkast uitgeleend: de natuur als uitvinder.
Overigens vind je het in de permacultuur ook terug. Daar is principe 1: observeer en reageer. De natuur weet het vaak wel. Wij mensen moeten leren kijken en luisteren.

donderdag 30 september 2021

Bedrijfsinrichting, hart en huid

 


Een nieuwe manier om naar een organisatie te kijken werd me aangereikt op de Warmonderhof. Tijdens de opleiding die ik nu volg, hebben we een aantal lessen bedrijfsinrichting. Voor als we straks aan het eind van de opleiding zover zijn dat we een bedrijf willen beginnen. Het is goed om na te denken over de manier waarop je de zaken inricht. Of wat je aan de inrichting wilt en kunt aanpassen.

De opdracht is voorlopig om je stagebedrijf te bekijken in het kader van bedrijfsinrichting. Mijn stagebedrijf is CSA Het Middenland in Maasland. Maar ik kan de theorie ook prima toepassen op Voedselbos Vlaardingen waar ik secretaris ben, of op de Maatwerk Moestuin waar ik als coördinator ingehuurd wordt vanuit mijn bedrijfje Groendoenerij.

Het vak bedrijfsinrichting wordt gegeven door Joke Bloksma. En zijn heeft een interessante manier bedacht om naar een bedrijf in al zijn facetten te kijken. Zij leert ons kijken alsof het een organisme is. De eerste opdrachten gingen over het vinden van het 'hart' van het bedrijf, en het beschrijven van de 'huid' van het bedrijf.

Hart

Bij het hart gaat het om de plek waar de dingen samenkomen. De plek die ritme verzorgt. Waar dingen naar toe komen, en weer weggaan. Een centraal deel. De plek waar overleg gevoerd wordt. Of waar ideeën en goede gesprekken over het leven plaatsvinden.

Bij mijn stagebedrijf is er sprake van twee harten, denk ik. De eerste is de plek waar we koffie drinken en samenkomen met alle medewerkers en vrijwilligers van Boerderij Landlust waar Het Middenland van pacht. Daar wordt van alles uitgewisseld. En de pauzemomenten zorgen voor het ritme.

Een tweede plek is de winkel van Landlust. Daar stromen de producten naar toe en vinden een weg naar buiten. En daar komen de mensen van buiten naar binnen. De winkel heeft een ritme van openingstijden. Open op woensdag en zaterdag. Woensdag en zaterdag. Iedere week weer.

Huid

De huid van een bedrijf is de schil die er om heen ligt. Bij een boerenbedrijf vind je dat het makkelijkst terug in de vormen van omheining. Dat kan een draad zijn waar het vee niet doorheen durft. Of een heg die de wind afschermt. Een sloot die ongewenste bezoekers buiten houdt. Een hek. Een bomenrij. Een schutting. In die huid zitten ook openingen. Een poort, een bruggetje. De huid laat het één wel door, en het ander niet. Die huid is soms dik en soms heel dun. En soms ook beschadigd en moet dan gerepareerd. De huid heeft ook met het uiterlijk te maken. En de uitstraling van het bedrijf. Behalve een fysieke huid, kan er ook een virtuele huid zijn. Hoe is je bedrijf online te vinden? Door welke openingen is er contact met de buitenwereld?

Allemaal zeer interessant om over na te denken.

En ik denk dus dat dit niet alleen voor een boerenbedrijf goed is om eens te bekijken. Dit kun je ook toepassen op een onderwijsorganisatie. Of een huishouden bijvoorbeeld.

Stofwisseling

De theorie gaat nog verder met de stofwisseling van een bedrijf. Ook erg boeiend, maar dat voert hier misschien te ver. Meer informatie kun je vinden in het Werkboek Gezond Landbouwbedrijf. Voor als je het leuk vindt om er dieper op in te gaan.