woensdag 9 oktober 2013

Activerende werkvorm van Van der Schee #inhmli

In het kader van de Master Leren en Innoveren kregen we een tijdje geleden les van Prof. dr. Joop van der Schee (Vrije Universiteit, Amsterdam). Hij vertelde over een werkvorm die ervoor zorgt dat lerenden over de stof moeten nadenken. Die werkvorm heet: Odd one out.
Je krijgt als opgave een rijtje van vier woorden. En de opdracht is om te formuleren welke er niet bij hoort. Een voorbeeld dat hij gaf, was het volgende rijtje:

- Berlijn
- Portugal
- Madrid
- Lima

De grap is dat je van ieder van bovenstaande woorden een redenatie kunt volgen op basis waarvan dat woord er niet bijhoort. Er is dus niet één goed antwoord, maar vele goede antwoorden. En dat is nou precies de crux. Je laat dit rijtje eerst in tweetallen bespreken, en al gauw komen de lerenden erachter dat er meer mogelijkheden zijn. Het gaat uiteindelijk niet om het antwoord, maar om het feit dat de lerenden met de stof aan de slag gaan.
Ik wist bijvoorbeeld niet waar Lima precies lag. Ik dacht te weten ergens in Zuid-Amerika, maar om de redenatie sluitend te krijgen, moest ik dat wel eerst opzoeken. En daarmee heb ik dus wat geleerd.

Een ander voorbeeld:
- neerslag
- duinen
- waterkrachtcentrale
- reliëf
Wat hoort er niet bij?

Het mooie van deze werkvorm vind ik dat hij op ieder niveau en voor ieder vakgebied is in te zetten. Je hebt er alleen een leraar voor nodig die thuis is in de stof en thuis is in de interesse of het niveau van de lerenden. Want de kwaliteit van de rijtjes doet er uiteraard wel toe.


Bijgaand zie je overigens een plaatje dat Claire Boonstra gebruikte in een presentatie waarin ze een citotoets bekritiseert. Het plaatje is een opgave uit zo'n toets waarbij cito er van uit gaat, dat er maar één antwoord goed is. Ai...

(bron  plaatje)


dinsdag 8 oktober 2013

Pleidooi om het nieuws te negeren

Een tijd geleden las ik op Lifehacking een pleidooi om het nieuws te negeren. Volgens de schrijfster (Janine Sterenborg) zou je productiever en meer gefocust worden door het nieuws niet meer actief te volgen. Ze baseerde zich op een artikel van Rolf Dobelli.  Zij heeft het toen zelf twee weken geprobeerd.

Ik werd enigszins getriggerd door het artikel omdat wij hier thuis in de zomer daarvoor al besloten hadden de tv niet meer te gebruiken. Dat had toen andere redenen, maar bij het lezen van dit artikel was een nieuw experiment geboren. Ik zou het nieuws gaan negeren. Geen journaal, geen krant, geen nieuwssites, geen DWDD meer. Ik doe dat nu (op mijn manier) een aantal maanden en ik moet zeggen dat het me bevalt. Ik heb hierover de volgende opmerkingen:

- De tijd dat je elke dag het journaal keek, en iedere weekend de krant las, heeft voor mij echt afgedaan. Er is zoveel informatie beschikbaar, dat je wel keuzes moet maken. Denken dat je met het kijken van het 8 uur journaal, of het lezen van de krant weer helemaal op de hoogte bent, is voor mij gelijk aan het creëren van een schijnwerkelijkheid waarin je jezelf wijs maakt dat de wereld klein en overzichtelijk is. Dat is de wereld niet.

- Het negeren van het algemene, internationale, politieke en economische nieuws is wat ik vooral gedaan heb. Dat zijn onderwerpen waar ik in de praktijk niets mee kan en ook niet over wil nadenken. Er zijn genoeg anderen die daar beter in zijn dan ik.

- Belangrijk nieuws blijkt niet te missen. Gifgasaanvallen in Syrië en de Shutdown in Amerika zijn voorbeelden van onderwerpen die toch tot je doordringen. Dat komt omdat je mensen erover hoort praten, of omdat je een flard op de radio hoort of op een scherm bij de supermarkt ziet, of er wordt in een blogpost aan gerefereerd. Tenzij je een kluizenaar onder een steen bent, is nieuws zo alomtegenwoordig in onze maatschappij dat je er nooit helemaal aan ontkomt.

- Ik kies zelf van welke onderwerpen ik op de hoogte gehouden wil worden. In mijn geval is dat onderwijs, technologie en duurzaamheid (zorg voor de wereld en zorg voor jezelf). Ik wil graag 'in control' van mijn eigen nieuwsgaring zijn. Het meeste nieuws laat ik via rss-feeds tot mij komen. Ik lees het op mijn iPad en selecteer daar zaken uit waar ik iets mee kan of over na wil denken. De lijst van websites en blogs die ik daarmee bijhoud, wijzigt vrij regelmatig. Blogs of websites die ik niet interessant (meer) vind, gaan uit de lijst. En ik vind altijd weer nieuwe bronnen. Ik train mezelf daardoor ook automatisch in het ontwikkelen van informatievaardigheden.

De kritische lezer ziet nu direct dat ik niet 'al het nieuws' negeer. Dat heb je dan goed gezien. Ik maak heel bewust keuzes in welk nieuws ik wel en welk nieuws ik niet wil zien. Het bespaart mij een hoop ellende en zorgt ervoor dat er geen energie weglekt naar negatieve zaken waar ik toch niets aan kan doen.

Ik kan het iedereen aanbevelen om uit de gewoonte te stappen om 'al het nieuws' bij te blijven houden. Probeer het eens een paar dagen, een paar dagen of een paar maanden. En kijk wat er gebeurt.
Je zou kunnen starten met het lezen van het artikel van Rolf Dobelli.


(bron plaatje)

maandag 7 oktober 2013

#EdcampNL voor herhaling vatbaar

Allereerst wil ik de organisatie van EdcampNL hartelijk dank zeggen. Ik vind het een goed initiatief dat zeker voor herhaling vatbaar is.
In deze blogpost wil ik even terugblikken op een zaterdag vol inspiratie.

Het idee van Edcamp is verbluffend eenvoudig. Je zorgt dat een groep gemotiveerde mensen bij elkaar komt om elkaar iets te leren, te vertellen, of te vragen. Je hangt dan een heel groot (leeg) schema op de muur met verticaal de beschikbare lokalen en horizontaal de tijdsloten. Je geeft de deelnemers vervolgens anderhalf uur de tijd om binnen te druppelen. Iedereen krijgt bij binnenkomst een groot post-it blaadje en een velletje met een aantal kleine stickertjes. De bedoeling van het post-it blaadje is dat je een beschrijving opschrijft van de workshop die jij wilt leiden, en dat je dat blaadje vervolgens op een leeg plekje in het schema op de muur plakt. Vervolgens heb je de kleine stickertjes om op de post-it blaadjes van anderen aan te geven dat je van plan bent bij hun workshop aanwezig te zijn.
Organisatorisch is dat hoe het werkt. Je onthoudt zelf wat je gekozen hebt en zorgt dat je je eigen workshop op tijd start en stopt. Maximale zelfwerkzaamheid en betrokkenheid van alle deelnemers is het resultaat. Door de organisatie wordt dan alleen voor de randvoorwaarden gezorgd: een locatie, wifi, koffie/thee, en een inschrijfprocedure; dat soort dingen. Inhoudelijk wordt er niets vooraf gepland of geboekt.

Het aanbod van sessies was groot en divers. Er waren voor alle sectoren van het onderwijs genoeg keuze mogelijkheden. Ik heb op deze dag uiteindelijk 7 sessies bijgewoond van ieder een half uur, en één van een uur.

1. Communities in school
2. Learning analytics
3. Scratch
4. Onderzoek met en door leerlingen
5. Didactiek en iPads
6. Vragen staat vrij (over digitale toetsen)
7. Wie maakt mooi onderwijs? De leerlingen

Hiervan wil ik er 3 uitpikken: Learning analytics, Scratch en Vragen staat vrij. Niet omdat de andere sessies niet interessant waren (integendeel), maar omdat deze blogpost anders zo lang wordt. :-)

Learning analytics
Deze sessie werd verzorgd door Rob Sudmeijer, die gelieerd is aan Thieme Meulenhoff. Hij vertelde dat TM inmiddels op een berg data zit waarvan ze van gekkigheid niet weten wat ze er nu precies mee kunnen gaan doen. Miljoenen aantekeningen uit de SchooltasApp, inlogtijden, duur van inlog, tijdsduur van paginaweergaven, scrollsnelheid, volgordes van het doornemen van stof en nog veel meer. Hij lichtte per punt zo'n beetje toe wat voor soort conclusies je daaruit zou kunnen trekken. Of niet. En ze staan nu voor het probleem om die data op een compacte manier inzichtelijk te maken voor leraren. Middels een soort dashboardfunctie. Maar wat moet er dan op dat dashboard komen?
Thieme werkt hierin samen met universiteiten en kennisnet om te onderzoeken hoe ze deze data van nut kunnen maken voor scholen. Interessante materie.

Scratch
In het verleden had ik wel eens van Scratch gehoord, maar verder niet veel aandacht aan besteed. Zo gaat dat soms met dingen die je tegenkomt op internet. Ik wist alleen dat het iets te maken had met programmeren. Coby van Velzen (van het Digilab) is helemaal thuis in dit vrij simpele programmaatje met vele mogelijkheden. Ze liet combinaties zien tussen het werken met Scratch en Lego Wedo. Maar ook Scratch in combinatie met het picoboard. Het schijnt zelfs mogelijk te zijn om Scratch te gebruiken met de Arduino. Inmiddels ben ik alle vijf de lezers al kwijt, denk ik... :-)
Scratch is een programmaatje dat uit de stal van het beroemde MIT uit Amerika komt. Het is bedoeld om op een heel laagdrempelige manier kinderen (ook grote kinderen) bekend te maken met programmeerprincipes. Om te zien wat er met het programmaatje bereikt kan worden, geeft onderstaand filmpje een aardig beeld:

Meer informatie over Scratch vind je op de speciale educatieve website: scratched.media.mit.edu. Er is ook een beginnershandleiding te downloaden. Het programmaatje zelf kun je hier downloaden.

Vragen staat vrij
Albert Lubberink leidde deze sessie over het maken (digitale) toetsen. Eerst stond hij kort stil bij het feit dat er vreselijk veel tools beschikbaar zijn op internet om vragen te stellen en dat deze beschikbaarheid de oude stemkastjes aan alle kanten heeft ingehaald. Leerlingen hebben vaak een eigen apparaat bij zich en met tools als socrative en mentimeter wordt het kinderlijk eenvoudig om een vraag op je digibord te zetten en de leerlingen massaal te laten antwoorden.
Daarna ging hij in op het formuleren van goede toetsvragen en het belang daarvan. Zijn presentatie heeft hij op Slideshare gezet en is hieronder terug te zien:



Er zal de komende week nog wel meer over EdcampNL geschreven worden. Ben je benieuwd naar een mooi Twitterverslag over deze dag, kijk dan bij Conrad Berghoef. En ook hier, hier en hier vind je verslagen van deelnemers. Gerard Dummer, degene die het hele idee in eerste instantie lanceerde, kijkt er zo op terug.

Ik kijk in ieder geval terug op een geslaagde dag. Als ik eerlijk ben, was ie (veel) beter dan de studiedag van onze eigen stichting. Misschien doet goed voorbeeld, goed volgen. Wie weet.

donderdag 3 oktober 2013

Zelf infographics maken met Piktochart.com

Tegenwoordig is het helemaal hip om infographics te gebruiken. De gedachte daarachter is waarschijnlijk dat beelden meer kunnen zeggen dan woorden. Hoewel ik ook regelmatig infographics voorbij zie komen die hun doel voorbij schieten, denk ik dat het gebruik van infographics in het onderwijs ook best eens van nut kan zijn.
Een tool die je daarvoor kunt gebruiken is Piktochart. Je kunt eenvoudig een account aanmaken door te koppelen met je facebookaccount of je google-account. En daarna kan het ontwerpen beginnen.

Een indruk van de tool kun je krijgen door onderstaande youtube video te bekijken. Het ziet er allemaal vrij eenvoudig uit.



Gebruik in het onderwijs
Misschien is het aardig om leerlingen eens met deze tool aan de slag te zetten. In plaats van een werkstuk of presentatie (spreekbeurt) laat je ze dan een infographic over een bepaald onderwerp maken.
Je kunt als leraar ook zelf eens een infographic maken om een instructie of uitleg te ondersteunen. Voordeel is ook dat je het daarna op een eenvoudige manier via het web kunt verspreiden. Dan kunnen leerlingen er thuis nogmaals naar kijken. Of je doet het andersom, volgens de gedachte van de flipped classroom, eerst verspreiden onder de leerlingen en daarna in de les er aandacht aan besteden.

woensdag 2 oktober 2013

Aan de slag met digitale prentenboeken in de kinderboekenweek

"- Elektronische boeken stimuleren verhaal- en taalbegrip, vooral als leerlingen al enige interesse in verhalen hebben ontwikkeld.
- Elektronische boeken vervangen niet de leerkracht en het prentenboek
  op papier. Een combinatie van de drie is het meest effectief.
- Levende boeken worden gezien als nuttige en aantrekkelijke
  ondersteuning van het lezen en voorlezen." (bron: Kennisnet, Taal en ICT)

Uit onderzoek blijkt dat het heel effectief kan zijn om met digitale prentenboeken in je klas te werken. Via André Manssen stuitte ik een tijdje geleden op een brochure met als titel "Digitale boeken zelf maken en gebruiken in de groep". De brochure is een uitgave van Sardes en mede ontwikkeld door het Expertisecentrum Nederlands als materiaal bij de Taallijn. Het is een uitgave uit 2008.
Ze beschrijven het gebruik van verschillende soorten boeken: verhalenboeken, letterboeken, rekenboeken woordenboeken en versjesboeken. Daarnaast gaan ze ook in op het zelf maken van prentenboeken. Dat stappenplan is inmiddels wel een beetje verouderd. Tot slot zetten ze ook nog het één en ander op een rij over auteursrecht.

Mocht je met digitale prentenboeken aan de slag willen gaan (en natuurlijk wil je dat: Kinderboekenweek, he...), maar je wilt om welke reden dan ook geen tijd besteden aan het zelf ontwikkelen van materiaal, kijk dan eens naar de volgende websites:

(bron afbeelding)

dinsdag 1 oktober 2013

Nog 5 alternatieven voor Socrative

We kregen Socrative niet werkend op onze Windows 8 systemen. Daarom ging ik op zoek naar tools die ongeveer hetzelfde kunnen. Ik  maakte eerder een lijstje van 3 alternatieven. Inmiddels heb ik nog 5 tools gespot die Socrative zouden kunnen vervangen. Voor onze school niet echt meer nodig, want Socrative is in de tussentijd ineens genezen. Mooi voor ons, maar ik kan het toch niet laten om dit lijstje te posten.

Kahoot
"Kahoot! is een student- response-system. Dat houdt in dat de docent vragen stelt via zijn pc (digibord), dat zijn leerlingen daar (individueel) op kunnen reageren via een eigen device, er een overzicht wordt getoond van de gegeven reacties en de docent daarover in gesprek kan gaan met zijn leerlingen.
In het geval van Kahoot!, dat overeenkomsten vertoont met het veel gebruikte Socrative, betekent dat het volgende.
De docent ontwerp een serie meerkeuzevragen, meningsvragen of enquêtevragen. Als hij dat wil kan hij aan die vragen illustraties of videofragmenten toevoegen, de bedenktijd van de vragen instellen en er puntenvragen van maken, zodat leerlingen tegen elkaar kunnen spelen."
(bron: blog van Herman Schie)

Typeform
"Typeform is een online tool waarmee redelijk gemakkelijke vragenlijsten kunnen worden gemaakt. Die vragenlijsten kunnen worden benaderd vanaf een scala aan apparaten: van smartphone tot PC. De dienst is ‘gratis’. Dat wil zeggen, zolang de vragenlijst beperkt blijft tot maximaal 20 items en 5.000 respondenten. Lees meer op de site van LifeHacker, of bekijk het filmpje." (bron: e-learning.nl)

Poll Everywhere
"Poll Everywhere is an excellent tool for gathering feedback from students through their mobile devices. The countdown timer could be great for keeping kids on task. The live updating word clouds could be a fun way for students to see the most popular responses to a prompt." (bron: blog van Richard Byrne)

mQlicker
"mQlicker is een krachtig en eenvoudig te gebruiken response-system. Dat houdt in dat de docent via zijn pc (digibord) vragen openstelt voor zijn leerlingen, zijn leerlingen die vragen kunnen inzien en beantwoorden op een eigen device, er op de pc van de docent (digibord) een overzicht wordt getoond van de gegeven reacties en de docent daarover in gesprek kan gaan met zijn leerlingen.
Niet alleen in lessituaties, maar ook tijdens presentaties/keynotes biedt mQlicker volop mogelijkheden om toehoorders te laten reageren op vragen en stellingen, met hen in contact te treden en hen een stem te geven."
(bron: blog van Herman van Schie)

GoSoapBox
"GoSoapBox is a nice tool for surveying your audience on realtime. I first tried the service a couple of years ago when it was still in beta. GoSoapBox allows you to have your audience respond to questions through their laptops, tablets, and phones." (bron: blog van Richard Byrne)

Doe er je voordeel mee. Of stuur het door.