woensdag 11 december 2013

3 tools om tijdlijnen te maken

Tijdlijnen zijn uitstekende modellen om een bepaalde chronologie in beeld te brengen. De meest simpele vorm van een tijdlijn is een streep waarop je markeringspunten aangeeft met een datum (of tijd) en een gebeurtenis. Als je vanuit dit simpele model gebruik gaat maken van de mogelijkheden die ict biedt om de functionaliteit van het model uit te breiden, krijg je een interactieve tijdlijn. Je kunt behalve tekst, en afbeeldingen, ook geluiden en video toevoegen. En je kunt op de tijdlijn inzoomen zodat je verschillende detailniveaus in beeld krijgt. Dat maakt het creëren van overzicht en het leggen van verbanden makkelijker.

Met een tijdlijn kun je het verleden in beeld brengen: wat is er wanneer gebeurd? Je hebt het dan over een logboekfunctie. Maar je kunt uiteraard met dezelfde tools ook de toekomst in beeld brengen: wat ben je wanneer van plan? Je noemt het dan een planning.

In deze blogpost wil ik drie tools noemen die in meer of mindere mate geschikt zijn voor deze twee functies.

1. TimeRime
Op Timerime.com vind je een uitgebreide tool waarmee tijdlijnen gecreëerd kunnen worden. Je kunt er gebruik van maken middels een gratis account. En als je meer functionaliteit wilt, zijn er ook betaalde accounts mogelijk. 
In het gratis account kun je tijdlijnen maken met 5 verschillende detailniveaus. Je kunt de tijdlijnen privé houden of openbaar maken. Als je ze privé houdt, kun je ze alleen binnen je account zien. Als je ze openbaar maakt, kun je ze ook embedden op iedere andere website.
Je kunt gebeurtenissen en perioden toevoegen. En aan elke gebeurtenis kun je weer afbeeldingen, links, video's of beschrijvingen toevoegen. Dat maakt deze tool geschikt om zowel voor de logboekfunctie, als wel voor de planningsfunctie te gebruiken.
Bij de betaalde accounts zijn er meer mogelijkheden om samen te werken aan tijdlijnen. Er is ook een speciale edu-variant.

2. Brevado
Bij Brevado.com is alleen een betaald account mogelijk. Dat kun je wel 14 dagen op proef uitproberen. Ik heb deze tool niet uitgeprobeerd. Voor zover ik kan zien op hun website, is het eigenlijk ontworpen om te kunnen samenwerken aan projecten. Ik weet niet of het daarmee erg geschikt is voor een logboekfunctie. Je kunt er wel goed een project mee sturen. Je kunt gebeurtenissen aanmaken en binnen die gebeurtenissen kunnen de verschillende betrokkenen dan weer op elkaar reageren. Dat maakt het een vrij goede planningstool, denk ik. Jammer dat het alleen een betaald account is waar je gebruik van kunt maken.

3. Chronozoom
Chronozoom.com is een tijdlijn-tool uit de stal van Microsoft. Je kunt er gratis gebruik van maken. Het is speciaal ontworpen voor educatieve doeleinden. Ten opzichte van TimeRime vind ik de tool vrij beperkt. Je kunt een periode aangeven waarbinnen je een tijdlijn maakt. En in die periode plaats je vervolgens 'exhibits' op de tijdlijn. Dat houdt in dat je altijd moet verwijzen naar een bron (een afbeelding, een filmpje, o.i.d.) met een link. Gewoon tekst of een verslagje toevoegen kan niet. Mocht je een tijdlijn willen ontwerpen waarbij je juist allerlei internetbronnen aan elkaar wilt verbinden op een tijdlijn, dan is dit een uitstekende tool.


Kortom, als je tijdlijnen wilt (laten) gebruiken met gebruikmaking van ict, dan raad ik je aan om te starten met TimeRime. Ik zie voor mijzelf op korte termijn twee mogelijkheden om deze tool te gaan gebruiken.

a. Tabletproject groep 8
Voor het tabletproject dat we op één van de scholen doen, is een tijdlijn die we kunnen embedden op andere plekken een mooie manier om de vorderingen van het project in beeld te brengen. Misschien kunnen we zelfs de planning voor de komende maanden helderder in beeld brengen.

b. Dossier rolontwikkeling master Leren & Innoveren
Voor de master Leren & Innoveren is één van de opdrachten om een dossier rolontwikkeling samen te stellen. Je moet laten zien hoe je je ontwikkelt in de loop van de tijd in de verschillende rollen die een master zou moeten kunnen spelen. Dan is een tijdlijn een mooi model om mee te werken. Met TimeRime is zoiets ook nog eens handig te delen.

dinsdag 10 december 2013

Geschikte apps voor het basisonderwijs zoeken

Op één van de scholen waar ik ict-coördinator ben, gaan we binnenkort aan de slag met iPads. We hebben er 2 per kleuterklas. En een set van tien voor de bovenbouwgroepen. Een veel gehoorde vraag van de collega's op die locatie is: 'Waar vind ik ideeën voor apps?'

Om aan die vraag tegemoet te komen, heeft André Manssen laatst in een blogpost allerlei verzamelsites op een rij gezet. De drie relevantste uit zijn post zijn (volgens mij):


Hij noemt verder nog Appsakee, een website die door Klascement gemaakt is. Die site kende ik nog niet.
Daarnaast heeft hij in diezelfde post nog een overzicht van andere bronnen gemaakt, zoals verwijzingen naar yurls pagina's van meesters en juffen die eigen overzichten bijhouden. Ik denk dat je veel dubbelingen zal tegenkomen, als je alle bronnen gaat bekijken.

Een tijdje terug heb ik een (klein) overzichtje gemaakt van apps waarvan ik vind dat ze ze op de iPadscholen zouden moeten gebruiken. Ik vind dat je erg kritisch moet zijn bij de beoordeling of je een app wilt gaan (laten) gebruiken. Er zit veel 'hobby-werk' tussen. Echt kwalitatieve goede apps die het uiterste halen uit de mogelijkheden van een tablet, zijn schaars.

Welke apps zijn volgens jou 'onmisbaar' als je met iPads aan de slag gaat in onder- of bovenbouw?
Geef je reactie via het de reactiemogelijkheid onderaan deze blogpost, via het contactformulier van dit blog, of via Twitter. Ik ben benieuwd.

maandag 9 december 2013

Kerntaak A uit ict-bekwaamheid van leraren

Het pedagogisch-didactisch handelen; dat is kerntaak A zoals het geformuleerd is in het Kader voor ict-bekwaamheid van leraren (Kennisnet, 2012). In die publicatie stelt Kennisnet dat de ict-bekwaamheid verder bestaat uit digitale basisvaardigheden, werken in de schoolcontext (kerntaak B), en professionele ontwikkeling (kerntaak C).

Afgelopen weekend ben ik verder gegaan met de zoveelste versie van mijn onderzoeksplan dat ik voor mijn studie moet maken. Het betreft een plan voor een onderzoek dat ik niet per se hoef uit te voeren. Het moet een vingeroefening zijn. Het opstellen van een goed onderzoeksplan is voorwaardelijk voor het doen van onderzoek waarvan je wilt dat het slaagt.
Dus ik oefen nu de vaardigheid om een goed onderzoeksplan te maken. En dat valt me eerlijk gezegd niet mee. Al doende leert men, zullen we maar zeggen.

Zonder al te veel in detail te treden wat de onderzoeksvraag precies is, wil ik wel melden dat ik voor de beantwoording van één van mijn deelvragen een set vragen nodig heb die ik middels een vragenlijst of een interview (daar ben ik nog niet uit) wil stellen aan een aantal collega's. Om tot die set vragen te komen, wil ik gebruikmaken van bovengenoemde publicatie. Daarom ben ik nu vooral geïnteresseerd in de beschrijving van kerntaak A. Daarvan wil ik hier een korte samenvatting maken zodat ik er op een later tijdstip vragen uit kan formuleren.

Kerntaak A gaat erover hoe leraren hun onderwijs ondersteunen met ict-hulpmiddelen. Kennisnet zegt dat leraren in staat zouden moeten zijn om te beoordelen wanneer ict een meerwaarde heeft en dat zij hun kennis en vaardigheden op het gebied van leerinhoud, pedagogiek, didactiek en technologie in samenhang toepassen.
Kunnen zij daarbij:
- rekening houden met de impact die de digitale wereld heeft op het opgroeiende kind?
- de verbinding leggen tussen leerdoel, werkvorm en de inzet van ict-hulpmiddelen?
- uitleggen welke meerwaarde ict heeft in het aanbieden van hun onderwijs?

Daarna gaan zij per kerntaak in op verschillende onderdelen. Voor kerntaak A zijn deze:

Instructie geven

  • Gebruik van multimediaal leermateriaal, zowel op de computer/tablet als op het digitaal schoolbord.
  • Leren op afstand door middel van videoconferencing
  • Gebruik van instructievideo's al dan  niet in samenhang met concepten als flipping the classroom.


Laten leren

  • Gestructureerd oefenen door het gebruik van digitale oefenprogramma's. Met adaptieve programma's oefenen leerlingen altijd op het eigen niveau. Leraren moeten zicht (kunnen) houden op de vorderingen die leerlingen maken. 
  • Bij onderzoekend leren vinden leerlingen zelf antwoord(en) op vragen die gesteld worden. Computersimulaties en (mobiele) webquests zijn vormen die bij deze vorm van leren passen. Ook hier is het van belang dat de leraar goede (gepaste) sturing geeft. 
  • Leren leren zijn onderwijsvormen waarbij het gaat over het proces van leren en de bewustwording daarvan. Het bijhouden van een digitaal portfolio valt hieronder


Toetsen

  • Digitaal toetsen heeft voordelen. Doordat digitale toetsen 'zichzelf' nakijken, bieden ze tijdwinst. Ook het samenstellen van een toets kan tijdwinst opleveren omdat er gebruik gemaakt kan worden van een toetsvragendatabank waaruit steeds weer nieuwe toetsen gegenereerd kunnen worden. 

Bovenstaande informatie zou ik dus kunnen gebruiken om een set vragen te maken waarmee ik leraren kan bevragen over hun bekwaamheid met betrekking tot de inzet van ict-hulpmiddelen in het primaire proces.
Mis ik hierbij nog iets?

Moet er misschien ook nog iets gezegd worden over het gevaar van afleiding als je ict-hulpmiddelen gebruikt in je les? Andere zaken misschien?

woensdag 4 december 2013

5 redenen om een backchannel in te zetten in je les


Een backchannel gebruiken in je les houdt in dat je je leerlingen de gelegenheid geeft om te reageren op je les. Dat doe je dan niet door ze een vinger te laten opsteken, maar je geeft ze een kanaal via de computer, een mobiel of een tablet waar ze hun vragen en opmerkingen kwijt kunnen.
Als je je er niets bij voor kunt stellen, moet je tijdens een willekeurige tv uitzending de twittertag van dat programma maar eens volgen. Dan wordt het principe ineens duidelijk.

Waarom zou je dat in je les willen gebruiken? Richard Byrne geeft 5 redenen.

1. Je geeft verlegen leerlingen de kans om ook bij te dragen aan de dialoog.
2. Leerlingen die leren door vragen stellen, kunnen een oneindig aantal vragen stellen zonder de les op te houden.
3. Je kunt de voorkennis en/of interesse van leerlingen beter in beeld krijgen.
4. Je kunt je lestijd uitbreiden tot (ver) na je les, want als een bepaald onderwerp veel vragen oproept, kunnen die gewoon gesteld en beantwoord worden, ook al is je lesuur voorbij.
5. Je kunt direct (gedurende de les) zicht krijgen op het feit of leerlingen de stof (nog) snappen.

Ik neem aan dat je door dit rijtje meteen overtuigd ben en eigenlijk meteen aan de slag wilt. Als je wilt weten hoe, kun je ook bij Richard Byrne terecht. Hij heeft een handleiding geschreven waarin hij de tools Socrative, Padlet en TodaysMeet uitlegt. Handig hoor.

dinsdag 3 december 2013

Succesvolle netwerkgebaseerde (leer)gemeenschappen


Voor de master Leren & Innoveren maken we gebruik van het boek "How People Learn". Daarin is een apart hoofdstuk gewijd aan 'Technology to support learning'. Voor mij erg relevant leesvoer. Hoewel de bronnen die voor dit hoofdstuk genoemd worden soms wel erg oud zijn, is het interessant om te bekijken of ze toch nog wat zinnigs te zeggen hebben over het hedendaags gebruik van technologie.
Zo vond ik een opmerking over een onderzoek dat ooit (in 1990!) gedaan is naar het gebruik van elektronische samenwerkingsomgevingen. In die tijd wist ik niet eens dat dat bestond (ik was 13..), maar er waren blijkbaar al wel mensen nieuwsgierig naar de werking van zulke omgevingen. Let op, we praten dus over een tijd van vér voor Twitter en Facebook. Sterker nog. Email was voor het grote publiek nog iets buitenaards.

In het boek 'How People Learn' wordt er dus gerept van een onderzoek dat inging op de succes- en faalfactoren van het gebruik van elektronische gemeenschappen. In dat onderzoek zijn er drie factoren aangewezen (volgens HPL) die bijdragen aan de vorming van een succesvolle netwerkgebaseerde gemeenschap. Die factoren zijn:
1. Nadruk op groeps- in plaats van 1-op-1-communicatie
2. Helder omschreven doelen of taken
3. Expliciete inspanningen om groepsinteractie te faciliteren

Als ik deze factoren projecteer op een facebook groep die we binnen SCOH sinds deze zomer actief hebben voor de ICT-coördinatoren, kan ik me erg goed voorstellen dat dit nog steeds succesfactoren zijn voor elektronische (leer)gemeenschappen.

Als je benieuwd bent naar het onderzoek volg je deze link naar Google Scholar. Eerste hit.


(Bron plaatje)

maandag 2 december 2013

Blended Learning in 2 infographics

Op Edudemic komen zo nu en dan infographics voorbij. Aan twee ervan wil ik in deze blogpost even aandacht besteden. De eerste geeft een overzicht van wat Blended Learning inhoudt, en de tweede geeft een overzicht van wat er allemaal nodig (en wenselijk) is om Blended Learning goed van de grond te krijgen.



 



Als je de infographics in zijn geheel (en leesbaar) wilt zien, klik je hier door naar nummer 1, en hier naar nummer 2.

Eerder schreef ik al over de vier vormen van blended learning die gehanteerd worden. In de eerste infographic worden ze nog weer eens genoemd:
1. Rotation
2. Flex
3. Self Blend
4. Enriched Virtual
 Ik denk dat Rotation en Flex de twee vormen zijn die het meest voorkomen in het basisonderwijs.

De tweede infographic gaat vooral in het proces om tot blended vormen van leren te komen. Er worden verschillende fasen in beeld gebracht. Fase 1 is het creëren van voorwaarden. Fase 2 gaat over het maken van plannen. Fase 3 is de implementatie. En fase 4 legt zich toe op het verbeteren van elementen. Vooral vanuit beleidsvormend oogpunt is de tweede infographic interessant.