maandag 1 februari 2016

Office365 gebruiken in de klas met deze 5 tools

Op OfficeBlogs vond ik vandaag een aardig artikel over de inzet van Office365 in de klas. Zij geven aan dat de volgende vijf tools erg geschikt zijn om daar zinvolle dingen mee in de klas te doen. Deze tools zijn:

  1. OneNote Class Notebook
  2. Sway
  3. Office Online
  4. OneDrive
  5. Skype


Als je wilt weten wat zij daarvoor inhoudelijk voorstellen, zou ik de blogpost zelf maar even lezen.

Voorwaarde voor het gebruik van deze tools met en door leerlingen is natuurlijk wel dat je ook leerlingaccounts toevoegt aan je Office365-omgeving. Anders valt er niet op deze manier te werken. Een leerlingadministratie in Office365 bijhouden, vind ik echter relatief veel werk. Het zou mooi zijn als je op de één of andere manier een koppeling kon maken met je leerlingadministratiesysteem zoals Esis of Parnassys. Misschien is dat al in enige vorm al mogelijk. Dat weet ik eerlijk gezegd (nog) niet.

Daarnaast zijn de genoemde mogelijkheden om samen te werken ook prima te gebruiken voor medewerkers onderling. Dat is de fase waarin SCOH zich nu begeeft. Van bijna alle scholen en medewerkers is de mail nu gemigreerd. Na ongeveer een jaar school voor school (iedere week één) overzetten qua mailomgevingen hebben we straks alle gebruikers binnenboord, in dezelfde Office365-omgeving. Voor Pasen moet dat helemaal voor elkaar zijn.
Dan wordt het tijd om volgende stappen te zetten in het gebruik van de omgeving.

Gebruikt jouw stichting al leerlingaccounts in de Office365-omgeving? Van welke tools laat je ze dan gebruik maken?

woensdag 27 januari 2016

Uitstelgedrag loont

Ik heb er zelf soms ook wel wat last van. Uitstelgedrag.

Zo zit ik vanavond nog op het allerlaatste moment de ambassadeursdag die we morgen hebben voor te bereiden. Dat is een bijeenkomst voor alle ict-coördinatoren van onze stichting. De grove voorbereidingen doe ik het liefst al maanden of weken van te voren. Maar het finetunen en de dag nog eens doornemen met alle puntjes op de i, doe ik zo laat mogelijk. Ik vind het fijn om op die manier te werken.

Maar ik heb momenten gehad dat ik negatief tegen mijn eigen uitstelgedrag aan keek. Ik las echter pas een artikel waarin gesteld werd dat uitstelgedrag misschien helemaal wel zo erg niet is. Sterker nog, dat het in sommige gevallen juist wel verdienstelijk is.

Op het learningblog van The New York Times kwam ik een artikel tegen met de titel: 'Under What Conditions Do You Do Your Best Work?' Zij gaan in op het verschil tussen 'alles heel erg op tijd plannen en af hebben' aan de ene kant en 'lanterfantend wachten tot je bijna geen tijd meer hebt' aan de andere kant.
En wat blijkt? Als je creatieve ideeën of werkwijzen nodig hebt, kun je maar beter van uitstelgedrag gebruik maken. Er is echter wel één voorwaarde: je moet op een zeker moment de taak waar je voor staat helder formuleren. Je moet weten wat er van je verwacht wordt. En daarna moet je er dus niet mee aan de slag, maar kun je beter iets compleet anders gaan doen. In de tijd tussen het formuleren van de taak en het er daadwerkelijk mee aan de slag gaan, blijft je geest er op de achtergrond namelijk toch mee bezig. En als je dan dingen tegenkomt die je kunt gebruiken, neem je dat uiteindelijk in je overwegingen mee als je met de taak aan de slag gaat.
Wat krijg je daarvoor terug? Creatievere oplossingen.

Misschien is deze kennis ook wel te gebruiken als je met leerlingen rondom bepaalde (creatieve) opdrachten aan het werk wil. Zorg dat de taak helder is. En ga vervolgens wat anders doen.

Er is dus trouwens wel een addertje onder het gras. Uitstelgedrag loont niet voor routinetaken die geen creatieve oplossingen vragen.



maandag 25 januari 2016

Privacy aspecten aan het werk op school

Op ICTnieuws.nl las ik vandaag een berichtje met de titel 'Privacyaspecten aan het werk als docent'. Ik ben redelijk thuis in deze materie en ik kwam dan ook tot de conclusie dat er voor mij niets nieuws in stond. Ik kan me echter heel goed voorstellen dat het voor een gemiddelde docent (ik prefereer de term leraar overigens) geen gesneden koek is. Ik zou de titel van het stukje ook willen wijzigen in 'Privacyaspecten aan het werk op school'. Want ik denk dat dit een onderwerp is dat je als school (met elkaar) goed moet regelen. Als individuele leraar kom je er niet, als je het goed wilt doen.

Achtereenvolgens gaat de auteur (Charlotte Meindersma) in op de volgende punten:
1. Persoonsgegevens & het leerlingvolgsysteem.
2. Registratie met vingerafdrukken.
3. Het opslaan van persoonsgegevens.
4. Foto's van leerlingen publiceren.

Het punt over de vingerafdrukken vind ik een beetje een vreemde eend in de bijt. Ik ken geen scholen die toegangscontrole hebben met een vingerafdruk. (Maar dat kan natuurlijk ook aan mij liggen..) In het basisonderwijs gebruiken wij gewoon sleutels en wachtwoorden. Mijn vrouw werkt in het hoger onderwijs. Daar hebben ze zo'n magneetkaart waarmee je toegang tot van alles en nog wat kan krijgen. Maar vingerafdrukken?

De andere drie punten geven wat mij betreft overzichtelijk weer wat je zou moeten weten over privacy op school. Een andere bron waaruit je je kennis zou kunnen halen over dit onderwerp is de speciale uitgave van Kennisnet hierover.
Bij SCOH hebben we al een aantal jaar expliciet beleid over het omgaan met persoonsgegevens en het publiceren van foto's. Onze scholen zijn daaraan gebonden.



zaterdag 23 januari 2016

10 redenen om met Windows te werken in het onderwijs

Al surfend kwam ik op een website van het Microsoft Education Partner Network uit. Daar is (tijdelijk?) een folder (of een powerpoint) te downloaden met redenen waarom je met Windows zou moeten werken in de klas. Ik snap best dat het reclame is. En dat het in de categorie valt van: "Wij van wc-eend..."

De redenen die MS aandraagt zal ik hieronder opsommen. Daarvoor neem ik even de Engelstalige variant, want sommigen 'bekken' wel erg goed. Voor de toelichting van Microsoft kijk je hier (pptx). Mijn kijk op ieder punt vind je hieronder.

1. The platform you never outgrow
Ze geven aan dat zij de breedste keuze in apparaten hebben en dat er daardoor voor iedere leeftijd een geschikt apparaat bij zal zitten. Toch denk ik dat vooralsnog de iPad veel gebruiksvriendelijker is voor jonge kinderen (kleuters) dan welke Windowstablet ook. Vanaf de leeftijd dat kinderen gebruik gaan maken van kantoorpakketten begin ik in te stemmen met de stelling van Microsoft. Office is overal te gebruiken en het pakket kan zo veel dat het inderdaad met je mee kan groeien.

2. Compatibility king
Ze geven aan dat Windowsapparaten overweg kunnen met de meeste andere (rand)apparatuur die in klassen gebruikt wordt. En daarnaast ook met de meest diverse software, zoals oude netwerkinstallaties van educatieve software, flash op internetpagina's en alle moderne cloudbased applicaties. Hier moet ik ze gelijk in geven.

3. Thinking in ink
Hier heeft Microsoft het inmiddels wel echt begrepen. Als we kijken naar de discussie rond 'typen of schrijven', dan blijkt uit onderzoek dat men meer leert van handgeschreven notities maken dan van getypte notities maken. Daarnaast hebben veel mensen behoefte om op officiëlere stukken te kunnen 'kliederen'. In de nieuwe Office-apps op de iPad zie je dit nu dus ook terug. Je kunt lekker kliederen en schrijven in je documenten terwijl je niet de nadelen van papier hebt.

4. Collaborative learning on all devices
Via het Office365-platform kun je studenten vanaf welk apparaat dan ook aan het werk zetten met bepaalde opdrachten. Het maakt niet echt meer uit of ze dat vanaf een computer, een chromebook, een iPad of een Mac doen. Het werkt gewoon overal op.
Maarja, dat kan in Google Apps for Education bijvoorbeeld ook. Alles wat je nodig hebt, is feitelijk een browser. Microsoft voegt daar nog een hele rij handige apps aan toe voor hun platform.

5. Designed for all learning styles
Hier gaat Microsoft qua terminologie de fout in, vind ik. Over leerstijlen is veel onenigheid. En deze term zouden ze wat mij betreft beter kunnen vermijden. Wat ze bedoelen is dat hun apparaten en platform ervoor zorgen dat er in verschillende modaliteiten geleerd en gewerkt kan worden. Auditief, visueel, tekstueel, spraak, touch. Er is op veel verschillende manieren mee te werken. Je hebt daar dus de keuze in. Maar om dat te verbinden aan leerstijlen, vind ik wat ver gaan.

6. Best in class assistive technology
Ze showen hier functionaliteit als 'voorlezer', 'schermtoetsenbord', 'hoge contrastweergave' en 'vergrootglas'. Microsoft onderscheidt zich hiermee niet echt. Dit kan op andere apparaten en besturingssystemen ook. Ik weet niet waarom ze zichzelf hierin 'de beste' noemen.

7. Windows is for doing
Dit punt snijdt dan weer meer hout. Ik merk bij mezelf bijvoorbeeld dat ik voor het schrijven van een blogpost toch echt wel mijn windows-pc 'nodig' heb. Feitelijk kan ik het ook op een iPad. Maar daar doe ik het gek genoeg niet. Mijn iPad gebruik ik vooral om te consumeren en de communiceren. Maar als ik echt iets moet 'doen', dan pak ik een pc. Bij mij is dat Windows. Maar ik kan me voorstellen dat anderen daar ook een Mac voor gebruiken.

8. Deploy and manage your way
Hier kan ik niet zoveel over zeggen. Dit is meer een punt voor netwerkbeheerders. Microsoft heeft veel ervaring met het uitrollen en beheren van apparaten en netwerken. Bij ons op school gaat dat al jaren goed. Ze zeggen nu dus dat het met Windows 10 nog makkelijker wordt. Ik heb begrepen dat je straks vanuit een Office365-omgeving ook Windows 10 apparaten makkelijk kan beheren. Het is ook mogelijk om je op een Windows 10 apparaat aan te melden met je Office365 account. Daardoor worden dan meteen al je instellingen goed gezet, zoals mail, OneDrive e.d..
Maar ook hier geldt dat vanuit een Google Apps for Education dit ook kan op Chromebooks. Dus ik vraag me af of Microsoft zich hier nu onderscheidt. Als jij het antwoord wel weet, reageer dan hieronder in de reacties.

9. Safest Windows ever
Eigenlijk zeggen ze hiermee dat de vorige versies van Windows voor verbetering vatbaar waren. ;-)
Maar zonder gekheid: de mogelijkheden om leerlingen te beschermen tegen online gevaren is mijn inziens groot genoeg op het Microsoft-platform. Het is zeker een punt om rekening mee te houden als je technologie inzet in het onderwijs.

10. Get more for free than ever before
Dat is vooralsnog waar. De licenties voor Office365 zijn gratis voor onderwijsinstellingen. Leerlingen en medewerkers kunnen daardoor ook gratis gebruik maken van alle Office-applicaties. En de upgrade naar Windows 10 wordt op het moment ook gratis weggegeven. Daarnaast is er gratis online opslag in de OneDrive en kun je gratis gebruik maken van Skype.
Maar ook hier zijn er weer andere technologiereuzen die daarin hetzelfde bieden. En momenteel verandert de licentie-structuur bij Microsoft wel. Basisscholen registreren hun licenties via APS itdiensten en gaven daar vroeger het aantal pc's op een school op. Sinds vorig jaar moet je ineens het aantal medewerkers opgeven. Nu is het bedrag dat je betaalt nog niet gekoppeld aan het aantal medewerkers, maar de verwachting is eigenlijk dat dat op termijn (na 2017) wel gaat gebeuren. Hoe gratis zal het dan nog zijn..?


Conclusie
Microsoft doet zeker niet onder voor de concurrenten. Op sommige punten gooien ze zelfs hoge ogen. Bijvoorbeeld op het gebied van 'inking', 'compatibility' en productiviteit en veiligheid. Maar op de meeste punten kunnen ze de concurrentie gewoon (soms net) voldoende bijhouden.


vrijdag 22 januari 2016

9 fundamentele digitale vaardigheden die iedere leraar zou moeten hebben?

Gisteren las ik op educatorstechnology.com een artikeltje waarin 9 digitale vaardigheden werden opgenoemd die iedere leraar zou moeten hebben. Het is mij onduidelijk waarop ze het precies baseren. De vaardigheden worden in de post zelfs 'fundamenteel' genoemd.

  1. Opnemen en bewerken van geluidsfragmenten
  2. Creëren van bewerkte, interactieve en uitdagende videocontent
  3. Creëren van visueel aantrekkelijke content
  4. Gebruiken van sociale netwerksites voor het creëren van persoonlijke leernetwerken, te verbinden, het ontdekken van nieuwe content, en professioneel te groeien.
  5. Gebruiken van blogs en wiki's om samenwerkingsruimten te creëren voor leerlingen.
  6. Gebruiken van sociale bookmarkingswebsites, cureren en delen van bronnen met je klas.
  7. Creëren van aantrekkelijke presentaties
  8. Creëren van digitale portfolio's.
  9. Creëren van niet-traditionele quizzen. 

Bij iedere vaardigheid worden verschillende tools genoemd waarmee je die vaardigheid zou kunnen uitoefenen. Dat vind ik dan wel weer handig. Want als je aan de slag wilt met één van de vaardigheden, dan kun je met het artikel in de hand wel direct beginnen. Je hoeft zelf niet te zoeken met welke tool je dat dan moet doen.
Mijn kritiek zou zijn dat de vaardigheden wel erg technologisch georiënteerd zijn. Het lijkt wel of ze hebben gekeken welke tools er zijn en vervolgens hebben verzonnen welke digitale vaardigheden daar dan bij horen. En ik denk zeker niet dat je deze vaardigheden fundamenteel zou mogen noemen. Wat mij betreft zou ook niet iedere leraar deze vaardigheden moeten hebben.

Bij fundamentele digitale vaardigheden denk ik eerder aan een rijtje zoals dit:

  • Effectief en efficiënt gebruik van digitale schoolborden;
  • Effectief en efficiënt gebruik van beschikbare devices in de klas (of dat nou computers, telefoons of tablets zijn);
  • Kunnen uitlezen en analyseren van resultaten uit methodesoftware en leerlingvolgsystemen;
  • Onderbouwde keuzes kunnen maken over de inzet van analoge dan wel digitale werkvormen in je les.

Wat vind jij? Welke digitale vaardigheden zijn voor leraren fundamenteel te noemen?

donderdag 21 januari 2016

5+ aandachtspunten voor registreren bij webdiensten

André Manssen geeft 5 aandachtspunten bij het registreren voor een webdienst en/of webtool. Hij zet op een rij:

1. Gebruik een tijdelijk of wegwerp-emailadres
Bij de meeste cloud-maildiensten (Outlook.com of Gmail) kun je een alias instellen voor je e-mailadres. Dat houdt eigenlijk in dat je een extra e-mailadres aanmaakt in je bestaande account. En als er dan naar dat e-mailadres wordt gemaild, dan wordt die mail in je bestaande account bezorgd. Als je het e-mailadres niet meer nodig hebt, verwijder je de alias en je zult geen mail meer ontvangen die naar dat adres wordt gestuurd.

2. Maak zo min mogelijk gebruik van een 'social-login'.
Dat ben ik zelf ook geneigd om te doen. Ik hou niet zo van het koppelen van allerlei privé-accounts aan elkaar. Dus dat doe ik maar sporadisch. Alleen als ik zeker weet dat het me veel voordeel gaat opleveren. Je weet nooit helemaal zeker welke toegang je de social-login nou precies geeft.

3. Gebruik een wachtwoordmanager.
Zelf zou ik dit advies niet geven. Want wat voor de social-login geldt, geldt wat mij betreft ook voor de wachtwoordmanager. Ik vind advies 2 en 3 uit het lijstje elkaar dus tegenspreken. Ik hanteer wel een lijstje van wachtwoorden. Maar die staan eerlijk gezegd gewoon in een boekje. Mijn meestgebruikte wachtwoorden weet ik gewoon uit mijn hoofd. Ik laat websites en browsers ook nooit mijn wachtwoorden onthouden. Want de beste manier om je wachtwoorden te onthouden, is ze vaak te gebruiken.

4. Kun je het account eenvoudig beëindigen en alle gegevens verwijderen?
Dat ben ik eigenlijk wel met hem eens. Dit zou je vooraf na moeten gaan. Maar ik doe dat eerlijk gezegd niet (altijd). Zo heb ik ooit eens een account aangemaakt bij Runkeeper, maar daar doe ik nooit meer wat mee. Geen idee of daar nog gegevens in staan. Waarschijnlijk wel. (3 fietstochtjes...;-) )

5. Hoe is de privacy van de website geregeld?
Ik denk dat dit vooral van belang wordt als er in de webdienst niet alleen gegevens van jou worden geregistreerd, maar ook gegevens van leerlingen. Denk dan bijvoorbeeld aan diensten als Classdojo en Klasbord, Voor gegevensverwerkingen in zulke systemen heb je de toestemming van ouders nodig. Of je moet met gefingeerde leerlingnamen werken. Dat kan ook. In ieder geval zul je even moeten nagaan hoe het geregeld is.

Aan het lijstje van André zou ik nog een zesde punt toe willen voegen.

6. Wat is het verdienmodel van de webdienst of webtool?
Gratis bestaat niet. Als de dienst gratis is, ben jij het product.


Waar let jij op als je een webdienst gaat uitproberen?

woensdag 20 januari 2016

Zorg voor veilige wachtwoorden

Vandaag was in het nieuws dat het met veilige wachtwoorden nog steeds niet goed gesteld is. De wachtwoorden '123456' en 'password' waren de meest gebruikte wachtwoorden in 2015. Dat zegt volgens nu.nl een lijst op basis van een database met ruim 2 miljoen uitgelekte wachtwoorden.

Alvorens ik in ga op de bron van het bericht, eerst even het belang van de boodschap. Natuurlijk is het zo dat we voorzichtig moeten omgaan met onze wachtwoorden. Net zoals we dat doen met onze sleutels van de auto en de voordeur. Zonder wachtwoorden krijg je geen toegang tot applicaties, en van sommige applicaties wil je niet dat de gegevens 'op straat' komen te liggen. Dat weet iedereen wel.
Maar handel daar maar eens naar. Dat doen een heleboel mensen niet. En ik kan het (zoals iedere ict-coördinator) weten. Ik zie relatief een hoop wachtwoorden voorbij komen. Nee, de voornaam van één van je gezinsleden met daarachter het geboortejaar van één van je (andere) gezinsleden is geen sterk wachtwoord. Ook al voldoet dat wel aan alle regeltjes van het wachtwoordbeleid van de organisatie.
Sterker nog een wachtwoord zou strikt genomen niet eens gebaseerd moeten zijn op een bestaand woord.

Maar hoe dan?
Want je wilt je wachtwoord eigenlijk ingewikkeld te raden maken, maar ook makkelijk te onthouden. Dat hoeft elkaar niet tegen te spreken. Twee tips:

1. Gebruik een wachtwoordgenerator 
Dat levert geheid moeilijker wachtwoorden op dan je zelf zou kunnen verzinnen. Wat ik bij systeem-wachtwoorden vaak doe, is dat ik een wachtwoordgenerator (bijv. deze) een aantal wachtwoorden laat genereren en van dat lijstje dan de makkelijkste kies. Maar dit is eigenlijk alleen een optie voor wachtwoorden die je regelmatig gebruikt. Die onthou je namelijk niet met je hoofd, maar met je vingers is mijn ervaring. Zet een toetsenbord met een andere indeling neer, en je weet het niet meer,

2. Verbouw een zin tot wachtwoord
De tweede tip is beter te hanteren voor de gemiddelde gebruiker. Ik las ooit een artikel op Dutchcowboys over het genereren van wachtwoorden. Zij stellen de volgende simpele stappen voor:

"1 - Denk aan een zin die je gemakkelijk kunt onthouden, bijvoorbeeld: "Oasis en Simon & Garfunkel zijn de favoriete bands uit mijn jeugd".
2 - Neem de eerste letters van elk woord van deze zin: OESEGZDFBUMJ
Dit vormt de basis van je wachtwoord.
3 - Om het wachtwoord sterker te maken varieer je vervolgens in hoofdletters en kleine letters. Je wachtwoord ziet er dan als volgt uit: oESeGzDFbUMj
4- Wissel vervolgens sommige letters om voor een cijfer. De letter O wordt bijvoorbeeld een nul.
0ESeGzDFbUMj
5 - Voeg nu speciale tekens toe, je kunt bijvoorbeeld 'en' vervangen door + of &
0+S&GzDFbUMj"


Hoewel ik vind dat er door gebruikers veel meer aandacht besteed mag worden aan het gebruiken van veilige wachtwoorden, heb ik ook wel opmerkingen bij het bericht dat vandaag in het nieuws kwam. Die lijst blijkt dus samengesteld te zijn uit een database met gelekte wachtwoorden. Het lijkt mij dat er in een database met gelekte wachtwoorden relatief meer 'makkelijke' wachtwoorden zitten. Het feit dat een wachtwoord makkelijk te raden valt, maakt de kans toch groter dat hij in zo'n database met gelekte wachtwoorden terecht komt?
Daarnaast is het ook aardig om naar de bron te kijken. Voor zover ik het kan zien, gaat het om Splashdata, die twee diensten uitventen. Namelijk TeamsID en SplashID, beide oplossingen voor wachtwoordmanagement. Zo'n partij heeft er uiteraard veel baat bij dat beslissers denken dat het erg slecht gesteld is met het wachtwoordmanagement van de gemiddelde gebruiker. Slim om jaarlijks een bericht de wereld in te sturen met deze strekking dus.











LinkWithin

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...