woensdag 26 februari 2014

Adaptieve technologie nader bekeken

In een blogpost op 11 februari schrijft Wilfred Rubens het één en ander over adaptieve technologie. Hij kijkt in die blogpost of adaptieve technologie het leren al kan personaliseren. Een soort balans die hij opmaakt dus. Interessant om over te lezen. En daarom de moeite waard om er zelf even over te schrijven.

Hij noemt in die blogpost adaptieve technologie (dat is technologie die zich aanpast aan de lerende) en assistive technologie (minder geavanceerd: het ondersteunt de lerende alleen maar).

Het voordeel van adaptieve technologie zou zijn dat de technologie ervoor zorgt dat de leerstof die aangeboden wordt aan een leerling gepersonaliseerd is, d.w.z. dat de leerstof past bij wat een leerling al beheerst, wat zijn leervoorkeuren zijn, wat zijn mogelijkheden en beperkingen zijn en wat zijn ambities zijn.

Eigenlijk gaat het nog een stapje verder dan learning analytics. Want waar learning analytics ervoor zorgen dat je als leraar meer geïnformeerd ('datadriven') je les aanbiedt aan een groep leerlingen, zorgt adaptieve technologie ervoor dat de leerling (onderdelen van) de les helemaal automatisch op maat krijgt.
Moeten we dan gaan denken aan robots of computers die de rol van leraar overnemen? Nee, dat lijkt me niet. De stand van zaken van de technologie is lang zover nog niet. En de vraag is of leerlingen de zelfsturing aankunnen die deze manier van werken van ze vraagt. Leren gebeurt toch vooral in relatie tot een ander. En vaak is dat de leraar als rolmodel.
Wel denk ik dat de rol van leraar gaat veranderen. Hij zal namelijk veel beter moeten worden in het gebruiken van de data uit de learning analytics om effectiever les te geven. Volgens mij is dat een tak van sport die bij veel collega's nog wel wat training vereist.
Een ander bijkomend effect is dat toetsen overbodig worden. Want als je leerlingen met behulp van technologie laat oefenen, wordt iedere oefening een toetsmoment. Je volgt gewoon realtime wat een leerling wel en niet kan. Misschien moesten ze dit debat gewoon overslaan en meer naar de lange termijn kijken...


(bron afbeelding. De link met het artikel is trouwens dat deze transformer zich ook aanpast aan de situatie...:-) )

dinsdag 25 februari 2014

Professional Capital vs. Professionele Leergemeenschappen #inhmli

Het tweede semester van de master Leren en Innoveren is alweer in volle gang. Op 14 februari vond de eerste masterclass van dit semester plaats. Vooraf dienden we ons te verdiepen in twee boekjes. "Professional Capital, transforming teaching in every school" van Andy Hargreaves en Michael Fullan, en "Professionele leergemeenschappen, een inleiding" van Eric Verbiest. Het thema van het semester is 'Effectief Innoveren'. En we gaan dit semester werken aan een veranderplan en een evaluatie-onderzoek.
Tijdens de masterclass werd duidelijk waarom deze twee publicaties voor dezelfde masterclass opgegeven waren. Je kunt het gedachtegoed namelijk mooi naast elkaar zetten. Voor de lezers die de publicaties niet kennen, bied ik nu alvast mijn excuses aan, want de rest van de blogpost gaat daardoor waarschijnlijk over jullie hoofden (bij gebrek aan ankerpunten). Voor de 5 lezers die nu besluiten door te lezen: bedankt voor de support. ;-)

In Professional Capital wordt gesproken over het professionele kapitaal van een organisatie. Kapitaal is wat een organisatie zijn waarde geeft. In een gewoon economisch model wordt kapitaal in geld uitgedrukt en moet de inzet van kapitaal uiteindelijk meer kapitaal opleveren.
Bij professioneel kapitaal werkt dat zo niet. Het professionele kapitaal van een organisatie is wat een organisatie zijn waarde geeft, maar die waarde wordt op een heel andere manier ontwikkeld. Het gaat veel meer over wat de organisatie betekent voor de maatschappij of voor de leden van de organisatie. Dit professionele kapitaal wordt in het boek opgesplitst in drie onderdelen, namelijk:
1. Human Capital
2. Social Capital
3. Decisional Capital

Ik ga in deze blogpost inhoudelijk niet verder op deze drie in. Want daar gaat deze blogpost niet over. (Dan moet je het boek maar lezen..)

Wat wel interessant is, is de verbinding die gelegd kan worden met de inhoud uit het andere boekje, Professionele leergemeenschappen. Daar wordt namelijk gesproken over de capaciteit van een organisatie om zich te ontwikkelen tot een professionele leergemeenschap waarin collectief leren plaatsvindt. En die capaciteit wordt ook onderverdeeld in drie onderdelen, te weten:
1. Persoonlijke capaciteit
2. Interpersoonlijke capaciteit
3. Organisatorische capaciteit

In grote lijnen kun je deze twee naast elkaar zetten, en daarmee vaststellen dat ze een grote overlap hebben.
1. Persoonlijke capaciteit = Human Capital
2. Interpersoonlijke capaciteit = Social Capital
3. Organisatorische capaciteit ≠ Decisional Capital

Zoals je ziet verschillen ze op het derde onderdeel. De organisatorische capaciteit zit meer op het niveau van het leiderschap in de organisatie. De leider moet ervoor zorgen dat dit op orde is. Het Decisional Capital zit meer op het niveau van de individuele leden van de leergemeenschap.

Dit semester gaat dus over veranderen. En deze twee theorieën geven handvatten om duurzame ontwikkeling (=verandering) in je school te bewerkstelligen door het vergroten van de capaciteiten (of zo je wilt; het kapitaal) van de organisatie.


(bron afbeelding)

maandag 24 februari 2014

Augmented Reality zelf maken

Augmented Reality laat zich nog het best vertalen als 'verrijkte werkelijkheid'. De meest bekende vorm ervan is misschien wel Layar. Dat is een app waarmee datasets beschikbaar komen als 'extra laag' over de werkelijkheid heen. Klinkt misschien een beetje abstract als je het nog nooit gezien hebt.
Het meest concrete voorbeeld dat ik daarvan wel eens gebruik is de funda-laag. Je loopt in een straat en daar staat een huis te koop. Je bent benieuwd wat dat huis kost. En daar biedt Layar uitkomst. Je brengt het huis in beeld met de camera van je telefoon en als je de funda-laag aanzet, zie je direct de informatie die binnen funda beschikbaar is over dat huis. En dat is dus een vorm van Augmented Reality (AR); een informatielaag die je over de werkelijkheid heen projecteert.

Voor gebruik in het onderwijs zijn er kant-en-klare materialen beschikbaar die gebruik maken van AR. Bijvoorbeeld deze digitale pop-up boeken. Je neemt met een mobiel of tablet het boek in beeld, en dan komt het boek tot leven op je scherm.

Met de app Aurasma (iOS en Android) kun je zelf Augmented Reality maken. Deze technologie lijkt in essentie eigenlijk best een beetje op het gebruik van een QR-code. Daar schreef ik vorige week over. Bij het gebruik van QR-codes maak je een scanbare code die vervolgens naar een URL verwijst (een filmpje, een online document, een infographic, wat dan ook). En dat is met Aurasma niet nodig. Daar scan je gewoon een plaatje, een bladzijde of een kaft van een boek. Maar het het kan ook een voorwerp zijn. Of een gebouw. En dat verwijst dan vervolgens naar een URL. 

Ik heb Aurasma gespot via e-learning.nl.

Op de website van Aurasma zelf staan een handleiding (pdf) en een verwijzing naar het youtubekanaal met tutorials.

Ter afsluiting van deze blogpost nog even de TED talk van Matt Mills, een medewerker van het eerste uur van Aurasma.


woensdag 19 februari 2014

Formatieve en summatieve toetsing, hoe zit dat nou?

Als je het hebt over vormen van toetsing dan is een indeling die je kunt maken die van formatief en summatief. Summatieve toetsen hebben een heel ander doel dan formatieve toetsen. Grofweg komt het erop neer dat je met een summatieve toets bepaalt op welk niveau een leerling functioneert. Je geeft hem een cijfer, een niveau-aanduiding of een schaalscore. Maar verder weet je dan ook niets.
Bij een formatieve toets is het doel van de toets om de leerling verder te helpen door de gegevens die je uit de toets kunt halen. Het gaat er hierbij niet zozeer om op welk niveau een leerling presteert, maar om er achter te komen wat de leerling nodig heeft om verder te leren.

Een duidelijke uitleg hierover vind je bij Edudemic. Zij hebben een infographic opgesnord waarin het verschil tussen summatieve en formatieve toetsing duidelijk aangegeven wordt.

Weet je wat grappig is? (Nouja, eigenlijk is het helemaal niet grappig..) De toetsen uit het cito LVS kun je met deze uitleg in het achterhoofd alleen maar summatief noemen. Maar toch zijn er tal van IB-ers en leraren die proberen om die toetsen formatief in te zetten. Ze gaan daarbij uit van de gedachte dat de citotoets moet vertellen waar een leerling nog instructie op nodig heeft.
Helaas heb ik me hier zelf ook wel eens schuldig aan gemaakt. Als ik advies mag geven: wees je bewust van wat het doel van een toets is. En gebruik je toets dan ook in lijn met dat doel. Methodegebonden toetsen en waarnemingen die je als leraar zelf in de klas doet, geven je veel meer informatie over welke instructies je leerlingen nodig hebben.

Dat er nog wel eens onduidelijkheid bestaat over de definitie van de termen summatief en formatief illustreert dit artikel mooi. (Gevonden via 'Leren Ontrafeld'). Dus misschien moeten we het onszelf niet al te kwalijk nemen dat we de termen niet geheel beheersen.


(bron afbeelding)

dinsdag 18 februari 2014

QR-codes om het (onderwijs)leven makkelijker te maken?

Kijk, dit gaat me echt te ver: QR-codes scannen om simpele taken op een lijstje te zetten of om een boodschappenlijstje te schrijven. Maar er zijn ook zinvolle dingen te bedenken om met QR-codes te doen. Gewoon omdat het meer gemak kan opleveren. 

Het idee van de rekenmobiel sprak mij wel erg aan. (Daar blogde ik eerder over.)

En laatst kwam ik bij Martijn de Winter weer een toepassing tegen die volgens mij wel zinvol is. Hij schrijft dat er handscanners (bijvoorbeeld deze) bestaan die je bij het digibord kunt ophangen. Met die scanner kun je vervolgens QR-codekaarten scannen die verwijzen naar bijvoorbeeld instructiefilmpjes of digitale prentenboeken. Plak de QR-codes op slimme plekken in leerlingboeken of handleidingen en je hebt het digitaal materiaal altijd op het juiste moment bij de hand.

Op zijn site kun je kant-en-klare QR-codekaarten voor digitale prentenboeken en voor gebruik bij veilig leren lezen downloaden. Ze zijn gratis, maar je wordt wel gevraagd om te 'betalen' met een tweet. Meer informatie vind je hier.

Mocht je meer willen weten over het gebruik van QR-codes dan raad ik je aan eens te kijken bij Ive Hapers op zijn blog. Hij heeft een boekje gemaakt over QR-codes in de lespraktijk. Ook bij hem betaal je met een tweet.


(bron afbeelding... tja scannen maar) ;-)

maandag 17 februari 2014

9 manieren om bij te blijven als ict-coördinator

Toen ik ooit begon als ict-coördinator was de wereld rond computers in de klas nog simpel en overzichtelijk. We hadden in die tijd één computer bij de directie en administratie. Daar moesten vier man gebruik van maken. We hadden een computer in de lerarenkamer om collega's te laten kennismaken met administratieve programma's.
En in de bovenbouw (groep 5 t/m 8) stond in ieder lokaal één computer. Om te gebruiken bij je lessen. Dat was in 2000.
Ter vergelijk: in dezelfde school staan nu 45 computers verspreid, waarvan een dozijn laptops. En daarnaast maken we gebruik van een tiental iPads in de bovenbouw én een zestal iPads in de onderbouw. Vanaf groep 3 is ieder lokaal voorzien van een touchscherm en bij de kleuters hangen breedbeeldtelevisies die bediend kunnen worden vanaf een computer of vanaf een iPad met AppleTV. Er is in de afgelopen 14 jaar op het gebied van infrastructuur en mogelijkheden voor technologiegebruik in het onderwijs veel veranderd.

Als ict-coördinator sta je dan voor de taak om zelf ook bij te blijven in de wereld van mogelijkheden. En dan moet het het liefst ook nog een beetje nuttig zijn, en niet alleen maar 'hip'. Deze blogpost geeft in 3 onderdelen 9 manieren om bij te blijven in de wereld van ICT en onderwijs. Dit zou je m.i. moeten doen omdat je dan kunt verantwoorden welke vernieuwingen wel de moeite waard zijn, en welke niet.

I Formele opleidingen
Eén van de manieren om bij te blijven is het volgen van een opleiding op het gebied van ict en onderwijs. Zonder de intentie te hebben om hieronder een uitputtende lijst op te sommen, wil ik de volgende mogelijkheden delen.

1. Netwijs opleiding tot ict-coördinator (post-hbo) bij Station-to-Station
Deze opleiding wordt in drie varianten (small, medium en large) aangeboden waarbij inhoud en prijs van elkaar verschillen. De varianten medium en large zijn gecertificeerd door de stichting Post-HBO en daarmee officieel erkende opleidingen.
Meer info.

2. Opleiding tot OICT-er bij Dieter
Deze training leidt op tot Onderwijskundig ICT-er. Dieter werkt met het gewenst resultaat schema waarin doelen, middelen en resultaat helder benoemd worden. De trainingen zijn sterk interactief en direct toepasbaar op de praktijk.
Meer info.

3. Master Leren en Innoveren
Dit is niet per se een opleiding voor ict-coördinatoren, maar voor die doelgroep wel zeer geschikt. Deze master houdt zich bezig met leren en onderwijsvernieuwing (of -verbetering) in de breedste zin van het woord. Verschillende hogescholen bieden deze master aan. Zoals trouwe lezers van dit blog weten, volg ik hem bij InHolland. En ik kan hem van harte aanbevelen. Het kost ontzettend veel tijd, maar dan heb je ook wat.

4. Masterclasses bij de Open Universiteit
De afdeling Onderwijswetenschappen van de Open Universiteit biedt gratis toegankelijke masterclasses aan. Je kunt de masterclasses apart volgen, maar je kunt ook intekenen voor een leertraject. Momenteel loopt het leertraject: Leren en Doceren in de 21e eeuw.
Meer info.


II Deelnemen in netwerken
Een compleet andere manier om bij te blijven is te zorgen dat je deelneemt in professionele leernetwerken. Dat zijn groepen mensen die periodiek rond een interessegebied bij elkaar komen. Meestal is er sprake van face-to-face bijeenkomsten en ondersteuning door een vorm van een online omgeving. In zijn meest simpele vorm is dat een mailinglist, maar het kan ook een wiki een of een facebookgroep zijn bijvoorbeeld.

5. Ambassadeursprogramma
Bij SCOH zijn we ooit onder de vlag van Kennisnet gestart met een ambassadeursprogramma. Dat programma is voortgezet nadat de subsidie afliep. We komen vijf keer in een jaar een dag bijeen. De agenda van zo'n dag bestaat uit een mix van bijdragen door deelnemers, zelfwerkzaamheid en overleg, en externe sprekers.

6. Samen Deskundiger
In Zuid-Holland waren ook onder de vlag van Kennisnet ooit twee netwerken gestart van bovenschools ict-ers. Nadat de subsidie daarvan afliep zijn die twee groepen samengevoegd en onder leiding van collega's van ABZHW komen we nu vier keer in een jaar bij elkaar. De werking is hetzelfde als het ambassadeursprogramma. We praten elkaar bij over nieuwe ontwikkelingen. Een verslag van de laatste bijeenkomst vind je hier.


III Online bronnen raadplegen
Een manier die misschien nog wel veel toegankelijker is dan de bovenstaande opties is te zorgen dat je gebruik maakt van de online mogelijkheden. Je kunt de tijd die je er in steekt zelf bepalen en je bent niet afhankelijk van een 'goedkeuring' van een leidinggevende. Nadeel is misschien dat je minder goed in staat bent in je personeelsdossier aan te geven welke ontwikkeling je doormaakt.

7. Persoonlijk leernetwerk opzetten
Gebruik makend van allerlei tools die gratis tot je beschikking zijn, kun je heel veel leren. Eén en ander hangt wel af van de personen die je volgt, want zij zijn het die jou (kunnen) attenderen op ontwikkelingen. Een mooi startpunt daarvoor is www.edubloggers.nl.
Tools die ervoor kunt gebruiken om die personen te volgen, variëren van mailinglists (zoals de oude scholenlijst), tot Twitter en RSS.

8. Leraar24
Leraar24 is de video website van Kennisnet, LOOK en de Onderwijscoöperatie voor professionalisering van leraren. Maar ook in je rol als ict-coördinator valt hier genoeg te halen.
Bijvoorbeeld dit.

9. Indruk en 4W
Kennisnet ondersteunt medewerkers in het onderwijs ook met publicaties. Die kun je op papier aanvragen, maar makkelijker is misschien om het in je postvak te laten bezorgen. Bijblijven kan bijvoorbeeld via InDruk (grofweg de nieuwsbrief van Kennisnet) en 4W (het wetenschappelijke tijdschrift).


En jij?
Zoals gezegd probeer ik met bovenstaande in zijn geheel niet volledig te zijn, maar het kunnen mooie mogelijkheden zijn. Welke manier gebruik jij om bij te blijven? Deel ze bij de reacties of via Twitter.


(bron afbeelding)