zondag 22 februari 2026

Het belang van standaarden

Iedereen die regelmatig op een tuinderij komt, of je nou eigenaar, medewerker, vrijwilliger of oogstgenoot bent, zal herkennen dat er in het zomerseizoen heel veel werk verzet moet worden. En vaak 'moet' er ook van alles tegelijk. Om er dan voor te zorgen dat je hoofd niet over loopt, is het handig om structuur aan te brengen in de manier waarop de dingen op de tuin georganiseerd zijn.

Inmiddels zullen jullie wel weten dat ik vrij gestructureerd te werk ga. Ik vind dat prettig. Niet om me rigide vast te houden aan allerlei verzonnen regeltjes. Maar om ervoor te zorgen dat er een kader is waarbinnen je flexibel kunt opereren.

Een ontwerpelement daarbij is het gebruik van standaarden. Standaarden maken de werkzaamheden bij goed gebruik een heel stuk overzichtelijker. En daarom heb ik bij het opzetten van de tuin nagedacht over het gebruik van standaarden.

Zo hebben alle teeltbedden in de tuin dezelfde afmetingen. Alle groentenbedden zijn 10 meter lang en 90 centimeter breed. Alle kruiden- en bloemenbedden zijn 5 meter lang en ook 90 cm breed. Daardoor zijn al mijn doeken, netten en plantlijnen afgestemd op deze maten. Ieder doek past op ieder bed en dat zorgt ervoor dat we geen waardevolle tijd hoeven te verdoen aan het passen en meten van het geschikte materiaal.

Ook voor de werkwijzen hanteren we standaarden. De volgorde van het planten van een bed is bijvoorbeeld altijd hetzelfde: eerst frezen, dan bedden uitmeten, dan paden lopen, dan compost verdelen, dan plantlijnen trekken, dan plantgoed op de juiste afstand neerzetten en dan planten. Voordat we het plantgoed planten, gaat iedere kist een kwartiertje in een badje zodat de kluitjes goed nat zijn als ze de grond in gaan. Na het planten trekken we een tunnel of een doek over het bed. En zo gaat iedere plantactie, of het nou broccoli, sla of knolselderij is, in zijn werk.

Zo'n standaardwerkwijze wordt ook wel een SOP genoemd. Dat staat voor Standard Operating Procedure. In de meeste gevallen gaat het bij ons op de tuin om een simpel stappenplan. Maar een SOP kan ook hiërarchisch in elkaar zitten of als stroomdiagram opgesteld worden. Een ander format waarin een SOP opgemaakt kan worden is een checklist
. Het gaat erom dat voor iedereen duidelijk is (vrijwilligers, oogstgenoten of medewerkers) hoe ze een taak moeten uitvoeren. Als je meer wilt weten over SOP's, zou ik hier even kijken. 

Je kunt standaarden zo ver doorvoeren als dat je zelf wilt. Wat voor mij belangrijk blijft, is dat de gehanteerde standaarden zorgen voor genoeg structuur zodat werkzaamheden veilig, gezellig en enigszins efficiënt uitgevoerd kunnen worden. Maar de structuur moet niet te beklemmend worden. Als iemand die vrijwillig komt helpen, zich lekkerder voelt bij een net een iets andere aanpak die leidt tot hetzelfde resultaat, dan moet dat mogelijk zijn. Standaarden zijn geen heilige regels. Maar ze geven wel overzicht, rust en voorspelbaarheid bij goed gebruik. En daar is iedereen bij gebaat.

--

Meer weten over Zelfoogsttuin De Groentemeester?

dinsdag 17 februari 2026

Sturen op data - aanwezigheid oogstgenoten

Vorig jaar was de Dutch Flower Group bij De Groentemeester op bezoek. Eén van mijn oogstgenoten werkt(e) daar en organiseerde een netwerkbijeenkomst bij De Polderij. Hij wilde zijn collega's inspiratie mee geven en had gevraagd of ik een rondleiding wilde verzorgen. Omdat ik dat altijd leuk vind, was dat snel afgesproken.

Met ongeveer 30 mannen en vrouwen in mijn kielzog liep ik een rondje over de tuin. En zoals men dat van mij gewend is, vertelde ik honderduit over het reilen en zeilen op de tuin. Naarmate ik meer vertelde, kwamen er meer (inhoudelijke) vragen. De nieuwsgierigheid was in ieder geval gewekt.

Omdat het op die dag best wel koud was door een koude, snijdende wind, en sommige van de deelnemers daar eigenlijk niet goed op gekleed waren, rondden we de sessie binnen bij de Polderij af. En daar begon voor mij het leerzame gedeelte. Eén van de directeuren van de groep was ook aanwezig en hij nam de rol als gespreksleider op zich. Hij zette de groepjes aan de slag met een kleine opdracht die er op neer kwam dat ze moesten delen wat ze van deze rondleiding geleerd hadden. Nou, daar kwam de feedback!

Eén van de dingen die ik terug kreeg, en die ik me tot dat moment eigenlijk niet zo gerealiseerd had, was dat ik overal uit de tuin sturingsinformatie haal. Ik neem mijn beslissingen niet zomaar. Ik verzamel informatie, ik analyseer en op basis van die analyses besluit ik om dingen te doen of te laten.

Eén van de voorbeelden is het verzamelen van informatie over de aanwezigheid van oogstgenoten. Als oogstgenoten op de tuin hun groenten komen oogsten, vraag ik van ze om eerst even een kruisje te zetten. Daarvoor hebben we bij het schoolbord een map liggen waarin ze de datum van vandaag achter hun naam aankruisen. Zo kan ik aan het eind van het seizoen terug kijken hoe vaak iedereen geweest is. En dat levert meer informatie op dan dat je op het eerste gezicht denkt.

Want...

1. Op basis van deze informatie kan ik vaak een inschatting maken of iemand het volgende jaar ook oogstgenoot wil zijn. Die inschattingen zet ik af tegen de lengte van mijn wachtlijst. En zodoende weet ik of ik daar nog extra aan moet trekken. Of niet.
2. Het geeft inzicht in het 'gebruik' van de openingstijden. Welke dag is populair en welke dag wat minder. Heeft het dan zin om op die dag open te zijn?
3. En kan ik anders omgaan met de maximumcapaciteit van de tuin? Nu is 100 oogstgenoten het maximaal aantal deelnemers dat de tuin aan kan en ik verkoop dus ook 100 oogstaandelen in een seizoen. Maar stel nou dat door de jaren heen er iedere week ongeveer 10% niet komt opdagen om de oogst binnen te halen. Die oogst wordt wel geproduceerd. Dat betekent dat ik 10% meer oogstaandelen kan uitgeven zonder dat dat ook maar iemand benadeelt.

En dit voorbeeld is slechts één van de wijzen waarop ik data verzamel. Niet om op individueel niveau ook maar iemand te controleren. Maar juist de analyse van het totaalbeeld is interessant om op te sturen.

Het mooie van het geven van deze rondleiding was dat ik in de afronding veel positieve feedback kreeg. Waarbij ik dus ook over mijn eigen aanpak leerde omdat het expliciet gemaakt werd hoe ik het doe. Ik kijk nog steeds dankbaar terug op dat moment.


---

Ook nieuwsgierig naar een rondleiding op afspraak? Neem gerust contact op!

zondag 8 februari 2026

De rol van oogstgenoten

Er is goed nieuws! Voor komend seizoen heeft De Groentemeester het maximaal aantal oogstgenoten bereikt. In 2026 kunnen 100 oogstgenoten straks weer genieten van knetterverse groenten van het land. Voor het zover is, moet er nog wel een hele hoop gebeuren. Maar dat komt wel goed. De voorbereidingen liggen in ieder geval op schema.

In deze blogpost wilde ik eens ingaan op de rol van oogstgenoten. Die rol is namelijk cruciaal om een initiatief zoals De Groentemeester levensvatbaar te maken en te houden. En we zijn vanaf het begin gezegend geweest met voldoende animo oogstgenoot te worden bij de zelfoogsttuin.

We werken volgens het principe van Community Supported Agriculture. Het gaat er daarbij om dat de gemeenschap die om de tuin heen staat, ervoor zorgt dat we voedsel kunnen produceren voor die gemeenschap. Bij ons heten de deelnemers aan die gemeenschap 'oogstgenoten'. De oogstgenoten delen met elkaar in de oogst. In voor- en tegenspoed. Dus als de oogsten groot en overvloedig zijn, dan is er veel te kiezen. En als het tegenzit, wordt dat ook met zijn allen gedragen. 

De oogstgenoten brengen voordat het seizoen begint met zijn allen het kapitaal samen om zaden, plantgoed, compost en gereedschap te kunnen betalen. En omdat één en ander ook coördinatie en (een hoop) werk vraagt, is het ook handig als er genoeg geld bijeen gebracht wordt om de tuinder een eerlijk loon te geven. Meewerken in de tuin mag, maar is niet verplicht. En als je meewerken wel fijn vindt, maar geen oogstgenoot wil zijn, kan dat ook. Dan word je vrijwilliger. Ieder draagt bij naar eigen kunnen. En alle inzet wordt gewaardeerd.

Community Supported Agriculture is dus inherent een solidaire organisatievorm. Solidair naar elkaar toe omdat je de oogst van dat seizoen met elkaar deelt. En solidair naar de tuinder toe omdat hem een eerlijk loon gegund wordt. Hij is er immers verantwoordelijk voor dat er überhaupt oogst is om te verdelen.

Maar wat mij betreft gaat het verder dan alleen een financieel plaatje dat werkt. De gemeenschap die zich rondom zo'n plek vormt, gaat ook andere verbindingen met elkaar aan. Vriendschappen ontstaan, het landschap wordt nieuw leven in geblazen, biodiversiteit ontwikkelt zich en de menselijke maat wordt weer teruggevonden. Er wordt weer samengewerkt met de natuur. En creativiteit, gezondheid en ondernemerschap worden gestimuleerd.

Zo hebben we ook dit jaar weer een prachtig workshopprogramma. Met rondleidingen door zowel de tuin als het voedselbos, maar ook tekenworkshops, bloembindworkshops, kruidenwandelingen, natuurgeneeskunde voor dieren, yogalessen en workshops ecoprinten. En dat is slechts een greep uit het komende aanbod. Met dit workshopprogramma hopen we nog meer betrokkenheid te kweken bij alle activiteiten die we ontplooien. Samen zorgen we zo voor een mooie natuurlijke plek, met leuke en leerzame activiteiten en gezellige mensen. 

En het is dus dankzij de oogstgenoten dat deze plek heeft kunnen groeien. Zonder het spreekwoordelijke zaadje dat zij met zijn allen geplant hebben, hadden we niet zo ver kunnen komen. Dank!

dinsdag 3 februari 2026

Organiseren van eigen leren

Even een blogje over het organiseren van mijn eigen leren.

Ik ben vanaf mijn vroegste jeugd al gezegend met een groot leervermogen. Mijn interesses zijn breed en nieuwe dingen doen en uitzoeken blijf ik het leukste vinden. In 2020 kwam ik erachter dat ik mezelf tot de multipotentialisten mag rekenen. Ik creëer en verbind graag.

Maar met alleen een potentieel leervermogen ben je er niet. Dat vermogen moet wel aangewend kunnen worden. En dat moet je dus organiseren. Deze blogpost gaat erover hoe ik dat organiseer.


Schrijfsels 
Ten eerste is dit blog een manier om het leren vorm te geven. Ik ben zelfs een keer gestopt met bloggen én weer begonnen omdat ik het blog als motor van het leren miste. 
Maar ook het wekelijks schrijven van een nieuwsbrief schaar ik onder het organiseren van mijn eigen leren. Want door dingen op te schrijven en uit te leggen kom je erachter hoe ver je zelf (wel of niet) boven de stof staat. En dat helpt dus heel erg om de dingen beter te leren snappen en verbanden te zien.

Peers
Ten tweede is het handig om mensen om je heen te verzamelen die dezelfde dingen interessant vinden. Want dan kun je vragen stellen (en beantwoorden) en samen dingen uitzoeken die te ingewikkeld zijn om alleen te doen. Ik heb inmiddels via mijn opleiding aan de Warmonderhof een heel netwerk van mensen om me heen gebouwd die zich bezig houden met groenteteelt en kleinschalige landbouw. 
Zo bestaat er een appgroep die Willems Wever heet: wereldberoemd in het wereldje van kleinschalige en bio-landbouw. In die groep zitten ruim 600 leden en iedere teeltgerelateerde vraag kun je daar stellen. Of het nou om het gebruik van een zaaimachine gaat, de kiemtemperatuur van tomaten of de beste leverancier van zaaitrays, je krijgt altijd wel een geschikt antwoord. Daarmee vertoont deze simpele appgroep veel kenmerken van een leernetwerk.

Verenigingen
Het lidmaatschap van verenigingen zorgt er ook voor dat ik bij blijf. Zo ben ik lid van het CSA-netwerk, van vereniging Voedsel uit het Bos en van Toekomstboeren. Die clubs vragen lidmaatschapsgeld en organiseren bijeenkomsten en conferenties of symposia waar je aan mee kunt doen. En uiteraard versturen ze nieuwsbrieven en proberen hun leden zoveel mogelijk met elkaar in contact te brengen. Zo komen er soms onderwerpen op je pad waar je zelf nog niet aan gedacht had. Of ze schetsen ontwikkelingen die je vervolgens ook kunt gaan volgen.

Projecten
Meedoen met relevante projecten is ook een manier om iets op te steken. Via stichting Zaadgoed worden bijvoorbeeld jaarlijks rassenproeven georganiseerd. Ik heb me vorig jaar met de tuin opgegeven om daaraan deel te nemen. In 2025 deed ik mee met aubergines, paprika's, snijbonen en bieten. Komend seizoen heb ik me opgegeven voor deelname met wortel en pompoen. Je krijgt dan van die groentesoorten een aantal verschillende variëteiten. En met die verschillende variëteiten doe je dan ervaring op als teler. De opgedane ervaringen worden binnen het project met elkaar gedeeld. 
Doel van het project is dat tuinders (en oogstgenoten) zich veel bewuster worden van het belang van het gebruik van patentvrije, zaadvaste rassen. Voor mij is het vooral ook een manier om aan mijn eigen professionele ontwikkeling te blijven werken. Want het project dwingt je om goed naar gewassen te kijken en ook na te denken over selectie bijvoorbeeld. Binnen het project leerde ik nieuwe tuinders en andere belanghebbenden kennen die ik op andere plekken ongetwijfeld ook weer tegen ga komen.

Samenwerkingsverbanden
In onze provincie ben ik niet de enige die een kleinschalige tuinderij gestart is. Er zijn zo nog een tiental initiatieven. Via mijn oude stage ben ik vrij snel bij deze groep terecht gekomen. En sinds Jongerius gestopt is, is de samenwerking tussen deze tuinderijen nog steviger geworden. We gingen al een tijdje steeds bij elkaar op bezoek. We bekeken elkaars tuinderijen en bespraken bijvoorbeeld ook met elkaar de financiële uitdagingen rondom het runnen van een tuinderij. En dit jaar werken we voor het eerst samen binnen een inkoopcollectief. Op die manier bundelen we krachten om bij een Belgische plantenkwekerij plantgoed te kunnen afnemen. Zo'n samenwerkingsverband is van onschatbare waarde in onze professionele ontwikkeling. Fijn om een niet-anonieme groep te hebben bij wie je terecht kunt met vragen en zorgen.

Nieuws en boeken
Via bovenstaande kanalen worden relevant nieuws en interessante publicaties ruim gedeeld. Zorgen dat je dat op gezette tijden tot je neemt helpt natuurlijk ook enorm. Mijn boekenkast is inmiddels ruim gevuld met boeken rondom (biologische) groenteteelt, herstellende landbouw, permacultuur en voedselbossen.

Gelukkig raak ik nooit uitgeleerd. Er is zoveel te weten in de wereld. En ik heb inmiddels (aan mezelf) bewezen dat ik me vrij snel in een nieuw vakgebied kan inwerken. Nieuwe vaardigheden maken je als persoon rijker. En dat bedoel ik niet in financiële zin. Dat is uiteindelijk bijzaak.